Vrijdag 25/09/2020

herdenkt zijn mentor Lindsay Anderson

Na de dood van Anderson merkte McDowell pas hoe graag de regisseur hem wel had. 'Ik las in zijn dagboeken dat hij verliefd werdop onbereikbare mensen zoals Richard Harris of mezelf'

Malcolm McDowell

Edinburgh

Van onze medewerker ter plaatse

Nico Krols

Een voor een penetreert zijn keiharde blik de lenzen van de meute persfotografen, tot hij er genoeg van heeft. Malcolm McDowell, onsterfelijk als Alex, dat levensgevaarlijk ettertje uit A Clockwork Orange, was deze week in Edinburgh de herdenking van Lindsay Anderson, de regisseur, acteur en schrijver die tien jaar geleden overleed. Bewust of onbewust, McDowell doet je vermoeden dat de woede van zijn mentor, met wie hij de cultklassieker If... draaide, misschien wel ontketend werd door zijn verstikkende omgeving. En misschien deed dat hem wel zijn ware aard verbergen. Niet zo best voor hem, des te meer voor de Britse cinema. Niets leek de Schotse filmmaker zo natuurlijk als tegen het establishment schoppen.

McDowell (61) heeft in de meest virtuoze, maar ook in de meest waardeloze films geacteerd. Hij was een jonge adonis, 24 en nog nat achter de oren, toen Anderson hem regisseerde. De acteur las in Edinburgh brieven voor van zijn meester en was er duidelijk mee opgezet dat hij daartoe de kans kreeg. Naar eigen zeggen kan hij het na al die jaren nog steeds niet laten over Anderson te spreken.

Anderson kon op zijn beurt maar niet ophouden over het Schotse erfgoed en stak zijn haat voor Engeland niet onder stoelen of banken. "That's so England", is Andersons bekendste uitspraak. Die was nooit als compliment bedoeld, maar omvatte alles wat hij aan het zuidelijke gedeelte van Groot-Brittannië haatte. Vanuit die wrok ontwikkelde hij een radicale cinemabeweging met een sociaal geweten.

Zijn films brachten hem en McDowell bij elkaar voor meerdere filmprojecten in een van de beste Britse cinemadecennia, de jaren zeventig. If... (1968) is het eerste en misschien het bekendste product van hun levenslange en intieme band, een bijtende satire op het Engelse schoolsysteem. McDowell speelt een rebellerende schooljongen die aan het einde van de film zijn leerkrachten neermitrailleert. Die rol bracht McDowell direct en zonder auditie bij dat ander genie, Stanley Kubrick.

Met hem werd McDowell pas echt onsterfelijk, in een al even controversiële rol, Alex in A Clockwork Orange (1971). Kubricks ultragewelddadige meesterwerk mag nog maar sinds vijf jaar weer vrij worden vertoond in Groot-Brittannië. Voorheen had de regisseur zijn film weer ingetrokken na aanvallen van conservatieve kerkgroeperingen en pro-gezinsactivisten.

Voor het eerbetoon aan Anderson gebruikte McDowell brieven van Anderson aan hem. "Hij schreef bijvoorbeeld over de begrafenis van Laurence Olivier, hoe hilarisch pompeus die was. Anderson kon knap lastig zijn. Hij had een moeilijk temperament. Als hij in zijn gewone doen was, was hij nog slechtgezind. Maar dat was ergens wel terecht. Hij kon geen onnozelaars uitstaan en zijn radar detecteerde flauwe zever op 400 meter. (glimlach) "Toen ik voor If... auditie deed, wist ik niets van hem, terwijl hij toch al een filmografie had om u tegen te zeggen. Ik heb echter nooit een gepikeerde rotzak ontmoet, zoals hij soms werd afgedaan, al zal dat wel van persoon tot persoon verschillend geweest zijn. Tegenover mij was hij geweldig. En die auditie heeft mijn leven veranderd. Hij had een enorme energie en was erg charismatisch. Ik was onmiddellijk op mijn gemak bij hem en hij wist hoe hij het beste uit zijn acteurs kon halen. Anderson verschafte mij de middelen om als acteur te groeien. Daarmee heb ik een hele carrière kunnen overleven. Ik heb niet moeten drijven op wat de jeugdigheid je aan energie of uiterlijk verschaft. Ook al verdiende ik het niet, hij had voor mij als acteur van in het begin groot respect." If... werd het eerste deel van een klassebewuste trilogie. O Lucky Man! (1973) is een impressionistische zoektocht van een handelsreiziger tegen de achtergrond van de politieke verschuivingen in Groot-Brittannië. In Brittannia Hospital (1982) krijgt McDowell een paardenhoofd als prothese en een dito penis. Pas na de dood van Anderson was McDowell er zeker van dat de gevreesde regisseur gevoelens voor hem koesterde. "Er was altijd een sfeer van seksuele ambiguïteit, maar mijn vermoedens werden pas bevestigd toen ik in zijn dagboeken las dat hij verliefd werd op onbereikbare mensen zoals Richard Harris of mezelf. Ik vond het eigenlijk jammer voor hem dat hij er door zijn strikte opvoeding nooit mee in het reine is gekomen. Anderzijds heeft het er natuurlijk mee voor gezorgd dat hij van de grootste Britse films ooit heeft gemaakt. Ik denk niet dat er voor en na hem nog zulke dingen zijn gefilmd. Zijn leven en werk inspireert me tot op vandaag. Het is zo episch, zo buitengewoon."

Anderson stierf in 1994 aan een hartaanval toen hij in Frankrijk in een meer zwom. McDowell reisde er zo snel hij kon naartoe en ging bij wijze van afscheid in hetzelfde meer zwemmen.

McDowell woont tegenwoordig op twee uur rijden van LA in een sfeervolle Californische vallei met zijn vrouw en zijn jongste zoon, zeven maanden oud. Ondanks zijn veertigjarige carrière, waarin hij aan meer dan honderd personages gestalte heeft gegeven, zit rusten er nog altijd niet in, integendeel. McDowell heeft met zijn staalharde blik en zijn agressief-energieke uitstraling briljante vertolkingen neergezet maar evengoed draaft hij zonder blikken of blozen op in absolute draken. Nu wil hij helemaal van voren af aan beginnen. Hij heeft dit jaar vier films gedraaid en vóór 2006 komen er daar nog zes bij. Ondanks dat hij met de grootste regisseurs samengewerkt heeft, koos hij vaak voor het werk zelf, niet voor de kwaliteit ervan. Met de crisis van de jaren zeventig was het plots gedaan met de Amerikaanse investeringen in de Britse cinema. "Ik liet het 'auteurschap' varen en beschouwde film als een job die geld moest opbrengen."

Later zou McDowell zich nog een alcohol- en drugsprobleem op de hals halen. "Nochtans was cocaïne toen nog niet verslavend." (lacht) Het leidde wel tot zijn echtscheiding van Mary Steenburgen. Van zijn verslaving is hij naar eigen zeggen af. In 1983 was hij een van de eerste beroemdheden die naar de Betty Ford-kliniek stapte. Sindsdien heeft hij niet meer gedronken en is hij als een gek in film na film beginnen acteren. "En er komen, nu ik de zestig voorbij ben, nog mooie rollen aan. Trust me. Hollywood kent me weer."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234