Vrijdag 13/12/2019

Helden sterven niet altijd staande

Zo uitgemeten als het waardig levenseinde van David Bowie was, zo treurig en stilletjes ging Berre Bergen, ex-bassist van The Scabs en De Kreuners, deze week heen. Aan de dood van belpophelden blijkt zelden heroïek te hangen.

Behalve een getalenteerde bassist en songschrijver bij twee van de belangrijkste bandjes uit de Vlaamse rockgeschiedenis was Robert 'Berre' Bergen ook voltijds meisjesidool. Geen bakvis bleef eind jaren 80 ongevoelig voor de macho met de wapperende manen - en Bergen bleef evenmin ongevoelig voor al die vrouwelijke aandacht.

Daarin was Berre Bergen in zijn tijd one of a kind. Terwijl de rest van de belpoprockers de punk nog uit de leden moest schudden, koos hij voluit voor het stoere imago van de Amerikaanse FM-rock. Daaraan had hij ook zijn exit bij The Scabs te danken: Berre wou de Bon Jovi van de polders worden, de rest luisterde liever naar The Rolling Stones.

Dat uitgerekend deze hartenbreker in relatieve eenzaamheid ten prooi zou vallen aan een lange en aftakelende ziekte (longemfyseem, waardoor hij al in 2007 De Kreuners moest verlaten), is het soort gruwelijke speling waar het noodlot een patent op heeft. Of is het meer dan noodlot alleen, en heeft Bergen, zoals velen in zijn vak, de vroege prijs betaald voor hard leven? Het verband staat niet vast.

"Berre is geen rockdode in de zin dat hij ten onder is gegaan aan zijn levensstijl", meent vriend, generatiegenoot en ex-collega Patrick Riguelle (54). "Hij heeft hard geleefd, maar uiteindelijk was hij gewoon een getalenteerde gast die pech heeft gehad."

Hoe hard dat leven ging, ondervond Riguelle toen hij eind jaren 80 mee met The Scabs op tournee ging. "Ik herinner me avonden in Duitsland dat we uitgingen op tequila boom boom: een tequila met tonic die je op tafel moet slaan om te laten schuimen en dan in één teug opdrinken. Daar word je razendsnel dronken van en de katers zijn niet om uit te staan. Maar Berre kon daar wonderwel tegen. Hij heeft me op die tournee verzorgd als een verpleegster."

Traag naar de hel

De valse heroïek van de vroege rockdood is juist dat: vals. Met mythe omgeven zijn de vele jonge rockidolen die, van Jimi Hendrix tot Kurt Cobain, nog voor hun dertigste ten onder gingen aan te heftig leven. In werkelijkheid zijn het stuk voor stuk dieptreurige verhalen van verspild talent.

Een typerend maar voor België uitzonderlijk voorbeeld daarvan is Dirk Schoufs: Vaya Con Dios mee opgericht, maar na de eerste successen in 1991 overleden aan een overdosis drugs, medicijnen en alcohol. De groep had hij toen al moeten verlaten. Schoufs was bij zijn overlijden pas 29.

Bijna nog triestiger is het tweede type vroege 'rockdode': rockers die op middelbare leeftijd overlijden, al dan niet mede aan de gevolgen van een losbandig leven. "Liever snel naar de hel dan traag naar de hemel", zingt Bazart ook vandaag nog het oude, foute Neil Young-adagium 'Better to burn out than to fade away' achterna. Er is dus ook een lelijkere variant: traag naar de hel.

Het is in die tweede categorie dat nogal wat betreurde belpopidolen van de jaren 80 (en 90) vielen. Paul De Spiegelaere (The Machines, na ziekte overleden in 2013, op 59-jarige leeftijd). Fons Sijmons (The Scabs, aan longkanker overleden in 2013, op 58-jarige leeftijd). Patrick De Witte alias (pdw) (The Skyblasters, na hartfalen overleden in 2013, op 54-jarige leeftijd). Luc De Vos (Gorki, na nierfalen overleden in 2014, op 52-jarige leeftijd).

Schoufs en Fons Sijmons zijn zowat de enige Vlaamse 'rockdoden' in de beperkte zin van het woord. "En daar is ook in hun geval niets heroïsch aan", bevestigt Patrick Riguelle. "Het gaat telkens om getalenteerde levens die veel te vroeg beëindigd zijn."

Voor Riguelle voelt het alsof de dood hem viseert. Hij speelde samen met Berre Bergen bij The Scabs, introduceerde diens vervanger Fons Sijmons in de groep. Speelde ook samen met (pdw) en werkte samen met Luc De Vos voor Gorki. "Ik mis ze allemaal elke dag. En ik vraag me wel eens af hoe het komt dat ik er nog ben. Ik was er altijd graag bij als het wild werd. Ik heb de romantiek van de roes gekend, maar ik heb ze nooit ernstig genomen. Er is altijd een grens geweest, waar ik stopte, net zoals de anderen bij The Scabs. Alleen Fons kende geen enkele grens."

Junkieheroïek

Wie de jaren 80 in de vaderlandse rock-'n-roll wou overleven, beschikte best over een stevige maag, maar echt ruig werd het zelden. "Een pilletje voor de bloeddruk, oogdruppels en een zalf van de kinesist voor de gewrichten. Dat zijn de drugs waarop ik nu overleef", grapt Jean Blaute (63).

Samen met mede-overlevers Eric Melaerts (58, bekend van Clouseau) en Jean-Marie Aerts (64, TC Matic) is hij druk doende met nieuwe opnames. Natuurlijk is de vroege dood van alweer een collega-vriend een gespreksonderwerp. "We kwamen overal op tijd aan, maar gingen zelden op tijd weer naar huis. Veel drank en veel miserie met vrouwen: dat was het Vlaamse rockbestaan", zegt Blaute glimlachend over zijn wonderjaren. "Er ging een tijdje ook wel wat wit poeder rond, maar dominant werd dat nooit. Het bleef al bij al allemaal erg Vlaams en beschaafd. De belpop komt voort uit een cafécultuur - nu nog, kijk maar naar het succes van de Charlatan in Gent. Het gaat er soms wild aan toe, maar junkieheroiëk, zoals in Nederland met Herman Brood, hebben we hier nooit gekend."

Is dat dan de deugd van een katholieke cultuur? Patrick Riguelle heeft het zich al vaak afgevraagd. "Nederland is met zijn vrije drugscultuur een geval apart. Maar ook in de VS is het niet de rock-'n-roll die de drugsverslaving verspreid heeft, zoals conservatieven graag beweren. Amerikaanse jongeren zijn oorspronkelijk massaal verslaafd geraakt in het leger - na de Tweede Wereldoorlog en in Viëtnam - niet op concerten. Johnny Cash en Jimi Hendrix hadden allebei een zware pillenverslaving: allebei opgelopen in het leger."

'De menigte weg, de herrie verstomd

wat het waard was zal moeten blijken

kom met me mee, stap uit de zon

de wereld hoeft nu niet te kijken

jij was zo mooi, jij was prachtig

maar jij, jij hoeft niets meer te bereiken'

(The Scene, Feest)

Er is ook dat andere droevige aspect van doodgaan in de belpop: de stilte die intreedt als het grote applaus langzamerhand wegsterft. Luc De Vos bijvoorbeeld had het er, in de jaren voor zijn dood, moeilijk mee dat bijval niet meer gegarandeerd was. Berre Bergen werd door zijn ziekte gedwongen tot isolement, maar ook Fons Sijmons stierf, na een jarenlange ziekte, ver weg van het publiek.

"Applaus is een verslavende drug", weet Jean Blaute. "Gorki, The Scabs, De Kreuners waren top in hun genre. Zij hoefden niet beschaamd achterom te kijken. Maar niets zo treurig als die oude mannetjes aan de toog van het jeugdhuis die zitten te snoeven dat ze ooit ook bijna op Werchter gestaan hebben. Ze zeggen wel eens: beter een has been dan een never was. Maar daar ben ik nog zo zeker niet van."

"Voor elke muzikant is waardig ouder worden een uitdaging, want er staat altijd nieuw en jong talent te drummen. Cruciaal is dat je muziek maakt omwille van de muziek, niet omwille van je imago of de aandacht. Keith Richards ziet er uit als een sponsachtige, maar dat is wel het minste van zijn zorgen. Hij wil gewoon zijn muziekjes blijven spelen. Kijk, zo wil ik het ook kunnen op mijn 72ste."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234