Vrijdag 18/10/2019

Hauspie: "Language Development Companies waren stap te ver"

Pol Hauspie naast Jo Lernout. Beeld UNKNOWN

De 'Language Development Companies' waren een stap te ver. Dat bekende Pol Hauspie in 2004 aan onderzoeksrechter-raadsheer Henri Heimans. Dat de constructies van de LDC's rammelden, lag in het feit dat toenmalig ceo Gaston Bastiaens zijn groeicijfers, die hij volgens Hauspie steeds te hoog inschatte, niet kon halen. "Toen dat bleek, verkrachtte hij alles wat in de weg zat. Structuren, procedures, klanten, alles", citeerde openbaar aanklager Ann De Braekeleer uit de geschreven verklaring van Hauspie.

Slechts een tiental nieuwe burgerlijke partijen hebben zich aangemeld, waardoor het openbaar ministerie (OM) meteen met de voortzetting van het requisitoir kon beginnen. Op de tweede dag van haar pleidooi diepte De Braekeleer het systeem van de LDC's verder uit.

Alle deskundigen die de constructie van de Language Development Companies hebben onderzocht, zijn van mening dat de inkomsten van die LDC's nooit als omzet mochten worden geboekt. Het OM anticipeerde zo op de te verwachten verdediging van bedrijfsrevisor KPMG.

De LDC's waren de taalbedrijven die op initiatief van de top van L&H werden opgericht om toepassingen van hun technologie in vreemde talen te realiseren. De LDC's betaalden telkens 3 miljoen dollar als vergoeding voor het gebruik van licenties. In 1999 betekenden die inkomsten 40 procent van de omzet.

Volgens een verslag van de gerechtsdeskundigen mochten de inkomsten van die LDC's nooit als inkomsten worden geboekt, wel als een lening. Indien de beklaagden volhouden dat met die LDC's het om een echte verkoop van software ging, dan nog waren veel voorwaarden niet vervuld om ze in de boeken als omzet op te nemen. Er was nooit sprake van een levering van softwaretools, er werd niet onderhandeld over contracten en die contracten maakten geen gewag van belangrijke afspraken. Er was bovendien meestal geen invordering van de 3 miljoen dollar, omdat de top van L&H voor veel LDC's zelf voor de financiering moest zorgen. "KPMG zal wellicht de objectiviteit van de deskundigen aanvechten en zeggen dat hun werk ondermaats is, maar ook een aantal andere experts zijn hun mening toegedaan", aldus het OM.

Schuldgevoelens


Arthur Andersen, het nieuwe L&H-management rond Philippe Bodson, intern L&H-auditor Erwin Vandendriessche op de buitengewone aandeelhoudersvergadering van april 2001 en de Amerikaanse beurswaakhond SEC hebben op een of andere wijze het standpunt van de gerechtsdeskundigen onderschreven.

Het OM citeerde nadien uit een verklaring van Hauspie, "die blijkbaar als enige schuldgevoelens had tijdens het onderzoek". In 2004 gaf hij aan de onderzoeksrechter toe dat de LDC's een stap te ver waren. "Gaston Bastiaens haalde zijn zijn cijfers niet toen we aan het spreken waren met investeerders. We konden aan zijn druk niet weerstaan", citeerde het OM uit de bekentenis. Op dat ogenblik was L&H bezig met het uitwerken van het franchisingsysteem, maar onder druk van Bastiaens, aldus Hauspie, werd de oprichting van die LDC's versneld. "Het concept was zodanig scheefgetrokken dat we zelf niet konden teruggaan naar de investeerders", bekende Hauspie. (belga/dm)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234