Zondag 11/04/2021

ReportageBrussel

Helpers van Samusocial halen daklozen uit de kou: ‘Soms kun je alleen controleren of iemand nog ademt’

Medewerkers van Samusocial rijden door Brussel en vragen mensen die op straat slapen of ze hen niet naar de nachtopvang moeten brengen. Beeld Marc Baert
Medewerkers van Samusocial rijden door Brussel en vragen mensen die op straat slapen of ze hen niet naar de nachtopvang moeten brengen.Beeld Marc Baert

De wekdienst om 7 uur is afgeschaft, de slaapzaaltjes zijn kleiner en er zijn kluisjes, zodat je niet meer met je schoenen aan hoeft te slapen om zeker te zijn dat je ze niet verliest. Toch slapen veel daklozen nog steeds liever op straat dan in de Brusselse nachtopvang. ‘Zal ik het morgen nog eens vragen? Oké, tot dan.’

Bonsoir, monsieur. Sorry voor het storen. Zou u niet liever bij ons slapen, in de nachtopvang?” Romain Preiser (31) van de Brusselse daklozenorganisatie Samusocial maakt een man in een tent wakker. De man, een Pool die zegt dat hij over een paar dagen naar huis vertrekt, wil niet mee. Hij heeft geen zin om al zijn spullen voor een nacht te verhuizen naar het daklozencentrum. “Zal ik morgen dan nog eens terugkomen?” De Pool vindt het goed en ritst zijn tentje dicht.

Elke nacht rijden mobiele teams van Samusocial door Brussel om mensen op straat een van hun 1.060 slaapplaatsen aan te bieden. Tijdens een ‘gewone’ shift stoppen ze op twintig tot dertig plekken. “Bij extreme kou explodeert het aantal oproepen. We krijgen soms wel zestig keer telefoon van buurtbewoners die zich zorgen maken over een dakloze”, zegt Romain. “Mensen bellen ons vaker als het vriest.”

Nooit dwingen

Het is middernacht, min 5 graden Celsius, wanneer het busje van Preiser en zijn collega Arnol Sadeuh (27) stopt bij J., een Marokkaanse man die al jaren in de omgeving van de Pachecolaan rondzwerft. Ook hij wil niet naar de opvang. Hij wijst naar zijn plastic zakken vol kleren en dekens: “Ik kan dat niet meenemen.” Preiser: “Je kunt je spullen veilig wegleggen in een kluis. Wat denk je?” J. fronst. “Nee, ik blijf toch maar hier.” Preiser knikt. “Hou jezelf goed warm, oké? Tot gauw.”

De keren dat een dakloze na een gesprek in het busje stappen, zijn in de minderheid. De meeste mensen die na 22 uur nog op straat zijn, willen niet naar de nachtopvang. “We zullen mensen nooit dwingen”, zegt Preiser. “Zodra we dat doen, gaan daklozen contact met ons vermijden.”

Mannen die onder een overkapping achter nieuwbouwwoningen langs het kanaal liggen, mopperen omdat Preiser hen wakker maakt. Hij verontschuldigt zich. “Het hoort erbij”, zegt hij onderweg naar het busje. “Soms kun je niet meer doen dan controleren of iemand nog ademt.”

De meeste mensen die na 22 uur nog op straat zijn, willen niet mee. 'We verplichten niemand, dan gaan daklozen contact met ons vermijden.' Beeld Marc Baert
De meeste mensen die na 22 uur nog op straat zijn, willen niet mee. 'We verplichten niemand, dan gaan daklozen contact met ons vermijden.'Beeld Marc Baert

Voor een buitenstaander is het onbegrijpelijk. Wie verkiest nu besneeuwde stoeptegels boven een warme douche en een droog bed? Dat komt deels door de slechte reputatie die de nachtopvang heeft bij sommige daklozen. Niet eens zo lang geleden waren dat grote slaapzalen, waar zo’n twintig mannen overnachtten. Er was weleens ruzie, of diefstal. Als je niet met je schoenen aan sliep, was je ze kwijt.

Maar de grote slaapzalen zijn verleden tijd. “We hebben nu kamertjes voor één of twee personen. De daklozen klaagden over te drukke slaapzalen, we hebben geluisterd.”

Een andere belangrijke hervorming sinds de uitbraak van de coronacrisis is de afschaffing van de ‘wekdienst’ om 7 uur ’s ochtends. Preiser: “Dat is ooit zo ingevoerd om daklozen aan een ‘normale’ dagroutine te laten wennen. Door corona zijn we daarmee gestopt, om te vermijden dat iedereen ’s ochtends tegelijk in de weer was.”

Geen gevangenis

Iets na middernacht delen Preiser en Sadeuh in een ondergrondse metrohalte eten, koffie en sokken uit. Plots galmt een vrolijke stem door de stationshal. “Ha, fijn jullie te zien!” Romain en Arnol groeten enthousiast. I. is een meisje van 18 uit Frankrijk, dat door problemen wegliep van huis. “Heb je nog geen slaapplaats vannacht?”, vraagt Preiser. “Nee, ik zat eerst bij het Rode Kruis, maar vannacht kon ik daar niet heen”, zegt ze. “Wil je mee?”

Ze zetten I. af in een vrouwenopvangcentrum. “Ik hoop dat ze het beter krijgt”, zegt Preiser. “Ik ga niet liegen: de meerderheid van de mensen met wie wij werken, komt er niet uit. Maar dat maakt ons werk niet nutteloos. We kunnen niet iedereen ‘redden’. Maar we kunnen hen wel als volwaardige mensen behandelen. Dat is ook iets waard.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234