Woensdag 19/06/2019

Interview

Heidi De Pauw (Child Focus): “Deze blinde haat heb ik nog nooit meegemaakt”

Heidi De Pauw is CEO van Child Focus. Beeld Eric de Mildt

Heidi De Pauw stond deze week in het oog van de storm, omdat ze als CEO van Child Focus vindt dat België de kinderen van IS-strijders moet terughalen. Wat een rechter ook bevolen heeft. Een gesprek over terreur, prostitutie en mensensmokkel.

“Ik ga daar eerlijk in zijn”, zegt Heidi De Pauw. “Het is verschrikkelijk. Ik word bedreigd met de dood, met verkrachting, mensen wensen mij toe dat ik familieleden zou verliezen bij een aanslag. Ik kom al twintig jaar op voor de meest kwetsbaren in onze samenleving, maar deze blinde haat heb ik nog nooit meegemaakt. Ik kan begrijpen dat mensen niet akkoord gaan, en zelf kan ik die bagger nog aan. Maar wat mij choqueert, is wat men allemaal over deze kinderen schrijft: dat het addergebroed is, dat we hen maar moeten verzuipen als kattenjongen – die ontmenselijking maakt mij enorm opstandig.”

Heidi De Pauw is directeur van Child Focus, de organisatie die twintig jaar geleden, vlak na de Dutroux-crisis, in het leven werd geroepen om alerter te kunnen reageren op de zorgwekkende verdwijning van kinderen. Het is in die hoedanigheid dat ze betrokken raakte bij het debat over de kinderen van IS-strijders of hun weduwen, die zich nog in Syrië bevinden. Deze week gaf de rechter in kortgeding twee van die weduwen gelijk: ons land moet, op straffe van een dwangsom, alles in het werk stellen om de kinderen van Tatiana Wielandt en Bouchra Abouallal, én hun moeders, terug te halen.

“Voor alle duidelijkheid: ons gaat het om de kinderen”, zegt De Pauw vrijdagochtend bij een Gentse kop koffie. “Het is de rechter die op eigen houtje heeft beslist dat ook de moeders moeten meekomen. Dat is verwonderlijk, want het werd niet gevraagd door de eisende partijen. De Belgische staat kan in beroep gaan, maar dat is niet opschortend. Er moet dus binnen de veertig dagen actie ondernomen worden om ze terug te halen.”

Hoe raakte u hierbij betrokken?

Heidi De Pauw: “Eind 2012, toen de eerste strijders naar Syrië vertrokken. Daar waren ook minderjarigen bij, en dus werden wij gebeld door ouders van jongens en meisjes die vertrokken waren of dreigden te vertrekken. Voor die ouders wilden wij er zijn, want dat viel ons meteen op: die mensen stonden er helemaal alleen voor, net zoals de ouders van vermiste kinderen twintig jaar geleden helemaal alleen stonden.”

Wat kon u verder voor hen doen?

“Er vooral zijn. En helpen bij het verkrijgen van informatie. Wij hebben een systeem dat heel goed werkt bij verdwijningen, een machinerie die we snel in gang kunnen steken. Dat kon in dit geval niet, onder meer omdat we geen informatie kregen van de overheid: het ging om terrorismedossiers, en dan is informatie vaak classified, geheim. Wij hebben vooral achter de schermen hard gelobbyd om toch zoveel mogelijk te weten te komen, om op z’n minst te kunnen bevestigen dat die jongeren in Syrië of Irak zaten.”

Ging het meteen om IS-strijders?

“Nee, die kwamen er pas rond 2014. De eerste vertrekkers gingen strijden tegen het regime van de Syrische dictator Bashar al-Assad. Hij wordt er niet graag aan herinnerd, maar ook onze minister van Buitenlandse zaken Didier Reynders had ooit lof voor de jongens die gingen vechten tegen Assad. Een aantal van die eerste strijders is ook snel teruggekeerd toen de gruwel begon, toen Al-Baghdadi het kalifaat stichtte. Toen is alles veranderd. Toen vertrokken er ook gezinnen met kinderen naar ginder.”

En die kunt u niet tegenhouden?

“Nee, toch niet vanuit onze missie. Ouders mogen in principe hun kinderen meenemen naar oorlogsgebied, dat doet een vriend van mij die voor Artsen zonder Grenzen werkt eigenlijk ook. Waar wij wél onze missie van maken, is parentale ontvoering: als een van beide ouders met een kind naar het kalifaat vertrok. Zo hebben we een aantal zaken tot een goed einde kunnen brengen: een meisje uit Molenbeek is nu een paar weken terug, zij was door haar vader ontvoerd en die was daar gesneuveld.”

Beeld Eric de Mildt

Hoe is dat gegaan?

“Dat kan ik u niet zeggen, omdat de informatie classified is. Maar dat meisje bevond zich in handen van een terroristische organisatie en is onlangs door de Belgische diensten teruggehaald. Ze woont nu bij haar mama in Molenbeek. In het Koerdische kamp waar ik met Rudi Vranckx geweest ben, zit nog zo’n minderjarig meisje dat ontvoerd werd door haar vader die ondertussen gesneuveld is. Ook haar lot gaat ons ter harte, net zoals wij ons het lot van de kinderen van de twee weduwen aantrekken.”

Eerder had een rechter deze beide vrouwen ongelijk gegeven.

“Volgens die rechter was er geen sprake van hoogdringendheid. Maar de reportage van Vranckx heeft een verschil gemaakt. Nu is het duidelijk dat die vrouwen en hun kinderen daar echt zijn, en dat de situatie van de kinderen erbarmelijk is. De kinderen zijn tussen de acht maanden en zes jaar oud en zitten gevangen. Een van hen, een kind van twee, is erg ziek, is ondervoed en heeft dringend medische bijstand nodig. En deze rechter heeft dus beslist dat er wel sprake is van hoogdringendheid.”

Waarom moeten de vrouwen ook mee?

“Volgens de rechter is het onwettig en onmenselijk is om kinderen te scheiden van hun ouders. Dat staat duidelijk in het Kinderrechtenverdrag én in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en die zijn bindend, wat sommige politici ook mogen beweren. De Koerden die het kamp runnen, willen ook van die gevangenen af. Zij hebben geholpen om IS terug te dringen en willen nu onderhandelen en officieel erkend worden. Nu, dat is geopolitiek, daar ga ik mij niet mee bemoeien. Maar we moeten hen wel terughalen.”

Volgens VRT-journalist Jens Franssen is dat makkelijker gezegd dan gedaan. En hij weet waarover hij het heeft, neem ik aan.

“Dat is waar. Maar ik ben er zelf geweest, en het is mogelijk. Je kunt gebruikmaken van internationale organisaties zoals het Rode Kruis. Ook de International Organisation for Migration is in de regio actief en kan helpen. De Koerden willen echt een oplossing, dus er kan vast een route gevonden worden, of het nu via Turkije of Irak of waar dan ook is.”

U zat onlangs in De zevende dag tegenover Nadia Sminate van de N-VA, die flink tekeerging over het feit dat we bij die kinderen de moeders cadeau krijgen.

“Dat bemoeilijkt het debat voor ons. Daarom staan wij als Child Focus op de barricades. Het gaat niet enkel over moeders met kinderen, maar ook over wezen. Over die moeders wil ik geen oordeel vellen, het gaat om vrouwen die al veroordeeld zijn voor vreselijke feiten. Iedereen weet ondertussen dat er zelfs IS-vlaggetjes op de doopsuiker stonden. Dat is verwerpelijk, dat vinden we allemaal. En het is natuurlijk koren op de molen van mensen die nu haat willen spuien. Maar de kinderen hebben daar niets mee te maken.”

Had België al niet eens beloofd om kinderen terug te halen?

“Absoluut. In november vorig jaar heeft de Belgische regering een morele verbintenis aangegaan om de kinderen onder de zestien terug te halen. Dat was dus geen juridische, maar een morele verbintenis. Dat is in het parlement goedgekeurd, maar er is nooit een plan van uitvoering gekomen. Dat is het probleem. Daarom heeft de rechter nu gezegd: doe het. Er bestaat ook zoiets als het Kinderrechtenverdrag en dat is ook bindend.”

N-VA-kopstuk Theo Francken vergeleek het Kinderrechtenverdrag in een tweet met het Marrakechpact. Van dat laatste beweert iedereen dat het niet bindend is.

“Dat is ook zo. Een pact is niet bindend. Een verdrag wel. Simpel. Sinds 1992 heeft het Kinderrechtenverdrag kracht van wet. Dat is niet te vergelijken met het Marrakechpact. Francken fulmineert ook omdat de rechter artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens inroept, dat gaat over foltering en onmenselijke behandeling. Dat artikel speelde ook een cruciale rol in de Soedan-crisis. Maar ik vind het belangrijk om de dingen niet op één hoop te gooien. Dit is geen migratiedebat.”

Dit gaat over Belgische kinderen.

“Precies. Dit heeft niets met vreemdelingenrecht te maken. En de consulaire wet geeft de doorslag. Die Belgische kinderen bevinden zich in een oorlogssituatie, en de Belgische overheid heeft de plicht om onderdanen uit zo’n situatie te evacueren. Zoals het in 1960 in Congo is gebeurd, bijvoorbeeld. Of zoals het zou gebeuren als er pakweg in Tunesië morgen een staatsgreep zou plaatsvinden.”

Volgens Montasser AlDe’emeh, die het gebied en de strijders goed kent, zijn die moeders gevaarlijk en hun kinderen tijdbommen.

“Ik heb met Montasser gepraat, en ik wil er best met hem over debatteren. Maar ik ben niet naïef, zoals hij aanvankelijk dacht. Ik weet ook wel dat die moeders nog altijd zeer gevaarlijke ideeën kunnen koesteren, en ik vind ook dat we die kinderen goed moeten onderzoeken op eventuele tekenen van radicalisering. Maar de psycholoog die erbij was toen we het kamp bezochten, Gerrit Loots, heeft ervaring met kindsoldaten, en zegt dat er bij deze kinderen geen probleem is. Het oudste is zes, dat wil alleen maar spelen.”

Wat als de moeders na vijf jaar vrijkomen?

“Dat is de verantwoordelijkheid van de overheid. Er wordt veel geld gepompt in allerlei deradicaliseringsprogramma’s.”

Maar ze werken niet.

“Maar ze kúnnen werken. In Scandinavië heeft men goede ervaringen met programma’s om neonazi’s opnieuw te integreren. Dit probleem moet een overheid aankunnen. Er zijn ook al kinderen teruggekeerd, er zijn al moeders en vaders die hun straf hebben uitgezeten en weer vrij zijn, dus het is mogelijk. Ik hoop alleen dat we de kinderen discreet terughalen. En dat ze onder de radar naar school kunnen, zodat ze op een normale manier opgroeien. Zo is dat gebeurd met de kinderen van Marc Dutroux.”

In dat verband: u vond, in 2012, de vervroegde vrijlating van Michelle Martin, de vrouw en mededader van Dutroux, niet goed.

“Nee, uiteraard verdienen criminelen een tweede kans, maar wij vonden de feiten dermate zwaar dat we het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank niet begrepen. Al leggen we ons er wel bij neer, uiteraard.”

Waar lopen jonge kinderen tegenwoordig het meeste gevaar?

“Een probleem is zeker dat van jonge meisjes die in de prostitutie gedwongen worden door tienerpooiers. Vaak zijn dat meisjes die hun kwetsbaarheid tonen op sociale media. Die pooiers hebben daar speciale voelsprieten voor. De rekrutering via internet verloopt drie keer zo snel als aan de schoolpoort of in het café – we noemen dat hawking: de pooier cirkelt als een havik boven zijn prooi tot hij kans ziet om toe te slaan.”

Om hoeveel meisjes gaat het?

“Om enkele tientallen in Vlaanderen. En het gaat helaas in stijgende lijn. Vaak gaat het om meisjes die in een voorziening geplaatst zijn en regelmatig weglopen – dat is een indicatie van prostitutie. De pooiers chanteren hen met foto’s of met drugs, nadat ze hen eerst verslaafd hebben gemaakt.”

Voor u directeur werd bij Child Focus, was u directeur bij PAG-ASA. Ook die organisatie bestrijdt prostitutie.

“Ik ben nog altijd voorzitter van die organisatie. Het is een gespecialiseerd centrum voor slachtoffers van mensenhandel. Dat kan gaan over prostitutie maar ook om gedwongen bedelarij, bijvoorbeeld. Om mensen met een handicap die worden gerekruteerd in Oost-Europa om hier te komen bedelen.”

Geeft u aan die bedelaars?

“Nee. Omdat ik weet dat ik die mensen daarmee niet help. Maar dat is een hele moeilijke, dat geef ik toe. Nu, ons land kent wel een systeem van quid pro quo, waarbij mensen die het slachtoffer zijn van mensenhandel in ruil voor veilige opvang kunnen getuigen tegen de bendes. Dat is een goed systeem, en het wordt ook gebruikt. Alleen is er wat minder aandacht voor, door het waterbedeffect: er is vandaag een overpolicing van terreur, en een underpolicing van mensenhandel en andere georganiseerde criminaliteit.”

U neemt het ook, samen met liberaal Europarlementslid Hilde Vautmans, op voor de niet-begeleide minderjarigen die door Europa zwerven.

“Zo heb ik een vlammende discussie gehad met Theo Francken (N-VA), toen nog staatssecretaris. Zijn diensten, maar ook de diensten van minister van Justitie Koen Geens (CD&V), hadden een minderjarige Marokkaanse jongen laten lopen, niemand had hem opgemerkt. Omdat ze blijkbaar weinig belang aan zulke jongens hechten. Maar die jongen is nu terecht, en hij is op het goede pad. U ziet het, er valt ook goed nieuws te noteren.”

Activiste Samira Atillah vergeleek onlangs in deze krant de mensensmokkelaars met drugdealers. Hoe meer risico’s ze moeten nemen, hoe genadelozer ze worden.

“Dat klopt. Mensen zijn goederen voor hen. Denk aan wat Albanese smokkelaars twintig jaar geleden deden: als de kustwacht hen dreigde te onderscheppen, gooiden ze een meisje overboord – dan moest de kustwacht dat kind redden en konden zij ontsnappen. Men gaat steeds verder. Er zijn al mensen die proberen met een bootje de Noordzee over te varen. Ik pleit niet voor open grenzen, maar als we Europa hermetisch afsluiten, geven we carte blanche aan smokkelaars, en hebben we het ergste nog niet gezien.”

Heidi De Pauw

- Geboren op 18 februari 1972 in Aalst

- Licentiaat in de criminologie (UGent)

- CEO Child Focus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden