Woensdag 24/07/2019

Hemelbestormer met boefjesprofiel

Jacques Brel is drie decennia na zijn dood nog altijd actueel

Op 9 oktober is het dertig jaar geleden dat Jacques Brel, de grootste chansonnier die ons land ooit voortbracht, aan longkanker overleed. Zijn werk, dat voortdurend door nieuwe generaties wordt ontdekt, heeft nog niets van zijn relevantie verloren. Brels dood wordt herdacht met heruitgaven op cd en dvd en met een documentaire van zijn dochter France over zijn culturele roots. Vandaag en morgen zijn in Brussel dan weer enkele Brelmemorabilia te zien die op 8 oktober bij Sotheby's in Parijs onder de hamer gaan.

Door Dirk Steenhaut

Hij werd niet ouder dan 49, maar tot op heden blijft Jacques Brel een van de absolute reuzen van het Franstalige lied. Net als bij Bob Dylan kun je zijn nummers onmogelijk scheiden van zijn vertolkingen en bovendien vertonen ze nauwelijks sporen van de periode waarin ze zijn ontstaan. Brel leek immuun voor ontwikkelingen zoals rock-'n-roll of flower power. Zelfs van The Beatles was hij niet onder de indruk: "Ze hebben gewoon een charlestonelement toegevoegd aan het harmonische besef van Gabriel Fauré", aldus de zanger, wiens tijdloze chansons uit een parallel universum leken te stammen.

Toen hij in 1959 het bloedstollende 'Ne me quitte pas' uitbracht, waarin tederheid en pijn in elkaars verlengde lagen, vond Edith Piaf dat "mannen niet over zulke dingen hoorden te zingen". Niettemin werd het door Franstalige radioluisteraars uit de hele wereld uitgeroepen tot het beste lied van de twintigste eeuw. Kijkers van de RTBF verkozen Jacques Brel in december 2005 tot Grootste Belg, maar ook in de Angelsaksische wereld groeide hij uit tot een begrip, dankzij interpretaties van zijn werk door artiesten als David Bowie, Scott Walker, Frank Sinatra, Terry Jacks, Alex Harvey, Nina Simone en Dusty Springfield.

Brel, een ketje uit Schaarbeek met West-Vlaamse voorouders, begon zijn muzikale carrière omstreeks 1952 in de Brusselse cabarets en music-halls. Vervolgens ging hij zijn geluk beproeven in Parijs, waar hij enkele jaren aanmodderde voor hij echt werd opgemerkt. Voordien had hij zijn jonge gezin kortstondig onderhouden door middel van een saai baantje in de kartonfabriek van zijn vader, maar dat kleinburgerlijke milieu bezorgde hem al gauw zuurstofgebrek. Tijdens zijn middelbareschooltijd had hij zich onledig gehouden met poëzie en theater. Het was toen dat hij voor het eerst de lokroep van het podium hoorde.

Jacques Brel, van nature begiftigd met een rebels en onstuimig karakter, had lak aan regeltjes en verplichtingen. Met wrange, spotzieke chansons als 'Les bourgeois', 'Les bigotes', 'Au suivant' en 'Ces gens-là' wist hij later de goegemeente moeiteloos tegen zich in het harnas te jagen. Wijlen Johan Anthierens noemde hem een "hemelbestormer die bij herhaling door het plafond zou gaan" en inderdaad: Brel was een provocateur met een boefjesprofiel, een rusteloze ziel die de tegenstrijdigheden in zijn karakter verantwoordde met de stelling dat enkel idioten nooit van opinie veranderen. Terwijl zijn vrouw en drie dochtertjes in Brussel achterbleven, leefde hij er gulzig op los en hield hij er in Parijs een hele schare minnaressen op na.

Zijn carrière raakte medio de jaren vijftig in een stroomversnelling, toen zowel Juliette Gréco als Barbara zijn liedjes begon op te nemen en hij de muzikanten ontmoette die hem ruim tien jaar trouw zouden blijven: arrangeur en orkestleider François Rauber, pianist Gérard Jouannest en accordeonist Jean Corti.

Tegen 1958 lag de Olympia aan zijn voeten en wie beelden uit die tijd terugziet, snapt meteen waarom. Brel was een waar podiumbeest, een charismatische performer die een intense lichaamstaal koppelde aan een groteske mimiek. De zanger kon slaan en zalven, jennen en ontroeren. Tegelijk was hij een taalvirtuoos die zijn teksten volstopte met neologismen en aforismen. Nu eens kwam hij messcherp en cynisch uit de hoek, dan weer manifesteerde hij zich als een met taalregisters spelende hofnar, zoals in 'Les bonbons'. Maar altijd schilderde Brel met woorden: de picturale traditie van Breughel, Ensor en Magritte was niet ongemerkt aan hem voorbijgegaan.

Hoewel hij in Frankrijk op handen werd gedragen, heeft Jacques Brel zijn afkomst nooit verloochend. Alleen creëerde hij met zijn landschappen en personages een eigen Brelgië, een universum dat de geografie van zijn thuisland oversteeg. "Eigenlijk is België niet meer dan een geestesgesteldheid", vond hij. "Een droom, een fictie, een product van het surrealisme."

Parijs was de stad die hij met werk associeerde, Brussel stond symbool voor humor en bier, het plezier van de taal, gekte en uitbundigheid. "Pas in Frankrijk besefte ik dat ik eigenlijk een Vlaming was", zei Brel ooit. "Vlaanderen staat voor de geuren die ik me herinner uit mijn jeugd."

Hoewel hij eraan hield enkele van zijn liederen geheel of gedeeltelijk in het Nederlands op te nemen ('Marieke' bijvoorbeeld), was zijn verhouding met Vlaanderen vaak gespannen. 'Les Flamandes', een niet zonder gevoel voor overdrijving geschetste cartoon, gebaseerd op enkele rondborstige deernes uit zijn familie, zette kwaad bloed omdat Brels humor tussen Hasselt en Brugge niet zo goed werd begrepen.

Anderzijds maakt 'Le plat pays' veel meer aanspraak op de status van nationale hymne dan 'Le Brabançonne', want Jacques Brel hield oprecht van Vlaanderen. De taalstrijd vond hij het land echter onwaardig en ook voor het Vlaamse extremisme, dat hij op de korrrel nam in 'Les F...' had hij geen goed woord over. Maar hij verloor er zijn gevoel voor humor niet bij. "Een Vlaming is een ruwe Fransman", vertelde hij ooit aan een buitenlandse journalist, "en een flamingant is een zachte Duitser."

Halverwege de jaren zestig had Brel alles bereikt wat er voor een chansonnier te bereiken viel. Toen een al te hectisch toerschema hem fysiek dreigde te ondermijnen, vreesde hij zijn artistieke scherpte kwijt te raken. "C'est trop façile de faire semblant", vond hij. Op 16 mei 1967 gaf hij in Roubaix zijn laatste concert en ging hij zich toeleggen op andere passies: hij acteerde in een tiental films, haalde een vliegbrevet, kocht een zeiljacht en trok zich met zijn minnares Maddly Bamy terug op een eiland in Frans Polynesië.

Hij had al terminale longkanker toen hij in 1977, kort voor zijn dood, zijn allerlaatste plaat opnam. Maar zijn oeuvre kan nog wel enkele decennia mee.

De zanger kon slaan en zalven, jennen en ontroeren. En hij was een taalvirtuoos, die altijd schilderde met woorden: de picturale traditie van Breughel, Ensor en Magritte was niet ongemerkt aan hem voorbijgegaan'Een Vlaming is een ruwe Fransman', vertelde hij ooit aan een buitenlander, 'en een flamingant is een zachte Duitser'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden