Zondag 19/09/2021

AchtergrondZaak-Sofie Muylle

Heeft het zin dat een assisenjury collectief naar gruwelbeelden kijkt?

Beschuldigde Alexandru C. in de rechtszaal.  Beeld BELGA
Beschuldigde Alexandru C. in de rechtszaal.Beeld BELGA

Tijdens het assisenproces over de moord op Sofie Muylle kregen de aanwezigen gisteren gewelddadige filmpjes te zien van de hand van de beschuldigde. Zijn die van meerwaarde om een oordeel over schuld of onschuld te kunnen vellen?

Het zijn bewogen dagen voor de familie van de vermoorde Sofie Muylle en de jury die moet oordelen in de assisenzaak. Niet alleen moeten ze deze week ruim 50 getuigen aanhoren, gisteren kregen ze ook video’s te zien die de beschuldigde met zijn eigen gsm gemaakt heeft. In die – vrij expliciete – beelden filmt de beschuldigde een zwaar toegetakelde Muylle en legt hij uit dat ze zal sterven. Waarom moeten zulke heftige beelden voor het oog van een ongeoefend gezelschap burgers getoond worden?

“Juryleden moeten over schuld en onschuld beslissen, dus moeten ze exact weten wat er gebeurd is”, zegt persmagistraat Johan Daenen. De bedoeling is dus dat er tijdens het assisenproces een reconstructie wordt gegeven van de moord. “Als er dus beelden zijn van de feiten, of van vlak na de feiten, dan is dat van grote waarde." Zo kunnen de juryleden in de zaak op de moord op Sofie Muylle nagaan of de gsm-beelden stroken met de verklaring van de beklaagde.

Toch stellen strafpleiters zich soms vragen of het wel nodig is om zo ver te gaan met het gebruiken van beelden in een openbare zitting. “Procureurs en burgerlijke partijen willen dat vaak tonen om te demonstreren hoe wreedaardig de dader is, maar soms is dat niet nodig”, zegt strafpleiter Johan Platteau, die al meer dan tachtig assisenzaken bepleitte. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat er ook beelden getoond worden bij beklaagden die al bekend hebben. “Als in het verslag staat dat een dader 70 keer in iemands lichaam gestoken heeft, heeft het dan veel meerwaarde om al die wondes ook nog eens uitvergroot op een tv-scherm te tonen? Er zijn beelden bij die ik nooit ga vergeten, en ik ben al wat gewend. Ik kan me voorstellen dat dat voor gewone burgers nog choquerender is.”

Misschien doet het proces van Renaud Hardy, inmiddels drie jaar geleden, nog een belletje rinkelen. Daar ging achter gesloten deuren een veertig minuten durende video te zien zijn van hoe de dader zijn slachtoffer vernedert, misbruikt en vermoordt. Maar na twee van de vijf fragmenten werd de vertoning stopgezet, omdat het voor een aantal juryleden te heftig werd. “Ik zie dat beeld nog voor mij: een deel van de jury zat daar compleet verschrikt, met de ogen gesloten", zegt advocaat Walter Damen, die op de zitting aanwezig was. “Ik heb zelf al veel lijkschouwingen gedaan. Maar collectief naar zo’n verkrachtingsbeelden zitten kijken, is echt heel bevreemdend. Zeker met publiek erbij lijkt het gewoon heel slechte cinema. Met de psychologische kwelling die dat veroorzaakt, wordt te weinig rekening gehouden.”

Burgerplicht

Het tonen van beelden gebeurt altijd na overleg tussen de verschillende partijen. Zo kunnen nabestaanden vragen om bepaalde beelden niet te tonen. Zij kunnen ook de zaal verlaten, mochten bepaalde beelden te heftig zijn. Maar van juryleden wordt verwacht dat ze de beelden wél bekijken – het is nu eenmaal deel van de burgerplicht. “Maar als er juryleden beginnen weg te kijken, moet je toch nadenken of er geen andere mogelijkheden zijn”, zegt Damen.

Behalve waarschuwen voor expliciete beelden, zou de voorzitter de jury bijvoorbeeld ook de optie kunnen geven om te signaleren als de beelden te heftig worden. “Maar in de meer dan vijftig asissenzaken die ik al heb gedaan, heb ik dat nog nooit gehoord", zegt Damen. De strafpleiter wijst er bovendien op dat de beelden altijd in het dossier blijven zitten. “In plaats van de volledige video’s in een volle assisenzaal te tonen, zou je ook slechts enkele cruciale fragmenten kunnen komen. Over het overige videomateriaal kunnen de juryleden dan nog in beraad beslissen.”

Volgens persmagistraat Johan Daenen zou het voor het verloop van het assisenproces echter geen goede zaak zijn als een jury een deel van de beelden in beraad zou bekijken. “De verschillende partijen en advocaten moeten over die beelden hun mening kunnen geven.” Enkele juryleden in naam van de hele groep de heftigere beelden laten bekijken, zou al helemaal geen goed idee zijn. “De stem van alle juryleden is evenwaardig, dan zou het vreemd zijn als de helft meer kennis heeft dan de andere.”

Toch heeft de zaak-Hardy tot nadenken gestemd, geeft Daenen aan. “Het heeft een ons doen inzien dat er toch grenzen zijn aan wat je aan een jury kunt vragen. Die mensen worden uit het dagelijkse leven geplukt en tot rechter gemombardeerd. Om dan meteen zulke beelden voorgeschoteld te krijgen, kan voor sommigen zeker te veel worden.”

Kunnen gechoqueerde juryleden dan rekenen op psychologische bijstand? In theorie althans wel. Volgens de wet is het de taak van de voorzitter van het assisenhof om de juryleden te informeren over waar ze eventueel terechtkunnen voor psychologische bijstand. Maar wat dat in de praktijk moet betekenen, is in geen enkel uitvoeringsbesluit vastgelegd. Bij concrete vragen wordt daarom doorgaans verwezen naar instanties als Slachtofferonthaal of Slachtofferhulp. “Maar dat is vaak slechts een momentopname", beaamt Daenen. “Om mensen echt op te volgen, moeten er specifieke budgetten en organisaties toegewezen worden. Zoals bij meer zaken in assisenprocessen zie je hier een groot verschil tussen theorie en praktijk. Als men juryleden vraagt om hun burgerplicht te doen, zou een betere omkadering zeker op zijn plaats zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234