Maandag 14/10/2019

'Helden ontmoeten? Laat die maar op hun sokkel'

Het belang van framboosjes, harde boeren en laat pieken ontdek je op de volgende pagina's, waarin drie opvallende artiesten hun licht laten schijnen over de festivals. Enter: Charlotte Adigéry, Lander Gyselinck en Simon Nuytten.

Hoe zou het staan met de zucht naar rock-'n-roll in Vlaanderen? Wanneer we mee aan de brunchtafel schuiven met onze drie gasten, komen we er de eerste vijf minuten niet achter. Charlotte Adigéry (ook bekend als WWWater) glundert omdat ze 's middags naar de kinderboerderij kan gaan. "Dat had ik beloofd aan de kindjes van mijn lief. Maar ik kijk er zelf ook ongelooflijk naar uit. Sorry dat ik straks wat vroeger moet vertrekken, maar de geitjes wachten op mij!"

Simon Nuytten, gitarist van Bazart en frontman van Felix Pallas, is ook meteen te porren voor dat zondagse alternatief: "Mag ik mee? Waar is dat?" De briljante jazzdrummer Lander Gyselinck van STUFF., LABtrio, BeraadGeslagen en elfendertig andere projecten weet op zijn beurt te vertellen waar precies in Drongen ze moeten zijn: "Tuurlijk ken ik die boerderij! Een idyllische plek vol kindjes, waar dieren de hele dag gemarteld worden door die véél te hard strelende handjes."

Hilariteit aan tafel, en de toon is meteen gezet. Ook Lander vond trouwens een burgerlijk excuus om vroeg te vertrekken: hij wordt nog bij zijn ouders verwacht. Je kunt het hem natuurlijk onmogelijk kwalijk nemen: met het moordende ritme waarmee deze drummer zijn tijd verdeelt tussen repetities, concertzalen, jazzclubs op twee continenten, is het een wonder dat iemand hem langer dan twee dagen na elkaar in dezelfde stad ziet.

Charlotte Adigéry heeft er zelf ook best een zwaar weekend op zitten. Wanneer we elkaar spreken, oogt ze fris en fruitig in een knalgele zomerjurk. Maar ze kan zich nauwelijks uitgeslapen noemen. Pas om half vijf gleed ze tussen de lakens, nadat ze op een festival in Londen had gespeeld. Een evenement dat door niemand minder dan M.I.A. gecureerd werd overigens. "Wow... cool", fluit Lander bewonderend tussen zijn tanden. "Het was écht zot", knikt ze enthousiast terug. "Al heb ik M.I.A. jammer genoeg niet ontmoet. Ik ben ook al lang niet meer zo zenuwachtig geweest voor ik het podium op moest. Maar je kunt je niet voorstellen hoe warm dat publiek me heeft ontvangen. Dat lag ongetwijfeld ook wel aan het feit dat ze weten dat ik bij de grote Soulwax-familie hoor. Dan heb je sowieso een streepje voor. Vlaanderen is altijd goed geweest voor mij, maar Londen was... W-O-W."

Wraak niet zoet genoeg

Adigéry zong eerder al bij Arsenal, maar werd geadopteerd door de Soulwax-familie, nadat ze Stephen en David Dewaeles immense vinylcollectie kwam archiveren. Toen beide broers ontdekten hoe gloedvol haar stem was, versierde ze meteen een rol op de soundtrack van de film Belgica. Het fluweelzacht neo-soulnummer 'The Best Thing' gaf direct de aanzet voor twee carrières. Naast haar rauwere, elektronische project WWWater, mocht ze in hun studio DeeWee ook sleutelen aan een fraaie ep onder haar eigen naam. Daarmee schopte ze het zelfs tot zenderlieveling op BBC Radio 6.

Een van de songs op die EP heet '1,618'. Daarin zingt Adigéry: "Why are you craving for a statement? / My tits ain't aiming to be blatant." Een reactie op de machoreflex om te denken dat vrouwen die zonder beha over straat lopen met iedereen naar bed willen. In 'Senegal Seduction' samplet ze dan weer een - authentiek! - gesprek met een Afrikaanse player die haar zonder omwegen probeert binnen te draaien.

Als dat al gewoon in het dagelijkse leven gebeurt, hoe vaak valt ze dan niet ten prooi aan catcalling op het podium? "Dat valt wel mee hoor", relativeert ze. "Ik herinner me wel nog dat iemand op Polé Polé ooit wild stond te zwaaien naar me, terwijl hij aan één stuk door schreeuwde hoe waanzinnig slecht hij me vond. Eerst was ik van mijn melk, maar gaandeweg bekroop me steeds meer zin om op die gast zijn muil te slaan. (lacht) Dat heb ik niet gedaan, natuurlijk. Maar je mag ook nooit onderschatten hoeveel macht de persoon met de microfoon heeft, hè. Na het nummer heb ik naar hem gewezen, en publiekelijk gezegd: "Iedereen, kijk eens naar dienen arme mens. Hij heeft liefde nodig." Kill 'em with kindness, zoiets. (lacht) Achteraf voelde ik me helaas nog even slecht. Mijn wraak was niet zoet genoeg. Maar goed: eigenlijk maak ik zelden iets mottigs mee op het podium."

Lander sust haar meteen: "Ik geloof ook niet dat jij dat soort gedrag ook oproept. Je staat veel te integer op het podium. Alleen als je een grote mond opzet en je superbitchy zou gedragen, kun je sneller weerwerk van je publiek verwachten."

Met de status die Bazart inmiddels heeft in ons land - de meest succesvolle posterhelden sinds Clouseau - zou je wel kunnen verwachten dat er zich ook wat lastpakken in hun festivalpubliek ophouden. Maar dat valt goed mee, vindt Simon. Alleen op sociale media vind je keyboard warriors. "Live heb ik daar nog nooit iets van gemerkt. Ik zat trouwens net te denken dat het vreemd is dat er nooit iemand 'homo's' of 'janetten' naar ons hoofd heeft geslingerd. (lacht) Maar op Twitter lees je alle gore praat en verwensingen. Of dat me stoort? Niet om me stoer voor te doen, maar hoe méér mean tweets (zoals in de rubriek van Jimmy Kimmel, waarbij sterren gemene tweets over zichzelf voorlezen; GVA) er over je bestaan, hoe meer je betekent. Wat me wél ergert, is dat mensen zo gemeen kunnen zijn. We maken uiteindelijk gewoon muziek, hè: er is geen reden om ons te haten."

Wat Charlotte dan weer zwaar valt, zijn de over hun kin wrijvende fans en gekruiste armen in het publiek: "Die kijken dan met een blik van: allez kind, overtuig mij nu maar eens. Dat vind ik een beetje arrogant. Het publiek in Vlaanderen is natuurlijk danig verwend door de overvloed artiesten die hier langskomen. Maar toch: probeer gewoon te genieten, en vel daarna je oordeel!"

Die houding zie je in Londen en New York ook, weet Lander. "Dat is een normale evolutie in grootsteden, denk ik. Als je dagelijks zoveel prikkels krijgt, raak je afgestompt. Maar ook dat mag je niet veralgemenen natuurlijk."

Met STUFF. speelde Lander op Belgische bodem al vaak concerten die heel organisch en mysterieus tot leven komen. Werkt die trage, broeierige aanpak op festivals of in het buitenland? "Als we op voorhand weten dat niemand per definitie geïnteresseerd is in ons", zegt Lander, "dan vallen we gewoon met de deur in huis. Dan moet je - bam! - dadelijk alles geven. Maar voor een publiek dat weet wat het mag verwachten, durven we al eens weg-jazzen voor we je helemaal proberen weg te blazen."

Vreselijk geluid

Lander noch Charlotte kenden de Antwerpenaar Simon persoonlijk voor het gesprek, maar beide Gentenaars blijken lang geen onbekenden voor elkaar. "Lander en ik zijn wél al heel lang maatjes. Zeker zes of zeven jaar." Toch hebben ze elkaar nooit muzikaal afgetast. "De enige muzikale overeenkomst is dat ze mijn 4-Track Recorder nog altijd moet teruggegeven", grinnikt Lander. "Maar verder kennen we wél alles over elkaars liefdesperikelen. We zijn elkaars orakel. En we koken ook af en toe voor elkaar. Zij wel meer voor mij."

Samen naar een festival gaan, is er nog niet van gekomen. Sowieso is dat geen sinecure. Lander is geen fan van festivals. En Charlotte? "Ik probeer altijd naar Dour te gaan. En ik zou best méér festivals willen bezoeken, maar het kost zoveel." Simon is dit jaar wel al naar een festival geweest. "Field Day in het Londense Victoria Park. Zotste line-up ooit! Wat ik alleen niet begreep, was dat je zo'n geweldige affiche kon rijmen met zo'n rampzalig geluid. Dat was niet te harden! Bij sommige concerten kon je met elkaar praten zoals we nu hier aan tafel zitten. En tijdens de set van Moderat ketste het geluid alle kanten op. Dat sloeg werkelijk nérgens op. Dan merk je wel dat het geluid in Vlaanderen - zowel op de festivals als in de clubs - vaak veel beter is dan in het buitenland."

Lander knikt: "Soms ligt dat aan de nonchalance van het festival. Of aan het feit dat de sound van je groep gewoon niet past in het decor. Zelf speel ik het liefst in kleine tenten. Ook al omdat het zo'n treurig zicht is om tweehonderd man in een gigantische marquee verspreid te zien staan. Liever duizend festivalgangers die als haringen in een ton op elkaar gepakt zitten in een kleine tent. Het geluid én de sfeer zal beter zijn."

U vraagt, wij draaien

Artiesten hoor je wel eens vaker verzuchten dat er twee soorten shows bestaan: eentje voor de artiest en de fans en de jukebox voor de festivals. Het 'U vraagt, wij draaien'-idee gaat de ene groep al beter af dan de andere. Vooral Lander vindt het zonde dat je op festivals minder nuance kunt aanbrengen. "Dat is ook de reden waarom ik niet zo graag op festivals speel. Het is toffer wanneer je je helemaal kunt ontplooien, zéker als je muziek eigenlijk niet zo evident is."

Simon is het daar niet helemaal mee eens: "Ik hou net van die afwisseling tussen clubs en festivals. Festivals zijn een feestelijke bijeenkomst, waarbij je op voorhand weet dat het eigenlijk niet helemaal om jou draait. Je levert gewoon een visitekaartje af, en geeft het publiek wat ze willen. Dat maakt het net zo spannend."

Lander knikt bedachtzaam: "De adrenaline die door je lijf raast voor een festivalconcert is natuurlijk wél geweldig. Alleen: als je het puur over het muzikale hebt, is een clubshow veel interessanter. Ik kan me alleszins geen enkel festivaloptreden voor de geest halen dat me voor altijd zal bijblijven. Of nee, misschien toch. Kendrick Lamar op Les Ardentes vond ik on-waar-schijn-lijk goed. Maar ook daar ging het eerder over het spektakel en de massa-ervaring. De muziek speelde toen alleszins geen grote rol: je werd overdonderd door de subbassen, waar de stem van Kendrick af en toe bovenuit stak. Maar het was wél vree wijs. Maar de echte magie vind je in de clubs. Misschien is dat ook omdat ik bewuster op zoek ga naar dat gevoel tijdens een zaalshow. Die optredens zijn compromislozer."

Charlotte zelf voelt dat verschil niet sterk aan: "Ik hoef nog geen compromissen te sluiten in de setlist, want ik kan nauwelijks een hele voorstelling vullen met mijn eigen werk. (lacht) Maar ik geloof wel dat je je ego als artiest wat opzij moet schuiven ten voordele van wat het publiek wil. Anders raak je ze kwijt. Op een festival heeft iedereen de vrijheid om te kiezen: een compromisloze set zou raar aanvoelen."

Ook Bazart kan zich niet alles permitteren. "Zelfs al was het maar voor één concert, kunnen we het niet maken om 'Goud' van de setlist te zwieren", grinnikt Simon. "Maar we kunnen de set er ook niet doodleuk mee beginnen. De meeste groepen houden hun grootste songs natuurlijk tot het eind, omdat de ontlading dan des te groter is. Maar ik vond het ook straf toen Tame Impala daar wél mee wegkwam op Rock Werchter. Vorig jaar zag ik hen openen met 'Let it Happen' waarop het confettikanon direct mocht aanrukken. (lacht) In ons geval is 'Goud' dan weer een moment waar mensen naar willen uitkijken. Je verknalt het momentum door te vroeg te willen pieken."

Legioen meisjes

De mainstage-ervaring is iets waar vooral Simon heel erg van kan genieten. "Dat bigger-than-life-gevoel... Heerlijk wanneer je wordt weggeblazen door een gigantische show. Sigur Rós op de Main Stage van Rock Werchter was bijvoorbeeld betoverend mooi: de pluimen, de roze gekleurde hemel, Jónsi die door zijn gitaar zong..."

Zelf speelde Simon ook al op Rock Werchter, met Bazart. Niet als headliner op de Main Stage, wel als openingsact in een tent. Toch was de ervaring net zo onvergetelijk. "We weten allemaal dat het hoogtepunt van Rock Werchter hier en nu gaat plaatsvinden", sprak presentator Otto-Jan Ham vooraf profetische woorden. De Gents-Antwerpse groep trok daarop een legioen zwijmelende en gillende meisjes aan, maar ook hun vriendjes en stille minnaars lieten zich niet onbetuigd tijdens het concert. "Als je 'Goud' door zoveel mensen hoort meezingen dat je overstemd wordt... daar kun je onmogelijk onbewogen onder blijven", herinnert Simon zich. Twee jaar voordien waren hun vrienden van Oscar and the Wolf er ook al in geslaagd om op zo'n onooglijk vroeg moment voor de apotheose van de dag te zorgen op Werchter. "Het juiste tijdstip voor een triomf ligt met andere woorden niet vast."

Alledrie spelen ze wel graag voor een groot of anoniem publiek. "In een kleine tent of club herken je al snel de gezichten van je familie en vrienden", zeggen Charlotte en Simon. "Dat geeft een ongemakkelijk gevoel." Als Lander in het buitenland speelt, voelt hij zich dan weer het best. "Dan merk je echt hoe ongeremd je kunt spelen. Je hebt niets te verliezen, de verwachtingen zijn wellicht minder hooggespannen en je kunt zelfs helemaal afwijken van wat je gewoonlijk doet op een podium. Fantastisch."

De leukste festivals laten zich dan weer vooral door locatie bepalen, vinden de drie. "Vroeger ben ik heel vaak naar Cactus geweest", zegt Simon. "Een klein familiefestival, maar kei-schoon. Heel charmant en altijd een geweldige line-up. Maar ook Into The Great Wide Open is de max. Dat is op de Waddeneilanden, dus je kunt daar alleen met een boot heen." STUFF. heeft daar trouwens ook al kunnen spelen. "Dat is meer het soort festivals waar ik gek op ben", knikt Lander. "Deep in the Woods is er ook zo één, verborgen in de bossen van de Ardennen. En in Engeland heb je Shambala Festival: dat is een van die getikte hippiefestivals die je daar hebt. Geflipt, hoor. Maar geweldig."

Van het open veld naar de backstage dan. Gebeurt het ooit dat de artiest in hen de duimen moet leggen voor de innerlijke kwijlende fan? "Ik heb vorig jaar even met Flea gesproken", zegt Simon. "Heel vriendelijke gast: hij droeg een rode badjas en sprak de hele tijd over de NBA. (lacht) Ik vond het ook best wel speciaal om in de backstage tegenover Kevin Parker van Tame Impala te zitten, terwijl we samen aten. Of ik dan een gesprek aanknoop? Liever niet. Ik kijk er bijvoorbeeld nu al naar uit om Radiohead te zien op Rock Werchter - we spelen op dezelfde dag. Maar ik ga Thom Yorke ongetwijfeld niet aanspreken. Ik zal wellicht zelfs in een respectvolle bocht om hem heen wandelen. Zelf word ik ook het liefst met rust gelaten in de backstage."

Door de bank genomen valt dat wel mee bij hem. "Mij klampen mensen minder snel aan. Waarschijnlijk omdat ik een arrogantere kop heb dan Mathieu (Terryn, zanger van Bazart; GVA). Dat is echt zo'n teddybeer: hij kan werkelijk tegen niémand nee zeggen. Maar zelfs als mijn vriendin (Olga Leyers; GVA) erbij is, valt de aandacht heel goed mee: ik word alleszins niet onafgebroken aangeklampt door fans of de boekskes. Op straat hoor ik mensen gewoon voortdurend net iets te luid 'is da diene van Bazart?' fluisteren. Dat stoort op den duur. Maar als dat de tol van de roem is, valt het erg goed mee." (lacht)

Maar om terug te komen op de backstage: "Nee, daar ga ik dus zelf nooit de starfucker uithangen. Al was het maar omdat ik er niet aan wil dénken dat mijn idool een klootzak blijkt. Helden? Die moeten op hun sokkel blijven."

Dat gevoel herkent ook Charlotte, al schuwt zij vooral de loze praatjes tijdens zo'n ontmoeting: "Ik ben ooit Stromae tegengekomen in Tokio en instinctief wilde ik hem begroeten - alsof hij ook mij zou kennen. (lacht) Maar ik hield me in: wat zeg je namelijk op zo'n moment? Ik word zelf knettergek van smalltalk. Ik ga dus hooguit even rieken aan iemand die ik bewonder. (lacht) Hun DNA opsnuiven!"

Toen Lander op Les Ardentes hoorde dat Flying Lotus de set van STUFF. had gecheckt, jeukte het bij hem wel even. "Ook al omdat ik hoorde dat FlyLo bijzonder aanspreekbaar is. Uiteindelijk heb ik even met de bassist Thundercat gesproken, maar om Flying Lotus bleef ik in een boog lopen. Ik zou het vandaag opnieuw doen: elk woord tegen zo'n artiest lijkt me overbodig. De mensen die je verafgoodt, mogen trouwens nooit te bereikbaar zijn."

Liefdesverdriet

"Een grappige anekdote daarbij, als waarschuwing dat je je helden niet moet ontmoeten: ik ken een producer die met zijn vriendin in de backstage belandde bij Aphex Twin. Hij en Richard D. James raakten zowaar aan de praat, de producer raapte al zijn moed bij elkaar, en vroeg of hij het zou zien zitten om samen iets te doen. James kijkt even verveeld op, en zegt: sure, sure... Als ik eerst je vriendin mag naaien. (lacht) Zoiets wil je niet meemaken, behalve als je per se vadermoord wil plegen op je helden."

Toch heeft Lander ook zijn portie artistiek liefdesverdriet beleefd op een festival. "In de jazzwereld werk je heel vaak kortstondig met artiesten, dus kom je ook heel veel mensen tegen. Een van de meest getalenteerde beatmakers en artiesten tout court die ik ooit heb ontmoet, is Georgia Anne Muldrow. Op mijn vraag werd ze uitgenodigd op het Brosella Folk & Jazz-festival... Tegen een belachelijk hoge gage trouwens. Vijf dagen zouden we repeteren. De eerste twee dagen horen we niets van haar, de derde dag blijken er paspoortproblemen en de dag voor het festival komt ze aan voor de soundcheck, samen met haar kindje en haar man, die een redelijk befaamde gangstarapper is. Ze bleek oprecht onder de indruk omdat we haar muziek zo strak konden naspelen, maar mijn hart was gebroken omdat ik me bedrogen voelde: als je jezelf integer noemt, moet je je aan afspraken houden. Achteraf trouwens nog een stevige haatmail gekregen van haar vriendje, omdat ik voorstelde dat ze misschien de helft van haar gage zou terugstorten aangezien het een vrijwilligersfestival betrof. 'Watch ya mouth, boy' kopte zijn mail, met zinnen als 'Ya ain't gonna diss my queen'. Wel een mooie tekst, hoor. We dachten er zelfs even over om hem te printen op een T-shirt." (lacht)

Boer in de microfoon

Vaste rituelen voor een festivaloptreden: het hoort bij het verplichte bijgeloof in de muziekwereld. "Veel eten!", roept Charlotte meteen. "In de backstagecatering hang ik het soms écht uit. Maar dat is een wezenlijk deel van het genot van optreden. Achteraf volgt wel de spijt. Gisteren heb ik nog een keiharde boer gelaten in de microfoon."

Simon lacht: "Dat komt ook mij bekend voor! Als ik een uur voor het concert iets eet, is boeren laten op het podium onvermijdelijk. Maar ik kan mezelf in de backstage toch ook niet bedwingen. Volop genieten. Wat moet er voor jou altijd aanwezig zijn?" Charlotte hoeft niet lang na te denken: "Framboosjes! En Appletiser is ook altijd welkom: dat mocht ik vroeger ook altijd op de rider zetten bij Arsenal."

Bij Bazart en Felix Pallas geldt: voornamelijk pintjes. "Als er geen bier is in de backstage, vind ik dat vreselijk. Sorry, hoor. (lacht) En als we iets frisser willen: bourbon met gingerale. Ik moet wel altijd iets alcoholisch binnengekregen hebben: die lichte roes zorgt ervoor dat je op een gekke manier méér gefocust raakt."

Charlotte bekent dat ze onlangs rode wijn heeft ontdekt. "Daar word ik niet slaperig van, maar juist heel chill en happy. Ik denk dan ook minder aan wat er allemaal kan mislopen. Maar ik doe dat niet vaak, omdat ik bang ben om over de schreef te gaan."

Hoe het staat met de zucht naar rock-'n-roll in Vlaanderen? Het olympisch minimum heerst! Maar de muziekwereld kan er alleen maar bij varen. The kids are alright.

WWWater speelt 18/7 op Boomtown, 22/7 op Borgerwood, 28/7 op Dioniss, 5/8 op Lokerse Feesten, 8/9 op Horst en 9/9 op Rock Landen

Bazart speelt 30/6 op Rock Werchter, 12/7 op Dour, 29/7 op Suikerrock

STUFF. speelt 13/7 op Gent Jazz, 18/8 op Pukkelpop, LABtrio speelt 9/7 op Gent Jazz, BeraadGeslagen speelt 22/7 op Boomtown

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234