Zondag 31/05/2020

Heeft de politie het weer gedaan?

'Het mooiste speelpleintje kan een hel worden als er te weinig vuilnisbakjes zijn. Het leven van een kind kan op het spel staan als er in de buurt geen telefooncel is'

Luc Lamine

dient UG-onderzoekster Sofie De Kimpe van repliek

Volgens het onderzoek van Sofie De Kimpe (DM 31/5) zouden lokale politiechefs in Vlaanderen goede managers zijn, maar hebben zij nauwelijks kaas gegeten van gemeenschapsgerichte politiezorg. Hun zicht op criminaliteit zou beperkt zijn en hun opvattingen over de oorzaken van criminaliteit zouden meermaals nauw aanleunen bij die welke verspreid worden aan de toog van om het even welk dorpscafé.

De resultaten van haar onderzoek stemmen tot nadenken. Als politieman vraag ik mij bijvoorbeeld af of de Gentse onderzoekster niet ziek is in het bedje van de door haar gesmade lokale korpschefs. Welke inhoud geeft zij zelf aan het begrip gemeenschapsgerichte politiezorg? En daaruit volgend, heeft zij wel de juiste vragen gesteld aan de lokale politiechefs?

Bij een handtasdiefstal in een gemeentepark zal zelden iemand de groendienst met de vinger wijzen omwille van een onoordeelkundige aanleg van het park in functie van veiligheid. Integendeel, men zal eerder de politie verwijten niet talrijk genoeg in het park aanwezig te zijn geweest. Een inbrakenplaag is te wijten aan te weinig blauw en gillende sirenes op straat. Een afrekening in het milieu was mogelijk door een tekort aan politiepersoneel...

Telkens als het woord veiligheid of onveiligheid valt, wordt bijna automatisch gekeken naar de politie en vaak is het bon ton om die politie ook nog eens met de nek aan te kijken. Men vergeet, al dan niet bewust, dat een lokaal politiekorps binnen de ideeën over gemeenschapsgerichte politiezorg slechts één facet van het plaatje is. Zeer eenvoudig gesteld: een korpschef kan de gemeenschapsgerichte politiezorg in zijn korps niet realiseren als het beleid en het parket, en alle andere partners, niet in de waarde van dit project geloven en investeren.

Binnen die ideeën is op lokaal niveau de politie één partner, naast onderwijs, tewerkstelling, ruimtelijke ordening, huisvuilophaling, groendienst, brandweer, sociale huisvesting en... bewoners (belangenverenigingen, sportverenigingen, buurtverenigingen, buurtinformatienetwerken).

Het mooiste speelpleintje kan een hel voor de buurtbewoners worden als er - ik zeg maar iets - niet voldoende vuilnisbakjes zijn voorzien. Het leven van een kind kan op het spel staan als er in de buurt van een speelpleintje geen telefooncel te vinden is of als er geen directe toegangswegen voor brandweer of ambulances zijn. Dit speelpleintje zal voor de buurtbewoners een te mijden plaats worden als de struiken er wild om zich heen groeien of als er 's nachts onvoldoende verlichting blijkt te zijn, terwijl het dan weer juist een aantrekkingsplaats zal worden voor diegenen voor wie het niet bedoeld is. Het speelpleintje zal voor wrevel zorgen als de doelpalen op nog geen twintig meter van de woningen zijn opgesteld.

En daar gaat het bij gemeenschapsgerichte politiezorg in de eerste plaats om: samen-werken, aan de leefbaarheid en veiligheid, soms met zeer eenvoudige maatregelen.

In het lokaal politiekorps heeft de gemeenschapsgerichte politiezorg een belangrijke taak weggelegd voor de wijkwerking. En begrijp me niet verkeerd: binnen dit concept is een wijkagent geen vrolijke opa die met Jan en alleman een praatje slaat. Wijkwerking staat voor een buurtgerichte invulling van alle politionele opdrachten. Een van de fundamenten is dan ook een buurtgerichte interventie, recherche, preventie en nazorg, vertrekkende vanuit een politiemens vertrouwd, nee verbonden, met zijn of haar buurt.

Maar krijgen alle partners van het lokale beleid de nodige ondersteuning en middelen om van wijkwerking een absolute prioriteit te maken?

Een even belangrijke pijler is de nazorg. Ook hier is de lokale politie slechts één van de partijen. Wijkagenten kunnen criminele jongeren van zeer nabij opvolgen, maar hun taak wordt hopeloos als er onvoldoende opvang is voor jongeren die aan drugs zijn verslaafd, voor jongeren met psychische problemen, voor jongeren met gewelddadige familieleden. Een politiemens is geen dokter, psycholoog of straathoekwerker, hoewel hij, vaak ondergewaardeerd en bij wijze van samenlevingsdepannage, fragmenten van dit dienstbetoon in de praktijk brengt.

Kortom, de lokale politiechef is niet de enige en exclusieve hoeder en expert van de gemeenschapsgerichte politiezorg. Sofie De Kimpe had evengoed de ijsventer op de hoek kunnen vragen naar zijn ideeën over gezonde voeding om tot hetzelfde besluit te komen: dat hij wel goed ijs kan verkopen, maar van gezonde voeding weinig af weet.

Bovendien dateert haar studie al van enige tijd geleden, toen politiemensen van de voormalige rijkswacht en de gemeentepolitie nog volop bezig waren om elk vanuit een andere bedrijfscultuur een gemeenschappelijke cultuur te vinden. Als er in die tijd van verandering, ja soms verwarring, goede tot zeer goede managers (zo blijkt ook uit haar studie) aan het hoofd van de lokale politiezones stonden, dan is dat zeer positief.

Dan is het beleid er toch in geslaagd bekwame mensen op de juiste plaats te krijgen. Waarom die bekwame, gedreven mensen dan belachelijk maken? Waarom die verzuringsinjectie?

Hoe onheus is men als men de lokale politiechefs verwijt weinig af te weten van economische en financiële criminaliteit of milieucriminaliteit, terwijl iedereen die iets van het politielandschap kent, weet dat dit bevoegdheden van de federale politie zijn. Sofie De Kimpe legt de vinger op een wonde, maar haar vinger wijst naar de verkeerde mensen. Haar patiënt had het beleid moeten zijn, en het beleid, dat zijn wij allen samen, met een gedeelde verantwoordelijkheid.

> Luc Lamine is communicator

in veiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234