Zaterdag 16/01/2021

Heggescharen in een lieflijk landschap

'Terug naar de zee', een heerlijk ouderwetse roman van Helen Dunmore

Marnix Verplancke

In een rustiek landhuis omgeven door een prachtige tuin ergens in het zuiden van Engeland, verblijven zes mensen. Isabel is een pas bevallen vrouw die herstelt van de zware operatie die ze tengevolge van de geboorte van zoontje Anthony moest ondergaan. Richard, een welvarend econoom die de halve wereld afreist voor zijn baan maar nu een paar dagen rust genomen heeft, is haar man. En ook Isabels zus, een schuchtere tekenares en fotografe die bedenkt dat ze wellicht voor de fotografie gekozen heeft omdat ze zich zo achter de camera kan verstoppen, is van de partij. Ze komt helpen in het huishouden. Edward is een homoseksueel die net met zijn vriendje Alex heeft gebroken en een intieme gesprekspartner van Isabel. Ten slotte is er nog Susan, de dochter van een kasteelvrouw uit de buurt en van beroep kinderverzorgster, Anthony's toeverlaat.

Dit, zo begrijpt de lezer onmiddellijk, zijn de ingrediënten van een typisch Engelse plattelandsroman zoals we ze goed kennen van Anita Brookner en Penelope Lively: een schitterend decor, secuur uitgewerkte karakters, een gegeven met vele mogelijkheden en een flinke aanzet. In het ideale geval lijkt het alsof de auteur niets anders heeft moeten doen dan neerpennen wat er gebeurde toen de verschillende karakters met elkaar begonnen te botsen. Zo vloeiend en vanzelfsprekend lijkt het verhaal, zo makkelijk te schrijven ook - tot je er zelf aan begint natuurlijk.

Met Terug naar de zee, de roman waaraan Isabel en haar kringetje ontsnapt zijn, heeft Helen Dunmore zich bij deze oerdegelijke traditie aangesloten. Na enkele hoofdstukken waarin de verschillende personages voorgesteld worden en er aan nogal wat sfeerschepping wordt gedaan, merkt de lezer dat achter het feeërieke decor iets minder fraais schuilgaat. De relatie tussen de zussen, die elkaar openlijk vriendelijk bejegenen, is in werkelijkheid heel gespannen. En dat is nooit anders geweest. Starend naar Anthony terwijl hij zich aan de moederborst laaft, herinnert Nina zich bijvoorbeeld een tafereel uit hun kindertijd, toen ze nog met poppen speelden: "Hoe ze altijd mijn kind uit de poppenwagen die van ons samen was gooide om het hare erin te leggen." Ze is drie jaar jonger dan Isabel en heeft steeds te horen gekregen wat ze haar zus zoal niet heeft aangedaan, terwijl het haar net andersom toeschijnt.

Maar wellicht waren de twee kinderen wel aan elkaar gewaagd en kwam de agressie niet van één kant. Toen Nina de wimpers van Isabels pop afgeknipt had, verdronk deze Nina's pop in een teiltje. En als Dunmore de twee vrouwen in eenzelfde scène laat aantreden, flitsen er altijd wel messen of heggescharen op de achtergrond.

Het drama dat hen over de agressie heen toch bindt is de dood van hun drie maanden oude broertje Colin. Toen Nina vier was, stierf het jongetje de wiegedood. Een ijzige sfeer daalde vervolgens over het ouderlijke huis neer. Isabel werd doodziek, kreeg het eten op haar kamer opgediend en heeft sindsdien nooit meer publiek aan een maaltijd deelgenomen: "Al die mensen die denken dat ze de hele tijd moeten eten, want anders gaan ze dood, altijd denken ze er maar aan en praten ze erover en gaan ze ervoor naar de winkels en dan gaan ze het naar binnen zitten schrokken, terwijl het eigenlijk helemaal niet nodig is. De hele wereld draait om iets wat je best kunt missen."

Eten is overigens niet het enige wat je volgens Isabel best kunt missen. Ook seks hoort erbij. Haar zwangerschap was het resultaat van een zorgvuldig berekende eenmalige act. Mannen zijn seksuele beesten die je maar beter van je afhoudt, zo luidt haar redenering. Richard laat dan maar een oogje op de minder manschuwe Nina vallen.

De gebeurtenis die de roman aanzwengelt is een verdrongen herinnering die plotsklaps in Nina's hoofd opduikt. Als ze haar zus over het wiegje van de kleine Anthony gebogen ziet staan, weet ze het opeens weer: zo stond zij ook over het bedje van Colin, en ze ziet hoe Isabel een kussen op het hoofdje van het spartelende kind drukt. Wanneer ze haar zus met dit beeld confronteert, speelt zij het spel mee: Nina heeft zich inderdaad iets dergelijks uit het echte leven herinnerd, alleen was de moordenares niet Isabel, wel zijzelf. Isabel, besluitend dat Nina vanuit een soort trance handelde en zich achteraf van niets meer bewust was, had dit altijd verzwegen. Ze hield immers toch zoveel van haar jongere zusje. Waarom zou ze haar nodeloos kwetsen?

Aanvankelijk gelooft Nina het verhaal, maar al snel komen er barsten in dat geloof. Ze herinnert zich meer details en begint ook voor Anthony's leven te vrezen. Het is duidelijk dat Isabel psychisch onder hevige druk staat. Het is maanden geleden dat ze nog het huis uit geweest is. De aanwezigheid van het kind zou haar ertoe aan kunnen zetten het hele drama opnieuw op te voeren.

Als Isabel op de laatste dag van een zwoele zomertijd voorstelt een tuinfeest te geven, gaat iedereen daarmee akkoord. Het zal de gespannen sfeer wegwerken, zo denken ze. Nina, Richard en de voor een keertje uit Isabels kamer verschijnende Edward vertrekken samen naar Brighton om inkopen te doen. Als ze na de middag terugkomen blijkt Susan alleen thuis te zijn. Isabel is met de kleine Anthony naar zee vertrokken. De angst slaat Nina en de inmiddels op de hoogte gebrachte Richard om het hart. Het tuinfeest was maar een voorwendsel om hen het huis uit te krijgen. Terug naar de zee getuigt van een heerlijke ouderwetsheid waardoor je het boek met plezier leest. Geen experimentele nieuwlichterij die volgend jaar alweer voorbijgestreefd is, wel een grondige uitdieping van de karakters en de ontwikkeling van een plot waarin veel meer gesuggereerd dan gezegd wordt. Het is een boek dat de lezer in een heel specifieke sfeer onderdompelt en de mogelijkheden van de (ook alledaagse) taal om dingen te verdoezelen en meerduidigheid uit te drukken, haarfijn uit de doeken doet. Veel meer nog dan een leuk en spannend verhaal is Dunmores roman een voorbeeld van hoe de taal, door gebruikt te worden, ook gemaakt wordt. Of zoals Nina het zegt: "Dit huis zit tjokvol dingen die niet gezegd kunnen worden. Wanneer we allemaal in dezelfde kamer zijn, klinkt wat we zeggen meer als code dan als conversatie. Maar wie heeft de code geschreven? Wie dwingt ons om hem te gebruiken?"

Helen Dunmore (vertaald door Kathleen Rutten), Terug naar de zee, De Geus, Breda, 251 p., 798 frank.

Helen Dunmore. (Foto RV)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234