Woensdag 21/08/2019

Hang 'em high

Onlangs moest ik ambtshalve weer eens in de cocaïnehoofdstad van de toekomstige republiek Vlaanderen zijn. Ik besloot bij aankomst er behalve een nuttige, ook maar een mooie dag van te maken en dus verliet ik het station langs de apenkant, met niets anders dan de gedachte wat tijd te doden in de zoo. Ik ben nog van de tijd voor televisie en als je toen een wild dier wilde zien, kon je kiezen voor een Congo-reis, een album met chromo's van Liebig of een bezoek aan de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde te Antwerpen. Het werd dus vaak het laatste: ik ben zestig jaar na mijn eerste bezoek nog altijd een sucker voor de zogenoemde zoölogie en na ieder tweejaarlijks bezoek bedenk ik dat ik daar meer moet komen.

Al geef ik grif toe dat de Antwerpse stationsbuurt, net als elke stationsbuurt, niet mijn favoriete biotoop is in dit aardse tranendal. Ik word er wel eens aangeklampt door mensen die mij vragen een aandeel te nemen in de vernietiging van hun eigen leven en ik word daar zelden vrolijk van. Dus ook niet die keer, een week of twee geleden, toen ik nauwelijks nadat ik de stad betreden had al oog in oog stond met iemand die ik vroeger gekend had en voor wie de tijd niet écht mild geweest was. We keken elkaar een tijdlang aan en toe zei ze : "Je herkent me toch nog?" En ik zei "ja" omdat ik naar haar ogen keek en dacht: ja, die ogen ken ik.

We hadden een kort maar warm gesprek. "De mensen zeggen dat ik lelijk geworden ben", zei ze, vastberaden. Ik sprak dat tegen. Die ogen waren er nog en ze was vroeger zo mooi dat een beetje minder ook nog geweldig was. "En wie ben ik trouwens om te gaan oordelen wie mooi is en wie lelijk?"

Ze herhaalde het nog eens, wat de mensen zeiden. Ik zei : "De mensen! De mensen! De mensen zeggen wel dat ik dik ben."

Ze lachte en sprak: "Maar je bént ook dik!" En toen lachte ze weer, zoals vroeger.

Ik besloot de apen deze keer over te slaan en begaf me naar de tramhalte terwijl we enigszins huggend afscheid namen. Ik hoorde haar nog één keer zeggen "De mensen! De mensen!" en die bewoording vatte aardig samen waar ik zicht op had, daar op het Astridplein.

Toen viel mijn oog op een affiche voor een komend jazzfestival, ergens in een park. Volgens mij stonden er niet veel namen op van musici die écht jazz speelden. Iemand zou de mensen eens moeten uitleggen wat het verschil is tussen jazz en jazzy, bedacht ik. Tussen bagger en Thelonious Monk. Maar ik ga het niet doen. Ik heb zo al werk genoeg en ben bovendien in een levensfase beland waar controverse wel het laatste is wat ik aan mijn fiets wil hebben hangen.

Ik ga hier dus ook niets naars schrijven over rock-'n-rollchefs die weer eens hele dagbladen vol lullen over hun laatste trendy flutrestaurant, waar ze een 'erg betaalbaar menu' van slechts 200 euro per zulthoofd aanbieden aan de Nieuwe Vlaamse Bourgeoisie.

Fukkerdefuk, Kobewieter, denk ik dan. Vertel dat eens aan een dakloze die zijn gezin met geperimeerde pudding uit de vuilbakken van de Lidl voedt. Zeg dat tegen de zombies die in de voetgangerstunnel bij het Centraal Station in hun eigen kak liggen, dag in dag uit.

Terwijl ik dit schrijf, tracht de Brusselse burgemeester samen met zijn (politieke) bijzit Pascale Peraïta de dans van het onfatsoen te ontspringen door uit eerlijke (?) schaamte uit het politieke leven te stappen.

Ik bekijk ondertussen een film met mijn voormalige held Clint Eastwood in de hoofdrol. De titel is Hang 'Em High. Ik denk dat het om een romantische komedie gaat.

Maar ik kan me, zoals altijd, ook vergissen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden