Dinsdag 11/05/2021

Heldenmoed op de pedalen

In het midden van de Vlaamse wielerweek organiseert de literaire vereniging Behoud de Begeerte De Velodroom, een avondvullend programma over de nauwe band tussen de schone letteren en de volkssport nummer één. Ter opwarming: een tocht door de geschiedenis van een bijzonder genre.

Wielerliteratuur. Vraag 1.000 lezers naar het absolute hoogtepunt binnen dit genre, en 1.001 lezers zullen antwoorden: De renner van de Nederlandse schrijver, schaker en amateurwielrenner Tim Krabbé. Krabbé schreef met De renner een boek dat zowel door coureurs als literaire fijnproevers de hemel is ingeprezen, maar zie: net deze man liet ooit optekenen dat hij "geen enkel zinnig verband tussen schrijven en wielrennen" kon aanwijzen.

Misschien moet deze uitspraak dan maar als bewijs gelden dat ook grote genieën wel eens kunnen dwalen. Want een verband tussen wat een schrijver en een wielrenner doet, dat is er natuurlijk heel duidelijk wel. Om maar meteen het belangrijkste verband te noemen: zowel schrijvers als wielrenners zijn producenten van verhalen. Epische verhalen vaak, die dikwijls sterk verwant zijn op het vlak van de structuur. Niet toevallig bestaat er zowel in de romankunst als de wielersport zoiets als een proloog, en allicht ook niet toevallig willen beide disciplines wel eens eindigen met wat zo vaak 'een bloedstollende finale' heet. En dan is er nog de status die zowel wielerwedstrijden als romans kunnen verwerven. Beide kunnen uitgroeien tot klassiekers. Heiligheden die met elkaar gemeen hebben dat je niks niemendal aan hun verloop mag veranderen. Zo is het met Shakespeare, en zo is het - Wouter Vandenhaute kan ervan meespreken -ook met de klassieke koersen.

Guldensporenslag

De koers is wel eens de literatuur van het volk genoemd, en daar valt, zeker als het over de pioniersjaren gaat, heel wat voor te zeggen. Vrij naar de Nederlandse wielersocioloog Benjo Maso zou je kunnen stellen dat de vroegste edities van de Ronde van Frankrijk of de Ronde van Vlaanderen geschreven werden, eerder dan dat ze werden gereden. Bij afwezigheid van televisiebeelden was het volk voor informatie over de koers immers volledig overgeleverd aan de geschreven pers. Veel meer dan door renners werd de koers in die tijd gemaakt door journalisten die een mooi verhaal duidelijk belangrijker vonden dan een getrouwe weergave van het wellicht vaak oersaaie wedstrijdverloop. Niet de werkelijkheid, maar schrijvers als Homerus of Hendrik Conscience waren daarbij de inspiratiebronnen.

Zo was er, om maar meteen het prominentste voorbeeld te noemen, Henri Desgrange, de man aan wie we de Tour de France te danken hebben. Zowel bij het concipiëren als het beschrijven van zijn wedstrijd liet Desgrange zich heel duidelijk inspireren door de homerische epiek. Deelnemers werden blootgesteld aan de zwaarste beproevingen, hun heldenmoed werd geroemd in zeer dichterlijke taal. Helemaal lyrisch werd Desgrange als hij mocht schrijven over de exploten van zijn landgenoot Charles Pélisier. Woorden schoten dan wel eens te kort, waardoor hij tevergeefs om hulp ging smeken bij de grote klassieke schrijvers. "Waar zijt gij, Pindarus, om onze Charles in Uw Epinicia te bezingen? Waarom waart gij niet bij ons, Corneille, prins van de tragedie? Gij zoudt nieuwe gevoelens in de menselijke ziel hebben kunnen ontwaren. Want alles was er: poëzie, majesteit, smart en bovendien de sport."

Henri Desgrange was een groot voorbeeld voor Karel Steyaert, beter bekend als Karel Van Wijnendaele, de vader van de Ronde van Vlaanderen. Als knaap was Van Wijnendaele diep onder de indruk geraakt van Consciences De Leeuw van Vlaenderen. Nadat hij deze roman had dichtgeklapt, nam hij zich voor om ooit "een eigen Guldensporenslag" te winnen. Aanvankelijk probeerde hij dat als renner, maar helaas, op die manier zou hij, zoals hij later zou getuigen, "nooit een Jan Breydel worden". Al snel zou hij "met de pen gaan zoeken, wat ik met de pedalen niet kon vinden."

Van Wijnendaele gaf in 1913 het startschot voor de eerste Ronde van Vlaanderen, en zou er tot aan zijn dood in 1961 in bijzonder lyrische zinnen over blijven berichten. De stijl van Van Wijnendaele komt vandaag, net als die van Desgrange, erg ouderwets en bombastisch over. Maar was het niet hun literaire verbeeldingskracht die deze wedstrijden tot ware mythes deed uitgroeien? Mythes die bovendien onverwoestbaar blijken?

Onbegonnen werk

Mag je, met enig gevoel voor overdrijving, stellen dat grote koersen van vandaag hun oorsprong vonden in de verbeeldingskracht van journalisten met veel literair talent, dan is de omgekeerde stelling ondertussen natuurlijk evenzeer waar. Niet zo kort na haar ontstaan waren de wielerwedstrijden op hun beurt uitgegroeid tot een bron waaraan schrijvers zich met grote gretigheid laafden. Zeer inspirerend was bijvoorbeeld de titanenstrijd tussen Fausto Coppi en Gino Bartali, eind jaren veertig. Hun epische duels werden onder meer beschreven door schrijvers als Curzio Malaparte en Dino Buzzati.

Alle schrijvers opsommen die zich de afgelopen honderd jaar in meer of mindere mate door de koers hebben laten inspireren, is onbegonnen werk. Paul van Ostaijen deed het, Luuk Gruwez, en zelfs Hugo Claus.

Meer recent beschreef Dimitri Verhulst in Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten de laatste nacht van Frank Vandenbroucke. De geest en de woorden van Karel Van Wijnendaele waren heel nadrukkelijk rond in De seingever van Ann De Craemer, schrijfster en straks debutant in de Ronde. Helden van de Tour is de titel van een recente graphic novel van Jan Cleijne, integraal gewijd aan de geschiedenis van de Ronde van Frankrijk. En dan was er vorig jaar nog Ventoux, de bestseller van de Nederlandse columnist Bert Wagendorp die zich goeddeels afspeelt op de flanken van misschien wel de meest mythische berg uit de wielersport. Dat deze berg een bijna even mythische status geniet in de literatuur, kan alweer geen toeval zijn.

In een beroemd geworden brief beschreef de Italiaanse renaissance-dichter Francesco Petrarca, een van de grondleggers van de Renaissance, hoe hij al in 1336 de Ventoux beklom. Petrarca wordt algemeen beschouwd als een literatuurvernieuwer. Maar je kunt hem ook anders bekijken. In zijn brief schrijft Petrarca dat hij de Ventoux op wil met geen andere bedoeling dan de wereld ook eens vanuit de hoogte te bekijken. Om die reden, zo schrijft de Nederlandse sportcolumnist Frank Heijnen, "is Francesco Petrarca natuurlijk niet alleen de eerste toerist of de eerste bergbeklimmer, maar vooral de eerste wielrenner aller tijden. Eeuwen voordat er sprake is van zoiets als een fiets, heeft hij de ware Tourspirit al te pakken: het grootste genot aan het beklimmen van een berg is de totale nutteloosheid ervan. Petrarca's collega, de Noord-Europese lyricus Tim Krabbé, zegt hierover in zijn geschriften: wie fietst, fietst ergens heen. Wie fietst op een racefiets, fietst nergens heen."

Wielrennen (of literatuur) als een nutteloos, maar daarom uiteraard niet minder vermakelijk tijdverdrijf. L'art pour l'art. Het is een hedonistische, individualistische, zeg maar moderne visie op de wielersport. Een visie die, opmerkelijk genoeg, weer terrein lijkt te verliezen.

Lieflijke landwegeltjes

Is het een tegenreactie op onze in razend tempo veranderende wereld? Is het de kracht van de door Desgrange en Van Wijnendaele geschapen mythes? Feit is dat de wielersport vandaag conservatiever, romantischer en nationalistischer is dan ooit.

"De koers is van ons", zo luidt de nieuwste slogan van Het Nieuwsblad, nog altijd de hoofdsponsor van de Ronde. In de bijbehorende radiotrailers wordt de koers voorgesteld als een Guldensporenslag van deze tijd, met Tom Boonen en Nick Nuyens in de rol van hedendaagse Jan Breydel of Pieter De Coninck, en de Vlaamse Ardennen als een soort hedendaagse Groeningekouter.

Ronde-eigenaar Wouter Vandenhaute wordt vandaag gezien als een grote koersvernieuwer. Zo durfde hij het aan om drie jaar geleden het parcours van deze klassieker een weinig te verleggen. In werkelijkheid was die ingreep echter helemaal niet vernieuwend, maar conservatief-romantisch. Vandenhaute haalde de finale weg uit Ninove, weg van de steenwegen en lintbebouwing die ons gewest vandaag zo kenmerken. In de plaats kwam er een finale over lieflijke landwegeltjes en kasseien. Het is een Vlaanderen dat in wezen niet meer bestaat, en eigenlijk ook nooit heeft bestaan. Het is een Vlaanderen dat ontsproten is uit de verbeelding. De verbeelding van Karel Van Wijnendaele, en zijn vele erfgenamen.

Literair programma De Velodroom, nu donderdag om 20 uur in de Permekebibliotheek in Antwerpen. Gasten zijn Jan Boesman, Ivo Victoria, Bert Wagendorp en Warre Borgmans.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234