Zondag 20/10/2019

Heibel in de striptent

Een vrouwelijke Thor en een zwarte Captain America zetten kwaad bloed bij stripliefhebbers. Want sleutelen aan helden: zijn ze helemaal gek geworden in Amerika? Belgische stripauteurs zijn al voor minder als halvegare weggezet. M dook in de geschiedenis, op zoek naar de opvallendste metamorfoses van bij ons.

We schrijven 1998. Yves Sente, op dat moment naast hoofd uitgavenbeleid bij Le Lombard ook scenarist van de nieuwe avonturen van Blake en Mortimer, krijgt de wind van voren omdat hij de legendarische reeks van grootmeester E.P. Jacobs oneer zou hebben aangedaan. De Stichting Jacobs, die de rechten op Blake en Mortimer beheert, reageert giftig wanneer blijkt dat Sente het had gewaagd om vrouwen in de reeks te laten opdraven. Erger nog, dat hij het gore lef had gehad om Mortimer verliefd te laten worden.

Moord en brand wordt er geschreeuwd. Want in Jacobs' tijd - de jaren 50 - waren vrouwen ondenkbaar in stripland, een gevolg van Franse protectionistische censuurwetten. Sente reageert gelaten op de kritiek. "Vanaf het moment dat je je buigt over een mythe, krijg je een hele hoop mensen over je heen die geen nieuw boek, film of strip van hun helden willen.

"Kijk, Jacobs was er de man niet naar zichzelf te beknotten. De man was meer funk dan Hergé. Hij dronk, was operazanger, tekende thuis naakten van zijn vrouw en was een ruimdenkend mens. Het was de context van die tijd die hem verplichtte zijn werk strikt en conservatief in te vullen. Als Jacobs zou hebben geleefd met de vrijheden van deze tijd, dan hadden Blake en Mortimer er helemaal anders uit gezien.

"We kunnen het niet meer nagaan, maar verschillende bronnen bevestigen dat een enthousiaste Jacobs ten tijde van het eerste filmproject rond Het gele teken (beroemdste verhaal in de reeks, eind jaren 90 meerdere malen door Belgische stripkenners verkozen tot 'Stripalbum van de eeuw', red.) suggereerde om een vrouw in de film te laten meespelen. Hij vond daar absoluut geen graten in, dus waarom zouden wij dat wel doen?"

Sente begrijpt dat aanpassingen moeilijk liggen, maar blijft bij zijn stelling: "de beste manier om een mythe te eren, is ze te moderniseren."

Eerste openlijke homo

Fijn zo, maar één factor is daarbij niet te onderschatten: de best wel conservatieve striplezer. Ongevraagd raken aan hun iconische figuren, dat doe je niet ongestraft. De fysiek en kledij van de stripheld zijn de gevoeligste snaren. Merho mocht dat aan den lijve ondervinden. De Kiekeboes kreeg in 2010 al een opgemerkte facelift. Toen besloot hij zowel het albumformaat als de titelreeks (van Kiekeboe naar De Kiekeboes) aan te pakken en brak hij definitief met de ongeschreven wet dat je niet aan de outfit van de hoofdrolspelers mag raken.

Enkele weken geleden ging hij nog een stap verder: Kiekeboeket, een album uit 1979 vol gagstrips die hij indertijd voor Ons Volk/Chez Nous maakte, werd helemaal gemoderniseerd en kreeg de titel Kiekeboeket 2.0. "Die gagstrips, dat was eigenlijk kunst- en vliegwerk", zegt Merho. "Dat was er ook aan te zien. Ik maakte ze omdat ik zo ook in het Frans uitgegeven kon worden.

"Toen ik ermee wilde stoppen, drong mijn toenmalige uitgeverij erop aan om ze in albumvorm uit te brengen. Met moeite heb ik daar 44 gags uit gehaald. Maar dat vijfendertigste album is altijd een doorn in mijn oog geweest. Ondermaats getekend, flauwe grappen. Het was tijd om dat te veranderen."

Niet één originele tekening bleef overeind. Alles werd gemoderniseerd. Merho: "Op die manier kunnen De Kiekeboes nu naar een plasma-tv kijken, rijden er geen aftandse Peugots meer rond en moeten Konstantinopel, Charlotte , Marcel en Fanny niet langer de diaprojector bovenhalen om oude vakantiefoto's te zien, maar openen ze gewoon hun laptop."

Andere grappen overleefden de tand des tijds niet. "Zo is er een verhaal waarin Kiekeboe uit bad stapt om de telefoon naar zijn buurman te brengen. In een tijd waarin iedereen een gsm bezit, is dat redelijk onnozel."

Dat De Kiekeboes maatschappelijk gezien mogelijk de meest gemoderniseerde reeks van het land is geworden, mag ook geen toeval heten. Merho: "In de afgelopen decennia liet ik Van Der Neffe, Kiekeboes buurman, scheiden. Ik denk dat het de eerste keer was dat zulke belangrijke striphelden effectief uit elkaar gingen. Nadien kwam het co-ouderschap aan bod.

"Verder bracht ik thema's aan als incest, pedofilie in de kerk, homoseksualiteit en zadelde ik Fanny op met een prostituee als vriendin. Bij de uitgeverij hielden ze toen stevig hun hart vast, maar ze werd goed onthaald. Fanny is natuurlijk ook geen Wiske, dus dat hielp wel."

Hij moet ook niet onderdoen voor wat er zonet in Amerika gebeurde met Thor. Reeds in 1992 bracht hij de eerste transseksueel onder in een Vlaamse familiestrip. In 1981 liet hij de eerste openlijke homo in een familiestrip opduiken. "Toen was het nog een verwijfd type met wapperende handjes," geeft hij nu toe. Later kwamen er meer homo's en lesbiennes in zijn reeks, zonder al die stereotypen. "Je moet met je tijd meegaan", zegt Merho. "De wereld evolueert."

Proletarische kop

Een van de eerste keren dat Vlaamse striplezers massaal in hun pen kropen om hun mening te ventileren over een Vlaams strippersonage, en daarbij zelfs resultaat boekten, was bij een album van Suske en Wiske. "De mensen vonden Jerom bij zijn eerste optreden in 1953 weerzinwekkend", zei Vandersteen daarover.

"Ik kreeg brieven waarin ze schreven dat ze 's morgens bij het openslaan van de krant hun ontbijt lieten staan bij de aanblik van Jerom." In eerste instantie weigerde de tekenaar op de kritiek in te gaan, maar maakte hem later toch wat beschaafder: hij wisselde het berenvelletje van de kleerkast met loden borstkas in voor nettere kledij, en breidde zijn beperkte vocabulaire uit.

Eigenaardig genoeg werden de andere gezinsleden eerder ongemoeid gelaten. Ook Lambik (sinds 1947), ondanks diens niet bepaald intelligent voorkomen. Oorspronkelijk werd hij opgevoerd als loodgieter-detective en had hij een proletarische kop. Later kreeg hij een vlinderdasje en een vestje. "Nou ja, de proletariër van toen is toch ook veranderd?", verweerde de tekenaar zich anno 1970 in Humo.

"Lambik is mee geëvolueerd. De dokwerker van nu is ook niet de dokwerker uit mijn jeugd. Je ziet ze niet meer dronken op straat liggen, je ziet ze niet meer vechten. Dat is allemaal voorbij. De tijd van de jeneverbes, jenever op de boterham zelfs, dat heb ik allemaal nog meegemaakt."

En Suske en Wiske? Wiske was bij haar eerste verschijning veel kleiner, jonger en was zelfs uitgerust met een konijnentandje. Suske droeg een dierenhuid als broek en was een agressief baasje. Pas later werden beiden wat ouder en beschaafder. Sidonie bleef erg lang de hysterische tante, gewikkeld in oubollige kledij en een hoofddeksel waardoor twee dikke breinaalden werden gepriemd.

Tot 1976, toen de wat conservatieve Vandersteen haar onder invloed van het succes van de vrouwenbewegingen uitrustte met een minirok in Het mini-mierennest. Ze werd zelfs even presidente van een eiland en stond haar mannetje als nooit tevoren.

Maar er was één (tussen)periode waarvoor Vandersteen al die zorgvuldig opgebouwde transformaties op het spel zette. In 1948 ging hij op vraag van Hergé, artistiek directeur van het weekblad Tintin/Kuifje, nog een flinke stap verder.

In een poging een breder Vlaams publiek te krijgen voor het (minder succesvolle) weekblad Kuifje, zocht Hergé bekende Vlaamse tekenaars. Zijn uitgever drong hem Vandersteen op, maar diens stijl en figuren lagen hem niet. Lomp zouden ze zijn, ordinair ook. En die humor? "Se moquer du public", snoof Hergé. Vandersteen gaf aan "diep beledigd" te zijn, maar schaafde zijn personages wel bij in acht verhalen die later bekend zouden worden als De Blauwe Reeks.

Jerom, door de Tintin-redactie omschreven als "een klein monster", verdween volledig uit beeld, net als Sidonie. Lambik werd beschaafder, wat atletischer zelfs, en betrok een villa aan de Côte d'Azur waar hij kon schermen. Ook definitief verdwenen: Wiskes kapsel. Vandersteen: "Bij Tintin zagen ze dat haar omhoog met een strikje erin niet graag. 'Typisch Vlaams', zeiden ze daar."

Bij haar eerste optreden in Tintin regende het protestbrieven van Franstalige kant. "Het was een straatkind, ze was vulgair, et cetera. Toen hebben we haar krullen gegeven en dat vonden ze dan weer 'mignon'. Een heel ander publiek. Lambik als volksmens zou er voor Tintin nooit zijn ingegaan."

Ketter Jommeke

De Blauwe Reeks week enorm af van de volkse reguliere verhalen. In Vlaanderen hoorde je hier en daar dat Vandersteen zijn broek liet zakken om bekendheid af te dwingen aan Franstalige zijde. In 1963 gaf Vandersteen opnieuw toe, ditmaal om de Nederlanders voor zich te winnen. 'Vanaf nu spreken we enkel nog beschaafd Nederlands', sprak tante Sidonie, die vanaf dan enkel nog Sidonia genoemd wilde worden. Weg sappig Vlaams of Antwerps dialect.

Andere transformaties in Vlaamse strips waren eerder minimaal. En iedere tekenaar had zo zijn eigen beweegredenen. Vanaf 1987 werden achttien Jommeke-verhalen hertekend. Niet alleen was het titelpersonge getransformeerd, ook zijn leefomgeving moest een moderne toets krijgen. In één scène uit De jacht op een voetbal uit 1959 werden twee inspecteurs afgebeeld in een met wagens volgepakte straat. Allemaal oldtimers. Oubollig, redeneerde Nys.

Andere opvallende veranderingen kwamen hem dan weer weer goed uit. Na zijn scheiding brak de tot dan gelovige Nys definitief met de Kerk. Het was dan ook met enig leedvermaak dat hij de opdracht gaf om alle wijwatervaatjes en kruisen uit Jommeke te verwijderen, nota bene een ventje dat in 1955 zijn carrière was begonnen in een Vlaams parochieblad, missies ondersteunde en het katholieke gedachtegoed hielp verspreiden.

Dat de kritiek op al die veranderingen in de meeste gevallen beperkt bleef, heeft wellicht te maken met het feit dat die transformaties eerder langzaam, bijna onopvallend gebeurden. Zo ook bij Nero. In 1947 was hij nog een nevenpersonage, had hij een gedrongener gestalte, waande hij zich keizer Nero en liep hij ook in diens outfit rond.

Onaangekondigde transformaties, dát was een ander paar mouwen. In 2000 was het hek van de dam toen Marc Verhaegen Wiske plots in een naveltrui en zwarte minirok liet rondlopen. Suske kreeg plots een zevenzakkenbroek en beide kinderen droegen de toen populaire Buffalo's. "Ik wil ze moderniseren", argumenteerde de tekenaar toen. Resultaat: opschudding alom in Vlaanderen.

"'Dit is Suske en Wiske niet meer', schreeuwden de lezers, terwijl we ook de media over ons heen kregen", zegt eerste pleegvader Paul Geerts, op dat moment net op pensioen. "Bij de uitgeverij vonden ze in die tijd dat de kledij te oubollig was geworden, maar in hun drang naar modernisering zijn ze te snel geweest. Ik hield er niet van. Ik ben alleen voor veranderingen als dat ook een verbetering inhoudt. Toen ik daarna ging signeren op beurzen, kreeg ik steeds dezelfde opmerking: of ik alstublieft Suske en Wiske kon tekenen zoals we ze kenden. Tja.

"De mensen pikten het niet. In 1996 had ik een verhaal gesitueerd in Irian Jaya en liet ik koppensnellers met peniskokers opdraven. 'Naakt in Suske en Wiske', kopten de kranten, en sommige ouders vonden het ongepast. Aan iconen raak je zomaar niet, heb ik geleerd."

Ook Hergé stond eerder weigerachtig tegenover aanpassingen qua kledij en fysiek van zijn personages. En toch. Kuifjes zogenaamde plusfour, die indertijd vooral bij golfers in trek was, verdween in de animatiefilm Kuifje en de zonnetempel uit 1969. "Ach, dat is geen grote verandering", suste Hergé zijn criticasters. "Je moet af en toe een andere broek aan.

"Kijk, het beeld van Kuifje was stereotiep geworden. Hij droeg altijd een plusfour en een blauwe trui met een witte kraag. Dat was eigenlijk zijn uniform. We hebben het veranderd voor de film omdat die zou worden uitgebracht in landen waar Kuifje niet bekend was. Alors, het leek me dan wat onhandig om hem toch een uit de mode zijnde plusfour te laten dragen (...) Maar praktisch gezien valt dat haast niet op, want de kleuren blijven bijna identiek. En ach, het personage zelf verandert er niet door. Het is geen grote revolutie."

Toch kwam er kritiek. Ook weer in 1976, bij het 23ste album Kuifje en de Picaro's, waarin Hergé nog een stapje verder ging en zijn papieren zoon een bruine jeansbroek aanmat. Daarnaar gevraagd reageerde hij eerder cynisch: "Kuifje is enorm veranderd, ja. Het betreft zelfs een revolutie, want na vijfenveertig jaar heb ik hem een jeansbroek gegeven."

Maar de Belgische stripheld die de opvallendste transformaties onderging, is ongetwijfeld Robbedoes. De rosse piccolo ging sinds 1938 door talloze auteurshanden, die elk op hun beurt de held klaarstoomden voor een nieuw tijdperk. De opvallendste transformatie gebeurde in 1998 in Als in een droom. Auteurs Tome en Janry moderniseerden de tekenstijl, de outfits en lieten Robbedoes zijn eerste echte romance beleven.

Hun opvolgers Jean-David Morvan en José-Luis Munuera wilden de held dan weer de 21ste eeuw binnenloodsen met een verhaal vol manga-invloeden. Uitgeverij Dupuis moedigde dat alles ook aan. Robbedoes moest en zou met zijn tijd meegaan. De reeks kent sinds enkele jaren naast de hoofdreeks zelfs een spin-off, waarin telkens andere auteurs de piccolo in een ander tijdperk of decor situeren, en er niet voor terugdeinzen om bij elke van die gelegenheden de titelheld een andere fysiek te geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234