Zaterdag 10/04/2021

Hardwerkende Amerikaan wil niet ruilen met Italiaanse levensgenieter

Europeanen gaan eerder op pensioen, hebben meer vakantie en doen minder overwerk, toch willen Amerikanen niet ruilen

Candia Canavese

Bloomberg

Felice Carola en zijn vrouw Rosita uit het Italiaanse Candia Canavese hebben veel gemeen met Paul en Karen Highbarger uit Hagerstown in de Amerikaanse staat Maryland. Het gaat om echtparen met een dubbel inkomen en een eigen huis op een uur van een grote stad. Allebei hebben ze een kind op de universiteit. De mannelijke gezinshoofden werken allebei in de auto-industrie. Ze willen binnenkort met pensioen gaan.

En daar beginnen de verschillen.

Carola, die voor Fiat in Turijn werkt, kan dit jaar op 55-jarige leeftijd stoppen met werken. Highbarger, die 46 is en bij Mack Trucks werkt, moet doorgaan tot hij 64 is. Hij en Karen zijn dan van plan zelf een zaak te starten. "Ik houd ervan om te werken voor extra geld waarmee ik leuke dingen kan doen", zegt hij.

Een transatlantische kloof in werktijd en loopbaanlengte is een van de redenen waarom de Europese economie minder snel groeit dan de Amerikaanse. Europeanen gaan eerder op pensioen, hebben meer vakantie en doen minder overwerk. Hun loopbaan is ook korter. En een flink deel van de Europeanen werkt helemaal niet.

Decennia van handelsliberalisering, open grenzen en monetaire eenwording hebben Europa niet dichter bij de Verenigde Staten gebracht als het aankomt op economische productie. Niet alleen wordt er in Europa minder gewerkt, de Europese Unie kent ook hoge werkloosheidsvergoedingen die de prikkel om werk te vinden, wegnemen en de overheid veel geld kosten. Elk van de 280 miljoen inwoners van de EU produceerde vorig jaar 25.200 dollar in goederen en diensten, terwijl de 287 miljoen Amerikanen elk 35.500 dollar produceerden, zo blijkt uit cijfers van de Oeso.

Europeanen produceren dus gemiddeld maar 69 procent van wat de Amerikanen voortbrengen. In 1985 was dat cijfer 65 procent, na correcties voor koopkracht. In 1991 bereikte het cijfer zijn hoogste punt: 71 procent.

Dat wordt weerspiegeld in het vertrouwen van beleggers. Zelfs nu de boekhoudschandalen de Amerikaanse aandelen flink doen zakken, is de Dow Jones dit jaar minder sterk gezakt dan de Italiaanse Mib30-index of de Duitse DAX. De kloof tussen Italië en de VS is iets kleiner dan gemiddeld in Europa: het bruto binnenlands product per Italiaans hoofd bedraagt 70,6 procent van dat in de VS.

"Dat verbaast me niks", zegt Alberto Alesina, een hoogleraar economie aan de universiteit van Harvard die in Milaan geboren werd, en zich specialiseert in Europees-Amerikaanse kwesties. "Ondanks de hervormingen in Europa zijn de VS nog altijd veel productiever en innovatiever. En daar zijn goede redenen voor."

De Europeanen hebben een kortere werkweek, hebben meer vakantiedagen en gaan eerder met pensioen, zo blijkt uit cijfers van de EU. Ze zijn ook minder goed geschoold. Vergeleken met de VS brengen ze 13 procent minder tijd op school door. Dat alles drukt de productiegroei.

Niet meer dan 61,6 procent van de Italiaanse mannen hebben een baan of zoeken daarnaar. In de VS is dat 74,4 procent, zo blijkt uit cijfers van het Amerikaanse bureau voor arbeidsstatistieken. En terwijl 60,1 procent van de Amerikaanse vrouwen een baan hebben of ernaar zoeken, is dat het geval voor niet meer dan 35,7 procent van de Italiaanse vrouwen. Rosita Carola, een onderwijzeres, is een uitzondering.

Felice Carola (54) ziet zichzelf niet als iemand die weinig werkt. Hij heeft gelijk. Hij vond voor het eerst een baan toen hij 14 was. Als hij met pensioen gaat, heeft hij veertig jaar lang gewerkt. Op dat moment ontvangt hij een pensioen van de overheid dat 80 procent bedraagt van zijn huidige loon. Hij verdient nu 19.000 dollar per jaar. Inclusief de busrit naar Milaan (een uur heen, een uur terug) is hij dagelijks elf uur weg van zijn huis met drie slaapkamers en twee badkamers.

Wat hij het liefst doet, is zijn zeventienjarige zoon Andrea naar de roeivereniging brengen, aan het meer in het dal. Ook brengt hij graag tijd door met zijn driejarige kleinzoon Alex. Vakanties brengt hij thuis door of aan het strand.

"Wat heb je eraan om maar te werken en dingen te kopen, als je uit het oog verlies wat er echt toe doet in het leven?", vraagt hij zich af. "Ik besteed liever tijd met mijn kinderen."

Carola is zeker van zijn job. Volgens de Italiaanse arbeidswetten is het heel moeilijk om iemand te ontslaan in een bedrijf met meer dan vijftien werknemers. Eerder dit jaar stelde premier Silvio Berlusconi voor om kleine bedrijven die doorgroeiden tot meer dan vijftien werknemers, toch vrij te stellen van de wet. het gevolg was een algemene staking die het land op 16 april lamlegde. De terroristen van de Rode Brigades schoten een arbeidsdeskundige van de overheid neer. Berlusconi trok na de staking het voorstel terug en heropende de gesprekken met de vakbonden. Twee van de drie grootste Italiaanse bonden zijn bereid een tijdelijke wijziging van de wet toe te staan.

Terwijl Felice Carola 40 uur per week werkt en zijn vrouw Rosita 27 uur, draait Paul Highbarger bovenop zijn gewone 40 uur wekelijks nog 12 tot 20 uur aan overuren. Karen (44), een inpakster bij een bakkerij in de buurt, werkt wekelijks minstens twee uur extra bovenop haar gewone werkweek van 41 uur. Ze doet de nachtdienst, van 23 uur tot 11 uur.

De Highbargers hebben een huis met vier slaapkamers, twee badkamers en een keuken die vol staat met de modernste apparatuur. Ze hebben ook een rijkelijk ingerichte hobbykamer, een ligbad en een motorfiets. Tijdens hun vakanties boeken ze een cruise naar de Caraïben of gaan ze naar het strand in Zuid-Carolina.

"We vinden dat we het goed getroffen hebben", zegt Highbarger. Hij heeft een snor, draagt vaak een baseballpet en brengt zijn vrije tijd het liefst door op de tribune bij stock-car-races.

Felice Carola heeft vier weken vakantie, Paul Highbarger maar twee. Allebei hebben ze ook vrij met Kerstmis, als de fabriek tijdelijk sluit. Rosita heeft als onderwijzeres de hele zomer vrij. Karen Highbarger moet grote moeite doen om vakantie te krijgen in de periode die ze wil. Werknemers die langer voor het bedrijf werken, hebben de eerste keuze als het op vakantie aankomt. Soms lukt het niet om tegelijk met Paul vrij te krijgen.

De verschillen zijn ook zichtbaar bij de andere generaties. De Highbargers hebben vier zonen, in leeftijd variërend van 16 tot 23. De oudste drie hebben een baan. Christopher (20) is eerstejaars op de universiteit en betaalt zijn studie door als gezondheidsinspecteur te werken. Om geld uit te sparen, woont hij nog bij zijn ouders, hoewel de meeste studenten in zijn land op kot gaan.

De Carola's hebben ook een zoon op de universiteit: de 24-jarige Matteo. Hij studeert aan het polytechnisch instituut in Turijn. Zijn opleiding wordt, net als voor elke Italiaanse student, gesubsidieerd. In zijn geval kost dat de staat 1.000 euro per jaar. Zoals veel jonge Italianen woont hij nog thuis. Als hij voor zijn studie in Turijn moet zijn, logeert hij bij zijn grootmoeder. Hij denkt af te studeren als hij 25 is. Zijn zus Donatella werkt als verpleegster, terwijl de 17-jarige Andrea nog op de middelbare school zit.

Highbarger noch Carola zou willen ruilen. "Het beviel me daar helemaal niet", zegt Carola, terugdenkend aan de reizen die hij voor Fiat naar Californië en Delaware moest maken. "Italiaanse arbeiders zijn beter beschermd, en we hebben meer tijd voor hun gezin" Paul Highbarger op zijn beurt zegt dat hij zich beter voelt bij het veeleisende Amerikaans.e systeem, omdat hij daardoor de dingen kan kopen die hij wil hebben. De 35-urige werkweek in Frankrijk vindt hij waanzin. "Hoe lang iemand wil werken is niet iets waar de overheid zich mee moet bezighouden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234