Dinsdag 13/04/2021

InterviewHendrik Vos

Hendrik Vos: ‘Sommige opiniemakers wekken de indruk dat wij worden bestuurd door een bende pummels en idioten’

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Hakenkruisen op de woning van de premier, gekibbel op de sociale media, doemberichten in de pers over een falend vaccinatiebeleid: het ergert Hendrik Vos (48). De Gentse professor, die als geen ander de politieke hutsepot uit de Europese keuken kan ontleden, pleit voor minder geschreeuw en meer empathie.

U heeft net een examenperiode achter de rug. Hoe zijn de studenten eraan toe?

Hendrik Vos: “Het merendeel ziet af. Jongeren zouden nu moeten feesten, reizen, een lief vinden en vrienden maken voor het leven. ‘Waar is die beste tijd van mijn leven nu?’, vragen ze zich af. Veel eerstejaars zagen bij de examens voor het eerst hun klasgenoten. Dat is heftig. Voor volwassenen is dit een bizar anderhalf jaar, maar voor veel jongeren voelt deze beklemmende periode aan als het einde van de wereld.”

Wat vindt u van de oproep van Child Focus-directeur Heidi De Pauw om jongeren voorrang te geven bij de vaccinaties?

“Jongeren eerst vaccineren heeft volgens de virologen niet veel zin. Ook wie ingeënt is, blijft besmettelijk. We moeten wel proberen om jongeren zo snel mogelijk weer een leuk leven te laten leiden. Dat vind ik een grotere prioriteit dan het heropenen van de kappers, al ben ik niet het type dat daar vaak naartoe gaat. (lacht)

Hoe slaat u zich door de lockdown?

“Ik voel mee met iedereen die lijdt, maar zelf heb ik er niet zoveel last van. Ik ben een introvert die zich graag terugtrekt met een boek of alleen door het landschap zwerft. Het is wel jammer dat ik het voorbije jaar minder vaak naar mijn huis in de Provence kon.

“Ik probeer deze periode te bekijken als een experiment. Het doet deugd dat mijn agenda minder dwingend is. Ik zit minder in de wagen, waardoor ik minder vaak hoofdpijn heb. Normaal rijd ik als een Vlaamse zanger van Lanaken tot De Panne om over Europa te praten, nu zijn die lezingen afgelast.”

Waarom geeft u die lezingen?

“Ik lees te veel onzin over Europa. ‘De EU kost ons belachelijk veel geld!’ Nee, ze kost ons bijna niets. Onze nettobijdrage aan Europa bedroeg de voorbije jaren amper 86 euro per Belg. Dat is 32 cent per dag. En via de eengemaakte Europese markt verdienen we daar een veelvoud van terug. Ter vergelijking: het overheidsbeslag in België is goed voor 248 miljard euro, of zo’n 21.600 euro per Belg.

“Een andere klassieker is: ‘Europa luistert niet naar de mensen.’ Toch wel, Europa is vaak té democratisch en luistert naar te véél mensen. En omdat al die mensen iets anders willen, gaat het niet genoeg vooruit. In België is dat ook vaak het geval.”

Midden januari schreef u een vlijmscherpe column in De Standaard getiteld ‘Kronieken uit het apenland’, waarin u zich ergerde aan het negativisme in de media.

“Het huidige debat lijkt wel een competitie om ter hardst schreeuwen. De zin voor nuance is weg. Sommige opiniemakers en journalisten willen blijkbaar alleen nog onderstrepen dat we in een apenland leven en dat de Europese Unie niet werkt. Hun commentaren worden volop geliket en gedeeld door Kwik, Kwek en Kwak, waardoor steeds meer mensen geloven dat we worden geregeerd door een bende pummels en idioten. Wat brengt dat ons bij?”

Is het niet de rol van de pers om kritisch te blijven, ook in tijden van pandemie?

“Uiteraard, maar we slaan een beetje door. Die stroom aan negativisme is niet onschuldig. Voor je het weet, schildert iemand hakenkruizen op de gevel van de premier of duikt er in het parlement een beschilderde gek op met een bizonkop op zijn hoofd. (lacht)

“Die commentatoren zijn vaak ook niet consequent. Ze wijzen naar Nederland als gidsland, tot het daar fout loopt. Dan moeten we plots zijn zoals Zweden of Australië. Maar dat is een oneerlijke vergelijking: Australië is een eiland en Zweden is vijftien keer minder dichtbevolkt.

“Noem mij naïef, maar ik geloof dus écht dat beleidsmakers hun uiterste best doen om weloverwogen beslissingen te nemen. Alle Europese landen worstelen met de corona-aanpak: worden die dan allemaal bestuurd door pummels?”

Wordt u dan nooit kwaad op politici?

“O ja, ik kan zeer verontwaardigd zijn over de streken van Donald Trump en Nigel Farage. Ik ben het vaak ook niet eens met Europese beslissingen. Toch betrap ik mezelf erop dat ik onze beleidsmakers steeds vaker verdedig. Ze krijgen de schuld voor alles wat fout loopt. Dat vinden veel mensen makkelijk: dan hoeven ze zelf niet in de spiegel te kijken. De EU is één grote compromissenfabriek: onze leiders hebben de ondankbare taak om onder zware druk heel uiteenlopende meningen samen te lijmen tot iets werkbaars. Iedereen vindt altijd dat het beter kan, maar misschien is de definitie van beschaving dat het Grote Gelijk niet bestaat, en er meerdere kanten zitten aan een verhaal.

“In Europa hebben we altijd van mening verschild. Vroeger losten we dat op door elkaar om de zoveel tijd de kop in te slaan. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we beslist om alleen nog ruzie te maken aan de onderhandelingstafel. Dat levert ons nu al 75 jaar vrede en vooruitgang op. Geen kwade verdienste, maar veel mensen vinden dat nu evident. Toch is de Europese democratie broos: er staan altijd roepers op die hun eigen grote gelijk willen opleggen, desnoods met geweld.”

Hoe kijkt u naar de uithaal van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die Marc Van Ranst – vrij vertaald – opriep om zijn adviezen af te leveren en verder zijn bek te houden?

“De manier waarop wetenschappers worden aangepakt, is zorgwekkend. Bouchez geeft de experts graag de schuld voor de strenge maatregelen, zodat hij politiek kan scoren. Maar in de regering volgt de MR braafjes de virologische adviezen op. Zonder de experts zou Bouchez wellicht hetzelfde beleid voeren. En anders had hij al een paar keer fors moeten bijsturen. Herinner u zijn kritiek op de beperkingen rond Kerstmis: alle landen die toen hebben versoepeld, zitten nu in de miserie.

“Er zijn geen vijftig manieren om een pandemie onder controle te houden. De laatste maanden doet België dat zeer goed, omdat de experts weer mee aan het stuur zitten. De regering-Wilmès heeft de tweede piek veel hoger gemaakt door minder naar hen te luisteren en te laat in te grijpen.”

Hebt u ooit overwogen om zelf in de politiek te stappen?

“Ja, maar ik ben te gehecht aan mijn vrijheid en mijn vel is niet dik genoeg. Ik moet nu al wegblijven van Twitter als ik een column heb geschreven. Zeker als het over vluchtelingen gaat. Mijn verontwaardiging is zo groot dat ik erover móét schrijven, maar als ik nadien al die racistische bagger lees, word ik zo ongelukkig dat ik in de zetel onder een dekentje kruip. Zo’n Marc Van Ranst staat nu al een jaar onafgebroken op de barricades, met alle scheldpartijen en bedreigingen die daarbij horen. Daar is veel moed voor nodig.”

Waarom raakt het vluchtelingenthema u zo?

“Ik besef dat ik op een veel slechtere plek geboren had kunnen worden. Dan zou ik ook proberen iets van mijn leven te maken. Smalend doen over mensen die in de miserie zitten vind ik het laagste dat er is. Maar helaas stuit elke poging tot begrip of menselijkheid die je in dat debat probeert te brengen op een muur van haat. ‘Laat hen verdrinken.’ Van zulke commentaren word ik echt emotioneel.”

Stel dat u straks in een koffiebar iemand aan de tafel naast u hoort tekeergaan over ‘die bruine apen’, komt u dan tussen?

“Die kans bestaat. Ik kan in zulke situaties moeilijk kalm blijven. Mijn hartslag stijgt en mijn bloed gaat aan de kook. In het verkeer heb ik dat ook. Ik ben al slachtoffer geworden van zware verkeersagressie.”

U, de minzame professor?

(lacht) Ik werd met de fiets gehinderd door een chauffeur die in de file stond. Die man probeerde de weg te blokkeren voor elke fietser die hij in zijn achteruitkijkspiegel zag naderen. Ook ik had prijs: toen ik hem wilde voorbijsteken, week hij uit om mij van de baan te rammen. Om een val te vermijden, sloeg ik op zijn venster. Hij stapte uit. Ik riep iets lelijks, en voor ik het wist lag ik op de grond met een blauw oog en een hersenschudding. De rechter heeft hem een voorwaardelijke gevangenisstraf gegeven. Hij had al een fraai palmares van verkeersovertredingen, agressie-aanvallen en dreigementen. Toch heb ik het niet te hard gespeeld. De rechter vroeg of ik me burgerlijke partij wilde stellen, zodat ik een forse schadevergoeding kon eisen, maar dat heb ik niet gedaan.”

Waarom niet?

“Och, ik heb daar een nacht slecht van geslapen en ben twee dagen arbeidsongeschikt geweest. Hij moest wel mijn medische kosten betalen. Dat geld heb ik geschonken aan een vzw die zich inzet voor verkeersslachtoffers. Maar ik had een beetje medelijden met die man. Het moet niet makkelijk zijn om met zo’n kort lontje door het leven te gaan. Misschien heeft hij een moeilijke jeugd gehad? (lacht)

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

VACCINNATIONALISME

De voorbije weken stond de EU neus aan neus met de farmabedrijven, omdat zij minder vaccins leveren dan beloofd. Europees president Charles Michel dreigde zelfs met rechtszaken en een uitvoerverbod voor AstraZeneca.

“Die brutaliteit zijn we niet gewend van de EU. Normaal zou men een batterij diplomaten aan het werk zetten die achter de schermen een deal onderhandelen. Maar nu de vrees bestaat dat AstraZeneca de Britten eerst wil bevoorraden en de hele bevolking dagelijks vol ongeduld naar die vaccinatiestatistieken zit te kijken, moet Europa het wel hard spelen voor de camera’s. Toch denk ik dat het bij dreigementen zal blijven. Die vaccinbusiness is zeer internationaal: grondstoffen komen van hier, spuiten van ginder. Als je een uitvoerverbod gaat opleggen, is het binnen de kortste keren overal ‘eigen materiaal eerst’.”

Heeft de EU zich niet een beetje laten rollen?

“Maar nee. Uiteráárd zijn die contracten met de farmabedrijven louter inspanningsverbintenissen: Europa kocht iets dat nog niet bestond. Het stoort me dat we die vaccinatie als een wedstrijd zien. In de Ronde van Frankrijk is het ook niet zo belangrijk in welke volgorde de renners aan de eerste tussensprint passeren. De prijzen worden uitgedeeld aan de meet.”

De Israëli’s lijken wel al buiten schot.

“Ja, zij hebben juist gegokt: ze hadden goede contacten bij Pfizer en betaalden een hogere prijs. Daarom besliste het bedrijf om Israël als een soort proeflab te gebruiken. Als hun vaccin niet had gewerkt, zat Israël nu in de shit.

“Maar ook wij zijn heel snel gestart. In Afrika, Zuid-Amerika en het grootste deel van Azië staan ze nog nergens, met het risico dat daar mutanten ontstaan waar de vaccins niet tegen opgewassen zijn. Dat wil blijkbaar niemand geweten hebben. Het is ieder voor zich en alle Europese landen zitten mee in de kop van het peloton.”

Ook de Britten liggen voor. Zij willen bewijzen dat ze beter af zijn zonder Europa.

“Ze zijn minder bureaucratisch, maar ze nemen risico’s. Ze hebben de vaccins razendsnel goedgekeurd en wachten met de tweede inenting. Pfizer adviseert om de tweede dosis na drie à vier weken toe te dienen. De Britten wachten daar drie maanden mee en geven liever een grote groep de eerste spuit. Het risico is dat mensen zo maar een beetje immuun worden, en dat het virus zich wapent tegen het vaccin.”

Maar vindt u niet dat de bureaucratie Europa afremt?

“Die bureaucratie is te wijten aan de lidstaten, die altijd over de schouders van de Europese Commissie willen meekijken. Degenen die zeggen dat Europa te log is, zijn dezelfden die vinden dat je Europa streng moet controleren. Eén ding is zeker: als de EU niet bestond en België op eigen houtje vaccins had moeten bestellen, zouden we er nu minder krijgen.”

Tenzij we zoals de Israeli’s twee keer meer hadden betaald.

“Maar dan zit je in de jungle. Daar wordt alleen de farmasector beter van.”

Er is ook kritiek op de Europese ‘wafelijzerpolitiek’. Men bestelde niet alleen vaccins bij het Duitse Pfizer, ook het Franse Sanofi moest een deel van de koek krijgen. Helaas zag Sanofi zijn vaccin mislukken.

“De Franse president Macron heeft ongetwijfeld aangedrongen om ook bij Sanofi te bestellen. Maar het was ook wijs om niet op één paard te wedden.”

Wat doet deze pandemie met de EU?

“Ze komt hier sterker uit. Alweer. We hebben de voorbije jaren veel crisissen gehad: de bankencrisis, de eurocrisis, de vluchtelingencrisis, terreuraanslagen, de brexit. Elke keer werd gezegd dat Europa op zijn gat lag. ‘Nog één keer blazen en ’t is gedaan.’ Het was net omgekeerd! Al die crisissen speelden zich af op domeinen die de lidstaten niet wilden lossen. Tot ze na veel ploeteren beseften dat het niet anders meer kon. Daardoor bewaken we nu stilaan samen onze grenzen, wisselen onze inlichtingendiensten informatie uit in de strijd tegen terreur, hebben we sancties afgekondigd tegen Rusland en lanceerden we een gemeenschappelijk steunpakket van 1.500 miljard euro om Europa na de crisis uit het slop te trekken. En wie had een jaar geleden durven denken dat we samen vaccins zouden aankopen?”

Hongarije en Polen blokkeerden het Europese steunpakket een halfjaar lang, omdat het geld voor de lidstaten werd gekoppeld aan hun respect voor de rechtsstaat. Uiteindelijk werd dat mechanisme door hun chantage flink uitgehold. Moeten we die twee lastige kinderen niet gewoon uit de club flikkeren?

“Hongarije en Polen lopen er overal de kantjes af: ze willen geen migranten opvangen, doen minder klimaatinspanningen, treden de mensenrechten met de voeten… Dat is zorgwekkend. Als je ‘homovrije zones’ installeert, journalisten opsluit en rechters beïnvloedt, ondergraaf je de kernwaarden van Europa. Het ergste is dat daar in Hongarije een draagvlak voor is: president Orbán is vrij populair. Daaraan zie je dat de democratie zichzelf kan afschaffen.

“Maar die landen eruitgooien kan niet volgens de spelregels. De EU kan een lidstaat wel straffen, maar dat vereist unanimiteit. En zolang Polen en Hongarije elkaar de hand boven het hoofd houden, lukt dat niet. Ze zijn ook zo slim om niet zelf op te stappen: ze beseffen hoeveel geld Europa hen oplevert.”

We moeten Orbán dus gewoon uitzweten?

“Ja, maar we kunnen hem harder onder druk zetten. Toen hij de doodstraf wilde herinvoeren, reageerden andere lidstaten zo heftig dat hij zijn staart weer introk. Dat moeten we vaker doen.”

Weegt Orbán ook hard op het migratiebeleid dat de EU voert?

“Ook in de rest van Europa is een meerderheid voor een streng migratiebeleid. Wij geven de Turken geld om vluchtelingen tegen te houden aan de grens, we betalen de Libiërs om boten te onderscheppen – ook al weten we dat de opvarenden mishandeld en verkracht worden – en er zijn sterke aanwijzingen dat de Europese kustwacht sloepen terug de zee induwt. Onze regeringsleiders sluiten daar de ogen voor, ze schieten liever wat op Orbán. Nochtans staat de ‘eerbied voor de menselijke waardigheid’ bovenaan het Europese Verdrag. Waar is die als je havelozen op gammele bootjes terug de zee induwt?

“Veel Europese politici denken: ‘Elke vluchteling die we niet zien, is ons probleem niet’. Daarom pleiten ze zo graag voor grote asielhubs in Noord-Afrika. ‘Geef Egypte en Tunesië een zak geld en ze doen dat wel.’ Echt? Dat wordt een kamp Moria (het gigantische vluchtelingenkamp op het eiland Lesbos, red.) maal tien! Een magneet voor asielzoekers uit heel Afrika en het Midden-Oosten. Nu, de Europese leiders hebben het geprobeerd, hoor. Zonder succes.”

Maar als elke regeringsleider ‘Wir schaffen das’ roept, is het over vijf jaar misschien gedaan met Europa. Dan dreigt extreemrechts overal aan de macht te komen.

(zucht) Mogelijk. Toch weiger ik me neer te leggen bij dat gebrek aan menselijkheid. We zouden minstens onze eigen hypocrisie kunnen aanpakken. Vluchtelingen uit Jemen opvangen willen we niet, maar we sturen vanuit Wallonië wel wapens naar Saudi-Arabië.”

Hoe doet Charles Michel het intussen? In april vorig jaar zei u: ‘Niemand luistert als hij iets zegt.’

“Dat was te cynisch. Het is niet de bedoeling dat hij veel op de voorgrond treedt. Zijn job is die van dealmaker achter de schermen. Dat is een totaal andere job dan de Amerikaanse president heeft. Michel zou wel pittiger kunnen communiceren. Ook zijn Engels blijft een handicap. In Europese kringen circuleert de grap dat het Engels van Charles Michel is getest: het blijkt niet de Britse variant te zijn. (hilariteit)

Europa wil de banden met de Amerikanen weer versterken. Ziet u Trump nog terugkeren?

“Nee. In 2024 zal hij 78 jaar zijn, dan begint de leeftijd te spelen. Hij zal ook de handen vol hebben om uit de gevangenis te blijven en faillissementen te vermijden. Deutsche Bank, de laatste bank die hem nog leningen wilde toestaan, heeft nu ook de samenwerking stopgezet. Alle schuldeisers staan aan zijn deur te kloppen.

“Het trumpisme zal wel voor miserie blijven zorgen, al ben ik niet zo bang als sommige analisten. Die bestorming van het Capitool leek me meer een vroege versie van carnaval dan dé grote bedreiging voor de democratie. Ik ben ook geen fan van vergelijkingen met de jaren 30. Meestal loopt het allemaal zo’n vaart niet.

“Trump heeft veel getoeterd, maar zijn zotste beloftes kon hij niet waarmaken. Bij mijn weten hebben de Mexicanen geen dollar betaald voor de grensmuur. Toen de extreemrechtse Lega in Italië mee aan de macht kwam, hield ook iedereen zijn hart vast. Ze zouden Italië uit de EU doen stappen. Op vlak van migratie deden ze vreselijke dingen, maar ze bleven wel braafjes in de EU. Ze beseften dat de herinvoering van de lire gelijkstaat aan economische zelfmoord.”

Zegt u nu dat we niet te bang moeten zijn voor de dag dat extreemrechts bij ons aan de macht komt?

“Misschien ben ik naïef, maar ik geloof dat er genoeg waarborgen zijn in onze rechtsstaat om grote zottigheden te voorkomen.”

Volgens Amerikakenner Bart Kerremans hielden de democratische instituties in de VS toch maar op het nippertje stand. De Republikeinse partij boog heel ver mee met Trump en de rechtse tv-zenders kwaken zijn leugens nog altijd na.

“Maar Justitie heeft wél standgehouden. In het Westen hebben de meeste mensen te veel te verliezen bij een revolutie. De honden blaffen veel, maar slechts een minderheid wil echt bijten.”

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

MONT VENTOUX

Droomde u er als kind al van om professor Europese politiek te worden?

“Ik wilde eerst missionaris worden, nadat ik het boek Polleke wordt missionaris had gelezen. Later droomde ik ervan om moorden op te lossen als detective. Over politiek werd bij ons thuis niet gesproken, ik kom niet uit een intellectueel gezin. Mijn papa werkte in een beschutte werkplaats, mijn mama bleef thuis voor ons. Wij stonden op een lijst van arme mensen. Onze televisie was een gift van de onderpastoor en we droegen vooral tweedehands kleren. Met kerst en Sinterklaas kwam de serviceclub cadeautjes en een voedselpakket met een fles wijn bezorgen. Ik kon nooit mee op sneeuwklassen. Maar ik heb dat nooit als armoede ervaren. Mijn ouders stelden de juiste prioriteiten. Mijn papa tuinierde ook, waardoor we nooit honger leden. Mijn broers en ik konden alle drie studeren aan de universiteit. Ik ben de domste van de drie.”

Dat is kras.

“Mijn ene broer heeft gedoctoreerd in de geologie, de andere is psycholoog. Ik kan me niet herinneren dat wij ooit een onvoldoende hebben gehaald. Als kind al waren wij gepassioneerd door wiskunde en verslonden we boeken. Ik heb de volledige bibliotheek van Puurs uitgelezen. Als student koos ik voor politieke wetenschappen: ik wilde de wereld leren begrijpen. Nadien had ik het geluk dat er zich op het juiste moment kansen aandienden. Ik kreeg les van de fantastische prof Helmut Gaus. Over hem werd lacherig gedaan, vanwege zijn theorie over de lengte van de rokken, die mee evolueert met bepaalde economische curves. Hij gaf me de kans om te doctoreren. En daarna kwamen er middelen vrij om een nieuwe prof aan te nemen.”

Waarom koos u voor Europa als specialisatie?

“Al de rest was bezet! (lacht) Rik Coolsaet deed de internationale politiek, Carl Devos de Wetstraat, Herwig Reynaert de lokale politiek en Ruddy Doom de noord-zuidverhoudingen. Europa heette saaie, droge kost te zijn, maar tijdens het lezen botste ik snel op allerlei boeiende verhalen. Daar word ik al mijn hele leven blij van. Ik werk nu aan een boek met de mooiste petites histoires en anekdotes over Europa. Tijdens mijn lessen gebruik ik ook geen powerpoints, ik begin gewoon te vertellen.”

Van welk verhaal wordt u enthousiast?

“Joseph Bech was de Luxemburgse minister van Buitenlandse Zaken en Wijnbouw in de jaren 50. Toen Luxemburg de zomertijd wilde invoeren, lag één gemeente van wijnbouwers dwars. Bech trok persoonlijk naar de gemeenteraad, maar die liet zich niet overtuigen. Achteraf werd Bech benaderd door de lokale pastoor. ‘Ik heb misschien een oplossing, maar geef me wat tijd’. Een paar weken later zat die gemeente in de zomertijd. De pastoor had zijn kerkklok elke dag een paar minuten verdergezet. De bewoners hadden wel gemopperd en hun klokken aangepast, maar ze hadden niet in de gaten wat er gebeurde. Zo is Europa in de loop der jaren uitgebouwd: sluipenderwijs, met kleine stapjes. Mensen zijn bang van grote sprongen.”

Wat is het verhaal achter uw huis in de Provence?

“Ik heb tussen mijn 30ste en 40ste heel intensief gefietst. Ik reed vooral gran fondo’s: zware bergritten over vier of vijf cols. Het bekendste voorbeeld is La Marmotte in de Franse Alpen. Ik leefde als een semiprof: dertig uur per week trainen, gezond eten… Alles stond in het teken van de fiets. Als ik een lezing had binnen een straal van 100 kilometer van mijn deur, reed ik er met de fiets naartoe. Kostuum in de rugzak en vooruit! Dan kwam ik ’s nachts thuis met 200 kilometer op de teller.

“In het voorjaar heb ik vaak gekampeerd aan de voet van Alpe d’Huez, maar dan zat ik daar vaak in de regen en de sneeuw. Ik herinner me een ellendige rit waarin ik uren in de regen fietste en het op de Galibier begon te sneeuwen. In de afdaling zat ik te daveren op mijn fiets, om dan doorweekt aan te komen aan een kletsnatte tent. Best heroïsch, vond ik. Maar na een paar dagen slecht weer pakte ik mijn biezen om in de Provence te gaan opwarmen, op en rond de Mont Ventoux. Ik huurde er een huisje en trok steeds vaker naar daar. Tot ik werd getipt dat er iets te koop stond. Ik heb niet lang getwijfeld. Mijn stekje is onderdeel van een groter huis, maar ik heb een klein terras en een groot venster met zicht op de Ventoux.”

U won twee keer La Cannibale, een tocht van 173 kilometer met twee beklimmingen van de Ventoux.

“Ja, maar de tegenstand was bijna uitsluitend Belgisch. In internationale wedstrijden zoals La Marmotte, waaraan ook ex-profs en semiprofs deelnemen, haalde ik nooit het podium.”

Maar u rijdt de Ventoux op binnen de zeventig minuten. Dat is profniveau.

“Daarmee zit je in de ‘bus’ van het peloton, tussen de niet-klimmers. Uit mijn inspanningstests bleek dat er in mij een bescheiden profrenner school. Maar ik heb het te laat ontdekt.”

U reed ook de Tour du Mont Blanc: een dubbele bergrit van 330 kilometer over zeven cols. Wat is daar zo plezant aan?

“De heroïek. De strijd met jezelf. De start was om vijf uur ’s morgens en om middernacht kwamen er nóg renners over de streep.

“Als professor ben ik vaak met mijn hoofd bezig, maar als fietser wil ik mijn lijf voelen. Tijdens het schrijven of lesgeven vind ik het fijn om vermoeide spieren te hebben van het trainen.”

Wanneer besliste u om te stoppen met koersen?

“Toen ik besefte dat ik niet meer kon meestrijden voor het podium. Het doel was bereikt: ik had ontdekt wat ik maximaal uit mijn lijf kon halen. En weet je, die wedstrijden bezorgden me ook een pak stress. De nacht voordien moest ik Stilnoct slikken om te kunnen slapen. De laatste minuten voor de start ging mijn hartslag wild tekeer. Ik vond dat spannender dan een tv-optreden in Het journaal voor een miljoen kijkers. Nu fiets ik nog altijd 10.000 kilometer per jaar, maar meer ontspannen. Al heb ik wel mijn zinnen gezet op een volledige triatlon. Ik ben al bezig met de trainingen, maar er is nog werk aan mijn zwemtechniek.”

Lap, weer dertig uur per week trainen!

(schuldbewust) Ja. Maar ik leg mezelf niet meer de druk op om een ereplaats te halen. Dat scheelt.

“Ik heb ook een periode fanatiek gereisd: ik ben in het basecamp van de Mount Everest geweest, heb trektochten ondernomen door Pakistan, Indonesië, Laos en Vietnam, ben in Afrika en Patagonië geweest… Ik sta nogal gulzig in het leven: ik zal straks nog lang genoeg dood zijn, dus wil ik het maximum uit dit korte bestaan zuigen. Als ik nieuwsgierig word naar een nieuwe uitdaging, aarzel ik niet lang. Maar nu snak ik vooral naar een weekje in de Provence.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234