Donderdag 02/12/2021

Heeft de grote zaal afgedaan?

In KVS_Bol kunt u vanavond en morgen gaan kijken naar Mind Your Step van Simon De Vos. Wat daar bijzonder aan is? De omvang en uitstraling van de zaal - 500 zitjes, klassieke schouwburg - in relatie tot de leeftijd van de regisseur. Veel jonge dertigers lijken liever de kleine zaal of de straat te bespelen dan de grote scène.

De voorstelling van Mind Your Step in de KVS past in het traject 'Wie is er bang van de grote zaal?', dat de KVS in 2013 opstartte om jonge makers te begeleiden in hun ambitie voor de grote scène. Een nobel opzet, maar ook een overlevingsreflex, zegt KVS-dramaturg Hildegard De Vuyst: "We hebben een gloednieuwe schouwburgzaal, maar met wie gaan wij die de komende jaren vullen? Simon is op ons toegestapt met een duidelijke vraag en een interessante basistekst ('Plot Your City' van Paul Pourveur, EC), maar dat soort voorstellen dient zich verrassend zelden aan. Dus moeten we naar onszelf kijken: hebben we nagelaten jonge mensen te enthousiasmeren? 'Wie is er bang' is een eerste stap richting talentontwikkeling, uit eigenbelang, maar ook uit zorg voor de toekomstige vitaliteit van het theater tout court."

Er was nochtans een tijd dat het groeipad van een regisseur in de Lage Landen vanzelf leidde naar de grote zaal: experiment in de kleine zaal, repertoire in de grote, vervolgens internationale podia en/of opera. Ivo Van Hove, Luk Perceval en Guy Cassiers volgden elk op hun manier zo'n steil oplopend carrièrepad.

Logisch, zegt Joris Janssens van het Vlaams Theater Instituut: "Hoewel ze zich in de jaren tachtig verzetten tegen het gebrek aan dynamiek in de grote huizen, was zo'n groeimodel wel nog het meest vanzelfsprekende model." En dus vernieuwden de Ivo's en Guy's de grote theaters inhoudelijk, maar volgden ze carrièrematig het pad van hun voorgangers. Stefaan De Ruyck, die in 1998 Luk Perceval flankeerde bij het ontstaan van Toneelhuis: "Er was een grote motivatie om te bewijzen dat er beter theater kon gemaakt worden in de grote zaal, en al snel groeide de overtuiging dat ook de huizen zelf konden overgenomen worden." De generatie die die grote huizen vernieuwde, werd niet enkel regisseur, maar ook artistiek leider van een eigen huis.

Multitasken

Voor de generatie vlak daarna kwam de vernieuwing te laat: collectieven zoals De Koe en STAN hadden zich, mede onder invloed van Maatschappij Discordia, van de grote zaal afgekeerd en deden op de vlakke vloer hun goesting. Kleinschaligheid en direct contact met het publiek waren een ideaal dat moelijk te verenigen was met een groot plateau, laat staan met een negentiende-eeuwse schouwburg.

Maar dat de grote zaal ook een verantwoordelijkheid was, was een inzicht dat pas later rijpte. Theu Boermans, directeur van het het Nationale Toneel in Den Haag: "We hebben in de jaren zeventig en tachtig die verantwoordelijkheid van ons afgeschoven, maar we hebben te weinig beseft dat in de grote zaal het hart van de samenleving klopt."

Dat geldt in het bijzonder voor de stadsschouwburgen, die een symbolische plaats in het theaterlandschap bekleden. Midden in de stad zijn het nog steeds de plekken waar het gaat over... neen, niet over burgerlijkheid, maar over burgerschap. De Vuyst: "Spelen in de schouwburg betekent op het marktplein gaan staan, een megafoon vastnemen en spreken voor de stad en de wereld." Dat impliceert een politieke en maatschappelijke opdracht, beaamt ook Stefaan De Ruyck: "Als je een groot symbolisch gebouw runt, is daar een bepaald verwachtingspatroon rond. Mensen gaan zich op elk niveau bemoeien met wat je doet. Je kunt als jonge theatermaker dat gevecht aangaan - of niet. Dat is wat ik vandaag bij veel jonge gasten zie: de ambitie om in alle rust te werken is groter dan hun verlangen om zo'n gevecht aan te gaan."

Simon De Vos wilde dat wel, maar voelde zich tijdens zijn regieopleiding weinig gesteund: "Ik durfde nauwelijks te zeggen dat ik hoopte op een groot publiek, op een grote weerklank. Men vond mij ambitieus. Het model van de klassieke regisseur is sinds de jaren tachtig natuurlijk grondig gewijzigd. In die zin denk ik dat ik binnen mijn generatie een uitzondering ben."

De Vos ziet het scherp: de generatie dertigers van nu denkt en leeft anders dan de generatie van Van Hove en Cassiers. Het klassieke regisseursprofiel is vervangen door de multitaskende veeldoener. De grote zaal is niet langer dé plek om te veroveren, noch om uit te spuwen. Het is gewoon een van de talloze plekken waar theater kan gemaakt worden. Deze generatie 'barbaren', zoals Alessandro Barrico ze omschrijft, denkt niet in termen van groei, maar van kansen.

Lucas De Man van Stichting Nieuwe Helden: "We zijn niet tegen de grote zaal, wel tegen de idee dat we er twee keer per jaar verplicht repertoire moeten brengen. We willen alles proberen: de grote zaal én de kleine, locatie en huiskamertheater. Theu Boermans vroeg ooit wanneer er een generatie zou komen die hem van zijn stoel zou schoppen. Maar wij willen Theus stoel niet, wij nemen onze eigen stoel, of wij willen geen vaste stoel, maar een bank én een stoel. De revolte van deze generatie is niet gericht tegen de grote zaal of de schouwburg, maar tegen de onflexibiliteit van het bestel."

Al doende leren

Jobhoppen als toekomstplan: Lucas De Man lijkt het wel wat, maar grote structuren overleven nu eenmaal bij de gratie van continuïteit. Zo'n jonge regisseur betekent voor het huis een risico - een groot gebaar kan een grote mislukking opleveren. En niet enkel financieel. Ook de maker zelf staat op het spel, want hij loopt het risico zich al bij zijn eerste grotezaalproductie te 'verbranden'.

Cruciaal is dus dat de maker goed voorbereid aan de start komt. Een taak voor de toneelscholen? Natuurlijk, alleen is er in Vlaanderen geen regieopleiding die rechtstreeks voorbereidt op de grote zaal, zoals in Amsterdam. Wie stilstaat bij de rol van de toneelscholen ziet zelfs meer: in drie grote steden bevinden zich drie theateropleidingen (KASK Gent, RITS Brussel, Conservatorium Antwerpen) en drie schouwburgen - maar de wederzijdse interesse is gering. De Vos maakte in 2013 zijn eerste grotezaalproductie, Romeo & Julia, op aansturen en met ondersteuning van het Antwerpse jeugdtheater HETPALEIS. Hij leerde alles on the job.

De Vos: "Spelen in een grote zaal is een heel technische kwestie: het gaat over ruimte, zichtlijnen, projectie. Ik heb voor Romeo & Julia vooral veel gebabbeld met de chef techniek." Creëren voor de grote bühne vereist een specifiek metier, en laat nu net dat metier de laatste decennia een beetje in de verdrukking zijn geraakt. Alsof groot(s) theater geen zaak is van kunst én kunde tegelijk.

Een gespecialiseerde Vlaamse regieopleiding zou één ding zijn, maar sowieso zal zo'n opleiding banden moeten aangaan met de huizen - al was het maar omdat niet elke school een grote scène heeft, en je geen theater maakt vanuit het klaslokaal. Tot die tijd zit er voor de grote structuren niets anders op dan zelf aan talentontwikkeling te doen. Geen evidente opdracht, want wie talent een kans wil geven, moet beschikken over tijd, geld en goede coaches.

KVS probeerde het onder meer met Raven Ruell en Ruud Gielens, maar de samenwerkingen liepen spaak op artistieke meningsverschillen. NTGent schoof de voorbije seizoenen Julie Van den Berghe en Peter Verhelst naar voren, met wisselend succes. Toneelhuis lijkt het grotezaalprobleem nog het best op te vangen met zijn model van zeven makers(groepen) die om beurten de Bourla bespelen. Maar ook het Antwerpse stadstheater heeft een verleden van 'vertrekkers' - Wayn Traub, Lotte van den Berg, Peter Missotten - die niet allemaal even goedschiks gingen.

Geldzaken

Als er één ding duidelijk wordt, is het wel dat jonge regisseurs met ambitie voor de grote zaal coaching op maat nodig hebben. Een project als 'Wie is er bang van de grote zaal?' is een stap in de goede richting, al gaat die stap volgens sommigen niet ver genoeg. Workshops rond licht en geluid, zoals het traject aanbiedt, werken inspirerend, maar met kennis alleen maak je geen productie.

Voor Mind Your Step stelde KVS haar zaal en techniek ter beschikking, maar De Vos' gezelschap Sermoen en compagnie lodewijk/louis brachten zelf een rugzakje aan projectsubsidies mee. Moet een huis dat de 'toekomstige vitaliteit van het theater' genegen is daar ook simpelweg geen geld voor vrijmaken? De Vuyst pareert: "Twee weken grote zaal, met technische ondersteuning en atelier, representeert makkelijk 20 à 30.000 euro." In het geval van Mind Your Step kwam het goed, want toen de subsidies lager uitvielen dan verwacht, sprong het Brusselse stadstheater alsnog bij met productionele ondersteuning.

Simon De Vos gaat dus vanavond in première, en droomt al van een vervolg: "De grote zaal blijft me aantrekken. In die grote toneelmachine komt alles samen: tekst, beeld, geluid. Dat jaagt angst aan, maar als het lukt geeft het een geweldige kick."

Mind Your Step, morgen en zaterdag in de KVS_Bol. www.kvs.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234