Zaterdag 07/12/2019

Heeft El Niño het weer gedaan?

Rukwinden tot honderdvijftig kilometer per uur hebben Europa geteisterd. Zelfs de maandagstoet op carnaval Aalst is afgelast wegens het stormweer. Dat heeft mogelijk iets te maken met El Niño, het weerfenomeen dat sinds mensenheugenis ellende brengt.

Van een winderig en somber vliegveld in Honolulu, Hawaï steeg een week geleden een Gulfstream IV op van NOAA, de Amerikaanse overheidsdienst voor oceanografie en meteorologie. Aan boord van het toestel: elf wetenschappers, technici en piloten en een weelde aan meetapparatuur. Plus Henry Fountain, wetenschapsjournalist vanThe New York Timesdie hem nu wel eens met eigen ogen wil zien: El Niño, het spreekwoordelijke weermonster dat zich sinds vorig najaar aan de evenaar van de Pacific opbouwt. Dat gebeurt eens in de twee tot zeven jaar, maar ditmaal is het een grote. Misschien wel de grootste ooit, vermoeden experts al sinds december.

De afgelopen maanden kan zich daardoor haast geen extreem weerincident voordoen - van bizar warme kerstdagen in korte broek aan de Amerikaanse oostkust tot historische sneeuwstormen met snowboarders in New York en Washington - of de beschuldigende vinger gaat naar El Niño. 'Pacific Godzilla' noemen Amerikaanse media hem inmiddels, ergens tussen liefkozend en griezelend in. Maar hoe ziet zoiets er van dichtbij uit?

Fountain kijkt in zijn reportage 1.000 mijl van Honolulu uit het raam en ziet diep onder zich een glinsterende soep van donkere opkolkende stormwolken en ijzige witte mist, allemaal tekenen dat het uitzonderlijk warme oceaanwater beneden enorme hoeveelheden warmte en vocht omhoog pompt. Midden op de oceaan. Hier, zeggen NOAA-wetenschappers aan boord, wordt het weer gemaakt. Van de VS en ook van ver daarbuiten.

Gedurende de rest van de verkenningsvlucht doet het team een intensieve reeks waarnemingen, deels met kleine radiosondes met een parachuutje die worden afgeworpen via een speciale opening in het vliegtuig. Als ze een kwartier na het afwerpen 12 kilometer lager in zee plonzen, hebben ze een schat aan gegevens naar het vliegtuig en een speciaal luisterstation op een van de atollen doorgeseind over windrichting, windsterkte, vochtigheid en temperatuur. Die getallen zijn de basisbestanddelen voor een beter en gedetailleerder inzicht in de onderdelen van de weermotor die El Niño is. In principe, zegt een van de onderzoekers, kunnen weermodellen met de gegevens uit het hart van de weermachine betere prognoses leveren dan de huidige, statistische voorspellingen.

De komende maand staan nog tientallen waarnemingsvluchten gepland. Nieuw is de inzet van een heuse drone, de Hawk, die van 20 kilometer hoog observaties doet. De sterkste El Niño sinds mensenheugenis mag dan een bron van ellende zijn in sommige delen van de wereld, het is ook een wetenschappelijke buitenkans, mailt onderzoeksleider Randall Dole.

Op zich is El Niño een vertrouwd verschijnsel voor moderne meteorologen. Het werd voor het eerst opgemerkt door Peruviaanse zeevaarders als een warme golfstroom voor de kusten, rond 1880. Omdat dat eind december speelde, noemden ze de warme zee naar het kerstkindje: El Niño. Lang leek het een plaatselijk verschijnsel voor de Latijns-Amerikaanse westkusten, waar het de vissers dwarszat en veel regen gaf. Pas in het Internationaal Geofysisch Jaar 1957/58 bleek uit systematisch onderzoek vanaf schepen dat El Niño in feite de hele Pacific overspant, en later ook hoe precies.

El Niño, weten ze nu, treedt op als de normale passaatwinden van oost naar west over de Grote Oceaan afnemen. Normaal blazen die het warme bovenste zeewater naar de kusten voor Indonesië, waar dat extra verdamping geeft en veel neerslag. Aan de westkant van de oceaan welt tegelijk koud water uit de diepte op om het weggeblazen warme water te compenseren. De kou geeft voedselrijk water voor veel vis en leidt tot een relatief droog klimaat in landen als Peru en Chili.

Mensenlevens redden

Maar als de passaatwinden haperen, wordt alles anders. Het warmste zeewater blijft dan ergens halverwege de Pacific steken en hoopt zich op, de regens bij Indonesië blijven uit en vallen juist aan de oostkant van de immense oceaan, in Zuid-Amerika, vooral Peru en Ecuador. Doorgaans duurt dat tot het voorjaar, waarna de situatie terugkeert naar normaal. Als de zaak doorschiet, volgt er een zogeheten La Niña, waarbij de warmte juist extra ver naar het westen wordt geperst en de Grote Oceaan ongewoon ver afkoelt.

De huidige El Niño is een heftige, in elk geval in aanleg. Vorig jaar in juni wisten de meeste voorspellers zeker dat het in december raak zou zijn. En omdat zich in 2014 ook al een El Niño leek aan te dienen, die uiteindelijk niet doorzette maar wel de zee behoorlijk opwarmde, leek er in 2015/16 een extra sterke El Niño te kunnen zijn. Dat dat zo is, staat intussen vast. Metingen van het oceaanwater met satellieten en boeien lieten in december in het vaste meetgebied aan de oostelijke evenaar watertemperaturen tot 2,38 graden boven normaal zien, het hoogste ooit gemeten. Vanaf 0,5 graad is er sprake van een El Niño, deze loopt haast van de schaal. Van de 26 officiële El Niño's in de boeken waren alleen die van 1982/83 en 1998/99 van die omvang. Het vorige record stond op 2,24 graden warmer, ten tijde van de vorige hevige El Niño, die van 1998/99. Die kostte aan duizenden mensen het leven en zorgde voor miljarden aan schade.

Een El Niño volgens het boekje dus. Maar ook hors catégorie en dus een buitenkans voor nieuw onderzoek. Er zijn dan ook nog grote vragen, zegt El Niño-expert Sjoukje Philip. "Een vraag is waardoor een El Niño precies op gang komt, en vooral welke rol incidentele westenwinden daarbij spelen. Daarnaast is de dynamiek van El Niño zelf nog steeds moeilijk te voorspellen: wordt hij heftig of toch niet, en wat bepaalt dat? En de belangrijkste vraag is misschien wel of de gevolgen elders in de wereld niet beter te voorspellen zijn. Tijdig alarmeren kan mensenlevens redden."

Het grote probleem in de klimatologie, zegt expert Geert Jan van Oldenborgh, is de zogeheten attributie: wanneer kun je zeggen dat een gegeven weersituatie ergens het gevolg van is? "Neem de overstromingen in Engeland. Die passen volgens berekeningen in een opwarmend klimaat. Maar het blijft lastig om hardop te zeggen dat overstromingen klimaatverandering aantonen."

Statistisch gezien zijn de effecten van El Niño min of meer bekend, in elk geval regionaal. Dat is een kwestie van correlaties zoeken tussen de grillige El Niño-grafieken en de plaatselijke weerstatistieken.

De grote patronen zijn bekend. Aan de kust van Peru en Ecuador brengt het fenomeen heel veel regen, net als aan de andere kant van Zuid-Amerika, in Brazilië en Uruguay. Het zuidelijke deel van de VS is in zulke jaren vaak natter. In Indonesië en Australië zijn El Niño-jaren extreem droog.

Ook in Afrika is het rond de evenaar extra droog. De Hoorn van Afrika is daarentegen vaak juist veel natter. Overal leiden verstoringen van het normale weer tot problemen, van overstromingen tot verdorde oogsten. Op de beurzen is El Niño een gegeven waarmee rekening wordt gehouden.

Veel aanwijzingen over invloed op Europa, zijn er niet, stelt Van Oldenborgh. Het voorjaar in landen als Nederland en Duitsland verloopt doorgaans natter dan normaal. Spanje is wat droger. Maar groot zijn de effecten niet, en omgekeerd is ook niet iedere overstroming of storm hier een gevolg van El Niño. De uitzonderlijke warme kerstperiode is een gewone uitschieter. Hooguit van het type dat vooral in een opwarmend klimaat vaker zal voorkomen. "Met of zonder El Niño."

Wemelen van de fouten

Voor de Amerikanen is 'het monster' een heel ander verhaal. Statistisch is de invloed van de gebeurtenissen in de Pacific overduidelijk. Dat komt niet alleen door de relatieve nabijheid, maar vooral doordat de atmosfeer boven de evenaar letterlijk gekoppeld is aan die boven Noord-Amerika. Het is die koppeling die onderzoekers als Randall Dole van NOAA, met vliegtuigen en schepen boven de Pacific in weermodellen proberen onder te brengen.

Sleutel bij dat alles, mailt Dole een week voor de vluchten vanaf Honolulu beginnen, is de zogeheten diepe tropische convectie, het proces waarbij warmte via verdamping boven de hete oceaan omhoog de atmosfeer in wordt gevoerd. Als de waterdamp op tientallen kilometers hoog condenseert, dan komt daar warmte vrij en ontstaan windvelden die de reguliere straalstroom, een soort snelle windrivier in de atmosfeer, verstoren of versterken. "Normaal ligt de straalstroom ten zuiden van de VS. El Niño kan hem tot boven Californië en de zuidelijke staten brengen." Dat is de reden dat het daar in El Niño-jaren natter kan zijn dan normaal, wat na vier jaar extreme droogte een zegen zou zijn. Maar komen ze echt, de regens? En wanneer dan?

De modellen zijn er, maar vermoedelijk wemelen die nog van de fouten, denkt Dole. Nu moeten er zo veel mogelijk gegevens uit het hart van een echte El Niño komen, waarmee de invloed op het weer in de VS zo goed mogelijk wordt voorspeld en vervolgens vergeleken met wat zich echt aandient. Die cruciale gegevens gaat hij de komende weken hoogstpersoonlijk halen, op 12 kilometer hoogte, manoeuvrerend tussen woest kolkende wolken en heftige stormen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234