Dinsdag 19/01/2021

Helaas was de korporaal een Waal

'Hier sneuvelden in elkaars armen de gebroeders oorlogs-vrijwilligers Edward en Frans Van Raemdonck', staat er. Maar zo is het helemaal niet gegaan. Al zeg je dat hier aan het monument voor dé Vlaamse martelaren van de Grote Oorlog beter niet luidop.

Germaine Pattyn-Fiévez was net gehuwd, 22 pas, toen ze aan de zijde van haar man Pierre en zijn vader August Fiévez uit de auto stapte in Diksmuide. Het was de zomer van 1967. Na een halve eeuw van homerische debatten was de tijd van verzoening gekomen. Erkenning, eindelijk. Voor Amé Fiévez, korporaal.

"We hadden een uitnodiging gekregen voor de IJzerbedevaart", zegt mevrouw Pattyn-Fiévez (69). "Maar daar aangekomen, bekeken die mensen ons alsof we een vieze ziekte hadden. Overal leeuwenvlaggen, tromgeroffel, kereltjes in uniformen die leken op die van de nazi's. August had tijdens de Tweede Wereldoorlog in een Duits kamp gezeten. Die mens was gevoelig voor zulke dingen. We zijn na een kwartier weggegaan. August heeft nog tot op zijn sterfbed zitten sakkeren over wat ze zijn broer hebben aangedaan."

Rectificatie gewenst

Edward (°1895) en Frans Van Raemdonck (°1897) zijn de bekendste martelaren van de Vlaamse Frontbeweging. De broers kwamen uit Temse en Frans deed zich voor de oorlog al opmerken als dichter en activist. Hij was lid van de kring 'Onder Ons' die de jeugd aan het lezen wou krijgen en zich op bijeenkomsten in café 't Hollands Hof bekwaamde in het "spreken van een beschaafde taal".

De broers melden zich in augustus 1914 als oorlogsvrijwilligers nadat een vriend dat ook had gedaan. Hij was verliefd geworden op hun zus, aldus Luc De Ryck, burgemeester van Temse, in zijn in 1996 verschenen werk Terug naar niemandsland: "Zij beantwoordde zijn liefde niet. Als reactie werd de ongelukkige verliefde vrijwilliger."

De broers, bij hun intrede 18 en 17 pas, zullen ruim twee jaar lang pionnetjes zijn op het bord van generaals rondom Ieper. Hun eerste brieven aan hun familie eindigen nog met 'Leve België', maar de toon slaat snel om. Ze voelen zich als Vlaamse soldaten gekleineerd door de Franstalige legerleiding. Frans gaat dwepen met de krant De Vlaamsche Stem en schrijft op 29 november 1915 aan zijn ouders: 'Lang heb ik den smaad willen verkroppen, het leed willen dempen dat ons Vlamingen, verstootelingen, wordt aangedaan, maar nu kán ik niet meer...'' Op 23 september 1916 schrijft hij: 'En als ik val, dan eerst voor Vlaanderen, en voor België daarachter.' In de brieven kondigt Frans aan dat hij noch Edward ooit alleen zullen terugkeren: 'Te saam vereend, in vreugd en nood, als d'een sterft, de andere dood.'

In de nacht van 25 op 26 maart 1917 is Frans aangeduid om een groep granaatgooiers aan te voeren bij de bestorming van het gehucht Stampkot, langs de IJzer. De soldaten moeten over 250 meter weiland rennen, recht de Duitse loopgraven in. In de loop der jaren zullen talloze versies opduiken over hoe het Frans is vergaan, maar in zijn boek geeft De Ryck het meeste krediet aan die van Frans Boomputte (1894-1981) uit Borgerhout, kort voor diens overlijden: "Frans sprong als eerste in de loopgraaf, ik als tweede. Toen ik op het punt stond te springen, werd hij geraakt door een kogel. Hij viel neer. Ik schoot zijn belager neer. Ik weet niet hoe zwaar Frans gekwetst was, er was geen tijd om bij hem te blijven." Na zijn vlucht terug merkt Boomputte Edward op op de brug over de vaart. De broers hebben er afgesproken. Nu er van Frans geen spoor te bekennen is, rent die tegen de instructies in het niemandsland in, de granaten tegemoet.

Amé Fiévez is een op 7 maart 1891 geboren bakkerszoon uit Calonne bij Antoing. Hij is de oudste van vier als hij zich op 23ste als vrijwilliger opgeeft. Ook bij hem is dat een door passie gedreven keuze. Zijn jongere zus is tijdens haar bakkersronde verkracht door een Duitser. Amé is vastbesloten zo veel mogelijk andere Duitsers de rekening te presenteren. Amé Fiévez wordt herinnerd als een man die zich makkelijk wist weg te cijferen voor anderen. Volgens de getuigenis van Boomputte (en alle andere bronnen) is Fiévez gebleven waar anderen vluchtten. Hij is gebleven om zijn gewonde makker Frans te redden en hem in zijn armen weg te dragen.

Op 12 april 1917, zullen de drie lijken worden gevonden. Het bergen gaat moeizaam want de Belgen liggen nog steeds onder vuur. Een dag eerder is het droevige nieuws al gemeld in Ons Vaderland, de krant van de Vlaamse Frontbeweging. Merkwaardig is dit ene zinnetje: 'Zij zouden den een zonder den anderen niet terugkeren, als moesten zij sterven in malkanders armen!'' Geïnspireerd door dit bericht maakt een Britse soldaat een tekening van de broers, stervend in elkaars armen. De tekening zal de mythe verder voeden en in het meinummer van Ons Vaderland doet men er een schepje bovenop: '18 dagen na hunne verdwijning heeft men beiden gevonden, rustend in elkaars armen... dood.'

Als het krantje onder ogen komt van sergeant Charles Withof is die ontstemd. Hij heeft op 12 april 1917 met drie andere soldaten zijn leven gewaagd om de lijken te bergen en leest nu dat die eer wordt toegeschreven aan vier brancardiers. Dat wil hij even gerectificeerd hebben. Hij schrijft op 24 augustus een brief aan de krant en wijst op een tweede onjuistheid: 'Nu was het de korporaal welke een der gebroeders in de armen hield (Frans), welke ons doet veronderstellen dat deze zijn gewonden makker had willen wegbrengen. Daar nevens, twee passen afstand, vond ik het lijk van Edward.'

Het is duidelijk. Als dit verhaal zonodig één held moet kennen, is het onmiskenbaar korporaal Aimé Fiévez.

Clemens De Landtsheer, een filmpionier uit Temse, kennis van de broers en latere organisator van de IJzerbedevaart, heeft in het krantje Onze Temschenaarseen gepassioneerd in memoriam neergepend over de broers en antwoordt Withof per brief op 3 september 1917: 'Alhoewel ik volledig met u 't akkoord ben op het gebied van waarheidszin, denk ik toch dat we best zouden doen die zaak niet publiek rond te venten en in het publiek het gedacht te doen laten dat men ze in elkaars armen heeft gevonden.'

Eerherstel, met mate

Als in 1924 de drie lijken worden opgegraven en overgeladen in kisten, is het te laat voor reconstructie. Drie schedels en een hoop knoken, dat is het. Het geheel wordt verdeeld over drie grafstenen op het kerkhof van Westvleteren. In 1932, nadat de roem van de broers uitgebreid is bezongen in Vlaams-nationalistische liederen en gedichten, worden hun resten ontgraven en overgebracht naar de crypte onder de IJzertoren. "Men was Amé vergeten", zegt Germaine Pattyn-Fiévez. "Zonder dat iemand de familie wat had gevraagd lagen nu ook zijn resten in die crypte. Nonkel August heeft honderden brieven geschreven. Hij vond dat zijn broer niet in de crypte van de IJzertoren moest liggen of op zijn minst recht had op een vermelding. In het Frans, ja, graag. Maar dat ging niet. Het lag te gevoelig, zei men."

Het geruzie over wie in wiens armen stierf zal decennia lang blijven culmineren in boeken, krantenartikelen, onderzoekscommissies en parlementaire vragen. De bewijsvoering van de legerleiding en alle ooggetuigen is nochtans verpletterend. Pas in 1967, vijftig jaar na datum, acht Hendrik Borginon, de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, het moment gekomen voor verzoening. Hij zal voor een eerste keer Frans spreken op de bedevaart. Hij richt zich tot "la famille du corporal Fiévez, ici présent" en vraagt de aanwezigen ook zijn nagedachtenis te eren. "Dat kan zijn", zegt Germaine Pattyn-Fiévez. "Maar toen waren wij al vertrokken. Nonkel Pierre werd niet goed van al die leeuwenvlaggen."

Volgende week zondag vindt aan het monument de twaalfde IJzerwake plaats, het rechts-extremistische alternatief voor de IJzerbedevaart. Vooral kopstukken van Vlaams Belang komen Edward en Frans Van Raemdonck eren. Op de website van de IJzerwake wordt al enkele jaren niet meer beweerd dat de broers in elkaars armen stierven, maar de rollen worden subtiel omgedraaid. Er staat: 'Wellicht heeft Frans de gewonde Fiévez willen meesleuren richting de IJzer en is daarbij zelf dodelijk geraakt. Edward is dodelijk getroffen toen hij al dicht bij de twee lijken gekomen was.'

De korporaal is hier dus niet de held. De Waal profiteert - naar gewoonte - van de hardwerkende Vlaming.

Het valt af te wachten hoe de deelnemers aan de IJzerwake zullen reageren op het bord dat onlangs zonder al te duidelijke aanleiding naast het monument is neergezet door de schepencolleges van Ieper en Antoing. Burgemeester Bernard Bauwens (PS) kwam over om samen met Pierre Fiévez en mevrouw Pattyn-Fiévez een traan weg te pinken. Het bord zegt: 'Gedenkteken van de Gebr. Van Raemdonck en Amé Fiévez. 04-08-2013.'

Het monument zelf, iets verderop, dateert nog uit de jaren dertig. Het werd opgetrokken met oorlogspuin en laat twee kruisen zien. Hier is de mythe intact gebleven. Er staat: 'Hier sneuvelden in elkaars armen na een nachtaanval op het Stampkot, de gebroeders oorlogsvrijwilligers Edward en Frans Van Raemdonck uit Temsche.' Daaronder, in iets kleinere letters: 'Hier sneuvelde nog rond hetzelfde uur soldaat Aimé Fiévez. 6e komp. 24 linie uit Calonne.'

Germaine Pattyn-Fiévez zucht. "Het was Amé. Amé! Niet Aimé."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234