Donderdag 21/01/2021

Henri Salvador De wonderdokter van het Franse chanson

Brussel

Van onze medewerker

Wouter Van Driessche

Mick Jagger een ouderdomsdeken? Dan heeft u waarschijnlijk nooit van Henri Salvador gehoord. Op zijn zesentachtigste blijft de charmezanger uit Frans Guinee goed voor gemiddeld honderd optredens en tweeduizend interviews per jaar. Nostalgie-industrie? Het ligt voor de hand, maar daar heeft het weinig of niets mee te maken. Drie jaar geleden ging Salvadors laatste plaat nog vlot twee miljoen keer over de toonbank. En het heeft er alle schijn naar dat zijn nieuwe album Ma chère et tendre het de komende weken minstens even goed zal doen.

Uit een recente opiniepeiling bleek immers dat Sacré Henri zich net als Zinedine Zidane een van de tien populairste Fransen mag noemen. Dat is, voor alle duidelijkheid, populairder dan Audrey Tautou, Mylène Farmer en Jacques Chirac samen. Ook niet mis: sinds enkele maanden prijken Salvadors naam en foto in de Petit Larousse Illustré. Zijn reactie toen hij het heuglijke nieuws vernam? "Franchement, je me sens enfin un peu moins con." Vrij vertaald: "Ik moet eerlijk toegeven dat ik me eindelijk wat minder idioot voel." Het is een uitspraak die hem minstens evenveel typeert als de duizenden chansons die hij sinds 1933 bij elkaar schreef. Voor de meeste Fransen zal Henri immers altijd Le Fou Riant blijven: de nationale gek die zijn volk leerde schuddebuiken, en schuddebuikend liedjes als 'Le Blues Du Dentiste' bedacht. Nochtans schuilt achter de clown ook een volbloedartiest. Een verlichte jazzgitarist, die tijdens het interbellum in de begeleidingsband van Django Reinhardt speelde. Een prettig gestoorde rebel, die in de jaren zestig met zijn boezemvriend Boris Vian meer dan vierhonderd liedjes componeerde. Een begenadigde songschrijver, die met 'Syracuse' en 'Le Lion est Mort ce Soir' minstens twee tijdloze nummers uit zijn pen perste. En last but not least: een legende onder de legendes, die vriend aan huis was bij Jacques Brel, Quincy Jones en Ray Charles.

Toch lijkt de krasse knar aan zijn zeventigjarige carrière meer ambities dan herinneringen over te houden. Vorig jaar exporteerde hij zichzelf nog naar Japan "om te zien of het daar ook zou werken". Enkele weken geleden nam hij een een duet op met Céline Dion, "voor de jonge fans". Lang niet slecht, voor iemand die in 1966 al verkondigde dat hij reikhalzend uitkeek naar de dag waarop hij niet meer zou moeten werken. Wanneer we Le Grand Henri in een Brusselse hotelkamer met die uitspraak confronteren, vergast hij ons meteen op zijn beruchte bulderlach. "1966? Toen was ik met moeite vijftig! Een jong, onervaren broekje! Een puber! Geen wonder dat ik zo'n onzin uitkraamde! Neen, jongeman: intussen weet ik wel beter. Artiesten werken niet, dus kunnen ze er logischerwijs ook niet mee ophouden. En trouwens: wat zou ik stoppen? Ik ben tegen het pensioen. Stilstaan is achteruitgaan. La retraite, c'est la mort." Als om zijn woorden kracht bij te zetten, vuurt Salvador een nieuw lachsalvo op ons af. En dan, met een kwajongensblik en gespeelde verontwaardiging: "In plaats van gedateerde interviews te lezen, had je je beter geschoren voor je naar hier kwam. Ik ken verdorie clochards die er frisser uitzien!"

Terwijl zijn assistente hem geschokt tot de orde roept ("Hen-ri!"), volgt een nieuwe bulderlach en een samenzweerderige knipoog. "J'adore les femmes quand elles se fâchent."

"Ik kom uit een generatie van doordouwers", vervolgt de zanger terwijl de pretlichtjes in zijn ogen blijven schitteren. "Charles Trenet,Georges Brassens, Maurice Chevalier, Boris Vian: stuk voor stuk artiesten met een tomeloze energie, die zelfs met één voet in het graf van geen wijken wilden weten. Ik herinner me nog een avond bij Jacques Brel, op het einde van zijn leven. Hij was al zwaar ziek, maar toch bleef hij tot vier uur 's ochtends praten, zingen en lachen. Ik wil niet als een betweterige opa klinken, maar dat ongebreidelde enthousiasme is toch iets waar het de huidige generatie muzikanten vaak aan ontbreekt. Tegenwoordig draait alles om geld, en volstaan drie singles al om van een carrière te spreken. Het woord alleen al! Boekhouders, bedienden en zakenmannen, die maken carrière. Artiesten niet: die gehoorzamen aan een roeping, en verdienen daar in het beste geval goed hun brood mee."

Hoe hij zijn roeping zou omschrijven? "Ik zie mezelf graag als un enleveur de soucis: een soort wonderdokter die de mensen heel even de beslommeringen van alledag doet vergeten. Mensen noemen me soms een entertainer, maar zelf heb ik een hekel aan dat woord. Entertainers zijn gebuisde artiesten die onder het mom van amusement alle zin voor esthetiek overboord hebben gegooid. Neem nu het Franse chanson. Toen ik daarvoor viel, was het nog een 16-jarige schoonheid die in een bloemetjesjurk over de Champs Elysées paradeerde. Charmant, sensueel, een tikkeltje uitdagend, maar toch gedistingeerd: een droomvrouw, quoi. Maar wat hebben de entertainers er de laatste jaren van gemaakt? Een ordinaire straathoer die in jeans en een doorkijktopje naar alle voorbijgangers fluit. Idem voor jazz, trouwens. Alleen hebben ze daar een andere naam voor bedacht. Slecht gespeelde jazz heet tegenwoordig gewoon rock-'n-roll. Vijftig jaar geleden had ik me daar zonder twijfel ongelooflijk druk in gemaakt. Maar intussen ben ik daar te oud voor geworden. Ik voel mijn einde naderen en heb geen zin om mijn laatste levensjaren te vergallen met bitterheid of frustratie. Het is een cliché, maar met ouder worden leer je veel relativeren. Tot je eigen leven toe. Toen ik twintig was, had ik angstaanvallen bij het idee dat er ooit een eind aan zou komen. Nu vind ik het eerder een geruststellende gedachte. Oké, ik heb een paar liedjes geschreven, maar ik maak me geen illusies: ook die zullen me geen eeuwen overleven. Binnen honderd jaar is 'Syracuse' nog hooguit een melodietje. Sic transit gloria mundi. En zo hoort het ook."

Wat hij op zijn graf gebeiteld wil zien, willen we bij wijze van slotvraag nog graag weten. Le Fou Riant denkt even na, verslikt zich in een zoveelste bulderlach, en zegt uiteindelijk nog nahikkend. "Hij heeft goed gelachen."

Ma Chère Et Tendre is verschenen bij Virgin. Op 4 maart treedt Henri Salvador, vergezeld van vijftig muzikanten, op in Vorst Nationaal. Info tickets: 0900/260 60.

'Sacré Henri' is populairder dan Audrey Tautou, Mylène Farmer en Jacques Chirac samen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234