Woensdag 11/12/2019

Helon Habila in het voetspoor van Joseph Conrad

De Nigeriaan Helon Habila schreef een pakkende roman over de veranderingen die de olie-industrie in zijn land teweeg heeft gebracht. Het werd een Heart of Darkness gedrenkt in de geur van benzine.

Herinneringen mogen dan al niet veel meer zijn dan impressionistische blikken door het raampje van een rijdende auto, zoals een van de personages uit Helon Habila's Olie op water zegt, minder pijnlijk worden ze er door dit inzicht niet op. En zeker niet wanneer het herinneringen zijn aan een vanzelfsprekend paradijs dat in een paar decennia verdwenen is.

De man die het meest van deze herinneringen afziet, is Zaq, een voormalig sterjournalist die niet genoeg afstand kon houden van de gruwelijkheden die hij dagelijks om zich heen zag en zijn pijn daarom probeerde te verdrinken in een sloot whisky. Wanneer Isabel Floode, de vrouw van een Brits petrochemicus, in Port Harcourt ontvoerd wordt, krijgt Zaq de opdracht het binnenland in te trekken op zoek naar de militanten die haar voor flink wat losgeld willen vrijlaten. En hij krijgt er nog een maatje bij, Rufus, een jonge fotograaf die het klappen van de zweep nog niet kent. Samen met een gids en zijn zoon varen ze de rivier op, door het mangrovewoud. Hun boot beweegt traag door de oliefilm op het water, tussen de vissen die met hun blinkende buik naar boven drijven en onder de takken waarin dode, met olie besmeurde vogels hangen, de vleugels wijd opengespreid. Tussen de bomen zien ze hier en daar verlaten boortorens, en in de verte een affakkelinstallatie. De enige levende wezens zijn de muggen die hen onophoudelijk steken.

Toen Joseph Conrad eind negentiende eeuw in Heart of Darkness Marlowe via de Congo-rivier op zoek liet gaan naar de illustere Kurtz, wou hij niet alleen iets zeggen over de duisternis in het hart van ieder van ons, maar had hij ook bittere kritiek op de koloniale slavernij voor ogen. De blanke man buitte het zwarte continent op alle mogelijke vlakken uit, toonde Conrad, en wie Habila's Olie op water leest, zal moeten vaststellen dat er nog niets veranderd is. Zaq en Rufus passeren voorbij brandende heiligdommen en kapotgeslagen beeldentuinen, vallen in handen van Nigeriaanse militairen die hun gevangen rebellen dagelijks met benzine overgieten om ze nadien in de zon te laten drogen en komen uiteindelijk in contact met 'de professor', een kleine boef die zich opgewerkt heeft tot militantenleider en een waar terreurbewind geïnstalleerd heeft in de regio rond Port Harcourt.

Constante vrees

Heel subtiel beschrijft Habila welke invloed de oliewinning heeft, en dan doelen we niet alleen op de milieuschade. Ook voor de bevolking is deze vorm van hebzuchtig neokolonialisme immers nefast. Verpletterd tussen het spervuur van militairen en militanten worden hele gemeenschappen gedwongen te verhuizen, steeds meer naar de stad toe, om vroeg of laat te worden opgeslokt. Ze zijn als mensen die uit een bus stappen en opgaan in het drukke stadsverkeer, zoals Habila het treffend beschrijft. En ook op blanken heeft de hedendaagse duisternis zo haar uitwerking. Er is de constante vrees voor ontvoering, maar ook de stille, erotische kracht die uitgaat van de zwarten eist haar tol in de vorm van overspel en echtscheiding.

Olie op water is ondanks alle engagement toch eerst en vooral een roman waarin concrete personages de hoofdrol spelen. De combinatie van de zachtjes aan stervende Zaq en de vol bewondering naar hem opkijkende Rufus staat garant voor een aantal emotioneel geladen scènes, zeker wanneer de jongeling ontdekt dat zijn grote voorbeeld niet altijd zo voorbeeldig heeft gehandeld. In zekere zin zou je Olie op water daarom ook kunnen zien als een Bildungsroman waarin getoond wordt hoe Rufus precies door alle desillusie en geweld die hij krijgt te verduren toch een sterker mens wordt.

Helon Habila, Olie op water,

Nieuw Amsterdam, 256 p., 19,95 euro.

Vertaling: Aleid van Eekelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234