Donderdag 20/06/2019

interview

Hendrik Vuye: "Je moet geen onafhankelijke academicus aantrekken en dan verwachten dat hij soldaatje speelt"

► Hendrik Vuye: 'Ik heb drie diploma's behaald. Omdat ik wist: jij hebt geen piston, jij zult het zelf moeten maken.' Beeld FV1 KN

Hij was ze beu, de beruchte debatfiches van de N-VA. "Daarop staat letterlijk wat je moet zeggen", zegt Hendrik Vuye (54). Vandaag, ruim een maand na zijn ontslag uit de partij, is de opluchting groot. "Ik hoef niet meer bang te zijn dat ik iets verkeerds zeg." Een gesprek over particratie, holle kreten en opgroeien als enig kind in Ronse.

"Helemaal niet", zegt Hendrik Vuye. "Ik heb helemaal geen spijt van wat er gebeurd is. Integendeel, ik ben opgelucht. Ik heb mijn intellectuele vrijheid terug. Als ik vandaag een parlementaire vraag stel of een interview geef, hoef ik niet meer bang te zijn dat ik iets verkeerds zeg. Dat was vroeger wel anders."

Op zaterdag 17 september jongstleden, bijvoorbeeld. Die dag verscheen in deze krant een interview met Hendrik Vuye en Veerle Wouters, toen nog Kamerleden voor N-VA en trekkers van de communautaire N-VA-denktank Objectief V. Dat interview schoot bij hun partijvoorzitter in het verkeerde keelgat. Bart De Wever had in een interview met L'Echo gezegd dat een voortzetting van de regering-Michel na 2019 zijn voorkeur genoot, wat zou neerkomen op nog eens vijf jaar communautaire stilstand. Dat konden Vuye en Wouters, als communautaire hardliners, niet aanvaarden. Hun kritiek op De Wever was navenant: "Aanvankelijk liep iedereen slaafs achter zijn politiek genie aan", klonk het. "Maar je ziet dat anderen mondiger worden."

Nog geen week later lagen ze buiten. Ondertussen hebben Vuye en Wouters een eigen website, een tweepersoonsfractie in de Kamer, en een tweede boek in de steigers: na De maat van de monarchie leggen ze de laatste hand aan een boek over België, en de vele grendels die communautaire hervormingen zo moeilijk maken. "Als academicus heb ik maar zelden artikels geschreven met andere collega's", zegt Vuye. "Maar Veerle en ik hebben een intellectuele klik die uitzonderlijk is. Daarom is De Wever er niet in geslaagd om ons uit elkaar te spelen. Wij hadden trouwens niets verkeerds gezegd."

Was het niet vooral dat zinnetje over die 'slaafse' volgelingen van 'het genie' van de voorzitter dat hij u kwalijk nam?

Hendrik Vuye: "Dat is goed mogelijk. De Wever reageerde in elk geval bijzonder emotioneel. En dat bleef een hele week duren. Onbegrijpelijk. Ik zie niet in wat er fout was aan dat zinnetje. Als De Wever die kritiek niet kan verdragen, is hij toch een beetje kleinzerig."

U hebt uw intellectuele vrijheid terug, zegt u. Leg eens uit hoe die vroeger precies aan banden werd gelegd?

"Als partijlid zit je bij de N-VA, en ook bij andere partijen neem ik aan, in een carcan. De communicatie wordt door de partijtop aangestuurd: die laat als het ware de druppeltjes vallen die iedereen geacht wordt te verspreiden, zelfs als je weet dat het druppeltje pure nonsens is. Je krijgt die communicatie kant-en-klaar aangereikt."

Zijn dat de fameuze debatfiches?

"Precies. Dat systeem heeft de N-VA enorm geprofessionaliseerd. Die fiches noemen ze Q&A's, omdat ze in vraag-antwoordvorm zijn opgesteld. Daarom hoort u verschillende politici op dezelfde vragen precies hetzelfde antwoorden: op die fiches staat letterlijk wat ze geacht worden te zeggen."

Daarom zijn de meeste politieke interviews totaal niet meer interessant. Voor journalisten is dat bijzonder frustrerend.

"Voor politici ook, hoor. Die fiches beklemmen je, en als je ervan afwijkt, omdat je zelf je voorbereiding hebt gemaakt, krijg je verwijten. En dat ik dat weleens durfde, afwijken van de fiches, hebt u deze zomer wel gemerkt."

U gaf uw opvolger als Kamerfractieleider Peter De Roover een veeg uit de pan omdat hij ervoor had gepleit de vrijheid van meningsuiting in te perken en ook sympathie voor IS strafbaar te maken.

"Toen ik dat stuk van hem las, verslikte ik mij in mijn koffie. Hij wilde niet alleen de vrijheid van meningsuiting inperken, hij wilde ook een beroepsverbod invoeren, zoals Duitsland dat lang gekend heeft: in de jaren zestig kon je daar als kleuterleidster je job kwijtspelen omdat je lid was van de communistische partij. Ik was geschokt toen ik las dat De Roover in die richting ging. Als bron had hij trouwens Wikipedia gebruikt, wat ik ook schokkend vond: als je ergens niets over weet, zwijg dan, dat is het begin van de wijsheid. Nu goed, de kritiek op De Roover barst los, en er komt een mail van de partij."

Een debatfiche, met de reactie die van u verwacht wordt?

"Juist. Het was een mail van partijwoordvoerder Joachim Pohlmann waarin hij toegaf dat het voorstel van De Roover onvoldragen was, maar tegelijk ook zei dat we het niet mochten afvallen. Wat voor mij als professor staatsrecht natuurlijk onmogelijk is: ik kan het niet maken om als politicus een voorstel te verdedigen waar ik als prof brandhout van moet maken. Heel lastig. Aanvankelijk slaagde ik er nog in om de journalisten een beetje op afstand te houden, maar ik kon geen uitvluchten blijven verzinnen."

En een beetje rond de pot draaien was geen optie?

"Onmogelijk. Ik moet als prof mijn collega's en mijn studenten nog onder ogen kunnen komen. Dus ik moest zeggen wat er scheelde aan dat voorstel van De Roover. Net zoals ik moest zeggen dat een algemeen boerkiniverbod, waar Nadia Sminate iets later voor pleitte, ook niet kan. Op termijn keert die aanpak zich tegen de politiek, omdat mensen op hun honger blijven zitten: er zijn veel mensen die zich storen aan de boerkini, ik ook trouwens, maar een algemeen verbod komt er niet. In plaats van daarvoor te pleiten, zouden politici beter uitleggen wat kan en wat niet kan."

Beeld FV1 KN

Ook minister van Binnenlandse Zaken en oud-partijgenoot Jan Jambon hebt u al onder handen genomen: in uw eerste parlementaire tussenkomst als onafhankelijke veegde u de vloer aan met zijn uitspraak dat de politie zomaar razzia's mag houden bij mensen die illegaal in het land verblijven.

"Een enorme kemel. Je hoeft niet eens jurist te zijn om te weten dat zoiets niet kan: eerst moet de politie het misdrijf vaststellen, dan pas kan er een huiszoeking zijn. Maar goed, het publiek hoort dat graag. En daar gaat het om: partijen zijn alleen nog maar bezig met perceptie, voor individuele parlementariërs die op inhoud willen werken, wordt het hoe langer hoe moeilijker om zich in zo'n partij staande te houden. Ik zag onlangs Rik Torfs, en hij heeft bij CD&V destijds precies hetzelfde meegemaakt."

Is de particratie te verstikkend geworden? U bent weg bij N-VA, Hermes Sanctorum is weg bij Groen en Sarah Claerhout is weg bij CD&V: telkens lag een sterk inhoudelijk meningsverschil aan de basis van de breuk.

"Het goede nieuws is dat dissidenten vandaag het debat reanimeren. Maar het is een vicieuze cirkel: hoe sterker de particratie, hoe kleiner de kans dat je als partij nog sterke persoonlijkheden kunt aantrekken die tegen de stroom durven in te gaan. Als je ziet hoeveel mensen met een academische reputatie de politiek verlaten hebben, is dat al een lange lijst: Eva Brems is weg bij Groen, Marleen Temmerman bij sp.a, Paul De Grauwe bij Open Vld, en ook Frank Vandenbroucke hebben ze bij de socialisten buitengewerkt."

Hoe is het zover kunnen komen?

"Veerle en ik hebben het fenomeen zien ontstaan in de marge van het onderzoek voor ons volgende boek. De particratie duikt op na 1894, het jaar waarin de socialistische partij in het parlement komt, met een enorme partijtucht onder Emile Vandervelde. Maar dissidentie bleef mogelijk. Ook na de Tweede Wereldoorlog. Bij de christendemocraten kon zelfs Gaston Eyskens het zich permitteren om tegen de taalgrens te stemmen in 1963. Zijn partijgenoot Jan Verroken, die de regering-Vanden Boeynants in 1968 deed vallen, was de laatste dissident die het overleefd heeft."

Wanneer is de dissidentie dan definitief gesneuveld?

"Met de opmars van het Vlaams Blok. Daar zien we voor het eerst een enorm strikte partijcommunicatie: altijd dezelfde mensen die het woord voerden, altijd precies dezelfde boodschap. Die strakke communicatie hebben andere partijen overgenomen. De N-VA heeft dat model geperfectioneerd: er bestaat zelfs een woordvoerdersoverleg dat ik het geheim genootschap noem, omdat we nooit wisten wat daar besproken werd."

De bijeenkomst van de spindoctors.

"De perceptie is het enige wat nog telt. Het inhoudelijke is ondergeschikt. Dat is op termijn dodelijk voor de politiek. Kijk maar naar de N-VA: nu Veerle en ik weg zijn, duikt het confederalisme plots weer op. Louter perceptie. Als iemand de voorbije weken het confederalisme op de kaart heeft gezet, is het Paul Magnette wel."

Wat vond u van het PS-verzet tegen het CETA-verdrag?

"Paul Magnette heeft de autonomie van zijn eigen regio opgeëist en heeft Wallonië op de kaart gezet: ofschoon de Europese Unie alleen lidstaten erkent, is de EU toch met hem gaan onderhandelen. Dat is een hele goede zaak, een belangrijke stap in de richting van het Europa van de regio's. Alleen ben ik teleurgesteld dat Vlaanderen niet hetzelfde heeft gedaan. Conclusie: de Waalse democratie heeft beter gewerkt dan de Vlaamse."

Toch heeft Bart De Wever al gezegd dat hij met deze PS nooit meer wil regeren.

"Ik hoor het graag, dat we de PS weer gaan uitroken. Omdat je met die partij zogezegd geen sociaal-economisch beleid kunt voeren. Maar is dat wel zo? Jean-Luc Dehaene heeft destijds belangrijke hervormingen doorgevoerd met de PS. Doet deze federale regering veel dingen die ze mét de PS niet zou kunnen doen?"

Een sterke uitspraak, voor de voormalige fractieleider van de N-VA.

"Er is toch maar een beperkte breuk tussen de regering-Di Rupo en de regering-Michel. De verwachtingen zijn niet ingelost."

Laten we even teruggaan in de geschiedenis: u bent erbij gehaald in 2010, toen N-VA en PS voor het eerst met elkaar onderhandelden, in het mythische Vollezele.

"Ben Weyts had mij gebeld, inderdaad. Ik heb Bart De Wever daar voor het eerst ontmoet. De N-VA had nog geen studiedienst en had expertise nodig. Men kende mij als prof staatsrecht en wist dat ik Vlaamgezind ben."

Waar is de tijd: B-H-V was nog niet gesplitst.

"En dat was niet het grootste struikelblok, zoals sommigen dachten. De gesprekken blokkeerden op de overdracht van sociaal-economische bevoegdheden. Over B-H-V hadden we vrij snel een akkoord binnen handbereik - ik kreeg zelfs de boodschap dat ik wat moest remmen, omdat B-H-V ons toeliet om druk te blijven uitoefenen."

Wat hebben die onderhandelingen u geleerd?

"Dat we de methode moeten veranderen. Bij de volgende staatshervorming moeten we ons eerst afvragen wat we nog samen willen doen."

Is dat het fameuze artikel 35 uit de grondwet?

"Dat denken sommigen. Maar dat artikel is een van de grootste grappen uit onze grondwettelijke geschiedenis: het was een trucje van Dehaene om wijlen VU-voorzitter Hugo Schiltz over de streep te halen, maar daarmee heeft Schiltz een kemel geschoten. Om artikel 35 in werking te laten treden, heb je zoveel meerderheden nodig dat het in de praktijk een grendel is. De logica is wel de juiste: we moeten ons op een rationele manier afvragen wat we best samen kunnen doen. De rest moeten we splitsen."

Kan zoiets wel op een strikt rationele manier? Worden zowel Franstaligen als Vlaams-nationalisten niet aangedreven door emotie? Hoe is dat bij u?

"Ook bij mij zal de emotie er wel voor een stuk bij zitten. Ik ben opgegroeid in Ronse, ik ben dus een taalgrenskind. In Ronse kon je iemands sociale klasse afleiden uit de taal die hij sprak. De arbeiders spraken Ronsisch, wie iets hoger op de ladder stond sprak iets dat op Nederlands leek, en de toplaag sprak Frans. Voor mij is tennis nog altijd een rijkemensensport, omdat het in Ronse alleen door Franstaligen werd gespeeld. (lacht) Maar goed, vandaag bekijk ik alles puur rationeel, als academicus."

Wat is het centrale probleem van de Belgische staat?

"De staat is zo complex dat ik het niet meer aan studenten uitgelegd krijg. Dat is vooral het gevolg van de vijfde en de zesde staatshervorming, want tot 2000 was alles nog een stuk gemakkelijker. Vandaag is zelfs mobiliteit communautair geworden, zoals blijkt uit de discussies over het rijbewijs met punten, bijvoorbeeld. Als Vlaanderen volledig bevoegd was, zou dat er bij ons al zijn."

Is het niet bijzonder tragisch dat Vlaams-nationalisten dit land te complex vinden, terwijl net al die staatshervormingen, die zij hebben gewild, dit land zo complex hebben gemaakt?

"Dat komt omdat men de verkeerde methode heeft gevolgd. Ik gebruik altijd het beeld van een ui: aanvankelijk kun je die makkelijk pellen, maar vrij snel zit je bij de kern. Dat is vandaag het geval met België: we zitten bij de kern. En dus zullen we voor de laatste staatshervorming, of staatshervormingen, van methode moeten veranderen."

Maken al die complexe structuren onze overheid niet nodeloos duur?

(knikt) "België heeft negen parlementen, acht regeringen, drie hoogste rechtscolleges - dat is van het goede te veel. Daar moet inderdaad bespaard worden. Anders moeten we blijven besparen zoals vandaag: waar het mensen pijn doet. Een minder complex model zou niet alleen goedkoper, maar uiteraard ook efficiënter zijn."

Moet Vlaanderen eenzijdig de onafhankelijkheid uitroepen, zoals Vlaams Belang zou willen?

"Dat is een mogelijkheid, ja. Het Vlaams Parlement is even legitiem als het federale. Het enige probleem is dat je sowieso ook dan nog zult moeten onderhandelen over Brussel. Die knoop wordt ook door de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring niet opgelost. Mij zou het niet storen mocht het Vlaams Parlement dat doen. Ik zeg alleen: denk niet dat het daarmee ineens voorbij is."

Uw opvolger als N-VA-Kamerfractieleider Peter De Roover verklaarde onlangs dat zijn partij voor zo'n stemming best wil samenwerken met Vlaams Belang.

"Ik zou daar ook toe bereid zijn. Voor Veerle en mij is het cordon sanitaire achterhaald. Wij zullen alle wetsvoorstellen en ideeën van Vlaams Belang op de inhoud beoordelen."

"Wat mensenrechten betreft, verschillen wij uiteraard fundamenteel van mening met die partij. Maar op communautair vlak leunen wij tegen elkaar aan. Nu, wat die piste van de onafhankelijkheid betreft: voor mij is dat geen romantisch beeld meer van een 19de-eeuwse, onafhankelijke natiestaat Vlaanderen."

Dat zei Vlaams minister-president Geert Bourgeois onlangs ook.

"Omdat hij dat van mij heeft overgenomen. Dat is al geruime tijd mijn stelling: sommige clusters winnen aan belang, zoals de Europese Unie, bijvoorbeeld. Andere verbanden verliezen aan belang, zoals België, bijvoorbeeld. België verdampt, de Europese Unie wordt almaar sterker. En als Vlaanderen onafhankelijk wordt, betekent dat niet dat we uit de EU stappen, of uit de Benelux, of uit de NAVO."

Of uit België.

"Daar biedt de confederatie voordeel: we zouden de staatsschuld op dat niveau kunnen houden. Als we die schuld splitsen, ontstaat er paniek op de financiële markten, wat nefast zou zijn voor Wallonië en Vlaanderen. Veerle en ik spreken nu niet meer over het confederale model, maar over een onafhankelijk Vlaanderen binnen een confederatie. Een van de grote voordelen is dat de deelstaten dan mee aan de Europese tafel zitten. Dat is de inzet van het debat: niet België, maar Vlaanderen en Wallonië moeten het debat in de EU voeren."

Welk voordeel heeft dat?

"Dan zouden Paul Magnette en de PS België niet meer blokkeren met hun verzet tegen CETA, dan zouden ze het debat rechtstreeks aan de Europese tafel blokkeren. En dan zou er in Vlaanderen ook over gedebatteerd kunnen worden. Want nu werd verzet meteen gekoppeld aan de PS. Als Vlaanderen zelf aan tafel zit in de EU, zou dat het democratisch debat hier ten goede komen. Dan zouden wij CETA niet kritiekloos hebben aanvaard, uit angst met de PS te worden geassocieerd."

Beeld FV1 KN

Bevond u zich eigenlijk aan de linkerkant van de N-VA?

"Toch wel. In de jaren tachtig was ik lid van de Volksunie-jongeren. Toen zat ik al op de linkse, ethisch progressieve lijn. Ik heb met de VU gebroken toen ik toenmalig voorzitter Vic Anciaux op een debat hoorde zeggen dat een Vlaams-nationalist nooit voor abortus kon zijn. Bij de N-VA zat ik ook aan de sociale kant. Ik vind de vakbonden bijvoorbeeld wél nuttig. Ze moeten hervormd worden, rechtspersoonlijkheid krijgen, dat wel. Maar u zult mij nooit horen zeggen dat de wereld een betere plek zou zijn zonder vakbonden."

Zijn er N-VA'ers die daar anders over denken?

"Dat zou ik geloven. (lacht) Een retorische vraag, neem ik aan? Ik had het moeilijk met dat vakbondpesten. Een voorbeeld: de aftrekbaarheid van de vakbondspremie. Als de kleine man één aftrekpost heeft, dan is het die wel. Ik zou het nog verdedigbaar vinden als men in alle aftrekposten zou snoeien, maar als men alleen die vakbondspremie viseert, is dat pestgedrag. En een bewijs dat men zijn dossier niet kent."

Hoe bedoelt u?

"Waarom bestaat die aftrekpost van de vakbondspremie? Daar is een goede reden voor: omdat ook de werknemers die niet bij de vakbond zijn, de voordelen ondervinden van een akkoord dat wordt onderhandeld."

In 2010 heeft de RTBF eens een kritische reportage over u gemaakt: de vraag luidde of het wel geoorloofd was dat een Vlaams-nationalist die voor N-VA werkte, les kon geven in staatsrecht aan een Waalse universiteit.

"Tot twee keer toe zijn ze komen zoeken naar studenten die iets slechts over mij wilden zeggen. Maar ze hebben daar twee keer hun tanden op gebroken. De studenten kennen mij. Er is een verschil tussen de prof en de politicus Vuye. De prof zal altijd alle visies als evenwaardig presenteren. Dat weten de studenten erg goed. Tegelijk appreciëren ze mijn ietwat rebelse imago. Net zoals ik moeite had met de partijtucht, zal ik ook nooit zomaar klakkeloos zeggen wat de universiteit zegt."

Waar komt dat rebelse vandaan?

"Ik heb altijd moeten vechten. Ik heb altijd alles alleen moeten doen. Met mijn sociale achtergrond was het niet vanzelfsprekend dat ik naar de universiteit ging."

"Ik wist dus goed dat ik er alleen voor stond. Daarom heb ik drie diploma's behaald. Omdat ik als jongen van 18 al wist: jij hebt geen piston, jij zult het zelf moeten maken, je zult moeten vechten en tonen dat je beter bent dan een ander. Ik had ooit gezien dat Hugo Schiltz drie diploma's had. Dat wilde ik ook."

Maar hoe bent u daar rebels van geworden? Het had toch ook gekund dat u zich net erg conformistisch zou hebben gedragen, om hogerop te kunnen geraken?

"Mijzelf conformeren is nooit gelukt. Ik heb aan mijn persoonlijke ervaringen een zeer grote onafhankelijkheid overgehouden. Ik was enig kind en mijn ouders zijn gescheiden toen ik vier was. Mijn grootmoeder heeft mij onafhankelijk opgevoed. Conformeren was ook moeilijk voor mij omdat ik lang niet heb geweten hoe ik mij sociaal moest gedragen. Zelfs als assistent durfde ik een prof niet aan te spreken. Altijd bang om iets verkeerds te doen. Beetje bij beetje heb ik mij aan dat academische milieu kunnen aanpassen."

Hebt u een probleem met hiërarchie?

"Ik zal de hiërarchie nooit blindelings volgen. En ik zal vandaag voor niemand mijn mond houden. Er is een verschil tussen macht en gezag. Macht is structureel, die verkrijg je door je plek in het organigram. En daar heb ik een probleem mee. Gezag is iets anders, dat verwerf je op basis van je verdiensten. En daar heb ik geen probleem mee. Daarom was het laatste voorstel van N-VA, dat Veerle en ik voortaan onze communicatie moesten voorleggen aan ondervoorzitter Sander Loones, onaanvaardbaar voor ons. Mijn echtgenote zei toen: kénnen ze jou bij de N-VA nu nog niet?"

Blijkbaar niet?

"Dat gevoel houd ik er dus ook aan over. Vreemd. Ik heb tot twee keer toe geweigerd om op een lijst te staan. Ze moeten mij van tevoren toch even gescreend hebben, zou je denken. Ik kan mij niet inbeelden dat iemand zou gezegd hebben: och, die Vuye, daar gaan we geen last mee hebben, die doet alles wat we vragen. Als je soldaatjes wil, moet je soldaatjes vragen. Je moet geen onafhankelijke academicus aantrekken en dan verwachten dat hij soldaatje speelt."

Zelfs uw kritiek op het koningshuis, naar aanleiding van het ongrondwettelijke huwelijk van prins Amadeo, werd u niet in dank afgenomen.

"Inderdaad. Toch vreemd, dat je bij de N-VA zelfs daarover moet zwijgen. Als ik mij als een domoor moet gedragen als het over mijn vakgebied gaat, weet ik het niet meer."

Moet het koningshuis verdwijnen?

"In mijn ideale wereld wel. Het moet in elk geval verregaand gemoderniseerd worden, zoals men dat in Nederland doet. Daar wordt nu zelfs gediscussieerd over de vraag of de koning ook belastingen moet betalen. Hier nog niet. Het koningshuis kost 36 miljoen euro, met nul controle. Veerle vraagt in de bevoegde Kamercommissie inzage in de besteding van de dotaties. En die krijgt ze niet."

Van wie niet?

"Van Kamervoorzitter Siegfried Bracke. Hij moet het op de agenda zetten. Ach, de 'V' van N-VA is nog evenveel waard als de 'V' in Open Vld: men mag nog duizend keer de confederale strategie benadrukken, feit is dat de N-VA gewoon een liberale partij geworden is. En het beleid dat ze voert, is op een aantal punten duidelijk in het nadeel van Vlaanderen. Kijk maar naar de roerende voorheffing, die gestegen is tot 30 procent. Wie gaat die betalen, denkt u? De Vlamingen, toch?"

Tot slot: wilt u met Vuye & Wouters meedoen aan de verkiezingen van 2019?

"Dat zullen we zien. Wij zijn twee rationele mensen, dus we doen alles stap voor stap. We hebben nu een eigen fractie, weliswaar zonder financiële ondersteuning omdat we maar met twee zijn. Vlaams Belang, dat drie vertegenwoordigers heeft in de Kamer, heeft voorgesteld om samen een technische fractie te vormen, zodat we wel financiering zouden krijgen, maar daar zijn we niet op ingegaan. Wij willen niet achter een cordon terechtkomen. Wij willen op een inhoudelijke manier aan politiek doen."

Vreest u niet dat u na 2019 helemaal niet meer aan politiek zult kunnen doen?

"Die kans bestaat, ja. En dat zou jammer zijn. Wij gaan net proberen aan te tonen dat de particratie beklemmend werkt, een goede werking van de democratie belemmert, en vooral: dat een politieke partij voortdurend liegt. Hoe vaak heb ik niet moeten horen dat mijn juridische opmerkingen niet relevant waren omdat het over politiek ging, bijvoorbeeld na mijn kritiek op de ballonnetjes van Peter De Roover en Nadia Sminate."

Toch is de kans groot dat u eindigt als de zoveelste academicus die zich te pletter liep tegen de logica van de Wetstraat.

"Dat is mogelijk. Maar dan moeten we ons toch een afvragen waar het probleem zit: bij die academici, of in de Wetstraat? Weet u wat ik trouwens eigenaardig vind? Er is één beroepscategorie die het wél altijd uitstekend doet bij een overstap naar de politiek: journalisten. (grijnst) Dat is toch iets om over na te denken."

Beeld FV1 KN
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden