Maandag 14/06/2021

Onderwijs

Heeft slagen in het hoger onderwijs meer te maken met je familienaam dan met je best doen?

null Beeld kos
Beeld kos

Ignaas Devisch is verbonden aan de Universiteit Gent en de Arteveldehogeschool.

Met de beslissing van de KU Leuven om de herinschrijving van slecht scorende eerstejaarsstudenten te weigeren, heeft ook deze krant het debat over onderwijs en democratisering aangezwengeld (DM 26/11). Is een onbelemmerde vrije toegang tot hoger onderwijs een noodzakelijke voorwaarde voor democratisering van het onderwijs?

First things first. Waarom willen we überhaupt dat onderwijs democratisch georganiseerd is? Het standaardantwoord: omdat dit sociale mobiliteit mogelijk maakt en dus dé hefboom is om hogerop te raken. Onderwijs bevordert gelijkheid en daarom zijn de debatten erover zo heftig. Als het daar fout loopt, dan lijkt het leven mislukt nog voor het is begonnen. Bovenal gaat dit debat om de vraag of het onderwijs onze 'startpositie' kan corrigeren. Is het in staat sociale mobiliteit aan te zwengelen? Om op die vraag te antwoorden, moeten we snappen waarom sommigen (niet) slagen.

Wie stelt dat erfelijkheid (nature) doorslaggevend is, zoekt de redenen meestal in de aangeboren talenten en hoe we er gebruik van maken. Wie het belang van opvoeding en onderwijs benadrukt (nurture), wijst naar sociale omstandigheden. De oplossing zoekt men dan ofwel in meer gelijke toegang, ofwel in talenten of maatregelen om de 'luieriken uit hun hangmat te halen'.

Zo blijven we rondjes draaien. Misschien moeten we een nieuwe vraag lanceren. Neem nu het onderzoek van de Amerikaanse econoom Gregory Clark - 'The Son Also Rises: Surnames and the History of Social Mobility Ik haal één stelling uit zijn boek, dat het debat over democratisering en onderwijs kan aanscherpen: de sociale mobiliteit lijkt veel trager te verlopen dan we denken.

Clark onderzocht in acht landen de relatie tussen de familienaam van mensen en hun sociale mobiliteit, en stelde vast dat die naam een bijzonder sterke indicator blijft voor sociale status. Door archiefmateriaal komt hij tot het besluit dat 'elitaire familienamen' van honderden jaren terug vandaag nog steeds disproportioneel meer voorkomen bij de top van de samenleving.

Wat moeten we ermee in het hoger onderwijsdebat? Heeft slagen meer te maken met je familienaam dan met je best doen? Clark is dubbelzinnig: enerzijds lijkt hij te geloven in genetisch determinisme, anderzijds suggereert hij dat we niet moeten doen waar sociaal-darwinisten ooit op hoopten: met de 'genetisch besten' voortdoen. Zelfs al is het lastig voor individuen om snel de ladder op te klimmen en verloopt sociale mobiliteit veel trager dan we denken, door de verzorgingsstaat goed te organiseren gaat de samenleving er collectief op vooruit en dat maakt voor iedereen een verschil. Clarkes geloof in het belang van genetica staat het pleidooi voor een goede omgeving dus niet in de weg.

Toegepast op onderwijs: hoe zorgen we dat iedereen zo snel en gemotiveerd mogelijk op de voor hem geschikte plaats terechtkomt? Vanuit die vraag lijkt mij een goed voorbereid en weldoordacht eindexamen aan het eind van het secundair veel democratischer dan een onvoorbereide mislukking na één jaar, zoals de KU Leuven voorstelt. In het eerste geval proberen we aan de start de ongelijkheid weg te werken door mensen beter voor te bereiden. In het tweede geval constateren we dat ze er is en zal blijven bestaan, en dan laten we de sociale zwaartekracht primeren op de sociale mobiliteit.

Democratisch onderwijs moet vertrekken van oriëntatie in plaats van heroriëntatie. Hoe? Ik lanceer een ruw idee: waarom niet het laatste jaar secundair hervormen - of een collectief voorbereidend jaar - en twee opties voorzien: wie verder wil studeren, bereidt zich een jaar gericht voor op een gepaste studiekeuze en legt aan het eind een examen af als toegangspoort tot een richting of faculteit. Wie slaagt, kan doorgaan. Dat is beter dan eerst niet slagen aan de universiteit en dan herbeginnen.

Daarnaast de tweede optie: wie (nog) geen zin heeft in hoger onderwijs, werkt het secundair af, maar krijgt een betere oriëntatie op de arbeidsmarkt dan nu. Dat is een positieve keuze, beter voor het zelfbeeld dan eerst te mislukken omdat iedereen 'naar de unief moet'. Wie later alsnog wil studeren, schrijft zich in voor het voorbereidende jaar en kan er vol voor gaan, ongeacht de leeftijd. Wie meedoet en toch niet slaagt, kan herkansen. Dat kost minder geld en het biedt veel meer omkadering dan een universiteit aankan. Een jaartje rijpen is iedereen gegund, maar dan moeten we de kosten beperken.

Om het democratische gehalte van het hoger onderwijs te bevorderen, moeten we studenten goedkoper en sneller op de juiste plaats krijgen; dat zal de democratie (minder centen en meer gelijke kansen) en de slaagkansen (meer motivatie en gepast talent) verhogen. Mislukkingen zullen er altijd zijn, maar we mogen ze niet zelf organiseren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234