Zondag 28/02/2021

Voor u uitgelegdCovid-19

Heeft het nog wel nut om winkelkarren en deurklinken te ontsmetten?

null Beeld Wouter Van Vooren
Beeld Wouter Van Vooren

Steeds meer onderzoek toont aan dat de kans op besmetting van het coronavirus via een oppervlakte als een deurklink of winkelkar, erg klein is. Heeft het dan wel nog nut om die te ontsmetten?  

Postpakketjes uitpakken, de computermuis van een collega bedienen of een winkelkar nemen aan de ingang van een supermarkt: sinds het coronavirus deel is geworden van ons leven, gaat daar niet zelden een hele ontsmettingsronde aan vooraf. 

Al van in het begin van de coronacrisis maken politici en experts ons attent op het belang van handen wassen en ‘contactoppervlakken’ ontsmetten. Wegens gebrek aan data over het coronavirus baseerden ze zich daarvoor op talrijke studies die de overdracht van andere respiratoire virussen via fomieten – met virus besmette oppervlakken – aantoonden. Snel volgden studies over het coronavirus, waaruit bleek dat het virus wel twee tot zes dagen aanwezig kon blijven op gladde oppervlakken. 

Niet gek dus dat de eerste golf ook een wereldwijde schoonmaakdrift met zich meebracht. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseerde om contactoppervlakken in scholen, openbaar vervoer en winkels te desinfecteren. Marc Van Ranst leerde ons hoe we onze handen een minuut lang moeten wassen, schoonmaakpersoneel kreeg trainingen om deurknoppen, koffiemachines en bureaus te ontsmetten, en we leerden dat we onze bankkaartpin ook prima met een wattenstaafje kunnen intoetsen.

Maar sinds de zomer komen er steeds meer kanttekeningen bij die eerste studies. Die werden namelijk uitgevoerd met onrealistische concentraties virus, van miljoenen tot tientallen miljoenen virusdeeltjes. Dat is veel meer dan de honderden tot duizenden virusdeeltjes die in uitgehoeste of -geademde druppeltjes zitten, schreef microbioloog Emanuel Goldman in The Lancet. “Enkel als een patiënt hoest of niest op een oppervlakte en een ander zou deze plek binnen de twee uur aanraken, is het mogelijk om het virus over te brengen. Maar dan blijft nog de vraag of er genoeg actief virus is om die tweede persoon ook te besmetten.”

Ventileren

Het virus moet namelijk een hele weg afleggen om, bijvoorbeeld, via een winkelkar een ander te besmetten. Het virus moet dan eerst van je luchtwegen naar je handen geraken, dan op de winkelkar overspringen, vervolgens op de handen van de volgende klant om in zijn luchtwegen te eindigen. “Bij elk van die tussenstappen verliest het virus in hoeveelheid. Je hebt dus wel erg veel virus nodig om besmetting over te dragen”, zegt Van Gucht. 

Ook studies uit Israël en Italië toonden aan dat de hoeveelheid virus dat teruggevonden werd op oppervlaktes in ziekenhuizen en quarantainehotels te klein is om anderen te besmetten. “In de praktijk is de kans op besmetting via oppervlaktes erg gering”, concludeerden de Italiaanse onderzoekers. 

Inmiddels weten we bovendien dat het virus zich voornamelijk verspreidt via druppels die mensen direct aan elkaar overdragen, of via kleinere druppels – aerosolen – die in een gesloten ruimte langere tijd in de lucht blijven zweven en zo anderen besmetten. “Aerosolen en druppeltjes zijn de autosnelwegen van het virus, verspreiding via oppervlaktes eerder een kleine theoretische zijweg”, zegt Van Ranst. “Binnenruimtes ventileren moet dus de eerste prioriteit zijn, zeker in deze wintermaanden.” 

Maat voor niets? 

Is die hele schoonmaakdrift dan een maat voor niets? “Dat zou een slechte redenering zijn”, zegt Steven Van Gucht. “Net omdat sinds de coronacrisis zieke mensen thuisblijven en we massaal onze handen wassen, laten we weinig virusdeeltjes achter op oppervlaktes. Maar stel dat we ons daar niks hadden van aangetrokken, zouden we dan hetzelfde zien? Je kan zeker niet uitsluiten dat besmettingen zo kunnen plaatsvinden.” 

Bovendien was focussen op hygiëne volgens Van Gucht een ‘quick win’. “Dat verspreiding via druppels belangrijk was, dat wisten we van in het begin. Vandaar dat we voortdurend benadrukten om afstand te houden. Maar ook op vlak van hygiëne konden we veel vooruitgang boeken. Iets als handen ontsmetten in de supermarkt roept bovendien weinig weerstand op.”

Ook nu raden de virologen aan om de oppervlaktes die we vaak met onze handen aanraken, zoals deurklinken of winkelkarren, te ontsmetten. Maar het belangrijkste is nog steeds om regelmatig je handen te wassen”, zegt Van Ranst. 

Al moeten we ook niet te ver gaan met onze hygiënemaatregelen. “Het leidt soms tot wat ik hygiënetheater noem”, zegt Van Gucht. “In landen als Spanje of Frankrijk zag je hele equipes die hospitalen, straten of muren gingen desinfecteren. Daar hebben wij gelukkig nooit aan meegedaan. Dat is niet alleen ecologisch onverantwoord, maar ook nutteloos in de strijd tegen corona.” Ook in ons land gingen sommigen wel erg ver met ontsmetten. Van Ranst waarschuwde in april al dat we moesten opletten “geen smetvrees te creëren. We hoorden vaak dat mensen bij thuiskomst alle verpakkingen gingen desinfecteren of de producten een paar dagen buiten lieten staan. Dat advies hebben wij als virologen echter nooit gegeven.” 

Volgens Van Ranst en Van Gucht zou het wel een goede zaak zijn als we de huidige aandacht voor hygiëne doortrekken in het postcoronatijdperk. “We zien nu veel minder gevallen van griep, hersenvliesontstekingen of RS-virus bij kinderen. Dat is niet enkel aan handhygiëne te wijten, maar het kan zeker meespelen. Als we ook na deze coronacrisis vaker onze handen wassen en minder in onze handen hoesten, zou dat een goede zaak zijn”, zegt Van Gucht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234