Vrijdag 18/06/2021

Heimwee naar een betere wereld

De doorbraak kwam er in 1989, toen hij voor zijn derde roman, De rest van de dag (The Remains of the Day, later verfilmd met een schitterende Anthony Hopkins als de stijve, oer-Engelse butler) de Booker Prize kreeg. Zijn volgende roman, de turf De troostelozen (The Unconsoled, 1995), een bizar experimenteel, onverfilmbaar verhaal van een pianist op tournee in Midden-Europa, die van de ene onbegrijpelijke situatie in de andere terechtkomt, werd op gemengde reacties onthaald. In zijn nieuwste, When We Were Orphans (Toen we wezen waren), combineert Kazuo Ishiguro (°1954) typische elementen uit zijn twee vorige romans: hij verhaalt van een meeslepende zoektocht, maar met een beklemmende dimensie die aan De troostelozen herinnert. 'Iedereen moet vroeg of laat die gelukkige luchtbel van de kindertijd verlaten. Op die manier zijn we allemaal een beetje wezen.'

door Christelle Méplon

Kazuo Ishiguro

Faber & Faber, Londen, 313 p., 9,99 £.

Als ik vroeg op een septembermiddag voor de ingang van het chique Waldorf Hotel sta, voel ik me als iemand die op het punt staat een verhaal binnen te wandelen. Net of ik hier, hartje Londen, een afspraak heb met het personage Christopher Banks in plaats van met zijn schepper. En dat niet alleen omdat ik tot op het allerlaatste ogenblik in de metro nog volledig verdiept was in de bevreemdende sfeer van Kazuo Ishiguro's overrompelende nieuwe roman. Ik weet dat ik hem zal ontmoeten in hetzelfde hotel waar zijn jonge hoofdpersonage, na diens eerste openbare triomf als detective in de jaren twintig, "met zijn hoofd in de wolken" de onbereikbare, mondaine "juffrouw Hemmings" durft aan te spreken aan haar tafeltje in de eetzaal.

Een ontspannen Ishiguro komt me in de hal tegemoet en vraagt of we ons gesprek kunnen combineren met de afternoon tea. Hij is niet aan lunchen toegekomen en vergaat van de honger. We nemen dus plaats in de immense, luisterrijke zaal. Een paar meter bij ons vandaan tokkelt een dame in avondjurk op een harp. Volmaakte obers lopen af en aan met zilveren schalen vol complex gecomponeerde heerlijkheden, waaronder de onvermijdelijke scones en een heel assortiment van er exquise uitziende sandwiches. Het zachte oriëntaalse parfum van de thee hangt beschaafd tussen ons in.

In deze ambiance van weelderige rust kan de schrijver mij niet toestaan vragen te stellen voor hij zich exact op de hoogte heeft gesteld van het tijdstip dat ik op Heathrow terug moet zijn en van de manier waarop ik denk dat te zullen bewerkstelligen. Hij berekent enkele keren zorgvuldig hoelang we dus mogen praten. Zelden een voorkomender man ontmoet.

"Ik dacht wel dat deze omgeving u zou bevallen," glimlacht Ishiguro breed als ik hem vraag of hij het tafeltje kan aanwijzen waar de verleidelijke societydame zat toen zijn jonge detective al zijn moed samenraapte om op haar toe te stappen. "Tja, hier ergens op het balkon. Ik zou het niet precies weten.

"Het is een van de weinige scènes die zich op een reële plaats afspelen," gaat hij voort. "Als je iets in Londen laat gebeuren, moet je er natuurlijk rekening mee houden dat de locaties voor de meeste mensen bekend zijn. Maar ik geef er doorgaans de voorkeur aan om een omgeving te verzinnen. Als je een plek echt kent, staat ze de verbeelding in de weg. Ik heb wel een zwak voor dit hotel, omdat ik hier als jonge schrijver mijn allereerste interview had. Ik werkte toen nog met daklozen en liep er werkelijk sjofel bij, met gescheurde jeans en zo. Een journalist van The Guardian had me hierheen gebracht. Toen gingen de meeste Londense hotels nog prat op hun exclusiviteit, er waren altijd schermutselingen met Amerikaanse miljonairs die geen das droegen. Maar hier waren ze die keer zo vriendelijk dat ik altijd terugkom voor de thee. Op vrijdagmiddag wordt hier nog altijd gedanst, een traditie die tot de jaren twintig zou teruggaan."

Christopher Banks en Sarah Hemmings hebben allebei hun ouders verloren. Wat hebt u met wezen?

Ishiguro: "Ik heb er nooit een bijzondere interesse voor gehad. Ik was vooral geïnteresseerd in de metaforische mogelijkheden.

"Ooit zijn we allemaal kinderen geweest. Met een beetje geluk leefden we toen in een beschermd wereldje. Volwassenen doen altijd automatisch mee aan die samenzwering, ze willen kinderen doen geloven dat de wereld een mooie, vriendelijke, aangename plek is. Met mijn dochtertje, dat nu acht is, zag ik daar enkele jaren geleden nog elke dag het bewijs van. Telkens als we op straat liepen, waren er mensen die grappige gezichten tegen haar trokken en lieve dingen begonnen te zeggen. Zo hoort het ook. Maar iedereen moet vroeg of laat die gelukkige luchtbel verlaten. Voor de meesten van ons is dat een geleidelijk proces. Maar Christopher, mijn personage, wordt er bruusk uitgegooid als zijn ouders plotseling verdwijnen. Ik denk dat we in zekere zin allemaal delen in die ontgoocheling als we de werkelijke wereld ontdekken. We blijven, al is het dan meer gevoelsmatig dan bewust, terugverlangen naar die betere wereld in onze herinnering. Op die manier zijn we allemaal een beetje wezen.

"Die scones," onderbreekt hij zichzelf als hij ziet dat ik ze tot nu toe onaangeroerd heb laten liggen, "kunt u het best dwars doormidden snijden, men doet er eerst jam op en dan slagroom. Maar u mag ze natuurlijk ook op de Belgische manier eten als u dat wilt," voegt hij er snel aan toe. "Ik wil de Britse manier uiteraard niet opdringen. Het is maar een suggestie."

Uw personages, vooral de butler Stevens in De rest van de dag en Christopher in de nieuwe roman, zouden in deze situatie uitermate bezorgd zijn om dit vooral op de juiste, Britse manier aan te pakken.

"Ja, ze zouden precies willen weten hoe het allemaal moet, maar dan wel om totaal verschillende redenen. Stevens omdat hij een feilloze butler wil zijn. Christopher omdat hij er absoluut bij wil horen. Hij wil vooral niet vreemd gevonden worden. Al weet hij nooit zeker wat er van belang is en wat niet.

Hij kan er maar niet achter komen wat andere mensen denken. Hij is altijd overdreven voorzichtig uit angst ergernis te wekken."

Hoe belangrijk zijn dat soort formele zorgen voor u als schrijver?

"Ik zou zeker niet zeggen dat ik als schrijver veel belang hecht aan dingen als etiquette. Ik geloof ook niet dat de personages in mijn vroegere romans zo waren. Al zie ik wel enkele duidelijke overeenkomsten. Ze vinden het belangrijk zichzelf emotioneel in de hand te hebben en ze zijn ook geneigd voortdurend achterom te kijken, in het verleden te leven. Nu ik vijf romans geschreven heb, val ik soms terug op oplossingen die ik vroeger al eens heb gebruikt. Ik weet niet altijd zeker of ik goede artistieke redenen heb voor bepaalde vormen van herhaling.

"Dat is een van de moeilijke dingen. Een eerste roman is een grote uitdaging. Maar als je al enkele romans geschreven hebt, die dan ook nog goed onthaald zijn, moet je voortdurend kritisch zijn voor jezelf. Wat kan ik opnieuw gebruiken, wat gooi ik beter weg? Wat wil ik echt nog grondiger verkennen, wat kan ik beter opgeven? Mijn romans overlappen elkaar altijd voor een deel, omdat ik nooit helemaal tevreden ben over de manier waarop ik bepaalde dingen heb uitgewerkt en het nog eens op een andere manier wil proberen."

De Britse dimensie is ook erg opvallend. Christopher groeit samen met zijn Japanse vriend Akira op in de Internationale Wijk in het Sjanghai van rond de eeuwwisseling. Allebei zijn ze als de dood hun ouders te ontgoochelen door niet Engels, of in Akira's geval niet Japans genoeg te zijn.

"Het interessante aan hun situatie is dat ze helemaal niets weten over Engeland of Japan. Ze zijn alleen maar Engels of Japans voorzover anderen hun dat hebben verteld. Het kunstmatige en tijdelijke van hun geboorteplek is in zekere zin hun tragedie. Als kinderen zijn ze zich totaal niet bewust van de vergankelijkheid van hun wereld. Als Christopher jaren later als volwassen man naar Sjanghai teruggaat omdat hij het mysterie van de verdwijning van zijn ouders wil oplossen, denkt hij dat hij de wereld van vroeger zal terugvinden, maar alles is veranderd. Je zou dat internationale Sjanghai ook als een soort model kunnen zien van de meeste moderne steden nu, waar mensen van alle mogelijke nationaliteiten wonen. De tweede generatie heeft alleen een artificieel besef van het andere ras of de andere nationaliteit waartoe ze behoren. Ze kunnen zich niet echt voorstellen wat het betekent."

Daar kunt u van meespreken.

"Mensen verwachten altijd dat ik een Japanner ben, maar ik weet ontzettend weinig van Japan af. Ik ben in Nagasaki geboren, maar ik woon al sinds mijn zesde in Engeland."

Christopher Banks ziet zichzelf als een superdetective die het kwaad wil bestrijden. Dat maakt hem nogal aandoenlijk.

"Ik betwijfel of hij echt 'het kwaad' wil bestrijden. Dat is het standpunt van het kind. Als volwassen man wil hij vooral op zoek naar zijn verloren ouders, van wie hij een geïdealiseerd beeld in zijn herinnering draagt. Hij wil zijn stukgeslagen wereld weer samenstellen. Mensen die eropuit zijn veel voor het welzijn van anderen te bereiken, worden vaak gedreven door een persoonlijke wonde die ze op die manier willen helen. Dat is niet altijd positief, die obsessie voor het verleden kan gemakkelijk tot zelf

vernietiging leiden. We kennen wellicht allemaal voorbeelden van mensen die gebeurtenissen uit het verleden telkens opnieuw willen ensceneren, tot elke prijs. Dat is ook een beetje wat Christopher doet."

(Volgt een lang intermezzo waarin Ishiguro enthousiast uitweidt over allerlei Belgen die hij bewondert, de oude meesters in de schilderkunst, Hergé, Django Reinhardt en Simenon. Dan vraagt hij voorzichtig:)

"Voelen Belgen zich beledigd door de karikaturale figuur van Hercule Poirot in Agatha Christie?"

"Daar ben ik me zeker niet van bewust," zeg ik, "waarom vraagt u dat?"

"Omdat ik die detectiveverhalen uit de jaren twintig met hun stereotiepe personages als uitgangspunt heb genomen voor het detective-aspect van mijn nieuwe roman. Nu vind iedereen die oude Engelse whodunits bar slecht, de Amerikaanse traditie van misdaadverhalen wordt veel ernstiger genomen. Iedereen vindt dat oude Engelse genre oppervlakkig nostalgisch. Toch vind ik het boeiend als je het in zijn historische context bekijkt. De generatie die die verhalen schreef en las was zwaar getraumatiseerd door de Eerste Wereldoorlog. De nieuwe technologie, de wapens, de moeilijkheid om nog echt te vatten wie nu eigenlijk waarvoor aan het vechten was, dat alles betekende een vreselijke schok. De verhalen van Agatha Christie en anderen boden een volmaakte vorm van vlucht daaruit. Ze beschrijven de wereld als een gezellig dorpje met een klein probleempje, dat de superdetective moeiteloos kan oplossen. Het onbegrijpelijke kwaad wordt op een volkomen artificiële manier gereduceerd tot de figuur van de slimme boosdoener. Een nog slimmere detective is die natuurlijk altijd te snel af. In die verhalen is nooit sprake van een trauma na de moord in zo'n dorpje, aan het slot is iedereen weer gelukkig, de oude orde is volmaakt hersteld. De boze geest zit weer veilig in zijn fles.

"Ik wilde zo'n detective van de oude stempel in mijn roman opvoeren en onderzoeken hoe lang hij zijn ideeën kan handhaven in de twintigste eeuw. Dat was een van de allervroegste beelden in mijn hoofd: het typetje dat altijd door een vergrootglas kijkt, tot hij in mijn roman met zijn neus op de lijken zit."

U speelt in uw roman met de formele conventies van het detectiveverhaal. Heel vaak wordt ook uw formele schrijfstijl geprezen.

"Om eerlijk te zijn, die hele kwestie over mijn stijl baart me soms zorgen. In het begin was ik er alleen op uit om me zo helder mogelijk uit te drukken. Maar zodra mijn eerste roman verschenen was, begonnen de recensenten erg lovend over die ingehouden stijl te schrijven, over al dat trillen onder het kalme oppervlak. Eerst deed ik nog alsof ik het allemaal zo bedoeld had. Maar in De rest van de dag ben ik die stijl dan ècht als een bewust procédé gaan gebruiken, in directe samenhang met de inhoud - het was een roman over onderdrukte emoties. Ik wou dat gegeven in mijn stijl onderzoeken en er de grenzen van verkennen, het punt waarop formaliteit absurde zelfverloochening wordt. Maar doorgaans breek ik mijn hoofd echt niet over stilistische effecten.

"Niet dat ik mezelf als een natuurtalent beschouw, ik denk dat ik er weken over zou doen als ik columns zou moeten schrijven. Maar ik denk veel meer na over hoe ik een bepaalde scène kan doen werken, hoe de overgang van de ene scène naar de volgende het best verloopt. Weet u dat ik alle moeite van de wereld heb om gewoon een vriend een brief te schrijven? Omdat ik dan niet weet wie het personage is dat schrijft. Mijn romans zijn altijd in de eerste persoon geschreven. Schrijven heeft voor mij alles te maken met het verzinnen van een personage."

In De rest van de dag is de ironische afstand tussen lezer en personage duidelijk. In uw nieuwe roman lijkt de graad van afstandelijkheid te wisselen.

"Ik wilde die medeplichtigheid met de lezer loslaten. Dat zou vooral in het tweede deel van de roman heel duidelijk moeten zijn. Christopher Banks mocht vooral niet als een excentriekeling overkomen. Ik wilde de wereld getrouw voorstellen zoals hij die door zijn eigen ogen en volgens zijn eigen logica zou zien."

Uw vorige roman, De troostelozen, verscheen in 1995. Hebt u vijf jaar aan uw nieuwste roman gewerkt?

"Dat heeft te maken met een belangrijk kenmerk van eigentijdse literatuur waar volgens mij nog veel te weinig aandacht aan geschonken wordt. Iedereen heeft het over de computerisering, maar wat minstens evenveel invloed heeft op het schrijverschap vandaag zijn alle interviews die je bijvoorbeeld moet geven. Je moet nu als schrijver ook een performance act hebben - en die kan maar beter goed zijn. Er is zich een parallelle literaire cultuur aan het ontwikkelen die niets meer met schrijven of lezen te maken heeft, maar alles met evenementen en festivals. Elke schrijver krijgt nu te maken met conferenties, debatten, promotietournees. Het publiek wil vandaag deel hebben aan de literatuur zonder boeken te lezen. Daardoor wordt veel energie opgeslokt die je anders in het schrijven zelf zou kunnen investeren. Niet dat ik pessimistisch over die evolutie wil doen, maar ik vind ze wel erg ingrijpend.

"Anderzijds vergissen mensen zich die het over de teloorgang van het boek hebben. Boeken zijn een formidabele industrie geworden, ze zijn erg populair. Mijn dochtertje volgt zoals alle kinderen op haar school alle rages. Eerst had je de Spice Girls, dan Star Wars, dan Pokémon. En nu is het Harry Potter. Voor haar maakt het niets uit dat het medium anders is. Boeken, films, computerspelletjes, dat doet er allemaal niets toe. Ik heb als schrijver zeker niet het gevoel dat ik me met een klein, marginaal, bedreigd, uitstervend medium bezighoud. Wel moet je als schrijver heel goed begrijpen dat je de specificiteit van je eigen medium optimaal moet benutten. Wie een soap op papier probeert te zetten, is gedoemd te mislukken. Soaps zullen op televisie altijd beter zijn. Romans moeten lezers een ervaring schenken die geen enkel ander medium hen kan bezorgen. Dat is ook wat ik probeer."

De Nederlandse vertaling (van Marijke Versluys),Toen we wezen waren, verschijnt op 16 oktober bij Atlas (334 p., 998 frank).

'Er is zich een parallelle literaire cultuur aan het ontwikkelen die niets meer met schrijven of lezen te maken heeft, maar alles met evenementen en festivals. Het publiek wil vandaag deel hebben aan literatuur zonder boeken te lezen''Wie een soap op papier probeert te zetten, is gedoemd te mislukken''Als je een plek echt kent, staat ze de verbeelding in de weg''Ik heb als schrijver zeker niet het gevoel dat ik me met een klein, marginaal, bedreigd, uitstervend medium bezighoud.' (Foto Glynn Griffith)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234