Maandag 18/11/2019

Helden strijden om het hart van Amerika

Nu woensdag landt met veel bombarie Batman v Superman: Dawn of Justice in de zalen. Dat is, naast een lange film (2u31) en een orgie van testosteron en spandex, ook een clash van ideologieën. Welke tegengestelde wereldbeelden vertegenwoordigen Batman en Superman dan wel?

J.R.R. Tolkien liet in The Lord of the Rings wandelende bomen ten strijde trekken tegen een tovenaar die het bos gebruikte om zijn oorlogsmachine te voeden. Omdat hij wist dat zo'n tafereel er meer dan een halve eeuw later cool zou uitzien op pellicule? Nee: Tolkien was een fervente tegenstander van industrialisering, dus situeerde hij zijn boek bewust in een technologieloze wereld, waarin de omgeving vaak letterlijk een ziel heeft. Hij nam een probleem dat hem na aan het hart lag, en hij stopte het ongezien in zijn op het eerste gezicht onschadelijke fantasyverhaal. Zo zit er evengoed een tweede of derde laag in de kosmische horror van H.P. Lovecraft, de sciencefiction van Philip K. Dick, Isaac Asimov of Jules Verne, én de avonturen van de vandaag zo populaire superhelden. Literatuur waarin fantasie centraal staat, is escapisme, maar niet zelden escapisme met wortels in de realiteit.

Zo is het geen toeval dat de populariteit van superhelden altijd piekt in tijden van onzekerheid en economische malaise. De superheld zoals wij hem vandaag kennen, ontstond aan het einde van de Grote Depressie van de jaren 30. Na de beurscrash van 1929 stond de Amerikaanse arbeider aan de rand van de afgrond. De maffia was populair, de Drooglegging was nog bezig en een vierde van alle burgers zat zonder werk. Het zag er, met andere woorden, niet goed uit, en men kon wel een opkikker gebruiken. Toen kwam er plotsklaps een vreemde creatie uit de pennen van Jerry Siegel en Joe Shuster gevlogen: een blauw-rode held die de verkoop van comicbooks deed ontploffen. Geen vogel, geen vliegtuig, maar wel:

All-American alien

Superman lijkt nu even vanzelfsprekend als Mickey Mouse, maar in 1938 sprak hij tot de verbeelding. Zijn verhaal: hij is een alien die er menselijk uitziet en als baby landt in de Amerikaanse staat Kansas, om daar te worden opgevoed door een nobel boerenkoppel. "Hij is de ultieme outsider", zegt regisseur Zack Snyder in The Japanese Times. "Een immigrant, een letterlijke alien, die ons allemaal een spiegel voorhoudt. In zijn jonge jaren wil hij alleen maar zijn zoals al de rest. Maar hij zal altijd anders zijn." Hij werkt als Clark Kent voor een krant in de stad Metropolis, ontdekt en passant zijn krachten als Superman en krijgt waardevolle levenslessen ingepeperd. Zijn motto: truth, justice and the American way.

Die American way staat er niet zomaar. Het was een uitdrukking van het sterke geloof dat Siegel en Shuster deelden in Amerika als natie én in de kersverse president Franklin D. Roosevelt. Die had in 1933, het jaar waarin Superman in een furieuze brainstormsessie van 24 uur werd bedacht, de Republikein Herbert Hoover uit het Witte Huis gelicht. Roosevelts grote agendapunt was de op liberale ideeën gestoelde New Deal, een plan voor de economische heropbouw van het land. De man in de straat zag de New Deal als een strijd tegen het onrecht dat hem was aangedaan, als de belofte van iets beters - ideeën die werden belichaamd door Superman.

In de eerste Superman-strips was al meteen duidelijk dat Superman een baken van hoop moest zijn voor het volk. Het hoogst op zijn agenda stonden geen wereldbedreigende kosmische oorlogen, maar wel normale problemen waar iedereen in de jaren 30 mee te maken kreeg. In Action Comics #1, de eerste strip waarin hij verscheen, werd hij "de redder van de onderdrukten" gedoopt: hij stopt er bijvorbeeld een man die zijn echtgenote slaat, en redt een vrouw die onterecht van moord werd beschuldigd. Dat laatste doet hij niet door binnen te vliegen in de gevangenis en haar uit te breken, wel door de gouverneur te overtuigen van haar onschuld. De boodschap: het systeem werkt als wij allemaal zo eerlijk zijn om het te dóén werken. Hij moest de mensheid inspireren om beter te doen. In de beste Superman-verhalen - iedereen is bij dezen verplicht om All-Star Superman van Grant Morrison te lezen - is hij ook altijd die figuur gebleven. Niet alleen in de strips overigens, maar ook in de cinema.

Richard Donners film Superman uit 1978 schoof Christopher Reeve naar voren als de ietwat sullige goedzak die hij ook in de strips is. Het blijft misschien wel de beste weergave van de pure, originele Superman. In Superman Returns uit 2006 bleef hij ongeveer hetzelfde personage. Na jarenlange afwezigheid keerde hij daarin terug naar de aarde, om te zien hoe zijn Lois Lane een kind had gekregen met een andere man: het is dát verhaal dat de focus is van de film. Superman werd neergezet als een van ons.

Het is pas in 2013, toen Zack Snyder kwam aanzetten met Man of Steel, de voorganger van Batman vs. Superman, dat we een radicaal andere Superman te zien kregen. Henry Cavill tekende voor een gevaarlijke, getormenteerde en donkere Man van Staal; minder hoop, meer wanhoop. Hij had zelfs een baard gekweekt, kun je nagaan.

Enkele cruciale elementen uit Supermans verhaal werden gewijzigd. Pa Kent, de adoptievader van de jonge Clark, is als Kevin Costner een bitter man: hij verbiedt Clark om zijn krachten te tonen en weigert om zelf gered te worden wanneer hij (spoiler!) wordt opgeslokt door een orkaan - allemaal uit angst voor de reactie van de buitenwereld. Daarna wordt Metropolis volledig in de as gelegd wanneer Superman en zijn rivaal Zod er slaags raken. De film eindigt (spoiler!) met Superman die Zods nek breekt.

Waarom zoveel geweld en cynisme? Volgens Snyder, in een interview voor de podcast Hall of Justice: "Ik heb een Superman gemaakt die de toon zet voor de wereld van vandaag. Als er grote destructie is, moet dat ook grote gevolgen hebben."

In het moderne, stedelijke landschap van anoniem terrorisme en angst voor het onbekende, kan Superman niet meer zomaar bankrovers met zwart-wit gestreepte tenues bij de kraag vatten. Een superheld als lichtend voorbeeld is naïef. Bij onze helden zoeken we niet zozeer hoop, als wel een harde weerspiegeling van onze maatschappij. Wat wij nu nodig hebben, is - als ik Snyders interpretatie even volg - iemand die korte metten maakt met terreur. Iemand die, als het nodig is, simpelweg ass kan kicken. Iemand, met andere woorden, als:

Wraakengel van vlees en bloed

Ondertussen kent iedereen Batman; zijn origin story werd al vaker verteld dan dat van Spider-Man. De jonge Bruce Wayne gaat als kind met zijn ouders naar de cinema, maar wanneer Bruce panikeert en ze via de achterdeur naar buiten gaan, worden ze overvallen en de ouders van Bruce worden doodgeschoten. Dat is het trauma dat Bruce met zich meedraagt: hij zweert om zich om te bouwen tot een strijder tegen de duisternis die Gotham City in de greep houdt en om criminelen angst in te boezemen als Batman.

Hij is bijna het diametraal tegenovergestelde van Superman: terwijl die laatste nog een halve god is die alleen maar normaal wil zijn, blijkt Batman een luttele sterveling die streeft naar iets groters dan hijzelf.

Dat is ook de hook van het personage: hij is een van de weinige superhelden zonder superkrachten. Alhoewel: zijn vaardigheden zijn zo ridicuul uitgebreid dat geen enkele mens ze in één leven onder de knie kan krijgen. En hij heeft, volgens schrijver Grant Morrison, "meer snufjes dan James Bond". Je kunt hem zien als een zuivere jongensfantasie: "Eigenlijk is Superman, als working class hero, een volwassener personage dan Batman."

Maar tegelijk vertegenwoordigt Bruce Wayne het ultieme potentieel van de mens op fysiek en mentaal vlak, en daarom is hij voor velen - nog altijd - een inspiratiebron. Paul Zehr, doctor in de psychologie, brak in Psychology Today een lans voor hem: "Hij spoort ons aan om geen vrede te nemen met onze beperkingen."

Veel meer dan Superman heeft Batman over de jaren heen veel vormen gekend. Er waren de onschadelijke beginjaren van Bob Kane en Bill Finger, de serieuzere, klassieke verhalen van Dennis O'Neil en Neal Adams in de jaren 70, en alle camp daartussenin. Er was de absurdistische tv-serie met Adam West in de jaren 60 en de Tim Burton-films aan de start van de jaren 90. Maar wat opvalt: telkens wanneer het tijdsgewricht in groezeliger vaarwater komt, maakt de Caped Crusader een scherpe ruk richting donkerte en volwassen thema's. De grootste verandering maakte hij door in 1986, in volle Reagan-, Thatcher- en Koude Oorlog-tijd.

Niet alleen in Batman-comics stond toen wat te gebeuren. In 1986 schurkten strips tegen een revolutie aan. In een en hetzelfde jaar kwam er opeens een stroom serieuze graphic novels uit die furore maakten in het literaire circuit (Maus van Art Spiegelman ging met de Pulitzer Prize lopen), maar ook binnen het superheldengenre, met Watchmen van Alan Moore en The Dark Knight Returns van Frank Miller. Het was revisionistische lectuur die brak met de clichés van het genre. Frank Miller blies de Batman-mythos eigenhandig nieuw leven in. Zijn Batman: Year One en The Dark Knight Returns waren later de voornaamste inspiratiebronnen voor zowat alle Batman-verfilmingen die er geweest zijn.

Maar is dat geen toeval, dat het commerciële en kritische succes er kwam in '86? Dat heeft toch niks met politiek te maken? Misschien niet, maar de afschildering van Batman is wel degelijk onderhevig aan de sfeer die in de maatschappij hangt. Na het vallen van de Berlijnse Muur in '89 braken rustiger tijden aan en in de welvarende jaren 90 begon Batman op het grote scherm weer richting kitsch op te schuiven. Regisseur Joel Schumacher maakte Batman & Robin in 1997 - denk: MTV-videoclips en honderden Arnold Schwarzenegger-oneliners - en verwoestte het personage bijna voor een hele generatie. Wanneer ging Zijne Gevlederdheid weer de duistere, intelligente toer op? In 2005, met Christopher Nolans Batman Begins. En laat die film nu net baden in een gitzwarte, door terreurdreiging en innerlijk schuldgevoel aangezwengelde post-9/11-sfeer.

Als het goed gaat met ons, mogen onze superhelden doen wat ze willen in de felste kleuren die ze maar kunnen vinden bij de drukker. Gaat het slechter, dan eisen we dat ze meer op ons gaan lijken, dat ze een metafoor worden voor onze angsten, en dat ze tegelijk laten zien dat die angsten te kloppen zijn. Batman en Superman zijn daar de allergrootste voorbeelden van. Maar nu gaan die twee dus in de clinch met elkaar, in wat volgens Zack Snyder "de donkerste aflevering in een trilogie" zal worden. Ho, maar. Helden die vechten tegen helden: is dat de ultieme onzekerheid?

De twee gezichten van de States

Zeker is dat Zack Snyder de moeilijke thema's niet uit de weg wil gaan; in interviews hamert hij erop dat Batman v Superman veel meer is dan een superheldenfilm. Hij liet zich daarvoor inspireren door (alweer) Christopher Nolans films, die door velen werden gelezen als een allegorie op de War on Terror. Zeker The Dark Knight, het superieure middelste deel van de trilogie: daarin krijgt blind geweld een gezicht aangemeten in de vorm van Heath Ledgers Joker. Batman stelt dan weer Amerika's reactiepolitiek voor. "De film is een studie over de ambivalente houding van Amerikanen tegenover de War on Terror", stelt Noah Gittell op zijn blog Reel Change. "Zowel het neoconservatieve perspectief dat sterke, militante actie ondersteunt, als de invalshoek van de burgerrechtenactivist die inzit met de gevolgen voor onze persoonlijke vrijheden, krijgen een legitieme stem. Uiteindelijk komt niemand als winnaar uit de bus."

Heavy stuff. Man of Steel zette de lijn van The Dark Knight al verder - probeer de 9/11-referenties maar eens te tellen - maar krijgt nu met Batman v Superman dus een "donkerder" vervolg. Wat zal er allemaal aan bod komen? We kunnen al iets afleiden uit de trailers: Superman moet zich verantwoorden voor de massavernietiging aan het eind van Man of Steel - hij wordt gevangengenomen (of liever: hij laat zich gevangennemen) en naar een proces geleid. Dat brengt al enkele vragen met zich mee. Waar ligt de verantwoordelijkheid voor tragische gewelddaden? Bij de persoon die er niet in slaagde om het kwaad te stoppen? Stof tot nadenken in tijden waarin ze in Brussel allemaal duchtig met vingertjes wijzen om de verantwoordelijke achter de aanslagen in Parijs aan te duiden.

Verder aanwezig: de angst voor het vreemde. "Mensen haten wat ze niet begrijpen", zegt Ma Kent tegen haar zoon. De reden waarom Batman achter Superman aan wil, is dat Superman veel te krachtig is, maar vooral: dat hij een veel te krachtige alien is. Überpessimist Batman ziet daar enkel de nadelen van in en wil Superman ten gronde richten. Uit de trailer: "Hij heeft de kracht om het hele menselijke ras uit te roeien. Als er ook maar 1 procent kans is dat hij onze vijand is, dan moeten we dat als een absolute zekerheid beschouwen. Ik moet hem vernietigen."

Batman wil, met andere woorden, een preventive strike uitvoeren, omdat hij macht alleen vertrouwt in zijn eigen handen. Vraagje: moet je een land binnenvallen omdat het een kernbomagenda heeft? Nog iets: de denkwijze van Batman komt griezelig overeen met die van veel twitteraars over de vluchtelingencrisis, niet? Guilty until proven innocent.

Misschien wel het grootste verschil tussen Batman en Superman is dat Superman zijn ideologie niet wil opdringen. Hij komt tussen waar er geweld is en spreekt in het openbaar over zijn beweegredenen, maar houdt zich ver weg van het politieke toneel en probeert in de grote wereldaffaires de mensheid gerust te laten. Hij is een voice of reason die kalmte predikt. Batman stelt daarentegen een offensief Amerika voor dat geweldloosheid wil ópleggen, desnoods met geweld. Hij loopt met zijn big stick door de straten en trekt de grenzen in het zand. Raar hè, dat Batman eigenlijk een hoger Amerika-gehalte heeft dan Superman? Ik vraag me af: wat zou Snyders Batman vinden van Guantánamo, en van drone-aanvallen?

Of Batman v Superman die gewichtige thema's ook met de nodige geloofwaardigheid zal kunnen brengen, is natuurlijk nog maar de vraag. De kritiek op Man of Steel blijft dat Zack Snyder het personage van Superman eigenlijk helemaal niet goed begrepen heeft en dat hij meesurft op Nolans golf van succes. De toon en sfeer van Nolan werkte bij Batman, maar niet noodzakelijk bij diens rood-blauwe buddy. Snyder gooit ook langs alle kanten met Christus-iconografie, terwijl Superman werd bedacht door een Jood. Voorstanders kunnen dan weer gerust zeggen dat Snyder de filosofie van Siegel en Shuster niet heeft omgegooid, maar gewoon heeft geüpdatet naar het nu.

Misschien wel de allerbelangrijkste vraag: als Snyder het conflict goed weet uit te werken, welke kant zal het publiek dan kiezen? Die van de brave loebas die in iedereen het beste ziet, of die van de wantrouwige wraakengel die het recht in eigen handen neemt?

De hamvraag: geloof je in de essentiële goedheid van de mens of neem je liever het zekere voor het onzekere? Anno 2016 zal het antwoord me benieuwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234