Donderdag 01/10/2020

Reizen

Here comes the sun: ontdooien op Spitsbergen

Beeld Imco lanting

Zodra begin maart de eerste zonnestralen het Arctische dorp Longyearbyen bereiken, is de poolnacht officieel voorbij. En dat moet gevierd worden. Spitsbergen toont zich in deze tijd op haar mooist. "Dit land laat niemand onberoerd."

Iedereen heeft wel eens zo’n moment. Dat je op een plek aankomt, om je heen kijkt en dat de tranen in je ogen schieten. Precies dat overkomt ons nadat we op het vliegveld van Spitsbergen zijn geland. Wat we zien? Een witte wildernis die oneindig lijkt en zo haarscherp op onze netvliezen wordt geprojecteerd dat we bijna niet geloven dat dit echt is. Hier zijn we dus, op een van de noordelijkst gelegen landmassa’s. Het koninkrijk van de ijsbeer. Gisteren nog zagen we op een wereldbol waar het ligt: pal bovenaan.

We proberen wat we zien in woorden te vatten en komen op woeste sereniteit. Serene woestenij kan ook. Ja, die omschrijving voldoet. We weten, nu we hier met onze koffers bij het vliegveld staan, nog niet dat er nog veel meer van dit soort wauw-momenten zullen komen.

Longyearbyen is houder van de titel ‘noordelijkste plaats ter wereld met meer dan duizend inwoners’. Het zijn er tweeduizend, om precies te zijn. Het dorp ligt aan het Adventfjord en wordt aan drie kanten omgeven door bergruggen. Rijen kleurige huizen, een winkelstraat, appartementencomplexen, een universiteitsgebouw, hotels, restaurants, resten van een kolenmijn en een kerkje dat over het dorp uitkijkt. Knusse gewoonte: overal dien je je schoenen bij de ingang uit te doen; in Longyearbyen dineer je haute cuisine of sta je met je nieuwe vrienden aan de bar, maar wel op sokken. Verder is het een heel gewoon dorp eigenlijk, maar de bizarre locatie maakt zelfs de supermarkt, Svalbardbutikken, tot een bezienswaardigheid.

De Nederlandse Constance, die jarenlang op Spitsbergen heeft gewoond, had ons al verteld hoe zij eens met haar man koffie zat te drinken in hun huiskamer, toen er plotseling een groep toeristen binnenstapte. “Zij wilden zien hoe de mensen daar in het poolgebied leefden. Ze reageerden nog geagiteerd ook toen ik hen vriendelijk verzocht te vertrekken.”

Poolnacht

De afgelopen tijd heeft Longyearbyen, zoals elke winter, drie maanden in het donker gezeten. Letterlijk. Er was zelfs geen streepje ­daglicht. Poolnacht. De zon migreert elk najaar naar het zuiden, ver weg van hier – en daarmee miljoenen vogels, die Spitsbergen ’s zomers bevolken, meelokkend. Maar het leven ging in de duisternis gewoon door, bij kunstlicht. In de pauzes speelden leerlingen in de ijzige kou onder bouwlampen op het schoolplein. Overal om hen heen dat zwarte gat. Je kon soms hooguit de contouren van de bergen zien. Alleen bij volle maan zag je nog iets meer, zo horen we van Torgeir, die de weerman van Spitsbergen blijkt te zijn. “De maan is onze zon in de winter. Bij volle maan licht het onzichtbare landschap op in grijstinten. Het is niet veel, maar toch al heel plezierig.”

Barentszburg is enkel in de winter over land bereikbaar, met de sneeuwscooter. Beeld Imco lanting

Torgeir is heel blij dat de zon vandaag terugkeert: “De continue duisternis drukt op de meesten van ons. We zitten in een soort winterslaapmodus en vechten continu tegen moeheid. Wie zich niet gedisciplineerd aan het normale ritme houdt, kan bovendien flink ontregeld raken en, als je er aanleg voor hebt, depressief worden. Maar hoewel dat soms voorkomt, leren de meesten goed omgaan met de extreme seizoenen. Dit land laat hoe dan ook niemand onberoerd.”

Het eerste streepje

Honderden mensen, dik ingepakt, staan rond het middaguur in een grote kring rond een houten trap, die op een heuveltje aan de rand van Longyearbyen staat. De vijf treden hoorden bij het ziekenhuisje dat hier ooit stond. De kinderen dragen kragen in de vorm van de zon om hun nek en velen hebben zonnen op hun wangen geschilderd. Iedereen wacht smachtend op de enige echte, die zich nu nog verbergt ­achter de Sukkertoppen en Gruvefjellet. Maar als ­zo­meteen de eerste stralen de trap beschijnen, is de zon ­officieel terug in het dorp.

Een paar rendieren schrapen even verderop met hun korte poten sneeuw opzij om bij het beetje gras eronder te komen: het enige beschikbare voedsel in de lange ­winter die ook na vandaag nog lang niet voorbij is.

Rendieren weten in de schijnbaar dode poolwoestijn te overleven. Beeld Imco lanting

Er hangt ondanks de kou een opgewonden stemming onder de aanwezigen. Een lied wordt ingezet: ‘Sola er god… solar er varm og den bruner på kroppen’ (De zon is goed… de zon is warm en maakt je lichaam bruin). Dan: getuur naar het zuidoosten. Komt-ie al? Het licht wordt inderdaad langzaam feller en het eerste streepje zon ­verschijnt. Nog geen minuut later staat de trap in het volle zonlicht. Gejuich stijgt op en nog meer muziek volgt. Longyearbyen is ontwaakt.

Russisch mijndorp

Tel je binnen de knusse bebouwde kom nog mee als mens, dan wacht je daarbuiten de eindeloze verlaten wildernis. De Arctische woestijn is weliswaar betoverend mooi, maar wie zich er niet gedegen voorbereid begeeft, riskeert een genadeloze afstraffing. Daarom gaat achter de sneeuwscooter van onze gids een aanhanger mee, volgeladen met ­overlevingspakketten, tenten, slaapzakken en lichtpijlen. En, ook noodzakelijk, een geweer. IJsberen zijn een reëel risico. Zo werkt dat, als je op Spitsbergen een dagje uitgaat. Je moet altijd ­rekening houden met het ­ergste scenario.

We zijn onderweg. In een sliert rijden – of beter: glijden – we ieder op een eigen sneeuwscooter de dicht­gevroren rivier op, de Adventvallei in. Gekraak. Hoort erbij. De ski’s klappen op uitstekende brokken ijs en geregeld hellen we vervaarlijk over naar één kant, maar dan hangen wijzelf, volgens instructie, juist naar de ándere kant. Het gaat goed. Naarmate we de 70-pk-machine (autorijbewijs verplicht!) beter onder controle krijgen, kunnen we meer ontspannen om ons heen kijken. Het landschap is duizelingwekkend. Een smetteloos witte wereld, waarin het ­diffuse lijnenspel van wit- en grijstinten desoriënteert. De koude tegenhanger van de Sahara is even magisch als verraderlijk. Al na de derde bocht zijn we elk gevoel voor richting kwijt. Met verwondering kijken we naar de scharrelende rendieren, die in deze schijnbaar dode wereld weten te overleven. Een wonder dat er iets eetbaars onder de sneeuwlaag te vinden is. Vanuit onze ooghoek zien we iets wits voorbijschieten. Een rotspatrijs, de enige vogel die op Spitsbergen overwintert. De bikkel.

Naarmate de tocht vordert, trekt de lucht open. Wit en grijs krijgen nu gezelschap van zachte blauw- en paarsschakeringen. Onze adem stokt. Hoe buitenaards is deze wereld? Sneeuw­scooters aan de kant, helm af, stilstaan en niks zeggen. En dan toch maar weer verder met veel geronk. We hebben vandaag namelijk ook nog een concreet reisdoel: Barentszburg.

De laatste vijftien kilometer naar het Russische mijndorp gaat over een vlakte, waardoor vijf rijen scootersporen lopen. De poolversie van een snelweg.

Barentszburg is alleen ’s winters over land bereikbaar, dus iedereen die maar eventjes kan én een sneeuwscooter heeft (bijna iedereen dus), maakt van die gelegenheid gebruik. In de zomer zijn boot en helikopter de enige opties.

Ook op straat zie je hoe blij de inwoners zijn met de terugkeer van de zon.Beeld Imco lanting

De grootste attractie van Barentszburg is de flashback naar het communistische tijdperk die bezoekers staat te wachten. Het opvallendst: een beeld van Lenin op het plein voor de wooncomplexen en de gemeenschappelijke eetzaal van de ­inwoners – opvallend genoeg vooral Oekraïners. Ergens is de rondwandeling met gids een tikkeltje gênant vanwege het onmiskenbare gevoel dat we ons in een openluchtmuseum bevinden. Maar dan is dit er een met échte mensen met een échte baan en met een écht leven.

Maar ook: fascinerend. De afbraak is merkbaar. Van de ruim duizend mensen die ­tijdens de hoogtijdagen van de kolenindustrie in Barentszburg woonden, zijn er vierhonderd over. Het lijkt dit dorp al net zo te vergaan als jaren geleden die andere Russische nederzetting op Spitsbergen, Pyramiden, waar na de sluiting van de mijn iedereen vertrok. Nu is het een spookstad en ­populair bij toeristen.

Civilisatie

We zijn inmiddels vergroeid met onze sneeuwscooters en vangen vol zelfvertrouwen de terugreis naar Longyearbyen aan. Lekker optrekken naar zeventig, bijna tachtig kilometer per uur op de vlakte en door verse onbereden sneeuw de berg op voor weer zo’n moment: motor uit en de majestueuze Arctische ­woestenij om ons heen laten binnenkomen.

Na tachtig kilometer staan we plotseling boven aan een gletsjer die over Longyear­byen en het fjord uitkijkt. Het is al donker aan het worden, lichtjes flikkeren op. Als er zich al eens een ijsbeer in het dorp vertoont, vertelt de gids, dan komt hij meestal uit deze richting. We kijken nog even over onze schouder de koude leegte in – want je weet maar nooit – en gaan van start. Nog één keer vol gas zetten we de afdaling in. Beneden ­aangekomen, is het in de ­straten van het dorp uitkijken voor spelende kinderen, ­wandelaars en tegemoet­komende sneeuwscooters en loopsledes.

Barentszburg is enkel in de winter over land bereikbaar, met de sneeuwscooter. Beeld Imco lanting

In de huizen staan ­televisies aan, in de populaire Barentszpub worden biertjes van de plaatselijke brouwer getapt en steaks met rauwkostsalade geserveerd. Een stipje civilisatie in een oceaan van ijs en sneeuw. We kunnen er niets aan doen, maar ook dát ontroert. En kan de wildernis hier nog enigszins buiten de deur worden gehouden, dat lukt niet met het daglicht. De zon die deze week nog zo enthousiast werd verwelkomd door de poolbewoners, gaat binnenkort al helemaal niet meer onder. Vier maanden lang,

24 uur per dag, zal het dorp in zonlicht baden. Dan ga je vanzelf verlangen naar de duisternis. En na een lange poolwinter zal het hele dorp zich volgend jaar, verlangend naar het licht, opnieuw verzamelen bij de houten trap. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234