Woensdag 23/09/2020

Reportage

Heel even was er paniek: door corona moest iedereen op de fiets

Matthias Engels (30) schafte zich twee jaar geleden een Brompton aan. Beeld © Stefaan Temmerman

Lange wachtrijen aan de winkels, uitverkochte stocks. Tijdens de lockdown konden producenten de ongeziene vraag amper bijhouden. Maar houdt de fietsgekte ook na deze crisis stand? ‘We hebben nu echt geen zin om op een overvolle bus of tram te zitten.’

Heel even was er paniek. Fietsenmakers en -verdelers hadden zich in maart voorbereid op de belangrijkste periode van het jaar. Want zodra Wout van Aert, Remco Evenepoel en Mathieu van der Poel hun opwachting maken voor de ­voorjaarsklassiekers, begint het ­traditiegetrouw bij Vlamingen te kriebelen. Fietsen worden uit ­garages en kelders gesleurd, helmen afgestoft, sturen rechtgezet en remkabels aangespannen. En veel wieleramateurs overwegen op dat moment telkens weer: is het niet eens tijd voor een nieuwe racefiets?

“Maar ineens: plof. Niets meer.” Jean-Pascal Bolle, uitbater van racefietswinkel Bataia in Gent, maakte zich op voor zijn eerste volwaardig voorjaar als fietsverkoper. Zijn winkel was bij het ingaan van de lockdown in maart tien maanden oud. Met het afgelasten van de Brabantse Pijl en alle andere koersen leek ook de fietshonger bij Vlamingen gestild. “Gelukkig heeft de regering erop­ ­aangedrongen dat het belangrijk was voor mensen om te blijven bewegen tijdens de lockdown”, zegt Bolle.

De luwte duurde amper een week of twee, drie. Stilte voor een ­ongeziene storm.

“Het was alsof er een bom ontplofte”, herinnert Ben Francis, eigenaar van Steershop in Brugge, zich. Zodra de fietsenwinkels open mochten, wisten ze niet wat ze zagen. “Wij konden op sommige dagen wel veertig fietsen verkopen. Er stonden wachtrijen aan onze winkel.”

Francis had dat in zijn elf jaar als fietsenmaker nog nooit meegemaakt. Nadat mensen voldoende wc-papier in huis hadden, moesten ze blijkbaar ook zo snel mogelijk een fiets ­hebben. “Klanten ­kwamen hier binnen in de veronderstelling dat als ze in de voormiddag besloten een fiets te gaan kopen, ze die in de namiddag al mee naar huis konden nemen.”

Maar zo werken winkels als Bataia en Steershop niet. Zowel Bolle als Francis zijn liefhebbers van het vak die met veel zorg ­uitkiezen welke producten ze ­aanbieden. Bij Bataia vind je fijne racemerken zoals het Canadees-Nederlandse Cervélo, het kleinschalige Italiaanse Basso en het Belgische Jaegher. “Die laatste ­verkopen stalen frames, ze worden in Ruiselede gemaakt en wij stellen ze samen”, vertelt Bolle.

Steershop opteert dan weer voor fietsen die de ideale mix zijn tussen sporten en praktisch woon-werkverkeer. Googel maar eens naar Salsa, Surly of Kona. “Dat zijn wat atypische fietsen voor de echte liefhebber, die op dit moment zeer goed in de markt liggen”, weet Francis.

Orderstop

Wat Bataia en Steershop meemaakten in de voorbije maanden was een uitloper van een veel grotere trend. Een wereldwijde trend. De Britse zakenkrant The Financial Times berichtte over de ongeziene beurswaarden van bedrijven zoals Giant en Shimano. The New York Times beschreef hoe autogekke Amerikanen plots fietswinkels plunderden. Waar autoproducenten ­tijdens en na de lockdown hun verkoopcijfers zagen kelderen, kon het voor de fiets niet op. In de zomer doken er steeds meer nieuwsberichten op over hoe de fietsproducenten de vraag niet meer konden bijhouden. “Krijgen we vijftig fietsen binnen, dan zijn die de dag zelf weer buiten”, klonk het bij Decathlon in Het Laatste Nieuws.

“Klanten vragen voor dat soort fietsen zelfs niet meer naar de prijs, ze willen alleen weten wat er nog in stock is”, merkten ze bij ­fietsenmerk Ridley op. Bij de Gentse handelaar Godefroot kregen klanten te horen dat ze nog tot november zouden moeten wachten voor bepaalde elektrische fietsen. Merken zoals Cube, bekend voor zijn mountainbikes, en Brompton, de oervouwfiets, besloten om een orderstop in te lassen tot in het najaar. De wachttijden werden te lang.

Tom Leentjes kocht twee jaar geleden een elektrische Cowboy-fiets: ‘Ideaal voor woon-werkverkeer, maar ik zal er geen picknickmand op kwijt kunnen. Die geef ik dan aan mijn vrouw.' (lacht)Beeld © Stefaan Temmerman

“Vooral de zogenaamde instappers, fietsen van om en bij de 1.000 euro, zowel mountainbikes als racefietsen, waren heel snel uitverkocht”, zegt Filip Rylant van koepelorganisatie Traxio. De bekende merken deden het goed, maar ook bij winkelketens als Aldi vlogen de fietsen de deur uit. De elektrische stadsfiets deed het uitstekend. “In 2019 verkochten we in België voor het eerst meer elektrische dan ‘normale’ fietsen, en dat aandeel groeit alleen maar. Mensen zijn op zoek naar gebruiksgemak.”

Bovendien is de fietsenmarkt al enkele jaren bezig aan een grote differentiatie. Een fiets is niet ­langer een tweewieler met alleen stuur, pedalen, remmen en een bel. Vandaag denk je als consument maar beter drie keer na vooraleer je een fiets koopt. Ben je van plan om ermee te winkelen? Dan is een bakfiets een optie. Wil je klein grut comfortabel vervoeren op de bagagedrager, dan is een longtail meer geschikt. “Dat zijn twee type fietsen die steeds meer in trek raken”, zegt Rylant. En dan zijn er ook nog fietsen voor de lange verplaatsingen, de speed pedelecs.

Die laatste categorie brengt een interessante evolutie op gang, weet Rylant. “Tot voor kort zagen we dat mensen dat soort fietsen vooral in Brussel, Antwerpen en Gent gebruiken. Maar uit onze data blijkt nu dat speed pedelecs ook in de Kempen en Limburg populair ­worden, wellicht door de fietsautostrades die aangelegd worden.”

De investering die mensen daarvoor overhebben, is niet min. Voor speed pedelecs van gerenommeerde merken zoals Stromer en Riese & Muller leg je al gauw duizenden euro’s neer.

Gewoontedieren

Dat brengt ons bij de vraag van één miljoen: hebben corona en de bij­behorende lockdown ervoor gezorgd dat de fiets voor eens en voor altijd zijn plaats opeist in ons leven en op de baan? Want laten we eerlijk zijn: je mag nog een fiets van 4.000 euro kopen, een fietspad van amper 40 centimeter breed zal even onveilig aanvoelen.

Professor Bas de Geus, die aan de VUB onderzoek doet naar pendelen met de fiets en gezondheid, probeert die vraag te beantwoorden. “Je kunt zeggen dat er twee belangrijke beweegredenen zijn waarom we de fiets herontdekt hebben. Ten eerste is er de angst voor het coronavirus zelf. We hebben geen zin om op een overvolle bus of tram te zitten. Ten tweede was de fiets zowat de enige manier om te ontsnappen aan thuiszitten tijdens de lockdown. Veel mensen hebben de fiets dus opnieuw leren kennen als vrijetijdsbesteding, als manier om te sporten.”

Maar gaan we dat gedrag ook blijven vasthouden? “Dat is en blijft gokken”, zegt De Geus. “We verwachten dat het openbaar vervoer het nog zeker tot eind 2020 moeilijk zal hebben om mensen te overtuigen. Of we zullen blijven fietsen is een andere vraag. Het voordeel is dat mensen gewoontedieren zijn. Als de fiets lang genoeg een alternatief kan blijven, vergroot de kans dat mensen ook na corona blijven fietsen.”

Al zullen daar een aantal randvoorwaarden voor vervuld moeten worden. Zoals de infrastructuur. “Het is goed om te zien dat een stad als Brussel niet getwijfeld heeft om meer ruimte te maken voor de fiets”, zegt De Geus. Daarnaast is er de vraag hoe het de auto vergaat in de stad. “Want niet alleen de verkoop van fietsen heeft een boom gekend, ook die van tweedehandswagens. Hoe meer er thuisgewerkt wordt, hoe minder mensen met de wagen de baan op moeten, hoe minder lang de files, hoe groter de verleiding zal zijn om de wagen te kiezen in plaats van de fiets.”

Al hoeft het niet zo te lopen. Dat weten ze ook bij de Brusselse start-up Cowboy, die strak vormgegeven elektrische fietsen verkoopt. Dankzij de data die de geconnecteerde fietsen genereren, zien zij hoe het fietsgedrag van mensen in Europa wijzigt. “Vroeger zagen wij vooral een piek in het gebruik van onze fietsen rond negen uur ’s ochtends en vijf uur ’s avonds”, zegt Benoit Simeray, marketingdirecteur van Cowboy. “Maar nu steeds meer mensen thuiswerken, klopt dat niet meer. En waar onze kerngebruikers vroeger gemiddeld 37 kilometer per week reden in tripjes van 25 minuten, registreren we nu veel meer, maar kortere verplaatsingen.” Met andere woorden: Cowboy-gebruikers kruipen op de fiets om dicht bij huis een snelle boodschap te doen of een koffie te drinken in de stad. Simeray: “Het is nog vroeg om daar al grote conclusies aan vast te hangen, maar als je het ons vraagt, is dit het begin van een grote shift. Mensen ontdekken de fiets steeds meer als een ideaal middel voor gelijk welk soort ­verplaatsing. Niet meer enkel om van A naar B te fietsen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234