Donderdag 08/12/2022

Hel en verdoemenis

Tien leidende opiniemakers lichten ‘de Stand van het Land’ door. Wat zijn voor de nieuwe regering, ongeacht haar samenstelling, de echt grote uitdagingen? Vandaag in het slot van deze reeks: muzikant, tv-maker en filosoof Jan Leyers.

‘Wanneer je vroeger als man tien vrouwen binnendeed, oogstte je bewonderend gefluit, was je nogal ne keirel, een echte casanova. Vandaag ben je een seksverslaafde die in therapie moet. Vroeger was je een ongedurig kind dat wat kattenkwaad uithaalde, nu heb je ADHD.’

“Waar ik echt bang voor ben, is de angstcultuur die ons bevangen heeft. Ik ben een kalm mens, maar iedere keer als ik op een luchthaven sta aan te schuiven en iemand begint te zeuren dat ik mijn schoenen moet uittrekken, terwijl naast me een omaatje haar flesje water moet afgeven, word ik misselijk. Of mijn nagelknipper die ik moet afgeven, wat denken ze dat ik daarmee ga doen? De teennagels van de piloot knippen? En iedereen is dat normaal gaan vinden, ondergaat dat als onvermijdelijk. In plaats van samen te zeggen: ‘What the fuck?’ Hoeveel vliegtuigen zijn er al neergestort door toedoen van een nagelknipper en een half flesje spa? En dan allemaal met een excuserende blik naar boven: daar kunnen we niet aan doen meneer, reglement is reglement. We worden geregeerd door angst, niet meer door de rede. Als ik zo’n klas bejaarden zie voorbijfietsen in groene fluohesjes en allemaal met een pothelm op, denk ik: jongens, blijf thuis, dat is nog veiliger. Of mensen die door Brussel lopen met zo’n chirurgenmaskertje voor de mond.

“Ik heb heimwee naar de tijd toen mensen op de trein hun boterham neerlegden op het formica klaptafeltje, een pagina van hun krant omdraaiden, die boterham weer oppakten en - stel u voor - van die boterham een volgende hap namen. Als je dat vandaag doet, is de hele coupé in shock. Dan speel je met je gezondheid. Of stewardessen die je op het vliegtuig met van die plastic handschoenen bedienen. Ik denk dan meteen aan zo’n gekke Duitse geleerde. ‘Zis won’t hurt... for long...’ (lacht) Waarom mag een proper gewassen meisje bij de bakker je koffiekoeken niet langer met de hand vastnemen en in een zak steken zonder dat er paniek uitbreekt?

“Ik ga dood van verlangen naar slordigheid, ik wil opnieuw een autowrak in een wei zien liggen, en een oude ijskast waar je als negenjarige mee kan spelen. Vlaanderen is gewoon één woonhof geworden, met glimmende klinkertjes en proper gesorteerde vuilniszakken. Ik moet het Jaap Kruithof nageven, die zei al dat dat allemaal niets met ecologie of vervuiling te maken heeft, maar met de dwangmatige behoefte om netjes te zijn. Een papiertje op de grond is geen vervuiling, dat breekt echt waar vanzelf af, daar gaat de aarde echt niet nog warmer van worden. Maar we verdragen het niet meer, de aversie is obsessioneel geworden.

“Die angst bezorgt ons veel stress. Mag ik hier nu 70 of 50 rijden? Heb ik wel genoeg kleingeld voor de parkeermeter bij me? Mag ik wel met mijn schoenen op het strand? Waar komt die angst vandaan? Walter van den Broeck heeft daar in Verdwaalde post de theorie over ontwikkeld dat het een uitvinding van de CIA is. De bacterie is uitgevonden om de mensen bang te maken. Honderd jaar geleden had je een pompbak waar je je afwas in deed, waar je je kleren en jezelf in waste. Nu is een pompbak een haard van microben die voortdurend met Dettol te lijf moeten worden gegaan. En je ziet ook niet langer die pompbak, je ziet de microben, zozeer is onze perceptie bijgestuurd. Het moet toch heerlijk geweest zijn te leven in de tijd toen de microbe nog niet ontdekt was?

“Anderzijds is er niks nieuws onder de zon. Alles is geseculariseerd, en die alomtegenwoordige angst is de angst voor de hel en de verdoemenis die we op ons dagelijks leven hebben geprojecteerd. Zelfs de erfzonde hebben we geseculariseerd. Toen ik dat boek las van Manu Claeys, Het Vlaams Blok in elk van ons, wist ik het: we worden nog altijd schuldig geboren. We worden geboren als Vlaams Blokker, en ons hele leven is één lange strijd om verlost te worden, om daar niet aan toe te geven, om toch een goed mens te worden.

“Die angst vergroten we nog door alles te therapeutiseren. Wanneer je vroeger als man tien vrouwen binnendeed oogstte je bewonderend gefluit, was je nogal ne keirel, een echte casanova. Vandaag ben je een seksverslaafde die in therapie moet. Vroeger was je een ongedurig kind dat wat kattenkwaad uithaalde, nu heb je ADHD. Schei toch uit.”

De lekkerste cola ooit

‘De welvaart is de afgelopen vijftig jaar exponentieel gestegen, lees ik overal. Afgemeten aan het aantal gadgets dat we ons kunnen permitteren, ja. Maar als het op de dingen aankomt die er toe doen?’

“Waarom slagen we er niet langer meer in te zeggen: ik ben geboren, fijn, en eigenlijk is alles hier best wel oké. Een stelling die je met behoorlijk wat statistisch en empirisch materiaal zou kunnen onderbouwen. Nee, er moet altijd ergens een soort druk op de ketel zitten, ongerustheid gecreëerd, angst aangewakkerd. En ze zijn erin geslaagd ons te overtuigen dat die angst kan worden bedwongen door te consumeren. Het is het elfde gebod dat Mozes op de berg heeft laten liggen: gij zult consumeren! Ik ken mensen die vaker een nieuwe gsm kopen dan mijn moeder ooit telefoneert. Enfin, kijk naar de koffies die ze ons hier serveren. Neem alles mee wat erbij ligt en je kan thuis een feestje organiseren. Ik denk zelfs dat een groot aantal echtscheidingen veroorzaakt wordt door die consumptiedwang. Ik geloof niet in complottheorieën, maar er lijkt een onzichtbare hand aan het werk die mensen zegt: je denkt toch niet dat je in je leven maar één uitzet gaat kopen? Dat jij nog dertig jaar in datzelfde huis met diezelfde zetels gaat wonen? Nee, er moet opnieuw gekocht worden, er zijn nog zoveel andere breedbeeldschermen en bestekken en IKEA-kasten die nog moeten worden aangeschaft. Dat is de motor van ons gedrag. Terwijl schaarste de echte bron van genot is. In mijn jeugd kreeg ik op zaterdag samen met mijn broer het enige flesje cola van de week, samen met één pakje chips voor ons twee. Geloof me, ik heb nooit betere cola en chips geproefd dan toen. Doe dat vandaag, en je kinderen lopen van huis weg.

“De echte achteruitgang zien we niet. De welvaart is de afgelopen vijftig jaar exponentieel gestegen, lees ik overal. Afgemeten aan het aantal gadgets dat we ons kunnen permitteren, ja. Maar als het op de dingen aankomt die er toe doen? Mijn oom Jan zaliger werd eind jaren twintig geboren in De Root in Noeveren, een gehucht van Rumst. Voor de oorlog was dat niet echt een plaats waar je met een kroontje op je hoofd ter wereld kwam. Die man is regent wiskunde geworden, heeft een huis kunnen bouwen en liet zijn vijf kinderen studeren. Ze gingen in de grote vakantie een maand naar zee en zijn vrouw is nooit een dag gaan werken. Ze hadden een auto en een telefoon. Dat moet je vandaag eens proberen met een regentenpree als enig inkomen. We zijn er veel meer op achteruitgegaan dan we denken. Het is zoals John Lennon zaliger zong: ‘Keep you doped with religion and sex and tv’. En dan had hij nog geen weet van belspelletjes, PlayStations en Bongobons. Wanneer het gaat om de essentials - een eigen huis, de opvoeding van je kinderen - vrees ik dat het beste achter ons ligt.

“Als ik naar mijn eigen jeugd kijk, ben ik nog in een halve oorlogssfeer opgegroeid. Ik ben van ‘58, en hoewel voor mij als kind de oorlog iets uit een ver verleden leek, was hij eigenlijk maar dertien jaar eerder afgelopen. Dat is niets! Dat is vandaag als een oorlog die in 1997 ophield. Je bord niet leeg eten, eten weggooien, dat was allemaal taboe in mijn jeugd. Tom Lanoye schetst die sfeer heel treffend in Sprakeloos. Het minste zuchtje wind buiten: drie truien en een muts aantrekken, want je mocht niet ziek worden. Dat was namelijk dikke miserie, dan vielen dreigende woorden als ‘fleuris’. Geweldig woord. Net als ‘teisteren’. In oorlogsverhalen waren de buren ‘geteisterd’, want er was een bom op hun huis gevallen. Ik hou van die woorden, ze zouden geklasseerd moeten worden door een ministerie van Linguïstische Monumentenzorg.

“Door die spartaanse opvoeding ben ik zelf een geweldig onthechte mens. Ik pas me aan alle omstandigheden aan. Ik heb jarenlang op een kot geleefd met alleen mijn gitaar en mijn platen en een inkomen van 8.000 frank per maand. Ik voelde geen enkele nood om daarmee te breken, geen enkele dwingende gedachte van: dat moet hier nu gedaan zijn. Nu heb ik het stukken beter, maar ik koop nog altijd alleen maar boeken en muziek. Mij straf je niet door te zeggen dat er een halve procent koopkracht ingeleverd moet worden. Wat wil dat zeggen? Toch alleen maar dat je na 199 aankopen één volgende aankoop moet laten liggen? Als mensen daarover zeuren, moet ik toch de neiging onderdrukken om te zeggen: zijn jullie al eens buiten jullie straat geweest? In Soedan of Egypte bijvoorbeeld? Waar hebben jullie het over?”

Een badkuip in de wei

‘Mijn gevoel is dat België een huwelijk is waar de vlam uit is. En dan is het niet een simpele wilsdaad die daar opnieuw de vlam in zal brengen. Je kan een boek van Goedele Liekens kopen en zo’n zwart kostuumpje en afspreken op een geheime plek, maar als de vlam er niet meer is, zal ook dat je relatie niet redden.’

“Ik lees dat mensen in het buitenland niets zouden begrijpen van onze communautaire problemen. Ik heb de afgelopen jaren heel wat rondgetrokken, en overal merk ik dat het net dat soort problemen is dat mensen diep beroert: taal, godsdienst, identiteit. Dat zit ook veel dieper dan een halve procent meer of minder. Weet je, je identiteit, dat is zowat het enige wat men je niet kan afpakken. Je kan je bezit kwijtraken, je kan alles weer opbouwen, dat is relatief. Maar je blueprint, wie je bent, daar laat je niet mee jongleren. Wanneer je tegen iemand zegt: je hebt gestudeerd voor vertaler, maar we hebben nu werk als directiesecretaris, bon, dat gaat nog. Maar als ze zeggen: je bent in het Georgisch opgevoed en vanaf morgen spreek je alleen nog maar Russisch, dat ligt stukken moeilijker. Taal en godsdienst, dat zijn de dingen waar mensen zich niets in willen laten opdringen. En als je het doet, wreekt het zich, desnoods met jaren vertraging. Ik was in september in Georgië, jarenlang een sovjetrepubliek. Als je daar nu in het Russisch de weg vraagt, steken ze hun handen in de lucht, daar begrijpen ze zogezegd niets van. Terwijl je weet dat ze allemaal vloeiend Russisch praten, ze hebben het generaties lang moeten doen. Maar er zijn te veel rekeningen te vereffenen.

“Mijn gevoel is dat België een huwelijk is waar de vlam uit is. En dan is het niet een simpele wilsdaad die daar opnieuw de vlam in zal brengen. Je kan een boek van Goedele Liekens kopen en zo’n zwart kostuumpje en afspreken op een geheime plek, maar als de vlam er niet meer is, zal ook dat je relatie niet redden. België is lange tijd een verhaal geweest waar genoeg mensen in geloofden. Dat ook genoeg symbolen had: Sabena en de frank en de Société Générale, maar die zijn een voor een verdwenen. De koning en onze rood-witte autoplaat zijn het enige wat overblijft. Ik ben daar niet optimistisch over.

“Ik kijk ook niet uit naar een zelfstandig Vlaanderen, want dan komen er nog meer bejaarden met fluovestjes en helmpjes. Dat is namelijk Vlaanderen: het kneuterige, regelneverige, veel te nette. In Wallonië rijd ik mijn jeugd binnen, daar staat nog een afgedankte badkuip in de wei als waterbak voor de koeien. In Vlaanderen riskeer je dan een inval van de milieu-inspectie. In Wallonië mag je nog een vuurtje stoken in de wei, wat een absoluut mensenrecht zou moeten zijn. Het is toch niet voor te stellen dat kinderen vandaag nergens meer vuur zien? Tenzij je thuis een open haard hebt, kan je twintig worden zonder ooit echte vlammen te zien, terwijl vuur toch een van de vier elementen is.

“Ooit had ik in een debatprogramma Louis Tobback te gast. Het ging over het Leuvense reglement dat je geen kerstbomen mag verbranden. Wat kan dat nu kwaad? Ja, zei Louis, maar je weet nooit of daar geen giftige stoffen op zitten. Het heeft iets Amerikaans, dat krampachtig willen uitbannen van elk risico. Je kan op het begin van die trend een datum plakken: de flippo’s die uit de chips moesten, want iemand had er zich in verslikt. Daar is het bij ons mee begonnen. Vroeger aanvaardden we een zeker risico. Als iemand over een stoeptegel struikelde, zeiden we: loemperik, kijk wat beter uit in het vervolg. Nu doen we de gemeente een proces aan. De grond van overregulering, en ik zeg dit maar half om te lachen, is de teloorgang van de landbouw. Destijds werkte 90 procent van de mensen op het land, en 10 procent deed iets anders. Nu werkt er nog hooguit 2 tot 3 procent in de landbouw, dus voor die 98 procent hebben ze allemaal andere jobs moeten verzinnen. Waar je er dus gemakkelijk heel veel van zou kunnen afschaffen, omdat ze niets produceren, maar enkel controleren, reglementeren, stempels zetten en formulieren invullen. Veredelde bezigheidstherapie, kortom.”

Verleiden werkt beter dan overtuigen

‘Ik vind het ongelooflijk dat een politicus in België nooit de kans krijgt om mij aan te spreken. Ik wil opnieuw regeringsmededelingen! Ik snak ernaar om een minister eens een uitleg van al was het maar 6 minuten te horen geven, om hem of haar echt te kunnen inschatten. Zoals Obama speeches kan geven van 30 minuten zonder onderbroken te worden: dan weet je toch pas wie je voor je hebt?’

“Mensen hebben het goed, en toch kunnen ze niet zonder angst, het gevoel dat doem en onheil om de hoek liggen te wachten. Wat doe je daartegen? Ik geloof niet dat beleid daar veel tegen kan doen. Bewegingen die weten te verleiden kunnen wel verandering brengen. Het groene gedachtegoed was een beweging die van onderuit ontstond, mensen wist te verleiden, en uiteindelijk ook in het beleid tot uiting kwam. Maar de verleiding en de mentaliteitswijziging waren de oorzaak, niet het gevolg van het beleid. Ik geloof dat predikers, bezielers op het terrein, veel eerder een mentaliteit kunnen veranderen dan beleid, dat per definitie gewantrouwd wordt. Het werkt allemaal veel irrationeler dan we onszelf wijsmaken. Bart De Wever slaagt daar nu in, om te verleiden. Ik hoor zeventienjarigen zeggen dat ze spijt hebben dat ze niet voor hem kunnen stemmen, omdat ze nog te jong zijn. Terwijl ze nauwelijks benul hebben van waar hij inhoudelijk voor staat. Da’s lang geleden hoor. Dat is bijna een kopie van de hype die er destijds rond Tindemans was.

“Ik vind het ongelooflijk dat een politicus in België nooit de kans krijgt om mij aan te spreken. Ik wil opnieuw regeringsmededelingen! Ik snak ernaar om een minister eens een uitleg van al was het maar 6 minuten te horen geven, om hem of haar echt te kunnen inschatten. Zoals Obama speeches kan geven van 30 minuten zonder onderbroken te worden: dan weet je toch pas wie je voor je hebt? Dat wist je bij Bush al na één minuut. Waarom kan dat niet meer bij ons? Waarom willen we wel nog luisteren naar onze vrouw, onze vriend, onze baas, noem maar op, maar niet naar de mensen die ons besturen? Een beetje meer afstand zou ook geen kwaad kunnen. Een minister die zich om 7 uur uit zijn bed laat bellen door een journalist is voor mij een loser. Geef één keer per week een persconferentie, daar zullen ze ook wel mee voortkunnen, zeker? Tenzij er iets in brand staat.

“Maar goed, de stand van het land. Als je nu hoort, na die afgelopen drie jaar, dat de Franstaligen zeggen: ja maar, nu menen we het. Momentje, jullie hebben dus wetens en willens drie jaar lang met iedereen zijn edele delen gespeeld, dag na dag met een valse smile aan de poorten van Hertoginnedal: het gaat vooruit, het gaat vooruit, maar dat blijkt om te lachen geweest te zijn? En nu menen jullie het? Allez, komaan. Wat ik mij ook afvraag: als die mannen en vrouwen daar maandenlang in Hertoginnedal zitten, wat doen die dan de hele dag? Je kan je argumenten toch maar zoveel keer herhalen voor iedereen ze van buiten kent? Voor je elkaar zo beu bent als koude pap? Er zijn ook te veel partijen, we zouden naar een systeem moeten waarbij één of twee partijen het een paar jaar voor het zeggen hebben, zoals in Engeland of de Verenigde Staten. Nu proberen we met zijn achten een saus te maken. De ene wil er wat meer mosterd bij, de andere wat meer azijn, een derde weer wat minder azijn. Iets smakelijks levert dat doorgaans niet op.

“Ik ben nogal voor de denkpiste van Philippe Van Parijs, de prof van de UCL. Die wil Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem bij Brussel. Let op: dat gaat alles samen over 16 vierkante kilometer. Zestien vierkante kilometer! Ik zou daar eerst een geweldige scène over maken, en dan de toegeving van de eeuw doen: oké, jullie mogen Brussel uitbreiden met Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem. Vervolgens krijg je van Di Rupo toch alles gedaan wat je wil? Dat stoort me aan het Vlaamse discours: iedereen beweert wel dat je moet praten en onderhandelen, maar als het erop aankomt, willen ze alles in ruil voor niets.

“Ik denk toch dat het een aflopend verhaal is, want al voel ook ik wel nostalgie naar dat Expogevoel, naar dat België van het bier en de chocolaatjes, het lukt niet meer. En al ben ik niet happig op een onafhankelijk en veel te keurig Vlaanderen, waar we dan zogezegd alles beter gaan doen, we zouden tenminste wel iets hebben om aan onze kleinkinderen te vertellen, zoals onze grootouders het verhaal van de oorlog hadden. Of je er nu voor tegen bent, zo’n splitsing zou wel een verhaal zijn. Wat moeten we ze anders meegeven: die ene autoloze zondag? ‘Toen reden er geen auto’s, kindjes.’ ‘Dank u opa, mogen we nu buiten gaan spelen?’ Ik zou het wel tof vinden dat de toekomstige Hugo Claus toch één historisch trauma meemaakt om over te kunnen schrijven. De vlucht van de koninklijke familie, de openbare verkoop van het paleis. Het moet niet bloederig zijn, maar daar zitten toch wel veel schone verhalen in.”

jan leyers

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234