Donderdag 28/01/2021

Boekenreview

Heeft de brief nog een toekomst?

Beeld THINKSTOCK

Brieven krijgen rake klappen in het digitale tijdperk. Binnenkort wordt het likken aan een postzegel even exotisch als de stoomboot, zo voorspelt Simon Garfield in Ode aan de brief. Blaast de handgeschreven brief echt zijn laatste adem uit?

Soms zoeken boeken toenadering tot elkaar. Herkennen ze zielsverwanten, waarmee ze geheime conversaties voeren. Althans, zo stel ik mij voor dat het er soms aan toegaat in mijn bibliotheek, bij nachte. En voor u me gek verklaart: het is de enige vorm van magical thinking die ik mij permitteer.

Zo heerste er de voorbije weken opwinding in de afdeling 'brievenboeken'. Met de komst van Ode aan de brief van de eloquente Brit Simon Garfield en Brieven van belang van Shaun Usher kon de pret niet op. Sinds jaar en dag heb ik een zwak voor het epistolaire genre. Vaak word ik op mijn wenken bediend door de schrijversbrieven in de reeks Privé-domein. Is het een heimelijke bevrediging van een soort literair voyeurisme? Of is het de ongepolijste toon die een brief zo attractief maakt?

Nog steeds zijn de brieven van Jeroen Brouwers in Kroniek van een karakter onovertroffen, net als de missiven van Gustave Flaubert, vol ongezouten meningen, parelende zinnen en geworstel aan de schrijftafel. En ook de brieven van Herman de Coninck of Gerard Reve zijn letterkundige mijlpaaltjes.

Garfield haalt talloze schrijvers aan boord om aan te tonen hoe essentieel de handgeschreven brief ooit was. Niet alleen vormde de brief een scharnier in de handelsrelaties. Voor schrijvers als Petrarca, Lewis Carroll, Jane Austen, John Keats, Madame de Sévigné, Henry Miller of Ted Hughes waren ze eten en drinken. En hoe anders had de geschiedenis van de tragische geliefden Abélard en Héloïse eruitgezien zonder brievenverkeer?

Beeld THINKSTOCK

Zegelscheefplakkers

Garfield krabt zich in het haar over hoe de brief zal overleven in dit digitale tijdperk. "De laatste brief; wij gaan het nog meemaken. Het verval en de veronachtzaming van de brief - als prijs van de vooruitgang - zal een ongekende nederlaag zijn."

Zeg nu zelf, wanneer viel er op uw deurmat nog een vorstelijke, gesoigneerde brief van niet-zakelijke allure? Brieven zijn een uitstervend genre, weggedrongen door e-mail en Skype. Paradoxaal genoeg is er nooit meer schriftelijke communicatie dan nu. Maar een brief waar je eens goed je rug voor recht en vervolgens de vingers rond een vulpen krult voor een eerbiedig antwoord? Zelfs een ansichtkaartje wordt een curiosum, want de jacht op postzegel en brievenbus zijn er teveel aan.

En dan te bedenken dat geliefden ooit de postzegels op een prentkaart kantelden als geheime liefdesboodschap. 'Zegelscheefplakkers', zo heetten die stiekemerds. Toch is het verre van denkbeeldig dat de dagelijkse postbezorging binnen een paar jaar voorgoed verdwijnt, nu de Canadese post aankondigde dat je over vijf jaar brieven als vanouds weer in het postkantoor moet ophalen. Goed mogelijk ook, zegt Garfield, dat "het likken van een postzegel voor een komende generatie even ouderwets lijkt als de stoomboot".

Toch trapt de bevlogen Garfield niet in de val van de nostalgie. A.F.Th. van der Heijden zet met een bevlogen inleiding de toon van het boek. Niemand kan dat beter dan hij, want Van der Heijden bewaart elk van zijn 15.000 geschreven brieven als duplicaat in zijn archiefkasten. Een brief noemt hij simpelweg een "gevouwen woord". Van der Heijden treurt nog altijd over de botte verbrandingsoperatie van zijn moeder, die de liefdesbrieven van haar vader uit Nederlands Indië in de potkachel deponeerde.

Vervolgens schrijft Garfield met veel tremolo de 'kroniek van een verdwijnend fenomeen'. De vroegste brief? Die werd gereconstrueerd uit Romeinse houtsnippers, ontdekt bij de Muur van Hadrianus in de garnizoenstad Vindolanda, rond 130 na Christus. Garfield merkt op hoe tweeduizend jaar later de aanhef en afscheidsgroet van een brief nagenoeg dezelfde is als in de antieke tijd. Van de Romeinen is ook de hilarische formule: "Excuus voor de lange brief, ik had geen tijd voor een korte". En wist u dat in mei 1849 officieel de brievengleuf aan de Britse deuren werd ingevoerd?

Garfield geeft ons geregeld ironische instructies voor 'de perfecte brief', rijkelijk puttend uit ouderwetse handleidingen vol formele regeltjes. Hij snuistert rond bij brievenverzamelaars en veilinghuizen, die munt slaan uit allerhande papieren kattebelletjes en epistolaria. Nee, hij heeft het niet begrepen op de speculanten die de prijzen kunstmatig de hoogte injagen, zeker nu beroemde schrijversbrieven gegeerd goed zijn.

Beeld THINKSTOCK

Konijn op de bus brengen

Verder probeert hij te achterhalen waarom Jane Austen zo'n saaie brievenschrijfster was. En wat te denken van de onorthodoxe methoden van Oscar Wilde om post te bestellen? "Hij nam, omdat hij zo geniaal was en het zo druk had met geniaal te zijn, vaak niet de moeite brieven op de bus te doen. In plaats daarvan plakte hij er een postzegel op en gooide de envelop eenvoudig uit het raam. Hij vertrouwde er blind op dat een voorbijganger de brief zou zien, zou aannemen dat iemand hem per ongeluk had laten vallen en in de dichtstbijzijnde brievenbus zou deponeren."

Dat is klein bier in vergelijking met de ondernemingen van weirdo Reginald Bray, die "de vindingrijkheid van het Engelse postsysteem" tot het uiterste op de proef stelde. Nadat hij de postinstructies nauwlettend had gelezen, verstuurde hij onder meer de schedel van een konijn en een koolraap, om vervolgens over te schakelen op een bolhoed, een bakpan, hondenkoekjes, een fietspomp, uien en een handtas (met postzegels erin). Bray zette zijn orgelpunt in 1900, toen hij boudweg zichzelf liet verzenden, "door het postkantoor een bedrag aan port te betalen om hem lopend naar huis te brengen."

Was Bray op zijn eentje de wegbereider voor Zalando en andere onlineshops, die hun spullen via de post aan huis leveren? En ligt daar de toekomst van het postwezen? Of de brief nu echt op verdwijnen staat, blijft koffiedik kijken. Garfield wijst erop dat hij al zo vaak ten grave is gedragen, bijvoorbeeld door de intrede van telefoon en telegraaf. Maar zijn grootste angst cirkelt rond het gemis van een tactiele sensatie. Dat magische moment wanneer de brief op de deurmat ploft: "de ijle blauwe ritseling van een luchtpostenvelop, de pronkerige zwaarte van een formele uitnodiging of het blije niesje van een bedankbriefje."

Simon Garfield, Ode aan de brief, Podium/Luster, 431 p., 25 euro.

Beeld Podium luster
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234