Donderdag 01/10/2020

‘Hard werken om goed te zijn, daar gaat het om’

Tot gisteravond hingen de koppen van de hele cast van De Ronde tegen de muur van zijn Woestijnvisbureau (je kan het ook een kot noemen), handig voor de structuur in z’n eigen hoofd. Ze mogen weg nu. Vandaag is de eerste dag na De Ronde. “Nu ga ik weer boeken lezen”, zegt Eelen. De 1,4 miljoen kijkers van gisteravond kaarten ondertussen na. Over wie de grasmaaier gestolen had, over wat Dieter De Leus geleerd had van zijn bezoek aan de Havana, over hoe de broers Rik en Miel wegkwamen met de dood van hun broer Lou. Over de vrienden van het vluchtmisdrijf ook. Allemaal beantwoord in één aflevering. “Maar het lag toch allemaal op tafel? Er moesten beslissingen vallen en die vierde april 2010 moest een keer stoppen. Het kon allemaal op 55 minuten.”

Hoe heb je de voorbije zondagavonden eigenlijk zelf gevolgd? Zit je dan te kijken en hou je de reacties van je huisgenoten in de gaten?

“Wat ik probeerde, was te kijken alsof het door iemand anders was gemaakt, maar dat lukt natuurlijk niet. Mijn vrouw had vaak de eerste versie gezien, op pc en met een koptelefoon en dan zorgde ik wel dat ik op een plek zat waar ik haar kon zien. Maar dat is altijd zo geweest, ook in de tijd van Het eiland. Naar mijn ouders ga ik niet met zo’n eerste versie, maar zij reageerden natuurlijk wel altijd na de uitzending. Ze waren altijd heel ontroerd en dat vond ik op mijn beurt dan weer ontroerend.”

Ze waren nooit gechoqueerd?

“Door de Havana, bedoel je? Neen, daar schrikken ze niet meer van, ze kennen mij tenslotte al veertig jaar. Ze waren wel blij dat we die scène aan dat idee van een goed doel gekoppeld hadden. Mijn mama was een beetje ongerust, Chris (Willemsen, RVP) die met een varkenskop op anderman s hoofd gaat zitten, dat is toch een rauw beeld. Maar daarom was het zo belangrijk wat erop volgde. Het idee van de immorele Robin Hood die iets vreselijks doet om de juiste reden, zat al langer in mijn hoofd. (lacht) Als ik een echte John (de rol van Damiaan de Schrijver, RVP) zou zijn, zou ik het trouwens een waterdicht systeem vinden. Voor 100 euro per maand gaat niemand naar de politie stappen en thuis gaat niemand zich vragen stellen dat je plots elke maand voor ‘SOS Afrika’ stort.”

Hou je er wel rekening mee wat de gevolgen zijn voor je acteurs? Zal iemand nog ooit Chris Willemsen kunnen zien zonder aan die scène te denken?

“Marleen Merckx zal ook heel haar leven als Simonneke aangesproken worden, dat neemt niet weg dat ze een rol in ‘De Ronde’ kan spelen. En Chris had spijt dat de opnames erop zaten. Ik zag hem trouwens in de krant op een feestje voor de twintigste verjaardag van de Carré. Hij bekijkt dat heel nuchter en is heel fier op zijn rol. Volgens mij vindt iedereen hem sympathiek. Wat blijft is dat hij dat heel goed gedaan heeft.”

Ik voelde er vooral mededogen voor. Dat was trouwens een algemeen gevoel. Behalve met die racist, had je eigenlijk met iedereen te doen.

(knikt) “Het is sukkelen, ja. Zelfs de figuur die Wim Helsen speelt... Voor dat verhaal werd ik getriggerd door een echt verhaal van een ongeval waarbij vier gasten betrokken waren, ergens rond 3 uur ’s nachts. Ze zijn doorgereden, uiteindelijk besliste één van de vier om zich ’s ochtends aan te geven. Maar wat is er in die vier verschrikkelijke uren tussenin gebeurd? Wim Helsen vertelt een leugen en dan komt de vraag: wanneer stop je met je leugens? Als Tom Van Dyck doorheeft dat hij een misdrijf heeft gepleegd, dan denk je: zég het toch, smeerlap. Maar hij zegt het niet. Dat heeft iets psychopatisch, maar dat is het tegelijk niet. Hij is gewoon te ver doorgeschoten in z’n eigen verhaal.”

Als twee acteurs kunnen ontroeren door eenvoudig zij aan zij in de zetel naar de koers te zitten kijken, heb je dan te maken met geniale acteurs?

“Ach, die zijn zo goed... Naar de kop van Josse De Pauw kan ik blijven kijken. Ik kan zelf niet acteren, maar al sinds ik bij Vaneigens de eerste keer met Frank Focketyn en Tania Van der Sanden werkte, sta ik ervan versteld hoe accuraat ze een zin kunnen zeggen die ik geschreven had. En nog tien keer beter dan dat het in mijn hoofd zat.”

De negatieve kritieken op ‘De Ronde’ beperkten zich altijd tot: te traag, er gebeurt niks. Maar deze positieve reactie op Facebook lijkt interessanter. ‘Een emotionele splinterbom, zeer on-Vlaams’, schreef iemand. Waarom vinden we kwaliteit ‘on-Vlaams’?

“Het idee van ‘doe maar gewoon, dat is al zot genoeg’, daar hou ik niet van. De Ronde was universeel, vond ik. Maar ik begin aan zo’n serie niet met de ambitie om de wereld te veroveren, wel omdat ik het thema belangrijk vind. En de kracht van het acteren zie ik zo graag. Twee jaar geleden was ik in Los Angeles waar ik een boel amateurtheaters bezocht. Sjonge, we spelen ze allemaal naar huis. Als Jaak Van Assche in Amerika geboren was, dan speelt die in The Sopranos.”

Heb je ooit zelf geacteerd?

“Op het Sint-Pieterscollege in Leuven heb ik in een stuk van jongerenatelier Thespikon ooit een kolonel gespeeld die de hele tijd moest staan roepen. En thuis was ik een tijdje lid van ‘Toneel Linden’, de vader van Sergio speelde daar ook mee en ze brachten altijd stukken à la Slisse en Cesar of Waar de ster bleef stille staan. Tot de regisseur ooit met Jan Rap en zijn Maat op de proppen kwam. Daar heb ik een stotteraar gespeeld die zelfmoord pleegde. Maar ik kan het echt niet.”

Je bent een nagelbijter en je rookt en voor de eerste aflevering zei je in De laatste show dat je ongelooflijk zenuwachtig was. Vanwaar die zenuwen en die twijfels vooraf?

“Aan 1,9 miljoen kijkers voor de eerste aflevering had ik niet gedacht, maar omdat de koers erin zat, dacht ik wel dat het er veel zouden zijn. En hoe meer er kijken, hoe meer je er kan teleurstellen. Uiteindelijk zijn er 1,4 miljoen overgebleven en dat is heel veel. Maar natuurlijk is er gezonde twijfel. Niet dat ik na het succes van In de Gloria of Het eiland last had van druk. Maar je veroorlooft je wel veel als je een miljoen mensen, die zich op zondagavond in de zetel zetten, wil vermaken. Dus twijfel je. Maar tegelijk vind ik het interessanter dit voor Eén te doen dan voor 200.000 kijkers op Canvas, ergens ’s avonds laat.”

Welke reacties bevestigden je dat het goed zat?

“Vooral sms’jes of mails van de acteurs die meespeelden. Dat telt voor mij. De internetfora heb ik bewust niet bekeken, behalve een keer toen Radio 1 eens een item maakte over wat er op Twitter verscheen. Maar daar heb ik niks aan. Ofwel vinden de mensen het slecht en word je depressief, ofwel vinden ze het goed en daar kan je op dat moment ook niet veel mee aanvangen.”

Heeft Fabian Cancellara de reeks eigenlijk gezien?

“Nog niet, maar hij krijgt wel een kopie van de hele serie, net als Tom Boonen. Die mannen wisten op de Molenberg niet dat ze meespeelden in een parallel verhaal, maar we hebben echt wel geluk gehad met die editie van 2010. Dat was bijna Shakespeariaans: de twee sterksten zijn op dertig kilometer van de finish weg, ze helpen elkaar en op het einde gaat de beste weg. Die dag zelf vond ik het jammer dat Boonen niet mee was, maar achteraf gezien was dat een geschenk voor mijn verhaal. De koers van vorige week was zo’n wirwar in de finale, het zou verschrikkelijk geweest zijn om dat te moeten uitleggen.”

Donderdag liet je in Reyers laat het idee van een film vallen.

“Ik wil dolgraag fictie blijven maken, maar iets van negen keer vijftig minuten zie ik niet meer zitten. En dan blijft er niet veel anders meer over dan film. Door De Ronde heb ik geleerd dat ik puur drama kan maken, zonder altijd naar de nooduitgang van de grap te moeten. Dat zat er wel in, de roadmovie van Stefaan Degand en Koen De Graeve (in de serie Dieter De Leus en Lasse, RVP) was kermis, maar de scènes met Josse De Pauw, Paul Wuyts en Frank Focketyn (de broers Abeloos, RVP) waren dan weer heel sereen. Al die verhalen komen uit aanzetten en ideeën die ik al jaren had en televisie is daarvoor een machtig medium. Maar een reeks met een spanningsboog over negen afleveringen vreet ook energie en die wil ik eens stoppen in iets van anderhalf uur.”

Naar een scenario dat je zelf schrijft?

“Misschien moet dat. Al vraag ik me bij elk boek dat ik lees wel af: zou ik er een film kunnen van maken? Nadat ik Tirza had gelezen, heb ik een mail gestuurd naar Arnon Grunberg. Hij, of zijn manager, heeft me laten weten dat ze niet geïnteresseerd waren. Jammer, want ik denk dat je er een fantastische film van zou kunnen maken. Hij is trouwens verfilmd, maar ik heb hem niet gezien. Ook The Road van Cormac McCarthy had ik graag willen doen. Hij is verfilmd met Viggo Mortensen in de hoofdrol en stelde me een beetje teleur. Ik vond het een ultiem verhaal van menselijkheid, zeer inspirerend.”

Inspirerend, zei je net. Wie inspireerde jou?

(denkt na:) “Op vrij jonge leeftijd heb ik met Mark Uytterhoeven en Guy Mortier gewerkt en ik moest vaststellen: bij die mannen komt het er niet zomaar uit, die twijfelen ook en hebben slapeloze nachten. Hetzelfde zag ik bij Compagnie De Koe. Daar heb ik veel van geleerd. Die twijfel komt natuurlijk omdat je naar buiten komt met wat je doet en door het besef dat anderen dat beoordelen.”

Dat is eigen aan creatief bezig zijn. Jouw broers zijn allebei kunstschilders, jij doet dit vak. Is dat toevallig?

“Dat creatieve moet van ons moeder komen. Mijn vader is psycholoog, een fascinerende wetenschap die in de jaren ’70 nog jong was en waarover thuis aan tafel gepraat werd. De vraag waarom een mens doet wat hij doet, intrigeerde ons. Maar mijn moeder kon heel schoon schilderen en mijn mijn twee broers hebben dat van haar. Dirk heeft op dit moment meer succes dan Bert, maar ik vind ze allebei geweldig. Dirk vertelde me eens hoe hij twee weken gesukkeld had om het juiste grijs op zijn doek te krijgen en later herkende ik dat in de brieven van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo. Op de markt had hij een soort vermiljoen ontdekt. Hij beschreef hoe gelukkig hij daarmee was en hoe hij ermee geploeterd had. Dat vond ik zo ontroerend. Want daar gaat het over: hard werken om goed te willen zijn. Mijn broers zijn dan ook heel belangrijk. Wat de Frank (Focketyn, RVP) in De Ronde voor zijn broer deed, dat zou ik ook doen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234