Zaterdag 14/12/2019

Helemaal dol van de hoorn

In films, speelgoedwinkels, koffiebars... de eenhoorn is overal. Vooral jonge meisjes zijn gevoelig voor de magische krachten van de unicorn, maar zijn geschiedenis gaat eeuwen terug. Wat maakt dit fabeldier zo onweerstaanbaar? Wieteke van zeil

Wie wil, kan zijn levensweg met eenhoorns vullen zoals je vroeger op kussens door de kamer sprong: erbuiten vallen is verdrinken. De eenhoorn, het gelukbrengende fantasiebeest, is ineens alomtegenwoordig. Speel maar mee en spring op de rug, dan blijft de boze wereld buiten.

Je koopt een Unicorn - want ook in België wordt de eenhoorn gewoon 'unicorn'genoemd, alsof het mythische dier in Amerika is uitgevonden - Frappuccino bij Starbucks is. Je laadt je telefoon op met de mobiele eenhoornoplader van de Hema, zet je knuffelzachte unicorn-koptelefoon op zodat zelfs een rit in de bus voelt als glijden over de regenboog, hangt eenhoornlichtjes in de kerstboom, smeert eenhoornbalsem (regenboogkleuren!) op je lippen, schuift in je eenhoorn-onesie op de bank met een eenhoorntranen-gin-tonic en een zak eenhoornscheten op schoot (suikerspinsnoepjes). In heel wat hippe cafés staat de spreuk "Always be yourself. Unless you can be a unicorn. Then be a unicorn"in krijt op de muur en natuurlijk dreven we met ons allen afgelopen zomer op een megaopblaaseenhoorn in het zwembad; het eerste moment dat kinderzwemspeelgoed weer acceptabel voor volwassenen was sinds de groene opblaasstoel in 'Club Tropicana' van Wham!.

Op een wonderlijke, door Instagram zwaar versterkte manier is de eenhoorn weer onder ons. Recht uit de middeleeuwen tot de millennials van nu en alle, álle meisjes onder de 13 (al mogen we hopen dat er een paar weerbarstige verzetsheldinnetjes zijn). In grote steden bestaat een uitgaanscultuur van jongeren die zich met eenhoorns identificeren, liet een verrassend triest stemmende documentaire van VICE onlangs zien ("mensen daarbuiten begrijpen me niet, in de normale wereld"), en kinderen dragen de eenhoorn bij zich als een soort talisman. Zo heeft mijn zevenjarige dochter een ritueel bij alles wat ze moeilijk vindt: ogen dicht en "eenhoorns eenhoorns eenhoorns eenhoorns" roepen tot het voorbij is. Elke keer dat ik een oorbelletje bij haar indoe, een pleister eraf trek of ze in het diepe springt, is de eenhoorn in haar gedachten als aanmoediging.

Wat is er zo magisch aan de eenhoorn, een kleurig dier, maar toch ook niet heel veel vreemder of onmogelijker van uiterlijk dan, zeg, een vogelbekdier, zebra of giraffe? En áls er dan een fabeldier is dat geluk brengt en moed geeft, waarom dan niet een sfinx, de gevleugelde leeuw met mensenhoofd, een centaur - half man, half paard - of de fascinerende feniks die uit zijn eigen as herrijst? Die dieren zien we niet in de glitteroogjes-knuffelverzameling van onze kinderen of magisch trippend op de dansvloer. Voor die fabeldieren moet minstens Harry Potter gelezen worden, en eigenlijk een archeologisch museum bezocht. Terwijl voor de eenhoorn de film Verschrikkelijke ikke genoeg is, en nog niet eens noodzakelijk.

Verschrikkelijke ikke (2010) kan, samen met de herleving van My Little Ponyen de eerste Lego-film uit 2014, worden aangewezen als bewijsstukken a, b en c van de gereanimeerde eenhoornhype onder kinderen. In de eerste Verschrikkelijke ikke, toen de Minions nog bijfiguurtjes waren en Pharrell Williams al een steengoede soundtrack maakte maar nog niet de grootste pophit aller tijden 'Happy' lanceerde (dat kwam bij de tweede film), wint het kleine meisje Agnes met de hulp van de warmhartige brombeerhoofdpersoon Gru een grote eenhoornknuffel op de kermis. "Hij is zo pluizig, ik ga dóód!", roept ze, en wandelt met de knuffel van twee keer haar eigen lengte naar huis.

Goudmijn

Een verhaallijntje dat in de derde film (2017) is uitgewerkt tot Agnes op een eenhoornfiets met een eenhoornhelm en een scène waarin ze gelooft dat er een "echte echte eenhoorn" bestaat omdat een restauranthouder haar een hoorn laat zien ("Hij was zo pluizig dat ik dacht dat ik doodging", herhaalt hij), waarna ze gillend de inmiddels reële eenhoorngekte vrij helder in beeld brengt. Razend slim van de filmmakers, want naast de Minions was er nu een tweede verkoopobject: meng commercie met schattigheid en ouderliefde, en je hebt een goudmijn aan verkoopwaar. Als gummetje, als knuffel, als onesie of als pantoffel is de Agnes-eenhoorn - bol, zacht, grote ogen - precies wat eenhoornmagie voor miljoenen kinderen behelst.

Maar de eenhoorn bestaat natuurlijk al een tijdje langer dan Agnes' knuffel en Lego's Unikitty, het blije poes/eenhoornbeest uit de film (en de speelgoedwinkels). Wie naar het Rijksmuseum in Amsterdam gaat, kan echte hoorns bekijken, de beroemde 'eenhoorns van Sinte-Marie' die in de elfde eeuw als schatten in de Utrechtse Mariakerk hingen. Echte, gedraaide hoorns, precies zoals nu de hoorn van het fabeldier op uw telefoonhoesje nog spiraalgroeven heeft - een tip voor wie indruk wil maken op kinderen in een museum.

Die Utrechtse eenhoorns van Sinte-Marie zijn mogelijk de verklaring voor de huidige hoorns, maar hoe komen ze daar? De consensus onder mensen boven de tien is immers dat de eenhoorn een mythisch dier is. Niet in de middeleeuwen. Toen werd er oprecht geloofd in eenhoorns. Pelgrims zagen ze, Marco Polo zag ze. Iedereen zag ze natuurlijk wel ver weg, in Azië of Afrika, hoewel Julius Caesar er een in de Duitse bossen dacht te spotten, verhaalt zijn verslag van de Gallische overwinningen. Dat het dier meerdere keren in de Bijbel wordt genoemd, hielp natuurlijk mee: "Verlos mij uit de muil van de leeuw, en van de hoorn des eenhoorns" staat er in oude vertalingen van koning David's Psalm 22 (inmiddels staat er 'wilde stieren'). De overtuiging was ook dat de hoorn een religieuze werking had.

Wonderlijke walvis

We weten nu beter, maar de hoornen des heils van de Mariakerk zijn wel degelijk van een eenhoorn afkomstig, al zit er geen wit glitterpaard met regenboogstaart aan vast. Het zijn hoorns van een narwal, een wonderlijke walvissoort met één rechte hoorn met spiraaldraai.

Zelfs in de westerse oudheid én de Chinese mythologie was de eenhoorn al een bekende; in de Chinese mythologie, waar een geit, en later een neushoorn model stond voor het dier genaamd Zhi, staat de eenhoorn voor ideale rechtvaardigheid. De Griek Ktesias van Knidos schreef in de vierde eeuw voor Christus over een 'monoceros'. Het slijpsel van de hoorn van dit dier beschermde tegen elk gif en als je van de hoorn zelf een beker maakte, hielp het drinken daaruit tegen kramp.

De Romein Plinius de Oudere schreef in de eerste eeuw dat het moeilijk was om een eenhoorn te vangen. Alleen een maagd kon dat, door haar puurheid. In haar schoot zou het dier rusten. De brute bijkomstigheid is dat dan meteen jagers het dier konden afslachten, zoals op veel middeleeuwse kunstwerken te zien is - rustende eenhoorn, zuivere maagd, wrede jagers met bloedige speren. De eenhoorn kreeg toen al zijn symbolische betekenis van puurheid en kuisheid.

In de tweede eeuw werd een van de belangrijkste mythen over de eenhoorn opgeschreven in Egypte: de Physiologus, een reeks in het Grieks geschreven dierenverhalen met christelijke moraal. Daar staan bestaande dieren in en fabeldieren; de eenhoorn is verhaal 35. In vierde eeuw werd de Physiologusal vertaald in het Latijn en verspreid in Europa. Het boek werd bijna even populair als de Bijbel, en zo kwamen de verhalen dus in de kunst terecht - soms trouwens ook met dieren die Europeanen nog nooit hadden gezien. De eenhoorn kreeg er nu een christelijke betekenis erbij: de maagd werd Maria, het gevangen dier Christus. De hoorn symboliseert dan de eenheid van God en Jezus.

In de dertiende eeuw kwam de eenhoorn terecht in de Franse Bestiaires d'amour, een soort hertalingen van de Physiologuswaar ook Engelse varianten van bestaan. Dat bracht nieuwe ridderlijke romantiek in het eenhoornverhaal, waarbij de eenhoorn ook symbool kwam te staan voor de liefde van de man. Zo werd de eenhoorn een symbolisch kneedbaar wezen, terug te vinden in allerlei soorten kunst: op schoot in een portret van de mooie jonge Laura Orsini della Rovere door Rafaël (1506, een hondje zat model) in de renaissance, gevangen in een tuin en omringd door jagers in beroemde romantische tapijtseries en bij Maria op schoot als ze verkondigd krijgt dat Jezus komt. En zelfs in het paradijs, want de eenhoorn was er al op de vijfde scheppingsdag bij; achter in het Paradijsluik van Hiëronymus Bosch' Tuin der Lusten (1503-15) staat gemoedelijk een eenhoorn uit een vijver te drinken naast een hert, een stier en twee paarden.

Allesbehalve eenduidig dus, de eenhoorn. Hij symboliseerde van alles en heeft soms totaal tegenovergestelde betekenissen. In Rafaëls portret bijvoorbeeld is het kleine eenhoorntje tegelijkertijd een symbool van Laura's puurheid (ze was toen 13 jaar), én een waarschuwing voor haar onvermijdelijke vrouwelijke aantrekkingskrachten, die misschien wel dodelijk kunnen zijn. De eenhoorn overleeft het immers ook niet. Tegen deze tijd was het dier een geraffineerde mix van deugd en ondeugd, van puurheid en verleiding. Die erotische connotaties - de hoorn is natuurlijk ook fallisch - zijn nog steeds zichtbaar als je de aantrekkingskracht van de eenhoorn op jongvolwassenen bekijkt.

In de documentaire Inside London's Hedonistic, Polyamorous Unicorn Movement van VICE wordt een groep gevolgd aan de hand van een mediaprofessional genaamd Shaft, een man die zich identificeert met een eenhoorn en naar eigen zeggen "met één hoef in de corporate wereld staat en één hoef in de eenhoornwereld sinds 2011". Hier wordt zichtbaar hoezeer de eenhoorn emblematisch is geworden voor een vlucht uit een voor sommigen ondraaglijke werkelijkheid. Shaft is een 'tantrihorn', en zo is er ook een 'glamhorn' en een 'warriorhorn'.

De groep leeft in een parallelle wereld van fantasie, drugs en polyamorie, althans, dat is wat leider Shaft wil, maar dat komt ook niet helemaal van de grond. Gaandeweg verpietert het utopische beeld dat ze samen scheppen; leden lijden aan depressie of verliezen hun verstand, en ook Shaft ziet zijn zorgvuldig gecreëerde geluk afbrokkelen. Eén meisje verwoordt haar eenhoornmotivatie voelbaar pijnlijk: "Als je vrolijke kleuren draagt, geef je een onbekende op straat een uitnodiging jou gedag te zeggen. En op die manier is Londen niet zo'n eenzame plek meer."

Dwingende leukheid

De eenhoorn is niet alleen magie, en nooit geweest. Het dier is ook: verleiding, kuisheid, seksualiteit, dood en opoffering. En ook bij de kinderhype die nu gaande is, kunnen genoeg vragen worden gesteld. Is het wéér een nieuwe manier om meisjes schattig te houden, terwijl de jongens het stoere en constructieve speelgoed in de schoen krijgen? Als alles magisch en mooi en blij moet zijn, hoe gaan kinderen dan ooit leren rustig met gewone en - oh help - minder leuke dingen om te gaan? Is de eenhoorn dwingende leukheid? In DeLego Filmvertolkt Unikitty, het hybride eenhoornpoesbeest, dit het beste in Cloud Cuckoo Land waar iedereen gelukkig is en negatieve gedachten niet bestaan. "Elk idee is een goed idee, behalve de niet-goede ideeën. Die duwen we weg naar een plek waar we ze nooit, nooit , NOOIT MEER kunnen vinden." Als alles misloopt, verandert ze alsnog in een boze leeuw. Een beetje zoals ieder kind, iedere maagd en iedere millennial weleens doet. Iedere eenhoorn is een paradox.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234