Zondag 04/12/2022

AchtergrondIn het hoofd van kinderdoders

Helmuts vrouw vermoordde hun drie dochters: ‘Als ik direct naar huis was gereden, had ik de tragedie misschien kunnen voorkomen’

null Beeld Koen Keppens
Beeld Koen Keppens

‘Ik hoorde mijn dochters roepen en hoesten, maar ik kon hen niet meer redden’, verklaarde Thioro Mbow. Het bleek al snel een leugen: ze had Madyson (6), Abbygail (4) en Oumy (2) zelf opgesloten in een bijgebouw van hun huis, dat ze daarna in brand stak. Mbow was razend dat haar partner niet alleen het hoederecht over hun kinderen opeiste, maar haar ook op straat wilde zetten. Ze plande de ultieme wraak, als een woeste Medea.

Ayfer Erkul en Annemie Bulte

Die woensdagmiddag, 11 februari 2015, rinkelt de gsm van Helmut Ulin. Aan de andere kant klinkt het woedend: “Denk maar niet dat je mijn kinderen van mij kunt afpakken! Of mij aan de deur kunt zetten! Je zult wel zien wat er gebeurt!”

Ulin probeert zijn vriendin, Thioro Mbow, te kalmeren. Twee uur eerder heeft ze al eens gebeld, iets minder toornig en iets minder dronken. Ze riep: “Wat is dit allemaal, wat heb je gedaan?!” Hij zei dat ze er ’s avonds over zouden praten.

Het derde telefoontje, tien minuten na het tweede, is echt alarmerend. Een intussen beneveld klinkende Mbow roept: “Ik heb de kinderen opgesloten en het kot in brand gestoken!”

Helmut Ulin belt onmiddellijk naar de hulpdiensten terwijl hij naar zijn auto snelt. Daarna draait hij het nummer van zijn zus, die niet ver van de familie Ulin-Mbow in Lennik woont: of zij een kijkje kan gaan nemen. Onderweg krijgt hij opnieuw telefoon: “De kinderen hebben tien minuten lang gehuild, en nu hoor ik niets meer.”

Wanneer de hulpdiensten aankomen in de Zwartenbroekstraat in Lennik, is het te laat. Brandweermannen vinden de drie dochters van Ulin en Mbow in het ‘kot’, een bijgebouw dat ooit dienstdeed als paardenstal. Ze zijn verbrand en deels verkoold. Madyson, Abbygail en Oumy liggen achter een matras in de hoek van een kamer. De twee jongsten houden elkaar vast, Madyson ligt over hen heen. “Alsof ze haar zusjes wilde beschermen”, zou de spoedverpleegkundige later verklaren.

Helmut Ulin, die een tijdje later zijn drie dochtertjes moest gaan identificeren, vertelt dat de meisjes onherkenbaar waren. Hij wijst naar een zwarte stoel in zijn keuken: “Die stoel is nog minder zwart dan de kleur die mijn kinderen hadden.”

Helmut Ulin: “Weet je wat dat is, je eigen kinderen, die zijn omgekomen in een brand, moeten identificeren? Ik wens het niemand toe. Madyson konden ze alleen via haar tanden van Abbygail onderscheiden: ze sliep altijd met haar duim in haar mond, waardoor haar voorste tandjes wat naar voren staken.”

De politie-inspecteurs noteren dat Thioro Mbow naar alcohol ruikt, dat ze zonder emotie aanhoort dat haar dochters levenloos teruggevonden zijn, en dat ze verder, na een telefoontje met haar advocaat, de lippen stijf op elkaar houdt. Pas weken later zal ze een eerste verklaring geven, die ze nog vaak zal wijzigen. Op basis van die verklaring, aangevuld met het rapport van de experts en de politie, kan de noodlottige dag gereconstrueerd worden.

Alcohol en pillen

Die woensdagochtend blijven de drie meisjes thuis omdat ze al sinds de vorige avond wat ziekjes zijn. Grote zus Fatou* (9), de dochter van Thioro Mbow en een eerdere partner, gaat wel naar school. Helmut Ulin staat op om halfzes, ziet dat de kleine Oumy al door het huis schuifelt, geeft haar een knuffel en rijdt naar zijn werk. Ulin heeft een bedrijf voor afbraakwerken, en die dag moet hij naar een werf in Aalst. Wat later worden ook Madyson en Abbygail wakker.

Mbow slaapt tot tien uur. Wanneer Madyson haar komt wekken, is ze nog suf van de slaappillen en de drank van de vorige avond. Haar dochter zegt dat iemand aan de deur staat. Mbow hijst zich uit bed. Het is de deurwaarder die haar een enveloppe overhandigt: via zijn advocaat eist Helmut Ulin het hoederecht op over de kinderen. Helemaal onverwacht komt de brief niet: Ulin heeft Mbow al verschillende keren gewaarschuwd dat ze moet oppassen, dat ze door haar drank- en pillenverslaving de kinderen verwaarloost.

Ulin: “Ik was dikwijls in het buitenland voor mijn werk, en dan zat zij hier alleen met de kinderen. Er waren al verschillende klachten geweest van de school: dat de meisjes slecht gekleed waren, soms zelfs niet naar school kwamen en dat hun moeder dan onbereikbaar was. De politie dreigde onze kinderen af te nemen en te plaatsen. Ik kón niet anders dan het hoederecht opeisen.”

Toch is Mbow verbijsterd dat Ulin niet alleen de kinderen wil, maar ook vraagt dat zij het huis meteen verlaat. Ze schenkt zichzelf een glas wijn in en belt een eerste keer boos naar Ulin. Die zegt dat hij haar ’s avonds alles zal uitleggen.

Ulin: “Ik had geen tijd, ik stond op een werf in Aalst, met twee telescoopkranen, vijf vrachtwagens voor uitzonderlijk vervoer en een ponton op het kanaal. Ik kon onmogelijk weg. Nu neem ik mezelf dat wel kwalijk: als ik direct naar huis was gereden, had ik de tragedie misschien kunnen voorkomen.”

Helmut Ulin Beeld Koen Keppens
Helmut UlinBeeld Koen Keppens

Na het telefoongesprek loopt Mbow besluiteloos rond, boos op Ulin en vast van plan om hem te raken. Ze gaat naar buiten, waar op het aangrenzende erf machines staan van Ulins bedrijf. Zou ze de Caterpillar-kraan saboteren? Dat lukt niet, ze krijgt de motorkap niet open. Dan valt haar oog op het bijgebouw: de omgebouwde paardenstal waar Ulin de administratie van zijn bedrijf bewaart. Het gebouw heeft twee kamers, gescheiden door een deur. De tweede is alleen bereikbaar via de eerste en dient ook als logeerkamer: er ligt een matras, werknemers van Ulin blijven er af en toe slapen. In de eerste ruimte staan flessen en bidons vol industriële schoonmaakmiddelen, benzine en zuur om toiletten te reinigen. “Ik besliste om dat kot te vernielen”, zal Mbow later verklaren.

De drie kinderen spelen op dat moment op het terras voor het huis. “Ze waren wat suf, daarom liet ik hen buiten spelen, zodat ze wakker zouden worden.” Later zegt Mbow dat de kinderen stiekem aan haar slaappillen hadden gezeten en daardoor zo slaperig waren. “Ik heb de Temesta-strip achter de zetel gevonden. Die pillen, dat zijn net snoepjes, ze smelten op de tong.” In 2017, vlak voor haar proces begint, geeft ze weer een andere versie. Ze vertelt dat ze in eerste instantie met de kinderen wilde vluchten en hen daarom slaappillen had gegeven. Op die manier waren ze rustig, zodat zij Fatou van school kon halen en de koffers kon inpakken. Maar daarna oordeelde ze dat vluchten Ulin niet echt zou treffen, en dat brandstichten veel beter was.

Mbow vindt een restje benzine in een bidon in het bijgebouw. Dat giet ze uit over de documenten in de kamer. Ze vindt ook white spirit. “Een restje, dat goot ik uit in de gang”, zal ze tijdens een verhoor zeggen. Ze ziet ook frituurvet staan, dat ze in blokjes breekt die ze in de gang en de kamer gooit.

Wat dom, beseft ze plots: ze heeft helemaal niets om de brand aan te steken. Ze gaat terug naar binnen, waar ze in de keuken een vod vindt en een bodempje barbecue-olie. Ze doopt de vod in de olie, neemt een aansteker en keert terug naar het bijgebouw. Daar steekt ze de vod aan en gooit hem in de kamer met de matras. Als ze ziet dat de vlammen opflakkeren, sluit ze de tussendeur en loopt ze naar buiten.

Ze belt een tweede keer naar Ulin. Ze zegt dat hij haar kinderen niet zomaar kan afnemen. Ze gaat zitten, schenkt zich nog een glas wijn in en kijkt wat tv. In het bijgebouw woedt de brand intussen verder.

“Plots vroeg ik me af waar de kinderen waren”, zal Mbow zeggen. “Ik zag hen niet meer spelen op het terras. Ik riep hen, maar kreeg geen antwoord.”

Ze vraagt zich af: zouden ze in het kot zijn? Ze heeft niemand gezien toen ze de vod naar binnen gooide, maar gaat toch even kijken. In het bijgebouw graaien de vlammen om zich heen. Door de dichte rook ziet ze amper iets, maar ze hoort de kinderen wel. “Ik stak mijn arm door de deur en zei dat ze naar mij moesten springen. Ze durfden niet. Ik ben op zoek gegaan naar iets om hen te redden, maar er was niets. De deur sloeg plots dicht. Ik bad dat ze snel zouden sterven, dat God hun lijden zou inkorten. Ik zakte neer tegen de deur van de ruimte en ben daar minutenlang blijven zitten. Ik wilde hetzelfde lot ondergaan als mijn kinderen.”

Drie minuten later bedenkt ze zich. Ze ijsbeert een tijdje tussen het bijgebouw en het huis, neemt dan haar gsm en belt de 100, maar haakt bijna onmiddellijk weer in. Ze belt Ulin om hem mee te delen dat de kinderen in de brand zitten. “Ik wist niet goed of ik de politie, de ziekenwagen of de brandweer moest bellen”, verklaart ze later.

600 graden celsius

Al snel blijkt dat Mbows verschillende versies van de feiten met haken en ogen aan elkaar hangen. De speurders en de experts die de plaats delict onderzoeken, halen haar verhaal keer op keer onderuit. Al snel ontdekken ze dat er alleen een brandhaard was in het bijgebouw: in het slaapgedeelte, waar de kinderen lagen. In de gang, waar volgens Mbow de white spirit was uitgegoten, wordt geen spoor van die vloeistof gevonden. Bovendien vinden de experts het op zijn minst merkwaardig dat de buitendeur op slot zat en ingebeukt had moeten worden.

Ook de verklaring van Mbow dat ze de kinderen heeft horen roepen, dat ze de tussendeur sloot en enkele minuten tegen de gesloten deur zat, raakt kant noch wal. Wetsdokter Wim Van de Voorde schrijft in zijn verslag dat in een ruimte waar een brand woedt de temperatuur gemakkelijk kan oplopen tot 600 graden Celsius. “Mbow verklaarde dat ze zich niet herinnerde of ze moest hoesten of prikkende ogen had, maar het is onmogelijk om er enige minuten te zitten zonder zelf last te krijgen van de hitte en de rook”, stelt Van de Voorde. Op Mbows kleren of lichaam wordt geen roetbeslag gevonden, haar haren zijn niet verzengd en ze heeft geen koolmonoxide in haar bloed: allemaal dingen die je zou verwachten bij iemand die in een ruimte vol rook heeft gezeten.

Volgens Van de Voorde klopt het evenmin dat Mbow pas veel later zou hebben ontdekt dat de kinderen in het bijgebouw zaten. Niet alleen was de ruimte te klein om de boel in brand te steken en níét te merken dat er kinderen aanwezig waren, ze had zich ook heel snel gevuld met verstikkende, roethoudende, hete rook: Mbow kan de kinderen alleen bij het begin van de brand hebben horen hoesten en roepen. Thioro Mbow wordt aangeklaagd voor moord met voorbedachten rade op haar drie dochters. In januari 2018 wordt ze door de correctionele rechtbank van Brussel tot 28 jaar cel veroordeeld. Twee jaar later krijgt ze in beroep 30 jaar. De psychiaters die haar onderzoeken, stellen vast dat ze zich niet bewust lijkt van de ernst van de feiten en een manifest gebrek aan verantwoordelijkheidszin etaleert. Ze heeft narcistische en borderlinetrekken, weinig neiging tot zelfreflectie en een verhoogd risico om geweld te gebruiken. Haar emotionele onverschilligheid kan volgens de psychiatrische experts niet alleen verklaard worden door haar verslaving aan pillen en alcohol. Tijdens de reconstructie – ze dronk intussen niet meer en nam geen medicatie meer – was ze al even koud. “We zien geen enkel teken van emotie als er over de kinderen wordt gesproken. In het algemeen beheerst ze zichzelf heel goed, en argumenteert ze heel redelijk als ze het niet eens is met bepaalde elementen in het onderzoek. Ze verdedigt zichzelf heel goed, maar de dood van haar kinderen, toch het belangrijkste punt in de wedersamenstelling, lijkt op het achterplan geraakt bij haar.”

De rechter in eerste aanleg schrijft in de motivering van het vonnis dat de kalmte en de koelbloedigheid van Mbow in schril contrast staan met de wreedheid van haar daden: “Haar intense egocentrisme leidde haar ertoe haar kinderen op te offeren om wraak te nemen.” Ze vermeldt ook de gruwelijke manier waarop Mbow haar dochtertjes ombracht: “De meisjes leden nog lange minuten voor ze bezweken aan hun verwondingen.”

Volgens de rechter was de manier waarop Mbow haar kinderen uit de weg ruimde des te wreder omdat ze zo het beeld vernietigde dat nabestaanden van de meisjes hadden. Letterlijk: hun lichamen, verteerd door de vlammen, moesten door een tandheelkundig expert worden geïdentificeerd.

Ultieme afrekening

“Het beeld van die drie verkoolde, gekrompen kinderlijkjes is altijd door mijn hoofd blijven spoken”, zegt advocaat Jef Vermassen, die op het proces een aantal familieleden van de slachtoffertjes bijstond.

Jef Vermassen: “Ik zie de kinderen nog liggen, het oudste in het midden met haar armpjes om haar zusjes heen, in een poging hen te beschermen. Bij het begin van de brand moeten ze nog half verdoofd geweest zijn: hun moeder had hen een slaapmiddel gegeven. Maar door de hitte en de rook kwamen ze weer bij bewustzijn. Minutenlang hebben ze om hulp geschreeuwd. Hun moeder bood geen hulp. Ze stond buiten te lachen: dat vertelde een tante van de kinderen die ter plaatse kwam toen het vuur nog brandde. Die vrouw was mateloos gechoqueerd door dat ijskoude, ongevoelige gedrag.

“In mijn pleidooi heb ik nog gewezen op de immense tegenstelling tussen het oudste kind, dat alles doet om haar zusjes te beschermen terwijl ze zelf aan het sterven is, en de ongevoelige moeder, die zich op geen enkel moment om het lot van de kinderen bekommert. Alleen de wraak op haar partner telt.”

De rechter verwees in haar vonnis uitdrukkelijk naar de wraakzucht van de vrouw. In de literatuur wordt daarnaar verwezen als het zogenaamde Medea-complex.

Vermassen: “Medea is een prinses uit de Griekse mythologie die haar twee zonen vermoordt om wraak te nemen op haar overspelige geliefde. Ze is een symbool geworden voor de wrekende moeder-doder.

“Ik heb zulke vrouwen al een paar keer leren kennen in de rechtbank. Dikwijls voelen ze zich diep vernederd door hun partner en willen ze hem even diep treffen. Ze vinden het een ondraaglijke gedachte dat hij zich na de scheiding goed zou voelen. En omdat ze hem niet rechtstreeks kunnen treffen, nemen ze hem het dierbaarste af dat hij heeft: zijn vaderschap. Bij Thioro Mbow is dat niet toevallig gebeurd nadat ze die brief van de gerechtsdeurwaarder had gekregen, waarin de vader het hoederecht opeist en haar uit het huis laat zetten. Bovendien verwijst de brief naar haar alcohol- en pillenverslaving. Dat maakte haar witheet van woede. Ze heeft zelf aan haar ondervragers verteld hoe ze een manier zocht om het haar ex betaald te zetten. Haar kinderen waren de pasmunt.

“Euripides heeft in de vierde eeuw voor Christus een tragedie over Medea geschreven waarin hij nog een beklemmend detail toevoegt: nadat de wraakgodin haar kinderen vermoord heeft, voert ze hen op haar wagen door de lucht om te verhinderen dat hun vader afscheid van hen kan nemen. Geen afscheid, geen rouw: het is de ultieme afrekening. In zekere zin is hetzelfde gebeurd in deze zaak: de moeder die haar kinderen in vlammen laat opgaan.”

Ik, ik, ik

Bij roofmoorden, afrekeningen en dodelijk partnergeweld zijn de daders meestal mannen, maar kinderdoding is een typische vorm van vrouwelijke criminaliteit. “Kinderen worden meestal door hun moeder gedood”, zegt Vermassen.

Vermassen: “De motieven kunnen heel verschillend zijn. Er is de depressieve moeder, die zelfmoord wil plegen en haar kinderen niet wil achterlaten: in haar ogen is zij de enige die goed voor haar kroost kan zorgen, en dus neemt ze hen mee de dood in. Er zijn vrouwen die hun zelfmoordpoging overleven en verder moeten met een ondraaglijk schuldgevoel.

Nood aan een gesprek?

Praten helpt, dat kan bij Tele-Onthaal: bel 106 of ga naar de website tele-onthaal.be.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 en op de website zelfmoord1813.be.

1712: de professionele hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling.

“Een cliënte die me altijd is bijgebleven, is een bejaardenhelpster die in 1999 haar 12-jarige dochter met pillen om het leven bracht. Ze baarde haar dochter op in haar communiekleed en deed een mislukte zelfmoordpoging. Ze werd opgenomen in een gesloten psychiatrische instelling, verteerd door schuldgevoelens. Zes maanden later besloten psychiaters dat ze toerekeningsvatbaar was en alsnog voor assisen moest verschijnen. Dat vooruitzicht kon ze niet aan, en met Pasen heeft ze zich opgehangen. Ik heb nog altijd de paaskaart die ze voor haar dood naar me stuurde: ‘Pasen is het feest van de bevrijding. Ik kan niet leven met de schuld. Ik wil weer bij mijn dochter zijn.’ Heel pakkend.”

De zelfmoordpogingen in zaken als deze zijn in sommige gevallen halfslachtig, vertellen wetsdokters ons.

Vermassen (knikt): “Soms wordt een slecht toneeltje opgevoerd. In dat geval gaat het om pure kindermoord. Die vrouwen hebben meestal een heel laag normbesef. Niet zelden zijn ze zelf verwaarloosd in hun jeugd en zijn hun hechting en hun gevoelsleven daardoor verstoord. Ze zien hun kind als een hinderlijk wezen, niet als hun eigen vlees en bloed. En omdat ze het te lastig vinden, ruimen ze het uit de weg, soms samen met hun partner.”

Vaak denken mensen dat je gek of gestoord moet zijn om je kinderen te vermoorden. Zeker als je ze, zoals Thioro Mbow, in brand steekt.

Vermassen: “Thioro Mbow was niet gek, hoor. Mensen vergeten weleens dat ouders ook psychopaten of narcisten kunnen zijn, voor wie zelfs hun eigen kinderen niet veilig zijn. Mbow had duidelijk narcistische trekken. Ze was een mooie vrouw die gewend was om haar zin te krijgen. Op het einde van de zitting kreeg ze het laatste woord, zoals elke beklaagde. Doorgaans zijn dat twee, hooguit drie zinnen, maar zij maakte er een minutenlange speech van. Die ging alleen maar over haarzelf. Nergens klonk enige spijt of medeleven met de kinderen door. Het ging alleen over ik, ik, ik.”

In de media heeft de zaak betrekkelijk weinig aandacht gekregen.

Vermassen: “Het was de periode waarin dit soort processen niet meer voor een assisenjury werd gevoerd, maar voor de correctionele rechter. In anderhalve dag is de hele zaak erdoor gejaagd. Mbow kreeg 30 jaar cel, de maximumstraf voor de correctionele rechtbank. Voor assisen had ze wellicht levenslang gekregen.”

Jef Vermassen Beeld Johan Jacobs
Jef VermassenBeeld Johan Jacobs

Dokter 007

Wanneer Thioro Mbow in 1999 in België aankomt, wijst niets erop dat de jonge vrouw vijftien jaar later in de cel zal zitten voor kindermoord. Ze is 20 en enthousiast om hier aan haar studie te beginnen. In Senegal heeft ze haar bachelor filosofie behaald, en in Brussel schrijft ze zich in voor de kandidatuur handelswetenschappen aan het Institut catholique des hautes études commerciales (ICHEC). Ze verblijft bij de familie D. De vader, J.-C. D., doet zaken in Senegal. Hij heeft geholpen om haar papieren in orde te brengen. Haar diploma wordt geregulariseerd en ze krijgt een studentenvisum. Toenmalige vrienden herinneren zich haar als een opgewekte, stralende student. Later zal blijken dat D. meer dan één liefje had rondlopen in Senegal, en dat hij er met aids besmet was geraakt.

Ulin: “Thioro Mbow vertelde me dat D. haar heeft verkracht toen ze bij zijn familie woonde. Dat is ze nooit te boven gekomen. Ze voelde zich erg eenzaam in die periode. Na een tijd weigerden haar ouders, die haar wilden uithuwelijken in Senegal, haar studie te betalen. Daarna trouwde ze met een stadsambtenaar uit Aalst. Hij heeft haar in een nachtclub gestopt. Toen is ze met drugs en alcohol begonnen.”

Mbow werkt een tijd in de prostitutie. In 2007 – Fatou, de dochter die ze kreeg met de ambtenaar, is dan 2 jaar – leert ze Ulin kennen via een gemeenschappelijke kennis. Al snel krijgen ze een relatie. Hij heeft een bedrijf voor afbraakwerken, maar is ook de eigenaar van The Cadillac Dreams, een stripteasebar in Ninove. Daar zal Mbow een tijdlang werken.

Vanaf 2012 begint het mis te lopen in hun relatie. Familie en vrienden worden hoe langer hoe ongeruster. Nadat ze een dronken Mbow aan de lijn had gehad in 2013, verklaart haar zus gealarmeerd aan de politie dat ze te veel drinkt en hallucinaties heeft. Mbow had haar gezegd dat ze haar kinderen zou vermoorden en zelfmoord zou plegen, “zodat Helmut ongelukkig zal zijn”.

Tussen 2012 en 2014 moet de politie verschillende keren tussenbeide komen in huiselijke ruzies en bij wederzijdse beschuldigingen van ontrouw en partnergeweld. Agenten van de jeugdbrigade vinden Mbow een keer thuis, laveloos van de drank, slapend in de zetel, terwijl de kinderen tv-kijken.

De directrice van de school van de meisjes, De Kleine Prins in Lennik, verklaart dat ze hun moeder amper zagen. Vaker kwam hun vader of tante hen brengen of ophalen. Enkele maanden voor de feiten krijgt Mbow ruzie met haar schoonzus; voortaan vergezelt de intussen 9-jarige Fatou hen naar school.

Vrienden die Mbow proberen te waarschuwen dat het zo niet verder kan, krijgen te horen dat anderen de schuldigen zijn: de buren, die haar controleren; de familie van Ulin, die voortdurend bij haar langskomt; haar zus, die haar niet begrijpt.

De flessen en dozen wijn koopt ze met het huishoudgeld dat Ulin haar geeft, en de slaap- en kalmeringsmiddelen krijgt ze van haar huisarts, een man uit Gooik. Die schrijft haar jarenlang zonder veel vragen Xanax en Temesta voor.

Lees ook

Het verslavende effect van pijnstillers: ‘Mijn dokter vond het normaal dat ik één keer per jaar ging afkicken.’

Ulin: “Die man heeft een enorme verantwoordelijkheid. Ze kreeg die medicatie zonder veel problemen. Hij kwam ze vaak zelfs persoonlijk afgeven. Hij parkeerde altijd een stuk verder dan ons huis. Als hij zag dat mijn auto op de oprit stond, stak hij de strips in de brievenbus. Hij was verliefd op haar en bestookte haar met sms’en. Ik heb ze nadien allemaal gelezen. ‘Tu es une pièce unique’, schreef hij. ‘Tu me plais bien.’ Hij ondertekende de berichten met ‘007’. Ik heb nog een klacht tegen hem ingediend, maar die is zonder gevolg gebleven. De rechter heeft wel gezegd dat zijn rol in het verhaal op zijn minst erg bedenkelijk was.”

‘Onze engeltjes’

Helmut Ulin woont nog altijd in het huis in Lennik waar hij jarenlang samenleefde met Thioro Mbow, Fatou en hun drie dochters. Fatou is intussen onder voogdij geplaatst van een dochter uit Ulins eerste huwelijk, na een vergeefse poging van hem om haar te adopteren. “Ze vreesden dat ik wraak zou nemen op Fatou, omdat zij Mbows dochter is. Dat is natuurlijk nonsens. Ik blijf vechten voor haar.”

Helmut Ulin Beeld Koen Keppens
Helmut UlinBeeld Koen Keppens

Hebt u Thioro Mbow nog gesproken na de feiten?

Ulin: “We bellen vaak. Dan praten we over de kinderen. ‘Nos anges’ noemt ze hen, onze engeltjes. Voor haar lijken ze helemaal niet dood. Misschien beseft ze het nog niet.

“Iedereen ziet haar nu als een monster, en dat begrijp ik goed. Ik zeg haar vaak dat ze zich niet zo hard moet opstellen. Ze heeft in al die jaren geen traan gelaten, terwijl ze diep vanbinnen niet zo koud is. Ze wil altijd de stoere uithangen. Ik kan niet vergeten wat ze heeft gedaan, maar het had nooit zover hoeven te komen. Ze had medische hulp nodig, en begrip. Eigenlijk was ze zelf ook slachtoffer.”

Het bijgebouw is intussen afgebroken, van de gruweldaad is geen spoor meer in de tuin. Ulin wijst naar een muur met krabbels en tekeningen van de drie meisjes. ‘Ik herinner me nog hoe boos ik was omdat ze op de muur hadden getekend. Nu koester ik die tekeningen, en laat ik er telkens omheen schilderen.’

Hebt u er nooit aan gedacht om hier te vertrekken?

Ulin: “Ik wil niet weg. Voor mij zijn mijn kinderen hier nog. Als ik verhuisde, zou ik de werkelijkheid ontvluchten. Maar natuurlijk doet het pijn en herinnert alles me aan hen.

“Ik herinner me nog hoe ik, een week nadat het was gebeurd, eindelijk het huis weer in mocht van de politie. Het eerste dat ik zag, was een bord met spaghetti: Oumy had het de avond voordien laten staan, en het was niet opgeruimd. Ik heb het nog twee weken onaangeroerd gelaten.

“Die fontein in de tuin, daar speelden de meisjes vaak. Ernaar kijken benauwt me soms. Maar mijn pijn is niet eens een duizendste van de pijn die zij in hun laatste minuten hebben geleden.

“De feestdagen zijn het ergst: 31 december is ook de geboortedag van Madyson. De laatste keer dat ik oudejaar heb gevierd, was in 2014. Nu kruip ik iedere oudejaarsdag al om zes uur in mijn bed. Dan hoef ik de berichten met ‘Gelukkig nieuwjaar’ niet te lezen.”

* De naam van de oudste dochter van Thioro Mbow is om privacyredenen vervangen door een pseudoniem.

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234