Maandag 14/10/2019

Heilige drievuldigheid op gewijde grond

Over de landsgrenzen worden ze vaak aangesproken met Selah, Oscar en Balthazar. Maar hier kennen we ze net zo goed als Sanne, Max en Jinte. In aanloop naar hun passage op Rock Werchter ontmoeten we hen op de wei, waar ze vooruitblikken op een zomer tussen stress en walhalla.

Max Colombie trekt met Oscar And The Wolf deze zomer door Duitsland, Frankrijk, Hongarije en Nederland en staat onder meer op Montreux Jazz in Zwitserland. Jinte Deprez speelt vanavond met Balthazar dan weer op Best Kept Secret, waarna Glastonbury, Franse, Duitse en Italiaanse festivals aan de beurt komen. En Sanne Putseys aka Selah Sue begint straks aan een uitputtingsslag met heel wat Franse en Zwitserse data. Voor haar wacht eigenlijk maar één Belgische concertdatum, op Rock Werchter. Dat festival bindt deze drie jeunes premiers ook.

Hoeveel waarde hechten jullie aan Werchter? Is het de belangrijkste show, of één in een lange rij?

Sanne: "Werchter betekent voor mij: méér stress. Niet dat ik ga verlammen, of stijf van de zenuwen sta. Maar ik ben me er voortdurend van bewust dat er mensen staan kijken die ik ken. Vrienden, maar ook mensen van de krant die de volgende dag mogelijk (trekt een vies gezicht) 'mèh mèh mèh' zullen schrijven. De druk ligt hoog. Maar dat klinkt nu alsof ik Werchter minder leuk vind. Eigenlijk net niet: op festivals in het buitenland mis ik soms die stress, waarmee je op de tippen van je tenen gaat staan."

Jinte: "Werchter was het eerste festival waar ik ooit naartoe mocht gaan. Ook het eerste festival waar ik erg scheef ben gegaan. (lacht) Toch wel speciaal om daar zoveel jaar later plots zélf te staan. Twee jaar geleden zelfs drie keer: op Boutique, Classic en Rock. Fantastisch festival. Goed georganiseerd ook. Alleen vervelend dat je om de vijf meter je bandje moet tonen." (grinnikt)

Welke buitenlandse festivals blijven jullie het meest bij?

Sanne: "Rock in Rio was ongelooflijk. Daar speelde ik vorig jaar, voor een onwaarschijnlijk heet publiek. (lacht) Argentinië heeft ook zulke heetgebakerde fans. En verder vind ik Polen geweldig: daar vulde ik plots zalen van 6.000 man, wat zich vertaalde naar een massa volk op de festivals. 'This World' werd namelijk gebruikt voor een spotje van Kinder Bueno, en die song is ontploft in het Oostblok zonder dat ik daar iets voor moest doen. Die fans zijn echt compleet wild."

Jinte: "Daar zit vast iets in het water, heb ik al gedacht. Zo'n hardcore toewijding van het publiek. Van de meeste bands hoor je dat ze het Oostblok daarom het walhalla vinden. Volgens mij is de reden eenvoudig: muzikanten vinden minder snel de weg naar landen als Polen. In België zijn we alles gewoon en gewend, hebben we alles al eens gezien. Hier moet je soms vechten voor de liefde van het publiek, maar in Oost-Europa word je letterlijk overstelpt.

"In het zuiden van Europa kom ik ook graag. Onder de Bordeaux-grens vind je traditioneel de mooiste middelgrote festivals, op absurd idyllische plekjes: een half kasteel waar een podium in gezet werd, een strand... Zo'n decor is onbetaalbaar."

Sanne: "Ik heb een bitterzoete herinnering aan Japan. Mijn eerste plaat had het daar erg goed gedaan, maar voor het concert had niemand promo gedaan. Nietsvermoedend hebben we de hele band naar daar gevlogen, om daar uiteindelijk voor ocharme dertig man te spelen. Mijn grootste financiële kater. Maar wél goed gelachen!"

Jinte: "Wij hebben daar ook gespeeld, op het Belgian Beer Weekend. Heel tof. Maar het kan goed zijn dat die Japanners zo enthousiast waren omdat ze al vier Duvels op hadden."

Oscar And The Wolf komt nog maar net piepen, maar begon vorige zomer als eerste act op Rock Werchter en eindigde datzelfde seizoen als afsluiter op Pukkelpop. Zo'n promotie is niet voor velen weggelegd.

Max: "De plaat is eigenlijk net iets te laat beginnen boomen. Daarom stonden we in Werchter zo vroeg op de middag. Ik kan alleen niet zeggen wat ik uiteindelijk de meest memorabele set vond. Misschien toch Werchter. Op Pukkelpop was ik minder goed bij stem. Vlak voor het concert moest de festivalarts me zelfs cortisone geven."

Sanne: "Zo'n pil? Dat werkt goed, hè. Cortisone is da shit." (lacht)

Max: "Een paar jaar voordien moest ik ook al eens zo'n pilleke pakken voor Pukkelpop. Ik word altijd ziek voor belangrijke optredens. Hypochondrie? Misschien wel. Ik ben inderdaad iemand die ook écht iets onder de leden krijgt als ik denk ziek te worden."

Mumford and Sons wordt wel eens per abuis voor een familiebedrijfje gehouden. Gebeurt het wel eens dat jullie in het buitenland aangesproken worden met jullie artiestennaam: Oscar, Balthazar en Selah?

Sanne: "Ik ben standaard Selah. In de meeste landen kunnen ze Sanne niet eens uitspreken. En om eerlijk te zijn: ik ging er tot voor kort ook van uit dat Jinte eigenlijk Balthazar heette. Echt waar. Zo naïef ben ik dus." (lacht)

Max: "Ik word in het buitenland steevast aangeklampt als Oscar. Zo erg is dat ook niet. Ik stoor me meer aan de stomme vragen die ik over de grens vaak krijg. De meest gehoorde: waar ligt België precies in Brussel?"

Sanne: "Ik wil zulke journalisten nooit kwetsen. Ze doen ook maar hun job, hè. Alleen niet zo goed." (lacht)

Jinte: "De domste vragen probeer ik systematisch te vergeten. Wat mij vooral verveelt, zijn de eeuwig herhaalde vragen. Er zijn twee manieren om daarmee om te gaan: standaardantwoorden aframmelen, of liegen dat je zwart ziet. Dat laatste maakt het gesprek tenminste nog wat spannend. (grijnst) Maarten en ik maken er zo'n beetje een sport van om elke keer ter plekke verhalen te verzinnen."

Hoe kijken jullie aan tegen die Britse festivals? Die hebben een legendarische reputatie, maar de horrorverhalen van artiesten zijn dat ook. PJ Harvey noemde het ooit een 'vetbetaalde survivaltrip'.

Jinte: "Tegen Glastonbury zeg je als Belgische band natuurlijk geen néé. Maar ik maak me weinig illusies: vorig jaar hebben we Reading en Leeds gedaan, en hoewel het heel fancy staat om op die affiche te staan, kent iedereen ook de harde realiteit. Voor hetzelfde geld sta je wat verloren op een of ander podium, of op een godvergeten uur van de dag. Wat ik wel fantastisch vind, is dat de Britten zich veel marginaler maar ook intenser gedragen op festivals. Vorig jaar hoorde ik honderdduizend man meerappen op Eminem: heel bijzonder. Als de mensen komen om je te zien, gaan ze er ook volledig voor. Dan is het aan jou als muzikant om de bal binnen te koppen."

Een andere strenge festivalwet: in de regel krijg je net genoeg tijd in het buitenland om je singles te spelen.

Jinte: "Op de meeste festivals is het de bedoeling om je publiek te teasen. Je probeert ze plagerig te lokken naar de clubshows, met een vluggertje. Dat is niet kwaad bedoeld: een vluggertje kan ook heel lekker zijn. In Europa hebben we op die manier voortdurend getoerd, en daar beginnen we nu vruchten van te plukken: elke zomer staan we een trapje hoger."

Sanne: "Ik hou net meer van die korte shows. Less is more. Als het aan mij zou liggen, zou ik standaard sets van 25 minuten spelen, zélfs in de clubs. Ik vraag me vaak af of ik niemand verveel, en als ik dan één iemand per toeval zie geeuwen, denk ik: ah, kijk. Die is tenminste eerlijk."

Max: "Ik vind het ook gemakkelijker om op festivals te spelen. Daar heb ik niet het gevoel dat ik mensen gevangen houd. In clubs hebben mensen betaald voor jou, en voelen ze zich dus ergens genoodzaakt of verplicht om tot aan het eind te blijven."

Sanne: "Echt hè. Zo voel ik dat dus ook aan. Ik voel me schuldig. Anderzijds peper ik mezelf wel in dat mensen die betalen voor een cluboptreden mij ook écht graag willen zien."

Max: "Net daarom voel ik meer stress in een zaal. Omdat ik aan hun verwachtingen wil voldoen. Op festivals gaat het er allemaal losser aan toe."

Jinte: "Wow... Ik snap jullie echt niet. Clubs zijn cool: je kunt er een heel verhaal vertellen. Er zit meer dynamiek in de show, en je hoeft niet per se al je singles na mekaar te spelen om reacties los te weken."

Boris van Netsky vindt spelen op festivals fijn, omdat het publiek écht zin heeft om te feesten. Ze komen niet speciaal voor jou en daarom kun je hen ook moeilijk teleurstellen.

Jinte: "Gemakkelijk gezegd voor hem. Hij maakt feestmuziek. Bij Balthazar ligt dat anders. Al merk ik wel dat we onze setlist aanpassen om een feestelijke vibe te bekomen."

Zijn jullie zelf trouwe festivalgangers?

Sanne: "Nee. Ik schaam me zelfs om dit toe te geven, maar ik ga eigenlijk niet zo graag naar festivals. Als tiener ben ik ooit drie jaar na elkaar het hele weekend naar Dour geweest. Twee van de vier dagen vroeg ik me dan af wat ik daar deed. En dan kwam ik het volgende jaar toch opnieuw. Sociale druk. Ik zat dan de hele tijd gewoon in het gras. (lacht) Ik verveel me gewoon heel snel."

Max: "Ik heb dat ook. En ik hou niet van het gevoel om temidden van een grote mensenmassa te staan: iedereen reageert hetzelfde, en dat boezemt me altijd wat schrik in. Er zal vast wel een zekere poëzie uitgaan van zo'n collectief gedrag, maar dat werkt niet voor mij.En als je op een festival naar het toilet moet, is dat ook meestal zo'n vies ding, en zal er altijd iemand op de deur komen kloppen. (gespeeld melodramatisch) Ah! Festivaltrauma's!"

Volgens Tom Barman is de beste plaats op een festivalaffiche tussen twee heel slechte acts. 'Helaas kun je dat soort dingen niet contractueel laten vastleggen', lachte hij. Met dEUS speelde hij vaak tussen topacts als Mark Lanegan, Sigur Rós en The Black Keys.

Jinte: "Dat is wel erg competitief bedacht. (lacht) Als ik vlak voor onze show zie hoe een act het publiek inpakt, voel ik me net meer gedreven en gebeten om een tandje bij te zetten. Dat hoeven niet eens groepen te zijn die ik goed vind. Als ze kunnen entertainen, voel ik me al uitgedaagd."

Max: "Het beste uur om te spelen, is vlak na het eten. Ergens rond acht uur." (instemmend geknik van Jinte en Sanne)

Jinte: "Als je te laat speelt, is iedereen afgemat. En als je te vroeg speelt, is niemand écht in form."

Max: "Ik zou wel graag eens in volle daglicht willen spelen, en de wind in mijn gezicht voelen."

Jinte: "Vorig jaar speelden we op Pukkelpop bij daglicht. Het was wel leuk om eens met een confettikanon te spuiten, maar we voelden direct dat zulke shows niet ons ding zijn. Weet je wat? Geef ons maar gewoon een goede plaats in de donkerste tent."

Hoeveel kilometers zullen jullie deze zomer malen?

Jinte: "Ik denk niet dat iemand van ons dat met zekerheid kan zeggen. Zelfs managers zitten daar alleen maar mee in hun hoofd, wanneer journalisten daarom vragen."

Zulke grote afstanden overbruggen om een festivalset van een half uur te spelen, vinden jullie dat nooit tijdverlies?

Sanne: "Dat onderweg zijn, vind ik net het tofste aan touren. Ik kan in de bus uren uit het raam staren, en de wereld zien passeren als een soort langspeelfilm. Daar geniet ik echt van. Of die vergezichten ook inspireren? Nee, inspiratie put ik alleen uit mijn drukke gevoelsleven. Daar valt voorlopig nog altijd genoeg over te schrijven. Daar hoef ik dus niet voor te reizen." (lacht)

Max: "Zelfs vervelen doet deugd tijdens zo'n rit van tien uur. Ik kan mijn hoofd echt helemaal leegmaken in de bus."

Balthazar zingt op de nieuwe plaat over het tourleven: 'I guess we've been rats for quite a while / Lacking of any decency and style.' Hoe gortig wordt het eigenlijk?

Max: "Bedoel je ratten zoals in een experiment, Jinte? Of heb je het over rioolratten? Dat laatste kan ik me wel inbeelden op tour. Ik ben degene die het langst blijft hangen op een feestje. Ik denk dan niet aan morgen. Daar ben ik trouwens nooit goed in geweest, en zeker niet wanneer ik sta te dansen en feesten. Meestal ben ik nogal onverantwoordelijk op dat vlak. Dat brengt me bovendien in een vervelend parket: ik kan de andere bandleden nooit verbieden om lang te blijven feesten. Nu goed, in de seventies waren de uitspattingen ongetwijfeld nog veel erger in de popmuziek. Toen hoorden die bacchanalen er ook echt bij. Vandaag word je aan de schandpaal genageld op YouTube wanneer je helemaal scheef op of naast het podium staat."

Jinte: "Bij ons geldt: je kunt het zo vuil maken of proper houden als je zelf wilt. (lacht) Bij de eerste tour zoek je de grenzen nog zo'n beetje af: het schoolreisgevoel, hè. Maar als je de dag nadien slecht presteert op het podium, weet je meteen weer waar de grens ligt."

Sanne: "Ik vind totaal niets rock-'n-roll aan je klem zuipen. Als ik drugs zou nemen tot de zon op komt, zou ik zonder twijfel depressief worden. Wilde uitspattingen kan ik me ook nauwelijks permitteren: ik heb mijn slaap nodig om mijn stem niet te verliezen. De mannen in de band feesten soms tot vijf uur 's ochtends, maar als ze de sterren van de hemel spelen op het podium, is dat geen probleem. Ik ben maar één keer furieus geweest om een feestje, maar dat was omdat hun muziek te luid stond en ik geen oog dicht deed."

-

We lopen over het terrein van Rock Werchter. "Mag ik met jou op de foto?" Een jongetje komt plots buiten rennen, uit een huis dat grenst aan de wei van Werchter. Hij bloost, maar zijn blik blijft trefzeker gericht op Selah Sue. Die twijfelt geen moment, en trekt haar jonge fan dicht bij zich voor een selfie. Te merken aan de vanzelfsprekendheid waarmee ze dat gebaar stelt, merk je dat dit dagelijkse kost voor haar is. Of ze zelf ooit zo starstruck is geweest, als die jongen, willen we weten.

Wat betekent idolatrie voor jou?

Sanne: "Eigenlijk niets. Lauryn Hill is al jaren mijn idool, maar ik zou nooit hengelen naar een handtekening van haar. Zelfs toen Prince - een god voor velen - met me praatte in het Sportpaleis, was ik niet starstruck. Op het eind van de dag is dat ook maar een doodgewone dude met keiveel talent. Zelf heb ik wel een paar freaky fans, die me op de voet volgen, meestal Franse mannen. Een tijd lang zag ik ook een Poolse fan vooraan kruipen tijdens mijn concerten. Dat soort liefde vind ik kantje boord."

Max: "Ik kijk wél heel erg op naar celebrity's. Vorige zomer stond ik me bijvoorbeeld te vergapen aan OutKast in de backstage van Pukkelpop. Dat was voor mij echt een hoogtepunt. Beide rappers werden omringd door tien bodyguards, die 'Coming through! Coming through!' aan het schreeuwen waren. Volgens mij was dat bedoeld als grap. En zelfs als ze het deden om cool over te komen, zou ik het nog geslaagd vinden."

Sanne: "Over rappers gesproken: vragen jullie je nooit af of Kanye West echt zo'n groot ego heeft? Of speelt hij dat? Ik zou het schrijnend vinden als hij écht zou denken de nieuwe messias te zijn."

Max: "Ik denk dat het een bewuste strategie is: of je hem nu verafgoodt of verguist - je spreekt wel over hem. Kanye bezet op die manier je psyche. Een badass messias, dus". (lacht)

-

Zo makkelijk als Sanne poseert met de jonge fan, zo zelfbewust wordt ze zelf voor de lens van onze fotograaf. Ze wil bijvoorbeeld langs één kant niet in profiel vastgelegd worden, en achteraf spreekt ze met bijna wetenschappelijke serieux over haar "slechte rechterkant" en over haar handelsmerk, het opgestoken haar. "Het gaat om de juiste proporties", klinkt het met grote stelligheid. Ook Max en Jinte blijken koele minnaars van fotosessies. "Het afschuwelijkste dat er bestaat", grimast die laatste zelfs.

Wat is het verschil met duizenden gretige ogen en fototoestellen die op je gericht staan tijdens een optreden?

Max: "Met het juiste licht op je gezicht, zie je er altijd goed uit."

Met de juiste kleren ook?

Max: "In de Lotto Arena ben ik drie keer van outfit veranderd."

Sanne: (giert het uit) "Wat een diva, wat een diva!"

Ben jij niet op die manier met je uiterlijk bezig?

Sanne: "Ik zou eigenlijk meer met mode bezig moeten zijn. Ik heb een deal met Chanel, maar ik zie het niet zitten om speciaal naar Parijs af te zakken om kleren te kiezen. Ik vind het al lastig genoeg om hier in België te gaan winkelen."

Jinte: "Daar kan ik in komen. De hele tour lang draag ik tijdens elk concert dezelfde broek, en het jasje dat ik nu aanheb. Ik laat dat wel om de zoveel tijd kuisen, maar inderdaad: na een paar concerten begint dat een geurtje af te geven. Geeft niets: op een podium mag je stinken. Maar ik snap Max van zijn kant wel: hij moet the diamond of the dance zijn, hè."

We zitten hier nu al een uurtje samen, maar het viel me direct op dat jullie elkaar begroetten als vage kennissen. Hoe goed kenden jullie elkaar eigenlijk?

Sanne: "Jinte en ik lopen elkaar op de festivals wel eens tegen het lijf. Wanneer was dat de laatste keer nu alweer? Hurricane Festival in Duitsland, denk ik. Balthazar en ik delen bovendien al eens dezelfde chauffeurs. We rijden allebei met Starstruck. Daar heerst een echt familiegevoel. Op een parking aan de kant van de snelweg koken ze ook al eens voor ons. Zalig he, Jinte?"

Jinte: "Hmmm... Paella-avond!"

Sanne: "We staan straks ook allebei op Glastonbury, maar spelen op een andere dag."

Jinte: "Wij mogen om twee uur 's nachts het podium op. Onze tent heet La Pussy Parlure. De max. (lacht) Daarna moeten we er wel in allerijl vandoor om op tijd in Werchter te raken."

Max: "Jinte en ik kennen elkaar al een paar jaar, van in Gent. Ik zat op kot, en Applause was toen een paar maanden uit."

Sanne: "Kenden jullie elkaar dan van school?"

Jinte: "Nee, via mijn lief Elke (De Mey, alias Love Like Birds, GVA). Zij was indertijd grote fan van Oscar And The Wolf, en heeft zelfs nog in jullie voorprogramma gespeeld. Sindsdien heb ik jullie eigenlijk niet vaak meer gezien."

Sanne: "Max heb ik één keer ontmoet op de MIA's. Jij was in het begin toch meer een singer-songwriter, hè?"

Max: "Klopt. In het begin wilde ik graag Bon Iver zijn: dik worden, een baard laten groeien en een pet opzetten. Maar ik kwam er net op tijd achter dat zoiets eigenlijk niet gezond is. Ik wil helemaal niemand anders worden."

Sanne: "Heb je nu het gevoel dat je jezelf bent?"

Max: (schutterig lachje) "Euh, ja..."

Sanne: "Ah, goed. Blij om dat te horen."

Komt zo'n metamorfose je bekend voor, Jinte? Balthazar klonk tijdens Humo's Rock Rally helemaal anders, en de songs van de beginjaren speel je ook liever niet meer.

Jinte: "Dat is alsof je naar een oude foto kijkt: je herkent jezelf wel, maar je oog dwaalt af naar alle gebreken. Niet dat ik me ergens over schaam, maar ik ben wel blij dat ik creatief ergens anders sta, nu."

Sanne: "Ik begrijp dat. Elk nummer dat ik twee keer heb gespeeld, ben ik eigenlijk alweer beu. Ik zit ook voortdurend met mijn hoofd bij de volgende plaat, die beter moet zijn. On to the next one."

Max: "Ik heb drie, vier jaar zoveel geschreven om mezelf opnieuw uit te vinden, dat ik me de afgelopen maanden leeggezogen voelde. Nu begint de zin om te schrijven langzaam terug te komen. De juiste woorden vinden, blijft niettemin het allermoeilijkste. Ik moet dringend meer boeken lezen, want mijn Engelse woordenschat is te beperkt. Mijn levenservaring ook, trouwens."

Iets anders: op een festival moet elke artiest grote gebaren maken, zodat je aan de geluidstoren ook nog iets aan de show hebt. Creëren jullie eigenlijk een podium-persona voor jezelf? Een soort karikatuur?

Jinte: "Ik ben Stromae niet. Ik snap waarom hij zo'n uitvergrote versie van zichzelf neerzet, maar ik blijf liefst zo dicht mogelijk bij mijn eigen persoonlijkheid. Ik zal zelfs nooit vragen aan het publiek om mee te klappen in hun handen. Ik zou mezelf dan een debiel voelen. Wat het voor mij natuurlijk ook gemakkelijk maakt, is dat Maarten en ik onze taak als frontman kunnen delen. Als een van ons een mindere dag heeft, hoeft dat niet op te vallen. Het grootste probleem is dat niemand van ons dat echt wil, zo'n plaatsje in de spotlights. (lacht) Sanne en Max hebben die luxe natuurlijk niet om verantwoordelijkheden door te schuiven."

Sanne: "Voor promo-interviews zou ik dat geweldig vinden: eindelijk iemand om op terug te vallen. En ook om feedback te krijgen van een bloedbroeder. Zelf knopen moeten doorhakken, is moordend. Met de groep heb ik gelukkig zo'n hechte relatie opgebouwd dat zij steeds meer mee beslissen. Dat vind ik ook maar normaal. Ze spenderen bijna 100 procent van hun tijd aan mijn groep."

Max, jij hebt dan wel Ozan Bozdag als rechterhand, maar de facto is Oscar And The Wolf een solo-affaire.

Max: "Ik ben eerder een 'emotional director': ik leg uit hoe de songs klinken in mijn hoofd. Op schrijfvlak maak ik op die manier met ontzettend veel verschillende mensen muziek. Zeker twintig mensen."

Als Climb X zing je bijvoorbeeld mee met VUURWERK. Onlangs zag ik je op hun concert. Je stond vooraan te dansen, ook toen je eigen stem klonk in de mix. Waarom kwam je niet gewoon mee het podium op?

Max: "Ik had meer zin om me te amuseren, zonder te moeten denken aan optreden. Ik hoef niet noodzakelijk elke avond op een podium te staan, hè. VUURWERK klaarde dat concert trouwens perfect zonder mij. Ze hadden er ook geen enkel probleem mee dat ik in het publiek bleef staan."

Ook met Dimitri Vegas en Like Mike werk je nu samen, ving ik ergens op. Klopt dat? En zien we Oscar and the Wolf straks dan op Tomorrowland?

Max: "Ik heb gisteren nog met hen in de studio gezeten. We zitten nu nog volop in het creatieve proces. Grappig om te zien hoe zij werken. Die twee broers komen uit een wereld die ik totaal niet ken. Ook Tomorrowland is trouwens een onbekend, vreemd begrip voor mij. Maar ik geloof al lang niet meer in een klare lijn tussen alternatief en commercieel, of tussen genres. Ik ben heel benieuwd wat die samenwerking wordt."

Sanne, ook jij zat een tijd geleden in de studio met een grootheid uit de dance.

Sanne: "Diplo van Major Lazer. We hebben inderdaad een song opgenomen, maar het ligt in hun handen of die ooit het daglicht ziet."

Jinte: "Mocht je dan zelf je tekst schrijven? Nee? Dat zou ik maar raar vinden. Ik zie mezelf in de eerste plaats als een songschrijver. Het zou vreemd aanvoelen om me als zanger voor de kar van iemand anders te laten spannen. Viel het een beetje mee?"

Sanne: (blaast) "Het was wel oké. Maar ik beschouw het niet echt als mijn song. Vandaar dat ik er ook niet zo mee te koop loop."

Bedankt voor jullie tijd. Iemand zélf nog een vraag voor elkaar?

Max: "Euh, Sanne... Zou je me bij gelegenheid eens het nummer van Diplo willen fixen?"

Oscar And The Wolf treden donderdag 25/6 aan op Werchter, Balthazar doet op vrijdag z'n ding en zaterdag is Selah Sue aan de beurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234