Woensdag 16/06/2021

Heizel reserveert paleis voor fietsen

Een van de grootste fietsenfabrikant van België is pas failliet verklaard maar de overblijvers maken zich sterk dat ze de concurrentie uit Azië en de stagnerende markt de baas kunnen. 'Al moeten we wat geluk hebben met het weer.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Jan Scheidtweiler

Norta uit Olen probeert het met een fitness-fiets, een soort racefiets met een gewoon stuur. Van Den Berghe uit Sint-Niklaas gooide zich op de markt voor fietsen voor schoolgaande jongeren, "met een automatische verlichting die ook stevig aan de fiets bevestigd is". Fabrikant Ludo uit Kortenberg begon dan weer met mountainbikes, onder de naam Scott. Die verkoopt hij naast zijn 'gewone' herenfietsen Granville en Melville.

Belgische fietsenfabrikanten moeten het dezer dagen hebben van een of andere specialiteit, willen ze hun producten nog aan de man brengen. "Tachtig procent van de fietsen komt nu uit het Verre Oosten", zegt zaakvoerder Eddy Van Hemelen van Norta. "Tegen de loonkosten van ginder kun je niet op. Dus moeten we ons toeleggen op degelijke fietsen, of op speciale zaken."

Erg veel reden tot enthousiasme lijken de zowat twaalf overblijvende Belgische fietsfabrikanten dus niet te hebben. Het recente faillissement van het Limburgse United Bicycles, met 150.000 stuks de grootste producent van België, draagt al niet veel bij tot een verbetering van de stemming. Bovendien lijkt de markt voor fietsen in België op zijn best te stagneren. Volgens een raming van auto- en fietsfederatie Febiac zouden hier ongeveer 400.000 fietsen verkocht worden. Sommige fietsenverkopers schatten dat daar bovenop nog eens 25 procent 'zwarte fietsen' verkocht worden. Sinds de afschaffing van de verplichte registratie van fietsen, midden jaren tachtig, weet niemand nog precies hoeveel fietsen er in België elk jaar bijkomen.

De 'degelijke of speciale' modellen die ze van zaterdag tot volgende week dinsdag in hal 8 en 9 van de Brusselse Heizel zullen tonen, tijdens het salon Expo Velo, zullen de Belgische fabrikanten meteen leren of 2003 een goed jaar wordt. "Bijna niemand die op Expo Velo tentoonstelt, verkoopt er ook fietsen", zegt gedelegeerd bestuurder Edgard Van Den Berghe van het gelijknamige fietsenbedrijf. "Een fiets heeft verzorging nodig, en dus koop je hem het best bij een dealer die ook onderhoud kan bieden." Maar de Expo is wel een goede barometer. "We staan daar om mensen kennis te laten maken met onze fietsen en om te voelen hoe ze reageren", zegt Van Hemelen. Het echte koopmoment is het begin van de lente. Dan begint het bij de mensen te kriebelen. Voor een goed jaar hebben we dus wat geluk met het weer nodig."

De Belgische fabrikanten die na het faillissement van United Bicycles nog overgebleven zijn, lijken merkwaardig veel op elkaar. De meesten zijn relatief klein - met twintig tot honderd werknemers - en meestal in familiale handen. Zo vertegenwoordigt Van Hemelen van Norta de derde generatie. Zijn grootvader richtte de fietsenmaker 80 jaar geleden op. Ludo bestaat al 75 jaar, zegt zaakvoerder Johan Huygens. "Wij hebben natuurlijk alles al meegemaakt. Maar het valt toch op dat als het slecht gaat met de conjunctuur, wij het eigenlijk goed doen. In goede economische tijden stappen dealers al eens gemakkelijker naar nieuwkomers, die met blitse modellen komen."

Omdat er geen officiële cijfers over de Belgische fietsenmarkt voorhanden zijn, kunnen heel wat fabrikanten de titel van grootste producent claimen. Zo beweert Huygens dat Ludo de grootste is, al wil hij geen cijfers geven over het aantal fietsen dat zijn fabriek jaarlijks produceert. Van Den Berghe beweert dan weer net hetzelfde. Hij zegt dat er niemand meer produceert dan de 28.500 Oxford-fietsen die elk jaar uit de fabriek in Sint-Niklaas rollen. Over wie in de topdrie van België zit, bestaat iets meer consensus: dat ereschavotje wordt gevormd door Norta, Ludo en Van Den Berghe. Daaronder zit een grote subtop, met namen als Minerva, Thomson, Lannoy (de fabrikant van Novy) en L'Avenir.

Dat is een heel ander beeld dan bijvoorbeeld in Nederland. Ook daar wemelt het van de merken, maar die behoren bijna allemaal tot de beursgenoteerde Accell holding. Die verdeelt onder meer fietsen van Batavus, Koga-Miyata en de kinderfietsen Loeki en het moutainbikemerk BeOne. In Nederland is bijna één op de twee verkochte fietsen afkomstig van Accell.

Accell probeert sinds een paar jaar ook een voet aan de grond te krijgen in België. Om een lokaal merk in zijn portefeuille te krijgen, probeerde het vorig jaar zelf Van Den Berghe over te nemen, maar die hield de boot voorlopig af. Daarnaast probeert Accell vriendelijke relaties aan te knopen met de vakhandelaars, de klanten waar ook de resterende onafhankelijke Belgische producenten zich tot richten. Wie zich in België een kwaliteitsimago wil aanmeten, doet dat door in zee te gaan met een handelaar. Assembleurs van goedkope Aziatische fietsen, zoals het failliete United Bicycles, verkopen aan supermarkten of aan Decathlon. "Dat is het verschil", zegt Huygens, "wij gaan niet alleen voor de goedkoopste prijs, wij zouden graag zien dat een vakhandelaar zich voor elke categorie fietsen beperkt tot een paar goede fabrikanten. Daar kunnen we dan als leverancier goede service voor bieden."

Maar met de vakhandelaars gaat het niet goed. Platgedrukt door concurrentie van de supermarkten, de lage rendabiliteit van hun winkel en het harde werk als hersteller, blijven er steeds minder over. Volgens vakorganisatie Velopro zijn er nog 1.373 vakhandelaars in Vlaanderen en 350 in Wallonië. In 1994 waren dat er nog respectievelijk 2.488 en 558, zegt Velopro. Om het kwijnende beroep te helpen, besliste de regering een paar jaar geleden het BTW-tarief op herstellingen te verlagen van 21 procent tot 6 procent. Maar die regeling is een flop, zegt Yves Collier van Velopro. "Het is een idiote misinterpretatie van wat Europa met deze maatregel wilde bereiken. Europa wilde dat invoeren als middel tegen zwartwerk en het bevorderen van de kleine zelfstandige ondernemer die arbeidsintensief werk levert. Maar dat is er niet uitgekomen."

Expo Velo vindt plaats op de Heizel van 1 tot 4 februari in paleizen 8 en 9 en in de patio. De expo is elke dag open van 10 tot 18 uur. Op maandag 3 februari blijven de deuren geopend tot 22 uur. Een toegangskaartje kost 8 euro.

'BTW-verlaging voor fietsherstellers is een flop'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234