Woensdag 13/11/2019

Darmkanker

'Helden met darmkanker': “Ik besef dat ik niets ben in een wereld van bijna 8 miljard mensen”

Steven De Smet. Beeld Tim Dirven

Elke dag verliezen negen Belgen de strijd tegen darmkanker. Nochtans is de ziekte goed te behandelen als ze vroeg wordt opgespoord. Dokter Luc Colemont promoot met zijn vzw Stop Darmkanker al acht jaar grootschalige preventiecampagnes. Nu heeft hij ‘Helden met darmkanker’ uit, waarin bekende en onbekende Vlamingen getuigen over hun gevecht tegen de ziekte. Hieronder doen oud-politiecommissaris Steven De Smet en Michel Verschueren, de vroegere manager van Anderlecht, hun verhaal. “Mannen weten meer over hun auto dan over hun lichaam.”

Steven De Smet (61): “Gered door De sociale media”

Steven De Smet. Beeld Belga

“Ik kreeg een brief met de uitnodiging om me te laten onderzoeken. In normale omstandigheden zou ik die weggegooid hebben. Maar om die enthousiaste dokter Colemont te steunen, die ik al kende van Twitter en Facebook, deed ik toch mee. In twee minuten was het gebeurd. Vervolgens tweette ik dat ik mijn medewerking verleende. Uit sympathie, vanzelfsprekend. Want ik had het toch zelf niet? Ik was een gezonde, sportieve mens. 

“Tien dagen later ontving ik een hard bericht: ‘Het resultaat is afwijkend.’ Ik ging ervan uit dat het me nooit zou overkomen, maar ik zat er toch wel mee en ik nam contact op met dokter Colemont. Hij gaf me het advies om de huisarts te bezoeken. Die vertelde me dat één op de tien mensen met een afwijkende test ook darmkanker heeft. Je hebt drie kansen op een positieve reactie, zes kansen op een poliep en één kans op de tien dat het toch darmkanker is. Vervolgens stuurde hij me naar het ziekenhuis voor een coloscopie. Daar kreeg ik het zware verdict te horen: stadium 3. Stadium 4 betekent een mogelijke uitzaaiing in de organen. Dan zit het niet goed. Dokter Colemont legde me de prognoses uit: in stadium 1 heb je 94 procent kans op genezing, in stadium 2 86 procent, in stadium 3 zakt het naar 66 procent en in stadium 4 naar 11 procent. Ik kon alleen maar denken: darmkanker? Ik toch niet?

“De week voor mijn operatie stond ik samen met burgemeester Daniël Termont op het afscheidsfeest van een collega. We wisten het niet van elkaar en er was aan niemand verteld dat we de week erna allebei onder het mes moesten voor dezelfde ingreep. Mannen delen geen informatie over hun darmen, hè. Mijn eerste reactie na de diagnose was: niemand mag het weten. Nochtans ben ik anders zeer open in mijn communicatie. Maar ik wilde geen empathie. Ik heb het alleen aan mijn vrouw en mijn zoon verteld. Waarom moest ik er mijn ouders, familie en vrienden mee lastigvallen? Maar ik lag amper in het ziekenhuis of ik kreeg al telefoon van mijn vrouw: ‘Steven, je moet meteen naar je moeder bellen om te zeggen hoe het gaat.’ Ik viel uit de lucht. Maar omdat ik documenten had moeten indienen bij de personeelsdienst, wisten veel mensen al wat er aan de hand was. Het nieuws was ingeslagen als een bom.

“Ik lag die eerste dagen maar liefst 63 uur vast aan allerlei medische apparatuur. Ik besefte ineens dat ik, om te overleven, afhankelijk was van het personeel en van die toestellen. Ik keek figuurlijk in de spiegel. Hoe ga je om met je verdere leven? Dat was geen confrontatie, dat was een crash.

“Ik moest toen aan het jaar 2012 denken, toen ik als hoofdcommissaris voor de rechtbank stond. Ik maakte mijn eigen professionele begrafenis mee, terwijl ik recht in mijn schoenen stond. Ik werd eerst veroordeeld en donderde in een zwart gat. De massale steun die ik toen kreeg, onder andere van radiomaker Sven Ornelis op Twitter, heeft me wel gesterkt. Shit happens, dacht ik na mijn veroordeling. Later werd ik door het hof van beroep vrijgesproken. Ik trok me aan die gebeurtenis op om de diagnose van mijn darmkanker te verwerken.

“Ik hoor het de chirurg nog zeggen na de operatie: ‘We gaan je hier niet lang houden, want jij bent gene gewone.’ Met die uitspraak monterde hij me op. Na vier dagen werd ik uit het ziekenhuis ontslagen. Ik schreef een blogpost over mijn ervaringen en die heeft veel teweeggebracht. Zo is VTM een mooie reportage komen draaien.

“Een week of drie na de operatie vroeg ik mijn chirurg: ‘Mag ik weer lopen?’ Hij antwoordde bevestigend, maar het voelde toch vreemd aan toen ik mijn sportschoenen aantrok. Ik had aan den lijve ondervonden hoe dun de lijn tussen gezondheid en ziekte is. Maar ik wilde naar de toekomst kijken. Dokter Colemont vertelde me dat mannen wel alles over het oliepeil van hun auto weten, maar weinig over de kwaliteit van hun lichaam. Je moet inderdaad je eigen uitlaat laten onderzoeken.

“Na mijn blogpost lieten meer dan honderd mannen me weten dat ze zelf de test hadden laten doen. Er waren zelfs enkele ex-cliënten van mij bij, mensen die ik ken omdat ze in de gevangenis hebben gezeten. Toen pas openbaarde de kracht van de sociale media zich voor mij. Ik had hen destijds van hun vrijheid beroofd en nu vroegen ze mij om hulp. In de supermarkt kreeg ik een cadeautje van een oud vrouwtje. Ik was verbaasd, want ik kende haar niet. Ze zei: ‘Dankzij jouw verhaal heeft mijn man zich eindelijk laten checken. En het heeft zijn leven gered!’ Daar sta je toch even bij stil. Dus: deel je verhaal via de sociale media! Zeg het zoals het is, het helpt mensen! De sociale media zijn het kloppende hart van deze wereld. We kunnen vandaag grootouders en kleinkinderen met elkaar verbinden via WhatsApp-groepen. Het verhaal van dokter Colemont en zijn vzw Stop Darmkanker heeft mij bereikt dankzij Facebook, Twitter en Instagram. Sociale media hebben mijn leven gered. Ik was ten dode opgeschreven, maar zie: ik leef.”

Michel Verschueren (87): “De waarheden van het leven”

Michel Verschueren. Beeld Photo News

“‘Hey, mister Michel, direct naar de kliniek!’ Mijn dochter klonk kordaat nadat ik bloedsporen had ontdekt in mijn ontlasting. Ik begreep meteen de ernst van de situatie en ik spoedde me naar het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis van Aalst. Onderweg werd ik in de flank geramd door een grote vrachtwagen, maar ik hield het hoofd koel en reed door tot in het ziekenhuis.

“Daar werd ik opgevangen door dokter Bert Van den Bossche. Hij onderzocht me en zag een tumor op de dikke darm. Hij opereerde me en een week later had hij goed nieuws: geen uitzaaiingen.

“Exact tien jaar eerder, in het voorjaar van 2007, was ik uit een langdurige coma ontwaakt. Ik moest alles opnieuw aanleren: spreken, lopen, schrijven. Ik was alles kwijt, maar ik heb het teruggevonden. Ik zou zelfs durven zeggen dat ik een beetje slimmer ben geworden. Maar blijkbaar toch niet slim genoeg, want het was pas op aandringen van mijn dochter dat ik naar het ziekenhuis ben gegaan. De derde keer zal fataal zijn, besef ik, maar tegen dan ben ik hopelijk 99 jaar.

“Tegenwoordig let ik op mijn eten en op de drank: niet meer dan twee glazen wijn per dag. Vroeger dronk ik graag whisky-cola en wodka, maar dat heb ik geschrapt. Meer en meer weten we dat onze darmflora een belangrijke rol speelt bij darmkanker. En er zijn behoorlijk wat ouderen die de aandoening krijgen. Ik heb gelukkig nooit gerookt. Ik heb vroeger veel geturnd en ik was zelfs lid van de keurgroep van de bekende turnopleider Michel Bottu. Ik liep destijds beter op mijn handen dan op mijn voeten. Dat zal me wel geholpen hebben om gezond door het leven te komen. Maar je lot, dat heb je niet onder controle. Oud worden en gezond blijven, dat is onbetaalbaar.

“De voorbije twee jaar zijn acht oud-spelers van RSC Anderlecht overleden. Jean Plaskie zat te wachten op de dood, zei hij. Dat deed me pijn. Plaskie, onze verdediger uit het grote elftal van Anderlecht in de jaren 60, met Paul Van Himst en Jan Mulder, dat vijf keer na elkaar het kampioenschap heeft gewonnen. Hij onderging de kanker. Daarom bleef ik, ook toen ik ziek was, van ’s ochtends tot ’s avonds bezig. Ik heb altijd heel hard gewerkt. Van hard werken sterf je niet.

“Ik wil niet aan het verleden denken. Dan word je nostalgisch en ongelukkig. De ziekte heeft mij zeker veranderd. Ik ben aandacht gaan besteden aan de waarheden van het menselijk bestaan. Vroeger raasde ik als een bolide door het leven. Ik kon niet mediteren of stilstaan bij de dingen. Nu wel. Les vérités de la vie, ik schat ze tegenwoordig juist in. Ik vraag mezelf af: wie ben ik eigenlijk? En ik geef zelf het antwoord: ik besef dat ik niets ben in een wereld van bijna acht miljard mensen. Dat inzicht heeft me nederiger gemaakt. Voor ik nog een uitspraak doe, denk ik twee keer na.

“Ik ben 87 jaar en ik zal blijven doen waar ik goed in ben. Elke dag heet ik de bezoekers welkom in het restaurant Saint-Guidon in het stadion van Anderlecht, en ik maak een praatje met hen. Op die manier hou ik mij zinvol bezig.

“Er komt een einde voor iedereen, maar ik ben daar nog niet mee bezig. Ik hoop dat ik mag blijven genieten van het leven. Ik hoop het echt uit de grond van mijn hart. Ik probeer mensen altijd te overtuigen naar het positieve te kijken. Natuurlijk weet ik dat dat moeilijk wordt voor wie echt ziek is en zichzelf dag na dag ziet verslechteren. Maar toch: doe zoals ik en hou van het leven.”

Luc Colemont & Piet den Boer, Helden met darmkanker, Willems Uitgevers

Copyright Humo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234