Maandag 01/03/2021

Interview

Heidi brak met haar neonaziverleden: "Dat ik zo'n meeloper was, vind ik nog altijd verschrikkelijk"

Heidi Benneckenstein: 'Ik was van kleins af aan omringd geweest door mensen die me vertelden dat de Holocaust een leugen is.' Beeld Janek Stroisch
Heidi Benneckenstein: 'Ik was van kleins af aan omringd geweest door mensen die me vertelden dat de Holocaust een leugen is.'Beeld Janek Stroisch

In haar boek Een Duits meisje doet Heidi Benneckenstein (26) verslag van haar eerste achttien levensjaren, die ze doorbracht tussen neonazi’s. "Ik was als kind een slachtoffer, maar op een gegeven moment werd ik ook een dader."

Als meisje van 13 slenterde Heidi Benneckenstein met haar klasgenoten door het Duitse concentratiekamp Dachau, omgebouwd tot museum. Ze verveelde zich. “Ik weet nog hoe het voelde, dat ik niets geloofde van wat mijn leraar stond te vertellen over Joden en andere slachtoffers van de nazi’s. Echt, het deed me helemaal niks. Hoe kon het ook anders? Ik was van kleins af aan omringd geweest door mensen die me vertelden dat de Holocaust een leugen is. Dat idee zat in me als een soort muur waarop alle andersoortige informatie afketste.”

Op de avond voor de excursie had haar vader een briefje gemaakt met daarop een paar ‘kritische vragen’ die zijn dochter in het concentratiekamp kon stellen. Waarom zat er op de verbrandingsoven voor lijken een bordje waarop stond dat die oven achteraf op deze plek was opgebouwd, voor educatieve doeleinden? Bij het woordje ‘achteraf’ had hij haar indringend aangekeken.

Benneckenstein (26) giechelt kort en een beetje ongemakkelijk. Ze zal het vaker doen als ze in gedachten de onwerkelijke sprong maakt tussen haar oude en haar nieuwe leven. Ze neemt een slok van haar bessenlimonade. Ze heeft blauwe ogen en een sierlijk zilveren ringetje door haar rechterneusgat, ranke schouders in een zwart katoenen shirtje. Ze wil liever jij zeggen dan u, iets wat in Duitsland niet vanzelfsprekend is.

Heidi Benneckenstein, kleuterleidster en moeder van een zoontje van anderhalf, is hier beroemd – op z’n minst een beetje. Niet door haar huidige leven, maar vanwege het vorige. De eerste achttien jaar van haar leven bracht ze door in een nazimilieu. Haar vader was een overtuigd nationaalsocialist, bewonderaar van Hitler en Holocaust-ontkenner.

Zijn geestverwanten zijn geen neonazi's zoals je ze meestal op televisie ziet, geen onbehouwen types met kale hoofden. Het zijn ambtenaren en academici, en ook biologische boeren op gezondheidssandalen, een groep van een paar duizend mensen verspreid over Duitsland. Ze beschouwen zichzelf als een geheime elite, als schatbewaarders van het nationaalsocialistische gedachtegoed.

Het zijn mensen die niet over Polen spreken, maar over Oost-Pruisen, die knoflook verfoeien ‘omdat zo’n oriëntaalse specerij niets te zoeken heeft in de Duitse keuken’. Ze dromen van een nieuwe nationaalsocialistische staat, het Vierde Rijk. Hun kinderen moeten worden getraind om in die staat leidinggevende functies te kunnen bekleden.

Benneckenstein schreef een boek over deze wereld en over hoe ze er, samen met haar vriend, uiteindelijk uit losbreekt. Ein Deutsches Mädchen, het portret van de auteur groot op de cover, stond maandenlang op de Duitse bestsellerlijsten. De Nederlandse vertaling, met de ondertitel Afscheid van een extreemrechtse jeugd, is zojuist verschenen.

Heidi Benneckenstein toen ze nog Heidrun Redecker heette. Beeld RV
Heidi Benneckenstein toen ze nog Heidrun Redecker heette.Beeld RV

Jullie leefden in een parallelle wereld, schrijf je. Wat waren de belangrijkste normen in die wereld?

“Het waren de normen en waarden uit de nazitijd: discipline, onvoorwaardelijke trouw en zelfopoffering voor de gemeenschap.”

Hoe bracht je vader die normen en waarden over?

“Hij commandeerde ons, maakte van alles een competitie tussen mij en mijn zussen: wie het beste kon tafeldekken, wie het snelst de trap op liep, echt álles. Een keer, op een feest van de brandweer, konden kinderen meedoen aan een wedstrijd kussens opstapelen. Mijn vader zei: wie van jullie de hoogste stapel maakt, krijgt ijs. Hoe meer kussens, hoe meer bolletjes. Mijn oudste zus heeft toen alle kussens opgestapeld die er op het terrein te vinden waren. Ze kreeg 12 bolletjes ijs, die ze in haar eentje opat.”

Dat werd niet gedeeld?

“De winnaar werd beloond, de verliezers moesten zich schamen.”

Met kinderen van niet-Europese migranten mochten Benneckenstein en haar zussen niet spelen. “Ik liep op de jaarlijkse sportdag van onze school een keer hand in hand met een klasgenootje dat van de Filipijnen kwam. Mijn vader had gezegd dat ze van een minderwaardig volk was. Een van mijn zussen had het gezien en had het thuis verteld. Mijn vader stelde toen voor dat mijn zussen zelf een straf voor mij zouden bedenken. Ze stelden voor mij een week niet aan te raken. Mijn vader vond dat een goed idee.”

Heidi Benneckenstein werd in 1992 geboren als Heidrun Redecker, in een dorp vlak bij München. Ze was de derde in een gezin met vier dochters, allemaal meisjes met blonde vlechten en gekleed in knielange bloemetjesjurken met stijve witte kraagjes – een beetje ouderwets, net als hun Germaanse voornamen, maar niet iets waarvan mensen met hun ogen knipperden in de jaren 1990 op het conservatieve Beierse platteland.

Voor dorpsgenoten leken ze een gewoon gezin: haar vader was ambtenaar bij de douane en in zijn vrije tijd actief in het verenigingsleven; een joviale man die een glas bier dronk en daarbij een eind weg oreerde. Van zijn politieke overtuiging wisten de meeste dorpsgenoten niets.

Hoe ging het bij jullie aan de tafel?

“Wij kinderen mochten alleen iets zeggen als we toestemming hadden. Mijn moeder zei sowieso niet veel. Meestal was mijn vader aan het woord of voerde hij twistgesprekken met mijn oudste zus, die al op het gymnasium zat, over politiek en geschiedenis. Dat ging dan over de onderdrukking van de Amerikanen of over de Joodse samenzwering.”

Snapte je daar iets van?

“Nee, maar het maakte me wel bang.”

Waarvoor?

“Oorlog. Mijn vader had het vaak over een oorlog die elk moment kon uitbreken, dat er vijandelijke vliegtuigen kwamen overvliegen om bommen op ons te gooien.”

Je schrijft dat jij van de vier kinderen door je vader tot zondebok werd gemaakt. Waarom?

“Ik was te zacht. Mijn zussen waren harder. Dat zei mijn vader niet, maar zijn moeder, mijn oma. Ze vond dat ik te veel zelfmedelijden had. Ik was ook softer, minder aangepast. En ik haalde slechte cijfers op school. Ik was gespannen, altijd ongelukkig.”

Had je vader zijn politieke ideeën van zijn moeder?

“Waar hij ze precies vandaan had, is lastig na te gaan maar dat speelde zeker een rol. Zijn moeder had het wel altijd over de Hitlerjeugd en dat ze toen zo gelukkig was geweest.”

Haar eigen moeder was eigenlijk geen nazi, zegt Benneckenstein. “Ze kwam uit een kleinburgerlijk milieu, traditioneel opgevoed, had nooit geleerd voor zichzelf op te komen. Ze was niet tegen mijn vader opgewassen. Ze beschermde ons niet tegen hem, dat kon ze niet.”

Was je nooit gelukkig als kind?

“Jawel, op vakantie. We gingen elk jaar naar Hongarije, naar het Balatonmeer. Daar liet mijn vader zijn autoritaire houding een beetje varen. En sowieso zagen we hem weinig, want we speelden de hele dag buiten. We waren bijna een gewoon gezin.”

In de vakanties gingen Benneckenstein en haar zusjes ook op zomerkamp met de Heimattreue Deutsche Jugend (HDJ), waar ze ideologisch werden gedrild. Ze keken naar de nazi-propagandafilm
De eeuwige Jood en in het knutseluurtje figuurzaagden ze Duitsland met de grenzen van 1937. De organisatie is sinds 2009 verboden door de binnenlandse veiligheidsdienst.

Meisjes en jongens werden in de zomerkampen nogal verschillend behandeld, vertelt Benneckenstein. “Wij verzamelden kruiden om thee van te zetten en leerden naaien en breien. De jongens bouwden ondertussen torens of ze hielden bokstoernooien. Voor ons meisjes was het vanzelfsprekend dat wij bij dat soort activiteiten niets te zoeken hadden. Een keer waren er twee meisjes van een jaar of 10 die er wel aan mee wilden doen en net zo lang dramden tot het mocht. Kwamen ze een half uur later terug, trillend van angst. Zo hard waren ze aangepakt.”

Met vrouwen werd sowieso weinig rekening gehouden, vat Benneckenstein samen. Ook later niet. “De kameraadschap tussen mannen onderling was belangrijker.”

Op zomerkamp met de Heimattreue Deutsche Jugend: 'De vrouwen verzamelden kruiden om thee van te zetten en leerden naaien en breien.' Beeld RV
Op zomerkamp met de Heimattreue Deutsche Jugend: 'De vrouwen verzamelden kruiden om thee van te zetten en leerden naaien en breien.'Beeld RV

Was het niet ingewikkeld om jullie parallelle wereld geheim te houden voor de buitenwereld?

“Het was helemaal niet zo geheim, dat vind ik nu achteraf het schokkende. Met dat zomerkamp gingen we naar het openbare zwembad, naar musea. Dan liepen we gewoon door stadjes, in klederdracht, de jongens met strakke scheidingen in hun haar, onze liederen zingend. Echt iedereen die een beetje nadacht, zag wat voor soort mensen wij waren. Maar de politie was nooit in ons geïnteresseerd. Sterker nog: elk jaar kwamen er wel oude mensen op ons af, ontroerd, tranen in hun ogen. O wat mooi, zeiden ze, net als wij vroeger.”

Ze denkt dat de laksheid van politie en veiligheidsdiensten in die tijd een van de redenen is dat de extreemrechtse scene in Duitsland nu bloeit. Als ze op televisie beelden van nieuwrechtse clubs ziet, zoals de Identitaire Beweging, ontdekt ze altijd bekende gezichten uit die zomerkampen. “In die zin is de missie van mensen als mijn vader geslaagd. Er is een nieuwe generatie elite-nazi’s.”

Ze heeft een open blik en praat vrijuit, maar Benneckenstein is ernstig. Alleen als haar gedachten af en toe ontsnappen naar haar dagelijks leven, lacht ze langer dan een seconde. Bijvoorbeeld over het onbegrip van Beiers restaurantpersoneel voor haar glutenallergie: “Ze denken hier dat iedereen gezond wordt van worst en brood.” Een paar keer begint ze tussendoor over haar zoon. “Ik vind het zo gaaf om te zien dat hij zo onbevangen is. Dat hij in de metro gewoon op iedereen afstapt en begint te kletsen, ongeacht huidskleur.”

Zelf heeft ze die onbevangenheid de afgelopen zeven jaar moeten heroveren, zegt ze, en zich vaardigheden moeten aanleren die andere mensen van hun ouders in hun jeugd meekrijgen, zoals het voelen en tonen van empathie.

“Als puber was ik er trots op dat ik zo ongenaakbaar was. Niets raakte me, voor gevoelens van anderen had ik geen oog.” Dan, voorzichtig: “Het is een beetje raar over jezelf te zeggen dat je empathisch bent, maar ik geloof dat ik nu wel in staat ben te erkennen wat mensen om me heen nodig hebben. Tijdens mijn werk moet ik natuurlijk ook aanvoelen of de kinderen in mijn klas zich goed voelen.”

Ben je een slachtoffer van je ouders?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Mijn vader is ook een slachtoffer van zijn eigen jeugd. Maar hij is zeker ook een dader. Dat geldt voor mijn moeder evengoed. Ik was als kind een slachtoffer, maar op een zeker moment werd ook ik een dader.”

Als Benneckenstein 9 jaar is, gaan haar ouders uit elkaar, omdat haar vader een nieuwe geliefde heeft. Bij haar moeder wordt de nazi-opvoeding niet voortgezet. Benneckenstein gaat vervolgens enkele keren naar een kinderpsycholoog, “een soort hippie”, maar, zegt ze, dat hielp niet echt. Op haar 14de kiest ze nog een keer voor het nazileven, nu bewust en vol overtuiging. Met legerkistjes aan haar voeten en haar zwarte capuchontrui met de tekst ‘Weerwolf Germania’, wordt Heidi Benneckenstein een prototypisch neonazimeisje.

Op een nieuwjaarsreceptie van de extreemrechtse politieke partij NPD leert ze haar man kennen. Felix Benneckenstein, artiestennaam Flex, was een bekende zanger in extreemrechtse kringen.

Op kamp met de Heimattreue Deutsche Jugend: 'Meisjes werden hard aangepakt.' Beeld RV
Op kamp met de Heimattreue Deutsche Jugend: 'Meisjes werden hard aangepakt.'Beeld RV

Wat bleef je trekken in die wereld? Helemaal logisch klinkt het niet na zo’n ongelukkige kindertijd.

“Ik wilde rebelleren en dat lukt nu eenmaal nogal goed als nazi.”

Was het in jouw geval niet rebelser geweest om radicaal-linkse vrienden te zoeken?

“Misschien wel. Maar sinds de scheiding behandelde mijn vader me als zijn favoriete dochter. Opeens mocht ik een mobiele telefoon. Ondanks alles was ik gevleid. Hij zag me eindelijk staan, dacht ik. Ik begreep niet dat het voor hem eigenbelang was, dat hij eigenlijk mijn moeder wilde dwarszitten.”

Ze denkt een moment na. “Wat ook meespeelde, was dat dit de enige wereld was die ik kende. Ik was gewend aan die benauwde en benauwende groep waar iedereen elkaar voortdurend controleert. Ik wás daar iemand.” Toen haar vrienden tijdens de begrafenis van een prominente neonazi ontdekten dat een radicaal-linkse fotograaf vanuit de bosjes foto’s maakte, was zij de eerste die eropaf ging en begon te slaan. Ze sloeg door, samen met anderen, tot de man knock-out ging en een paar gebroken ribben had. Benneckenstein kwam er met een waarschuwing vanaf. Ze was 16.

Hoe voelde het, dat slaan?

“Ik zag hem niet meer als mens, alleen als vijand. Ik had zo veel frustratie in die tijd.”

Frustratie waarover?

“Ik zocht iets in die rechtse scene wat ik er niet vond: echte vriendschap, mensen die me erkenden als mens en niet voor een of andere zaak. En ik zocht een manier om tevreden te kunnen zijn met mezelf. Ik zocht eigenlijk alles wat ik nu wel heb.”

Heb je die fotograaf daarna nog gezien?

“We hebben hem een paar jaar geleden opgezocht, mijn man en ik. We hebben het uitgepraat, ik heb mijn excuses aangeboden. Hij heeft die aanvaard. Niet dat we nu vrienden zijn, maar we komen elkaar af en toe tegen, we wonen in hetzelfde deel van München, en dan maken we een praatje.”

Dus je schuldgevoel daarover is weg?

“Nee, dat geloof ik niet. Dat ik zo’n meeloper was en zo agressief kon worden, dat vind ik nog steeds verschrikkelijk.”

Er was niet één sleutelmoment waarop je besloot uit die wereld te stappen, schrijf je. Maar er moet dan toch in elk geval een reeks sleutelervaringen zijn geweest?

“De elementairste twijfels stammen al uit mijn kindertijd. Dat ik in een boek las over Hitlers euthanasieprogramma voor gehandicapte kinderen en ik daar heel verdrietig van werd. Waarom deed hij dat?, vroeg ik mijn vader. Die werd ziedend dat ik zoiets durfde te vragen! Ik snapte dat niet. En ik snapte ook niet waarom Goebbels zijn zeven kinderen vermoordde, hij hoorde toch bij de goeden?

“Later waren er zo veel ervaringen die ertoe leidden dat mijn wereldbeeld ging wankelen, zoals de vluchteling uit Kosovo die het voor me opnam toen ik werd lastiggevallen in de trein. Met Felix roddelde ik steeds vaker over mensen in onze scene, dat ze zulke hoge idealen hadden maar in werkelijkheid meestal dronken op de bank lagen en nogal zielig waren.”

Toch duurt het dan nog twee jaar voor Benneckenstein en haar man die wereld echt de rug toekeren, compleet met geheime verhuizing en verandering van mobiele nummers. Het contact met haar vader heeft ze verbroken, haar zussen spreekt ze nauwelijks. “Met mijn moeder heb ik een warme band, we praten ook over het verleden.”

Hun oude kameraden beschouwen hen als verraders. ‘We weten waar je bent’, stond er vlak daarna op de muur van de metrohalte waar Benneckenstein ’s morgens instapte om naar haar opleiding te gaan. Zij en haar man hebben een tijd bewaking gehad, en nog steeds hebben ze regelmatig contact met de politie.

Was je niet bang om met het boek allerlei slapende honden wakker te maken?

“Ik heb het juist geschreven omdat ik merkte dat er in mijn omgeving zo veel interesse voor het verhaal was, dat ik steeds aan het verleden werd herinnerd. Dan duik ik er nog een keer in, dacht ik. Zodat het daarna geschiedenis kan worden.”

Je schrijft ook dat je niet beroemd wilde zijn en liever niet herkend wilde worden bij de bushalte. Waarom dan die grote foto op de cover?

“Dat was de keuze van de uitgeverij. Ze wilden eerst een kinderfoto nemen, dat vond ik beter. Maar toen ze van mening veranderden, heb ik ermee ingestemd. Ik dacht: ik heb zo’n allemansgezicht, mij herkent nooit iemand. Dat had ik totaal onderschat, moet ik toegeven.”

Maar je kreeg ook veel positieve respons. Welke reactie op het boek koester je in het bijzonder?

“Dit voorjaar werd ik uitgenodigd door de Joodse Gemeente in Frankfurt om een lezing te geven. Ik zag er erg tegenop. Zij hebben alle reden mij af te wijzen, dacht ik. In het begin was de stemming kritisch en gedistantieerd, het had iets van zelfgijzeling, voor beide partijen. Maar uiteindelijk werd het een goed, open gesprek.”

Ben je daar trots op?

“Ja.”

Je vader heeft het boek ook gelezen.

“Daarna heeft hij een rechtszaak aangespannen.”

Benneckensteins vader stelt dat zij liegt over zijn opvoeding, over de straffen en dreigementen. Dat hij een nazi is, ontkent hij niet. Heidi Benneckenstein: “Ik schuif die zaak voor me uit omdat de inhoudelijke behandeling pas over een paar maanden is. Als ik eraan denk, word ik nog kwader op hem dan ik al was.”

Voor het eerst in anderhalf uur praten trilt haar stem van woede. “Dat hij het lef heeft alles gewoon te ontkennen! Natuurlijk hou ik in het boek geen rekening met zijn gevoelens of behoeftes, maar hij heeft ook nooit rekening gehouden met mij. Als hij een goede vader was geweest, dan had hij dat in elk geval moeten inzien. Maar ik kan me ook voorstellen dat zijn beeld van de werkelijkheid zo vervormd is, dat hij niet meer weet wat er allemaal is gebeurd.”

Hou je nog van hem?

“Eh... In Duitsland bestaat er een wet die maakt dat kinderen verantwoordelijk zijn voor hun ouders als ze oud en behoeftig worden. Ik denk de laatste tijd vaak na over die wet en of ik die verantwoordelijkheid zou kunnen opbrengen. Ik denk het niet.”

Heidi Benneckenstein, 'Een Duits meisje', De Arbeiderspers, 224 p., 19,99 euro: 'Ik dacht: ik heb zo'n allemansgezicht, mij herkent niemand.' Beeld RV
Heidi Benneckenstein, 'Een Duits meisje', De Arbeiderspers, 224 p., 19,99 euro: 'Ik dacht: ik heb zo'n allemansgezicht, mij herkent niemand.'Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234