Zaterdag 18/09/2021

Hans Vandeweghe blogt vanuit Peking: Hello Mister Hanze

null Beeld UNKNOWN
Beeld UNKNOWN

Hoe zo'n Olympische trip toch onder een speciaal gesternte kan beginnen. Net had ik op de vlucht van Hainan Airlines - direct van Brussel naar Peking, een aanrader als u tenminste in Peking moet zijn - kennis gemaakt met mijn buurvrouw op zitje 20C of er gebeurde iets vreemds.

Achterin het vliegtuig, helemaal op de laatste rij stond een zwarte man recht en schreeuwde: "I don't want to go to China. I want to stay here." Links en rechts van hem zat telkens een Chinees. Geen gewone Chinees, dat was duidelijk. Wit hemd met korte mouwen, kort haar, geprononceerde spieren en dezelfde verveelde blik: ze keken de man aan en deden niks. Ze wachtten, dat was duidelijk.

Het getier en gebrul duurde vijf minuten. De Nederlandse mevrouw naast mij - een wandelaarster uit een groep van zeshonderd wandelaarsters die voor het jubileum van de Nederlandse wandelbond China gingen afwandelen en gelukkig zaten ze niet alle zeshonderd op mijn vlucht - was net begonnen aan de uitleg over haar aangepast schoeisel en dempende sokken, toen haar rechtvaardigheidsgevoel het niet meer hield. Ze zou gaan vragen wat die herrie te betekenen had.

Ik zei: "Nou mevrouw, als ik u was, ik zou dat niet doen." Wat het te betekenen had, wist ik ook niet, maar het zag er niet uit alsof wij ons daar mee te bemoeien hadden. Toch niet als we op weg waren naar China. Ineens zweeg de zwarte man en zo gaat dat dan: die herrie weg, was hij ook uit onze gedachten verdwenen en konden we de wonderen van Coolmax aan de voeten exploreren. Verbaal dan.

Zoals gezegd, het was een prima vlucht, wat ook in niet geringe mate te danken was aan de beenruimte die voor mij was geregeld - dank aan iedereen die daar aan heeft meegewerkt. We lazen, we praatten, ik bracht mijn laptop op orde. Clean desk policy, ik geloof er heel sterk in.

Net voor het landen gingen de twee Chinezen met tussenin hun zwarte gast naar voren in het vliegtuig. Waar ze toen gingen zitten was mij een raadsel want de vlucht was vol, zeker in business. Zo was mij althans verteld waardoor ik geen upgrade kon krijgen. Later bij de douane zag ik de zwarte man, duidelijk een West-Afrikaan had ik aan het accent gehoord, heel rustig naast een luchthavenbeambte staan. Plat gespoten? Zou kunnen. Slim? Zou ook kunnen. Zo van je tetter maken, ín China, zoals hij op het vliegtuig in Brussel deed, was wellicht geen goed idee.

Hainan Airlines heeft nog een voordeel. Je arriveert in Peking op een bijzonder onchristelijk uur, tussen vijf en zes in de ochtend. Door de douane in 20 seconden - hierbij moet u wel weten dat wij olympiagangers overal speciale lanes hebben, meestal om ons te pesten of te checken maar in deze om ons te helpen - binnen de tien minuten de bagage en twintig minuten na de landing zat ik in een taxi. Uiteraard wist die niet waar hij heen moest.

Dat komt namelijk hierdoor: alle, maar dan ook álle Chinezen worden nogal vroeg bijziend. Meestal in sneltempo waardoor het lijkt alsof ze nooit de juiste bril dragen. Ik had het adres uitgeprint, maar handig formaat visitekaartje en in het Chinees nog wel, maar dat kon de brave man niet lezen wegens te klein en geen bril. Gelukkig ken ik Peking een beetje (echt wel maar een beetje) en kon ik hem uitleggen hoe hij moest rijden en toen ik het naburige metrostation eindelijk goed uitsprak, wist hij het ineens. Polié en niet Poly Plaza, hij glunderde.

Dit was mijn vierde keer in China, tweede keer Peking, van een schokeffect was geen sprake meer. De eerste keer China, zou die meetellen? Ik heb daar geen bewijs meer van. Dat was in 1998 toen ik de tijd moest doden tussen twee weken Japan en twee weken Bangkok en een week in Hongkong ging zitten (dat was voor een buitenlands medium, dus geen zorgen maken over de kosten).
Ik sprak er met de voorzitter van het Hongkongs Olympisch Comité over de sport in zijn land. De man was schatrijk als zoon en erfgenaam van het imperium van Henry Fok en verveelde zich steendood. Het gesprek kwam op stadionbouw en de sportindustrie en ik imponeerde de man met een powerpoint over de business van de sport.

Of ik twee dagen tijd had en mee wilde met hem naar zijn golf course in Zuid-China? Dat wilde ik wel, maar ik had een probleem: het waren mijn enige twee dagen in Hongkong en ik had een pak laten maken bij een Pakistaan. Afbestellen toch, zei Fok, maar dat ging zo makkelijk niet. De Pakistani wilde mijn voorschot niet teruggeven. Waarop Fok een Chinese hulp van achter de kast toverde - de heer Ming geheten - en hem naar mijn Pakistaan stuurde en in één moeite naar de Sheraton om mijn toilettas te halen.

Even later kwam Ming terug met wat verse kleren, toilettas en 100 dollar meer dan het voorschot. Ik heb Ming achteraf nog verschillende keren teruggezien en gecheckt: de Pakistaan leefde nog. Soit, wij naar China over Macau. Van douanecontrole geen sprake. Fok legde het uit aan het volledige Volksleger dat daar de wacht hield, terwijl we wisselden van auto: van Ferrari met stuur rechts in Mercedes limo met stuur links. Om een lang verhaal kort te maken, Fok heeft mij later gevraagd om te lobbyen in Europa voor het dossier van Peking als olympische stad. Dat heb ik beleefd geweigerd. In 2001 is Fok lid van het IOC geworden, op dezelfde sessie waar Rogge voorzitter werd en Peking is verkozen. Ik had drievoudig kingmaker kunnen zijn maar ik ben een bescheiden journalist gebleven.

De tweede keer China was in 2005 voor de Nationale Spelen in Nanjing, de vroegere hoofdstad van het middenrijk. Daar had ik het geluk Wang Caoye te leren kennen, een aankomende dokteres wiens moeder lerares Engels was en die mij en ZDF overal op weg hielp. Caoye wilde nu naar Peking komen en hoopte via mij in het Olympisch Dorp te geraken, zoals wij destijds door haar overal naar binnen werden gepraat. Ik heb haar moeten uitleggen dat zulks niet toegelaten was en ze is niet gekomen. Ik weet niet of ze mij geloofde.
De derde keer China was vorig jaar in oktober voor de marathon. Toen heb ik voor het eerst iets bezocht - de Verboden Stad, een aanrader - maar die befaamde Chinese Muur heb ik nog niet gezien en dat zal er ook nu niet van komen.

Ik tik dit stuk vanuit het Poly Plaza hotel waar ik de voorbije week heb verbleven aan een belachelijk lage 70 euro voor een nacht, inclusief gezond Chinees ontbijt, en waar ik vanaf gisteren verblijf aan het belachelijk hoge olympisch tarief van 300 euro per nacht, ongezond Westers ontbijt inbegrepen.

Ik checkte in als toerist maar dat was buiten de Chinese controlemechanismen gerekend. Op dag twee van mijn verblijf stond ik tussen tientallen mensen waaronder veel Westerlingen in de lobby geld uit de automaat te halen, toen een man op mij toestapte. "You are Mister Hanze?"

Yes, dat was ik. Welkom, zei de man. U bent de eerste. Ja maar, zei ik - meteen denkend aan mijn goedkope kamerprijs - ik ben nu een weekje toerist en ik word journalist vanaf 1 augustus.
Heel goed, zei de man, maar u was deze ochtend wel bij het Main Press Center.

Dat klopte ook en ik bloosde. Hij excuseerde zich in één moeite dat er geen persbussen waren. Die zouden beginnen rijden van 1 augustus. Ik vond dat helemaal niet erg want naast ons ligt het Swissotel, een hotel van de European Broadcasting Union, en daar hadden ze wel al bussen. Kleine moeite. "Als er iets is, ik kan helpen. Met al-les."
Zijn naam was Lin Sheng. Stevige man, getraind, strak in het hemd, gedecideerd Engels en duidelijk goed geïnformeerd.

Een dag later wilde ik de lobby uitsluipen, weer naar het MPC, toen er ineens een olympische bus stond te wachten. Van nergens uit kwam Mister Lin op mij toelopen. Brede glimlach. "The buses are up and running." "Dat zie ik", zei ik, "waarom nu al? Ik ben de enige journalist in dit hotel en ik heb die bus misschien drie keer nodig deze week en nu laat u een hele week elk uur de bussen aan- en afrijden." "You must be very important, Mister Hanze. BOCOG insist you must have bus."

BOCOG, dat zijn de organisatoren van deze Olympische Spelen. Sinds die dag stonden mij bij mijn terugkeer minimaal negen personeelsleden - hotel, security, staatsveiligheid, politie - op te wachten. Vier verschillende uniformen, om ter aardigst. Mijn rolkoffertje mocht ik zelf niet van de bus halen, dat deed iemand voor mij. Het enige wat wel moest, was de metaaldetector. En iedereen maar Mister Hanze en Mister Hanze en Mister Hanze, de hele lange lobby door tot aan de lift. Waar had ik dat aan te danken?

Ik vroeg het een dag later aan deputy hotelmanager Mister Li (niet Lin, maar Li, een andere), een babbelziek mannetje dat mij al zijn nicht had aangeboden want hij vond het zo zielig dat ik altijd alleen ging eten. Hij kende de reden. "You big friends in olympics."

Mijn aanmelding als journalist door de validering van mijn accreditatie had een mechanisme in gang gezet dat niet meer te stoppen was. Die derde dag was het lokale organisatiecomité mij komen vinden in de perszaal (drie voetbalvelden groot) en had mij gevonden. Mister Lin kende mijn naam, Mister Li kroop voor mij, iedereen kende Mister Hanze en zou voor hem zorgen en alleen omdat hij dik was met Rogge.

"Yes, well connected you are", zei Mister Lin in Jedi-Engels. Hij is head of security, toegewezen aan het hotel. "No government", zei hij erbij, maar ik geloof hem niet. Ik heb hem een T-shirt gegeven van het Belgian Olympic team. Versie 1992, lag al jaren in mijn kast, maar dat kan zelfs hij niet weten. (Hans Vandeweghe)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234