Dinsdag 14/07/2020

Heiligen in de tuin

Donderdag 30 augustus is de naamdag van Sint-Fiacre, sinds 1599 patroonheilige van de tuiniers. Op diverse plaatsen in Frankrijk worden die dag grootse bloemen- en groentencorso's georganiseerd. Ook in ons land wordt Sint-Fiacre vereerd door de tuiniers. Maar er zijn nog wel meer tuinheiligen.

Paul Geerts

Sint-Fiacre was naar alle waarschijnlijkheid een Ierse prins die rond 615 een groot klooster had gesticht in de buurt van Parijs. Zijn grote droom was echter om zich als kluizenaar te kunnen terugtrekken, wat in die dagen in hoog aanzien stond in kerkelijke kringen.

Hij vroeg en kreeg van de bisschop van Parijs een verlaten plekje, diep in het bos, waar hij zich kon wijden aan zijn kluizenaarsbestaan. Hij bouwde er een kleine hut en een kapel. Ook legde hij een groenten- en kruidentuintje aan dat groter werd naarmate zijn reputatie groeide en steeds meer bedevaarders en zieken de kluizenaar-kruidendokter kwamen opzoeken. Hij was waarschijnlijk de eerste die een vorm van hortotherapie toepaste door geesteszieken aan het werk te zetten in zijn tuin.

Hij bouwde een klein gastenverblijfje en breidde zijn tuintje uit om iedereen die bij hem te rade kwam te kunnen voeden. Uiteindelijk had hij echter meer land nodig. De legende wil dat de lokale bisschop die alle omliggende land bezat, hem zoveel extra land beloofde als hij op één nacht kon omspitten. Terug thuis besefte hij de zinloosheid van die opdracht. Hij stak zijn spade in de grond en trok zich mediterend terug in zijn kapel.

Toen hij 's ochtends buitenkwam, was al het land in de wijde omtrek omgespit. Een toevallige voorbijgangster die getuige was van die gebeurtenis, spoedde zich naar de bisschop en beschuldigde de kluizenaar van tovenarij. Toen de bisschop ter plaatse kwam, decreteerde hij echter dat het om een goddelijk mirakel ging en dat Fiacre een heilige was. De vrouw werd daarentegen beschuldigd van hekserij en alle vrouwen werd de toegang ontzegd tot het heiligdom van Sint-Fiacre. Vrouwen die dat verbod overtraden, zouden bestraft worden met blindheid.

Rond 1600 werd op die plaats een benedictijnenklooster gebouwd, waar ook de stoffelijke resten van Sint-Fiacre werden bewaard. Later werden die verhuisd naar de kathedraal van Meaux. De crypte waar de relieken van de misogyne heilige werden bewaard, zou nog jarenlang gesloten blijven voor vrouwen. Zelfs Anna van Oostenrijk, echtgenote van de Franse koning Lodewijk XIII, weigerde tijdens een bezoek aan Meaux de crypte te bezoeken, ondanks het feit dat ze dankzij de hemelse voorspraak van Sint-Fiacre bevallen was van een gezonde zoon, de latere Lodewijk XIV.

St-Fiacre is overigens niet alleen patroonheilige van de tuiniers, maar ook van de taxichauffeurs, een wat merkwaardige combinatie. Naar verluidt zou een zekere Sauvage in de zeventiende eeuw een soort taxibedrijf met koetsen hebben gevestigd in het Hôtel de Saint-Fiacre in de rue Saint-Martin in Parijs. Na verloop van tijd noemde men alle huurkoetsen dan ook fiacres. Zo werd hij de patroonheilige van de koetsiers en later van de taxichauffeurs.

Eind augustus worden in verschillende Franse steden, waaronder uiteraard Meaux, bloemencorso's en -markten georganiseerd naar aanleiding van de feestdag van Sint-Fiacre. Ook in ons land wordt op 27 augustus in het Waalse boomkwekersdorpje La Reid (bij Theux) de jaarlijkse foire de la Saint-Fiacre georganiseerd. Verschillende lokale boomkwekers houden een opendeur, terwijl in het dorpje zelf tal van bloemenstandjes worden opgesteld. Ook door Vlaamse tuiniers wordt deze Franse heilige geëerd. Zo bestaat in West-Vlaanderen bijvoorbeeld een zeer actieve beroepsvereniging van tuinaanleggers die naar de heilige is genoemd. Maar Sint-Fiacre is zoals gezegd niet de enige tuinheilige.

Martelaar

In Italië en Engeland wordt bijvoorbeeld ook Sint-Maurilius (naamdag 13 september) als patroon van de tuiniers vereerd. Die heilige leefde in de vijfde eeuw, eveneens in Frankrijk, maar hij was afkomstig van Italië. Toen hij zeer tegen zijn zin tot bisschop van Angers werd benoemd (als dank omdat hij door zijn gebed vuur had laten neerdalen op een heidens heiligdom) ontvluchtte hij zijn verantwoordelijkheden en ging hij als tuinier in Engeland werken. Hij werd echter herkend en terug naar Frankrijk gestuurd. Op een vijftiende-eeuws wandtapijt in de kathedraal van Angers staat hij afgebeeld terwijl hij in de tuin aan het spitten is. Achter hem groeien fruitbomen en stekelbessen, vóór hem bloeien bloemen.

Een andere tuinheilige is Sint-Adelard van Frankrijk (naamdag 2 januari), een neef van Karel de Grote. Hij trad op twintigjarige leeftijd in het klooster en werkte zich op tot verantwoordelijke voor de kloostertuinen, maar hij werd ook vaak over politieke kwesties geraadpleegd door de plaatselijke machthebbers. Blijkbaar vielen zijn adviezen niet in de smaak van zijn machtige oom die hem naar Normandië liet verbannen. Daar wijdde hij de rest van zijn leven aan zijn meest geliefde bezigheid, tuinieren.

De allereerste patroonheilige van de tuiniers zou Sint-Phocas van Sinope zijn, wiens naamdag op 22 september wordt gevierd. Sint-Phocas leefde in de derde eeuw in de Turkse havenstad Sinope bij de Zwarte Zee. Sint-Phocas had een klein stukje grond waarop hij groenten kweekte voor de armen uit de streek en voor de vele reizigers die in zijn huis altijd onderdak vonden. Wanneer hij niet in zijn tuin bezig was, zat hij ergens te bidden.

Op een dag kwamen twee soldaten bij hem aan huis. Hij nodigde ze uit voor het avondeten. Ze vertelden hem dat ze op zoek waren naar een christen genaamd Phocas en dat ze de opdracht hadden hem te doden. Hij zei hen dat hij hen de volgende dag de man zou aanwijzen. 's Nachts groef hij een graf in zijn tuin. 's Morgens onthulde hij zijn identiteit aan de soldaten en smeekte hen hem de marteldood te laten sterven. Ze onthoofdden hem en begroeven hem tussen zijn groenten en zijn bloemen. Sint-Phocas wordt meestal afgebeeld met een schop of een hark in de hand. Zijn beeltenis is onder meer te zien op de mozaïeken van de San-Marco-kathedraal in Venetië.

Vrouwen

Er bestaat ook een vrouwelijke tuinheilige, de heilige Rosa van Lima, wier naamdag op 27 augustus wordt gevierd. Het gebeurt niet vaak dat de kerk het simpel houdt, maar toen de verzamelde kardinalen er in Rome niet uitraakten van wie ze Rosa patrones zouden maken, was er een slimme prelaat die opperde om haar te wijden aan de rozenkwekers. Het Latijnse rosa betekende tenslotte roos en de heilige Rosa van Lima zou erg veel van rozen hebben gehouden. Het was zo eenvoudig dat niemand op het idee was gekomen.

Rosa leefde in Peru in de zestiende eeuw. Ze was de dochter van de rijke familie Flores, eigenaars van een landgoed bij het Hospital des Espíritu Santo in Lima waar de Spaanse kolonisatoren in 1552 een roos hadden geplant ter ere van de Maagd Maria. Als kind moet de heilige Rosa, die eigenlijk Isabel heette, heel mooi zijn geweest, una rosa perfecta zo heette het.

Op zeer jonge leeftijd viel ze ten prooi aan godsdienstwaanzin en onderwierp zichzelf uit religieuze ijver aan de wreedste kwellingen. Zo leefde ze meestal op water en brood en ooit vastte ze gedurende vijftig dagen. Ze sliep op een bed van gebroken vaatwerk en stenen, waarbij ze het haar met spijkers aan de muur bevestigde om te voorkomen dat ze meer dan twee uur per nacht zou slapen. Ze droeg altijd een kroon van rozen die de drieëndertig ijzeren pinnen moesten verbergen die ze ter ere van Christus' kruisdood rond haar hoofd drapeerde. Ze droeg ook altijd handschoenen van netels.

Maar ze had blijkbaar groene vingers. Ze verzorgde de rozen en knipte de rozemarijnstruiken in de tuin van haar vader in de vorm van een calvarieberg en ze kweekte allerlei bloemen en kruiden om de kerk te versieren. In de tuin had ze een kluis laten bouwen waar ze dagelijks twaalf uur in gebed verzonken doorbracht. Ze overleed op 23 augustus 1617 na een koortsaanval. De dokters weigerden haar te laten drinken omdat ze vreesden dat de koorts daardoor nog zou stijgen. Rosa werd de eerste heilige van Zuid-Amerika. Ze ligt begraven in de kathedraal van Lima en wordt meestal afgebeeld met een rozenkroon om het hoofd.

Mocht ik een rozenkweker zijn, ik zou een minder lugubere en iets vrolijker heilige uitkiezen als patrones. Sint-Dorothea bijvoorbeeld, die weliswaar ook de marteldood stierf, maar die me toch iets sympathieker lijkt. Dorothea was de dochter van een senator van Cappadocië die onder de Romeinse keizer Diocletianus in de derde eeuw van onze tijdrekening de marteldood zou zijn gestorven.Op prenten en schilderijen wordt zij meestal voorgesteld met rozen of andere bloemen en appels. Dat verwijst naar de legende dat bij haar terechtstelling een zekere Theophilus haar al spottend zou hebben toegeroepen: "Als je in je paradijs bent aangekomen, stuur me dan wat fruit en bloemen." Toen het meisje voor de beul knielde, verscheen een knaapje met een mandje met appels en rozen. Toen Theophilus dat zag, zou hij zich bekeerd hebben en ook de marteldood zijn gestorven. De marteldood van de heilige Dorothea wordt op 6 februari herdacht.

In 1648 stichtte de katholieke bisschop Antoine Triest in Gent de Confrérie de Sainte-Dorothée. Triest, die in de wijk Ekkergem, vlak onder de Gentse stadswallen, een van de befaamdste tuinen uit die tijd liet aanleggen, wilde met dat broederschap een religieuze basis geven aan het werk van tuiniers en botanici, die toen volop in de belangstelling kwamen. Op 6 februari van ieder jaar kwamen de leden van de confrérie bijeen voor een mis in de Sint-Michielskerk. Bij die gelegenheid werd het beeld van de heilige met bloemen versierd. Omdat er in dat seizoen nauwelijks bloemen waren, ging het meestal om geforceerde bolgewassen, zoals tulpen, die toen in onze contreien nog maar pas bekend waren. De confrérie werd tijdens de Franse revolutie ontbonden maar later terug opgericht. De allereerste Gentse bloemententoonstelling, waaruit later de Gentse Floraliën zouden groeien, werd trouwens georganiseerd op 6 februari 1809, de feestdag van de heilige Dorothea.

De confrérie bestaat vandaag nog altijd en mag zich de oudste vereniging van hoveniers noemen, alhoewel ze vandaag meer een folkloristische dan een beroepsvereniging is.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234