Dinsdag 19/01/2021

'Heil Hiel!' en andere verhalen

De Vlaamse beweging en haar monumenten

In afwachting van een Vlaamse geschiedenis door de ogen van Moeder Siska en haar zonen coureurs, proberen historici door te dringen tot het eigen verleden aan de hand van tastbare relicten uit het Vlaamse patrimonium. En dan gaat het dus niet alleen over Gulden Sporen, maar ook over allerhande Vlaamse Koppen, grafzerken, straatnamen, wandelpaden en, onvermijdelijk, de IJzertoren. Of hoe de Vlaming ook historisch gezien met een baksteen in de maag leeft.

Frank Seberechts (red.)

Duurzamer dan graniet.

Over monumenten en Vlaamse beweging

Lannoo, Tielt/Perspectief Uitgaven,

Antwerpen, 182 p., 29,95 euro.

De gelijknamige tentoonstelling loopt nog

tot 13 juli in de Sint-Amanduskapel in

Sint-Amandsberg.

Lange tijd bestond geschiedschrijving voornamelijk uit een opsomming van heldenlevens, veldslagen, verdragen en wetteksten. Later kwam er aandacht voor de minder glorieuze aspecten: het lot van de verliezers, het persoonlijke leven van de 'gewone' man en vrouw, de ervaringen van minderheden. Net zoals andere (mens)wetenschappen staat ook de historiografie de laatste decennia heel sterk in het teken van de linguistic turn uit de filosofie - het inzicht dat alles wat over mensen en dingen wordt gezegd inderdaad wordt gezegd, dat het bepaald wordt door de taal, door hoe we erover spreken. En dan is het - zeker ook voor de weergave van de geschiedenis - van zeer groot belang te beseffen wíé er aan het woord is, wie het beeld van het verleden bepaalt en aan de hand waarvan dat gebeurt. Ons beeld van het verleden is niet alleen gebaseerd op verhalen, maar ook letterlijk op beelden (monumenten, standbeelden, grafstenen...) die dat verleden in de openbare ruimte schijnbaar tastbaar aanwezig maken. In de nog steeds zeer bloeiende tak van de nationalismestudie is er de laatste jaren - vooral onder impuls van de Franse historicus Pierre Nora - erg veel aandacht voor de verschillende manieren waarop aan natievorming werd en wordt gedaan door middel van gedenkstenen, liederen en gebouwen. Het beeld dat we hebben van Frankrijk is inderdaad evenzeer bepaald door de Eiffeltoren, de Sacré Coeur en de Larousse dan door de Franse Revolutie, Napoleon of De Gaulle. Nora noemt ze lieux de mémoire: letterlijk aanwijsbare plaatsen waarin de geschiedenis verankerd is, waar onze omgang met het verleden vorm heeft gekregen.

In een zopas verschenen tentoonstellingscatalogus onderzoekt een keur aan Vlaamse historici enkele lieux de mémoire van de Vlaamse beweging. Het is niet meer dan een aanzet, betoogt Jan Art in zijn zeer stimulerende bijdrage. Om Vlaanderen (of België) op dit vlak echt in kaart te brengen, zou er niet alleen aandacht moeten zijn voor monumenten in de traditionele betekenis en voor standbeelden, grafzerken en straatnaambordjes van historische BV's, maar ook voor "bier, Brusselse of Luikse wafels, frieten, Manneke Pis, het Brusselse justitiepaleis, Moeder Siska, de Vlaamse Academie, wielerkoersen e tutti quanti". Deze opsomming lijkt op het eerste gezicht misschien een populistische knieval van een wetenschapper die vooral niet elitair bevonden wil worden, maar dat is ze in geen geval. Het nationale gevoel en geheugen van een groep mensen wordt, zeker vandaag, meer bepaald door wielerhelden en hun entourage dan door schrijvers, wetenschappers en historische helden. In de negentiende eeuw leek dat anders. De kleinburgers die toen de Vlaamse beweging vormden, konden zich niet voorstellen dat de grootheid van Vlaanderen op een andere manier verzinnebeeld zou kunnen worden dan door monumenten van historische helden en culturele iconen. Aanvankelijk kon dit enkel binnen een officiële Belgische context. Grote Vlamingen waren ook altijd grote Belgen. Zij werden vereerd met een majestueus graf annex herdenkingscantate of - bescheidener maar veelal met een blijvender effect op het collectieve geheugen - met een straatnaambord. Art concentreert zich in zijn bijdrage op die laatste categorie. Het resultaat is een zeer interessante vorm van culturele receptiestudie. Nog maar eens blijkt hoe vergankelijk roem kan zijn. Want hoewel bij de inhuldiging van zijn Schaarbeekse monument in 1907 nog over Emmanuel Hiel werd gezongen "Zijn naam blijft onder 't volk bewaard!/ Heil, Hiel!", toch komt de literator niet voor op de lijst van Vlamingen met meer dan twee straten op hun naam.

Die lijst genereert in een aantal opzichten overigens een heel andere canon dan je zou verwachten. Afgaand op het aantal in België nog altijd naar hen genoemde straten en pleinen zijn Joseph Cardijn (104), Hendrik Conscience (83), Stijn Streuvels (78), Albrecht Rodenbach (76) en Peter Benoit (62) de 'populairste' Vlamingen. Hoewel hun impact op het huidige culturele Vlaanderen wellicht kleiner is dan die van minder frequent met straatnamen vereerden als Willem Elsschot (slechts 10), Paul van Ostaijen (9), Louis Paul Boon (8) of Jacques Brel (7), is hun populaire appeal of tenminste toch hun bekendheid bij gemeentebesturen het grootst geweest. Culturele en politieke correctheid blijkt overigens nog op andere vlakken een relatief begrip. Zo is er nog altijd een Verschaevestraat in, of all places, Breendonk en nog tot in de jaren zeventig kwamen er in Vlaanderen Verschaevestraten bij. Dat is opvallend omdat een straatnaam toch een bij uitstek officiële erkenning is. Een bezwarend oorlogsverleden is soms dus geen bezwaar.

Bruno De Wever gaat in zijn bijdrage op zoek naar gedenktekens voor 'foute' leiders en andere collaborateurs. Hij merkt fijntjes op dat in het naoorlogse België niet alle leiders gelijk bleken voor de wet. Het stoffelijk overschot van de bij verstek ter dood veroordeelde Verschaeve kon in 1973 door de later verboden Vlaamse Militanten Orde clandestien worden opgegraven in Oostenrijk om onder een huldezerk herbegraven te worden in Alveringem. De eveneens in ballingschap gestorven Léon Degrelle echter mocht zelfs na zijn dood België niet binnen. Op 18 april 1994 publiceerde de overheid een Koninklijk Besluit dat stipuleerde dat de as van de voormalige Rex-leider de toegang tot het Belgische grondgebied werd ontzegd omdat een asverstrooiing de openbare orde kon verstoren.

Een apart hoofdstuk wordt uitgetrokken voor het Vlaamse monument bij uitstek, de IJzertoren. In zijn soms wat wankel opgebouwde opstel gaat samensteller Frank Seberechts uitvoerig in op de door (al dan niet officiële Belgische) terreur en een schier eindeloze symbolenstrijd getekende geschiedenis van de toren. Zijn verhaal bevestigt wat ook in andere bijdragen uit het boek wordt gesuggereerd: de radicalisering van substantiële delen van de Vlaamse beweging tijdens en na de twee wereldoorlogen bepaalde in steeds toenemende mate de beeldvorming rond die beweging. Niet de sociale vooruitgang van de Vlaming of de onmiskenbare culturele en politieke verworvenheden worden gememoreerd, maar het leven, lijden en 'offer' van de stilaan niet meer te tellen Vlaamse 'martelaars'. Het kaakslagnationalisme is ongetwijfeld voordelig geweest voor steenkappers en andere leveranciers van flamingantische monumenten. Of die talrijke heldengraven en beelden en zelfs de als ultiem vredesmonument bedoelde IJzertoren voor de hedendaagse Vlaming nog iets anders uitstralen dan revanchisme, onverbeterlijk misnoegen en fallocratische trots, blijft echter de vraag.

Geert Buelens

Trust der Vaderlandsliefde

Hoe 11 juli te gedenken? Naast het traditionele vendelzwaaien en landsknechttrommelen, de door de Vlaamse overheid gefinancierde barbecue, pensenkermis en het multiculturele feest wil de pas opgerichte vereniging De Trust der Vaderlandsliefde proberen het Vlaamse culturele en politieke verleden en heden op een serene, kritische en toch betrokken manier te onderzoeken. De gekozen invalshoek voor de eerste activiteiten van de Trust is de manier waarop de Vlaamse literatuur en de Vlaamse beweging onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hierover vindt vrijdag vanaf tien uur een colloquium plaats in het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen met onder meer Marc Reynebeau, Dirk de Geest, Paul Pelckmans en Raymond Vervliet. 's Avonds is er om halfnegen in de Sint-Joriskerk aan het Mechelseplein in Antwerpen een literaire avond waarop onder meer Tom Lanoye, Luc Devoldere, Adriaan de Roover, Marc Verstraete en Pat Donnez teksten lezen over de Vlaamse beweging, politiek en het leven tijdens en na de twee wereldoorlogen. Onder anderen Paul van Ostaijen, Louis Paul Boon, Ivo Michiels, Urbain van de Voorde, Gaston Burssens en Kurt Köhler leveren de munitie en stof tot nadenken.

Informatie: matth@pandora.be of tel. 03/222.93.43.

Culturele en politieke correctheid blijkt een relatief begrip.

Zo is er nog altijd

een Verschaevestraat in Breendonk en

nog tot in de jaren zeventig kwamen

er in Vlaanderen Verschaevestraten bij

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234