Dinsdag 18/06/2019

Hechte kliekjes en knusse relaties in Japan

Zelden - sinds de Tweede Wereldoorlog eigenlijk nooit - hebben de Japanners een zo goede buitenlandse pers gehad. Zelfs in Zuid-Korea hebben de kranten niets dan lof voor de zelfdiscipline van de gewone Japanners in barre omstandigheden. Dat is niet gering, want de Koreanen zijn niet echt de dikste vrienden van Japan.

Maar de Japanse functionarissen hebben minder geluk. Buitenlandse waarnemers, hulpverleners, journalisten en regeringswoordvoerders hebben veel geklaagd over het gebrek aan duidelijkheid, laat staan betrouwbaarheid van de officiële Japanse verklaringen over de rampen na de massieve aardbeving die het noordoosten van Japan op 11 maart trof. Alles wijst erop dat ernstige problemen werden omzeild, bewust verborgen of gebagatelliseerd.

Nog erger was de onduidelijkheid over wie verantwoordelijk was voor wat. Soms leek het er sterk op dat de Japanse regering zelf in het duister werd gehouden door de leiding van de Tokyo Electric Power Company (Tepco), de eigenaar van de kerncentrales die straling in de grond, de zee en de lucht laten lekken. Er kwam een punt waarop eerste minister Naoto Kan de managers van Tepco moest vragen: “Wat is er in ’s hemelsnaam aan de hand?” Als Kan het niet wist, wie dan wel? Zelfs de machtige Japanse bureaucraten, die normaal verondersteld worden te weten wat ze doen, leken net zo hulpeloos als de verkozen politici.

Als gevolg van de exotische cultuur van Japan denken veel buitenlanders dat alles er anders werkt. Die perceptie is niet noodzakelijk verkeerd. Taalgebruik is een belangrijk aspect van een cultuur. Japanse functionarissen houden hun uitspraken vaak opzettelijk vaag, om geen verantwoordelijkheid te moeten opnemen als het fout loopt. Dat is een bijna universeel trekje van machthebbers, maar sommige verklaringen gaan verloren in vertaling. Als een Japanse ambtenaar zegt dat hij iets “ernstig zal overwegen”, bedoelt hij “nee”. Dat wordt niet altijd goed begrepen.

Cultureel exotisme kan echter de officiële Japanse reactie op de rampen na de aardbeving en de tsunami niet verklaren. De Japanners hebben nu zelf evenveel kritiek als de buitenlanders, of misschien nog meer, op de onbeholpenheid van hun politici en de ontwijkingmanoeuvres en verwarrende uitspraken van Tepco.

Sommige mensen ontvluchten zelfs de relatieve veiligheid van Tokio. Ze hebben geen vertrouwen meer in de regering en in Tepco, dat in het verleden gevaarlijke gebreken van zijn kerncentrales in de doofpot heeft gestopt. In 2002 bleek uit een onderzoek dat Tepco de regering valse cijfers had verstrekt, ongevallen had verborgen en barsten letterlijk had verstopt.

Het verlies van het vertrouwen van het publiek in de Japanse overheid zou zorgwekkend zijn als het tot een crisis van de democratie zou leiden. Maar het kan ook een bron van noodzakelijke veranderingen zijn. Want hoewel het Japanse stelsel bepaalde traditionele componenten bevat, is niet de cultuur maar het systeem het probleem.

Japan heeft altijd een paternalistisch bestuur met een ingewikkelde, vage hiërarchie gekend. Tijdens de oorlog was de keizer in theorie almachtig maar in de praktijk relatief machteloos. Maar toch was er nooit een dictator. Beslissingen waren het resultaat van obscure onderhandelingen en verborgen rivaliteiten tussen bureaucraten, keizerlijke hovelingen, politici en militairen, vaak beïnvloed door verschillende soorten binnen- en buitenlandse en soms gewelddadige druk.

De naoorlogse politieke orde was niet langer oorlogszuchtig maar bleef even duister. De bureaucraten werden de poppenspelers van onderbetaalde, slecht geïnformeerde politici die op het regionale vlak zaakjes deden met de grote bedrijven, terwijl de bedrijven op hun beurt samenspanden met de bureaucraten. Zolang Japan het Westen probeerde in te halen en alle middelen van de overheid en de industrie op de economische groei concentreerde, werkte dat systeem uitstekend. Het was zelfs een bron van afgunst voor veel westerlingen, die genoeg hadden van lobbyisten die alleen aan hun eigenbelang dachten, lastige vakbonden en bemoeizuchtige politici. Vandaag zijn die westerlingen vaak verliefd op het paternalistische en even ondoorzichtige, ondoorgrondelijke politieke systeem van China.

Maar het was dit systeem dat de problemen schiep die we nu met Tepco associëren. Hechte kliekjes van bureaucraten en managers zorgden ervoor dat een voor de economische groei levensbelangrijk nutsbedrijf niet werd gehinderd door strenge regels of politiek toezicht. De knusse relatie tussen de overheid en de bedrijfswereld - en Tepco was geen alleenstaand geval - uitte zich in de vele ambtenaren die na hun pensionering in de raad van bestuur belandden van ondernemingen die ze zogezegd hadden gereguleerd.

Veel Japanners zijn zich bewust van deze problemen. Dat verklaart waarom ze in 2009 op de Democratische Partij van Japan (DPJ) van Kan hebben gestemd en een einde hebben gemaakt aan een halve eeuw virtueel politiek monopolie van de behoudsgezinde Liberale Democraten. Een van de doelstellingen van de DPJ was een grotere transparantie van het politiek systeem: minder verborgen macht voor de bureaucraten, meer aansprakelijkheid voor de verkozen politici.

Het naspel van de aardbeving betekent dus een potentieel keerpunt. Als de relatief onervaren regering de schuld krijgt van alles wat verkeerd gaat, zullen de mensen misschien teruggrijpen naar de oude gewoonten van een kwalijk paternalisme. Maar als genoeg mensen beseffen dat net de oude gang van zaken het probleem en niet de oplossing was, hebben democratische hervormingen nog een goede kans. Dat zou op zijn minst een straaltje licht werpen in de somberheid die vandaag in Japan heerst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden