Zaterdag 19/10/2019

Genderneutraliteit

'Hen' gaat naar de winkel, maar niet in Vlaanderen

Beeld rv

‘Beste reizigers’ in plaats van ‘dag dames en heren’ op de trein in Nederland, een onzijdige Jezus in Zweden en een tussenvorm van ‘his’ en ‘her’ in de VS. Overal ter wereld lijkt gender­neutrale taal aan een opmars bezig. Overal, behalve hier.

Is het omdat we nuchtere Belgen zijn en vooral niet te zot willen doen, of ligt het aan onze ingebakken angst om iemand voor het hoofd te stoten? Feit is dat er in ons land (nog) niet moeilijk wordt gedaan over gendercorrecte aanspreekvormen en voornaamwoorden.

Terwijl: fysiek gehandicapten worden al lang niet meer zo genoemd – ze zijn andersvaliden of personen met een verminderde mobiliteit. Mentaal gehandicapten is zo mogelijk nog meer taboe. Spreek liever van personen met een beperking of ontwikkelingsstoornis. Of noem ze gewoon zoals ze zijn, zoals mensen met het syndroom van Down of Asperger.

Mongool en autist – stilaan alleen nog maar scheldwoorden. En dan hebben we het nog niet over zwarten gehad.

Toch wenst het immer uitdijende spectrum van genderidentiteiten steeds vaker met een gepaste titulatuur te worden bedacht. In 2016 organiseerde het Transgender Netwerk Nederland de Verkiezing van het Non-Binaire Voornaamwoord, een onlinewedstrijd die een genderneutrale aanvulling moest opleveren voor de persoonlijke voornaamwoorden zij/haar en hij/hem en de bezittelijke voornaamwoorden haar en zijn. Om voortaan geslachtloos te verwijzen naar personen, kwamen hen of die voor de dag. Naast hem en haar is er nu ook sprake van hen, het bezittelijke zijn en haar worden in Nederland aangevuld met hun.

Dat levert vreemd aandoende constructies op, zoals: ‘Sam neemt hen/die bus op het afgesproken uur, zodat hen/die met hun vrienden naar de film kan gaan.’ Of: ‘Hen is naar het ziekenhuis om hun wonde te laten verzorgen.’ ‘Hen gaat boodschappen doen.’ Het amalgaam aan genderneutrale taal, ook gepropageerd door de Nederlandse Spoorwegen, heeft in Nederland zelfs tot een nieuwe term geleid, die het bij onze noorderburen schopte tot nummer drie in de verkiezing van het woord van het jaar: regenboogtaal.

Veel heisa ook afgelopen kerst in Zweden, toen een parochie van de Zweeds-lutherse kerk voor het eerst geslachtsneutraal naar Jezus verwees – naar eigen zeggen om de kerk toegankelijker te maken voor transgenders (die zich zowel man als vrouw voelen) en transseksuelen (die zich opgesloten voelen in het verkeerde lichaam). Sinds 2015 is aan de officiële Zweedse woordenlijst een genderneutraal voornaamwoord toegevoegd. Naast han (hij) en hon (zij) spreken Zweden nu ook van hen (het).

In de Verenigde Staten woedt een hevig debat over de aanvulling van he en she met het genderneutrale zer, de tussenvorm van his en her zou met zier worden aangeduid. In Duitsland gaan er stemmen op om naast hij en zij de nieuwe vorm ecs te gebruiken, een afkorting van ‘exit gender’. Dus niet meer Leser of Leserin, maar Lesecs. Het kan ook frivoler. Soms werken Duitsers met een gendersterretje of gender gap: met Bürger*innen wordt niet alleen Bürger of Bürgerinnen bedoeld, maar iedereen die zich aangesproken voelt. Met de gender gap wordt dat Bürger_innen.

In Frankrijk is er de point médian, een zwevend puntje dat vrouwelijke en mannelijke woordvormen moet samenvoegen tot een soort genderneutraal gegeven. Dus niet chèr(e)s ami(e)s, maar chèr•e•s ami•e•s, een schrijfwijze waarvoor een cursus dactylografie met sneltoetsbeheer is vereist.

Gezocht: camerapersoon?

Belgische plannen voor genderneutrale voornaamwoorden zijn er niet, althans niet officieel, zegt Ruud Hendrickx, behalve taaladviseur van de VRT ook hoofdredacteur voor Vlaanderen van het Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal. “Van Dale registreert alleen nieuwe woorden. Het woordenboek bepaalt niet wat nieuwe woorden moeten zijn, dat doet de Nederlandstalige maatschappij. Als zij een woord vaak en consequent gebruikt, nemen wij het op.”

Genderneutraal taalgebruik komt in verschillende vormen. Elke verwijzing naar sekse of gender vermijden door een derde categorie voornaamwoorden te gebruiken, is er daar een van. Het kan ook door neutrale woorden te kiezen, meestal in functieomschrijvingen: het gebruik van ‘acteur’ voor beide geslachten, of het noemen van beide vormen, ‘acteurs en actrices’.

Dries Vervecken van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen werkte in 2015 een document uit voor genderstrategisch taalgebruik, om via opleidingsbrochures en vacatures meer vrouwen aan te trekken voor wetenschappelijke en technische opleidingen en functies.

De VRT gebruikt het document om haar personeelsadvertenties zo neutraal mogelijk te houden.

“Al is dat niet altijd even sluitend”, moet Hendrickx toegeven. “Van een verpleegster kun je gemakkelijk een verpleegkundige maken, maar als je een nieuwe cameraman zoekt, moet je daarnaast ook spreken van een cameravrouw – een camerafiguur of camerapersoon is te vergezocht. Daarom vallen we voor onze jobaanbiedingen vaak terug op Engelstalige titels: een digital creative is sekseneutraal, in tegenstelling tot een digitale creatieveling, want dan zou je ook van een creatievelinge, de vrouwelijke variant, moeten spreken.”

Persoonlijk voelt Hendrickx wel iets voor genderneutrale functietitels, opdat iedereen zich aangesproken zou voelen, maar ingrijpen in het grammaticale systeem hoeft voor hem niet. “Ik geloof daar niet in. Taalontwikkeling lukt meestal niet als ze van bovenaf wordt opgelegd. Daar gaan ettelijke jaren over, als het al geen generaties zijn. Je kunt wel iets bedenken, maar hoe voer je dat in voor 23 miljoen Nederlandstaligen? Het enige wat ik op korte termijn zie gebeuren, is dat we, zoals in het Engels met s/he, met z/hij gaan werken. Maar dat krijg je amper uitgesproken.”

Ook bij çavaria, de koepel van de holebi- en transgendergemeenschap in Vlaanderen, zijn ze er nog niet uit. “Het hangt ervan af met wie je spreekt”, zegt woordvoerder Jeroen Borghs. “Sommigen staan erop dat in plaats van zij/hij en haar/zijn de termen ‘die’ en ‘hun’ worden gebruikt, anderen hebben het meer voor het Engelse singular they, al is dat in het Nederlands niet evident.

Wij letten erop dat als we mensen aanschrijven, iedereen zich aangesproken voelt. En als je het niet weet, gebruik dan iemands naam. Zeg niet ‘hij gaat dat doen’, maar ‘Jeroen gaat dat doen’.”

Er is overigens niets mis met de opdeling mannelijk en vrouwelijk, vervolgt Borghs. “We zitten nu eenmaal met een binair systeem. Zelfs met de nieuwe geslachtsregeling kun je als man alleen maar vrouw worden en omgekeerd. Maar binnen die groepen is er wel veel variatie. Het valt niet mee om voor iedereen een aparte aanspreekvorm te bedenken: er zijn transgenders, transseksuelen, genderfluïde mensen, intersekse mensen, niet-binaire mensen, enzovoort. Dat kan op taalkundig vlak voor problemen zorgen.”

Borghs spreekt liever van genderinclusieve taal dan van genderneutrale taal. “Taal hoeft niet neutraal te zijn. Het belangrijkste is dat je beseft dat je het over mensen hebt.”

Orwelliaanse newspeak

De gemeente Amsterdam publiceerde afgelopen zomer een taalgids voor ambtenaren vol genderneutrale suggesties, bedoeld voor brieven aan de inwoners. ‘Geachte dames en heren’? Nee, zegt de gids, schrijf liever: ‘geachte aanwezigen/ Amsterdammers/raadsleden’. Niet ‘geboren als meisje’, wel ‘bij de geboorte gezien als meisje’. En als het over de gay pride gaat, heeft Amsterdam liever dat voortaan wordt gesproken over de ‘canal pride’ of ‘Amsterdam pride’. Gays, dat zijn tenslotte alleen mannen.

Absurd, oordeelde taaldokter.nl, het weblog over taal waarachter de neerlandicus Joost Swanborn schuilgaat. “Genderneutrale taal is het ultieme uitvloeisel van het ik-tijdperk: ze weerspiegelt een samenleving die geobsedeerd is door identiteit, waarin iedereen recht heeft op ‘erkenning’ of ‘respect’, en zich anders ‘gekwetst’ mag betonen.”

Bedenksels zoals in de Amsterdamse taalgids gaan niet werken, voorspelt de taaldokter. “Veranderingen in taal hebben alleen succes als een meerderheid ze accepteert. Deze van hogerhand verordonneerde, hallucinogene afkortingen zijn voorbestemd voor de vergetelheid. Kansloos, ook omdat ze niet versimpelen, maar compliceren.” En het gaat verder: “Woorden taboe verklaren dan wel verplicht stellen, is een vorm van taalfascisme. Het reflecteert de gedachte achter de newspeak uit George Orwells 1984: een totalitaire taal waarmee je jouw gewenste wereldbeeld uitdrukt en de (gedachte)vrijheid van andersdenkenden inperkt.” Om dan te besluiten: genderneutrale taal is niet alleen zielloos, ze is ook humorloos.

“Ik zie er niets in”, zegt ook professor Nederlandse taalkunde Freek Van de Velde van de KU Leuven. “En dat beweer ik niet vanwege een bepaalde morele overtuiging. Je kunt wel verlangen dat transgenders met andere pronomina worden aangesproken, het gaat hier om een kleine groep die geen invloed heeft op de ontwikkeling van de Nederlandse taal.”

Van de Velde heeft het over een symbolenstrijd die gekoppeld is aan een politieke visie. “Wie er niet in meegaat, ontmaskert zichzelf als een botte, achterlijke, blanke man met een jarenzestigmentaliteit. Wie de strijd wel steunt, toont zich begaan met de discussie en geeft blijk van een politieke correctheid. Het andere kamp blijft achter met het gevoel: wat doen we nu weer verkeerd?”

Hoewel taalkundig irrelevant, aldus Van de Velde, is genderneutrale taal in de eerste plaats een maatschappelijke discussie, zoals die in alle hevigheid woedt over Zwarte Piet. “Voor sommige mensen ligt het gevoelig, voor anderen is het een achterhoedegevecht. En al gaat er natuurlijk wel iets verheffends uit van de bekommernis om minderheden, de strijd is een beetje zinloos, want taal laat zich moeilijk van bovenaf sturen.”

Crypto-seksisme 

Al moet Van de Velde toegeven dat op academisch niveau een recente omslag merkbaar is. “Een collega deed me laatst verslag van een conferentie van sociolinguïsten, een bepaalde hoek van de taalkunde die niet ongevoelig is voor dit soort trends. Sommige taalkundigen liepen er rond met een naamplaatje met speciale stickers die vermeldden hoe zij wensten te worden aangesproken. En onlangs kreeg een collega die zich op Language Log, een bekend weblog over taalkunde, meewarig had uitgelaten over genderneutrale taal, een shitstorm over zich heen van jonge, militante vrouwelijke academici die hem crypto-seksisme verweten.”

Taal zit vol met seksisme, betoogt Van de Velde. “Niet alleen in voornaamwoorden, maar ook in zelfstandige naamwoorden zoals wereld, waarin ‘weer’ zit, dat verwant is met ‘vir’, het Latijnse woord voor man. Moeten we dat dan ook veranderen? Het heeft meer zin om op een andere manier de geesten te bewerken, met campagnes bijvoorbeeld. Daarmee kun je beter maatschappelijke trends aankaarten, zonder allerlei zinloze eisen te stellen aan de taal.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234