Vrijdag 07/05/2021

Handleidingen bij het leven

Op z'n Amerikaans: 'Greep op het leven' van Judith Viorst en 'Bewijzen van liefde' van Stephanie Dowrick

Annick Schreuder

In het genre 'Hoe overleef ik mijn eigen leven' zijn onlangs weer twee nieuwe boeken verschenen. Van Amerikaanse makelij, haast ik me erbij te zeggen, want op de een of andere manier weten ze het in Amerika altijd beter.

Twaalf jaar na het succesvolle Noodzakelijk verlies (een boek over liefdes, illusies, afhankelijkheden en onmogelijke verwachtingen die we allemaal moeten opgeven om te kunnen groeien in het leven) komt Judith Viorst met een nieuw populair-psychologisch werk. Ditmaal behandelt ze ons levenslange gevecht tegen macht en overgave.

Zich baserend op een indrukwekkend aantal studies, onderzoeken, gesprekken en eigen observaties laat Viorst in Greep op het leven zien hoe macht en onmacht functioneren, zowel in de wetenschap als in het dagelijkse leven. Hoe weerstaan we de verleiding van een tablet chocolade of een taartje als we op dieet zijn? Hoe oefenen we controle uit over onze seksualiteit? Over onze kinderen? Ons werk? Onze dood? Welke machtsstrategieën hebben we ontwikkeld om ons lot in eigen handen te nemen, of worden we bepaald door onze genen? Viorst stelt interessante kwesties aan de orde, waarbij het stellen van vragen soms belangrijker is dan het geven van antwoorden. Stellingen als "Erfelijkheid is iets waar we mee beginnen, niet waarmee we eindigen" of "Naarmate de beheersing toeneemt, krijgt trots de overhand" doen het weliswaar aardig in dit soort boeken, maar zijn meestal niet veel meer dan populistische, semi-wetenschappelijke oneliners.

Controle impliceert beheersing en zelfbeheersing is daarvan een belangrijk aspect. Van Dale omschrijft zelfbeheersing als "het bedwingen van innerlijke aandrang, van zijn driften en hartstochten", en de verdienste van Viorst is dat zij dit mechanisme in zijn verschillende bewegingen laat zien. Een lief voorbeeldje:

De kleine Anna is het beu om aan tafel te zitten en wil haar dessertje. Ze drenst en jengelt en slaat met haar lepel op tafel. "Rustig," maant haar moeder, terwijl ze geïrriteerd naar de koelkast loopt om wat ijs te pakken. "Een beetje geduld, alsjeblieft." Als de vrouw terugkomt, treft ze haar dochtertje als in een stuip aan, volledig verstijfd, met dunne lippen en gebalde vuisten, met strak voor zich uit starende ogen en een vuurrood gezichtje. De vrouw laat het ijs uit haar handen vallen, rent op het kind af en schreeuwt: "Anna, was is er?" Het kind haalt diep adem, ontspant zich en zegt: "Ik heb geduld."

Stephanie Dowrick, een in Australië wonende maar van oorsprong Amerikaanse feministische journaliste en psychotherapeute (en auteur van Intimiteit en alleen zijn), benadert het begrip 'zelfbeheersing' vanuit een wat verhevener perspectief. In haar boek Bewijzen van liefde bespreekt ze zes deugden die zij tot leidraad van haar leven heeft gemaakt ten tijde van een ernstige persoonlijke crisis.

Geïnspireerd door het gedachtengoed van Roberto Assagioli, die met zijn psychosynthese een benadering van de psychotherapie voorstaat waarbij evenveel aandacht uitgaat naar het spirituele en het sociale als naar persoonlijke bewustwording en genezing, beschrijft Dowrick de louterende werking die, behalve van zelfbeheersing, uitgaat van moed, trouw, edelmoedigheid, verdraagzaamheid en vergevensgezindheid. Aan de hand van deze "mooiste eigenschappen die de mensheid ooit een naam gegeven heeft" is zij tot het inzicht gekomen dat "iemands omstandigheden worden gecreëerd door de kwaliteit van de aandacht en van de betekenis die iemand aan de gebeurtenissen in zijn leven geeft". De menselijke deugden bieden daarvoor het perfecte kader, omdat "ze ruim genoeg zijn alle sferen van het menselijk bestaan te omvatten". En daar zijn we toch allemaal naar op zoek, omdat ondanks het feit dat we "meer dan ooit overspoeld worden door informatie over hoe we moeten leven, ondanks het feit dat we rijker en hoger opgeleid zijn dan ooit, er toch overal wanhoop heerst".

Hoewel opzet en uitgangspunt van beide boeken dus verschillen, kennen Viorst en Dowrick een zelfde definitie en waarde toe aan het begrip 'zelfbeheersing' als weg naar (persoonlijke) vrijheid. Die persoonlijke vrijheid is, volgens Dowrick, nodig om "als we geluk hebben het inzicht te ontwikkelen dat we een steeds groeiende keuze hebben ten aanzien van wie we zijn en hoe we ons willen gedragen". Mocht deze conclusie u als tamelijk vrijblijvend in de oren klinken, dan heb ik er nog een voor u. Viorst concludeert namelijk dat onze controle onvolmaakt is. Het gaat erom, zegt ze, het (te veel of te weinig) opeisen van macht te erkennen en of het nu een illusie is of niet, "we moeten ons gedragen en verwachten te worden beoordeeld alsof we de macht hebben om vrije keuzes te maken".

Dowrick neemt haar eigen situatie als uitgangspunt en zoekt daar in de (vooral ook oosterse) literatuur, filosofie en godsdiensten aanvullingen op en bevestiging van, en komt zo tot algemene 'waarheden'. Deze manier van "empathisch erfühlen" en de lezers in de ervaringen laten delen verkleint de afstand tussen onderzoeker/auteur en het publiek, en vergroot de herkenbaarheid. Over moed zegt Dowrick: "dat is niet helemaal hetzelfde als dapper zijn. Pas als je wanhopig genoeg bent om in jezelf af te dalen en van daaruit de absolute waarheid uit te schreeuwen, kun je je eigen versie van moed ontwikkelen."

Viorst gaat iets afstandelijker, zakelijker, meer vanuit de psychologie te werk. Ook zij beschikt over een groot inlevingsvermogen, al leidt dat weleens tot verwarring, juist omdat zij een nogal wisselend vertelperspectief hanteert. De ene keer vertegenwoordigt zij met 'wij' de dwarse puberende tieners die zich tegen hun ouders afzetten, dan weer is Viorst 'een van ons' op de werkplek, en in weer een ander hoofdstuk staat zij eenieder met raad en daad ter zijde als begrijpende (groot)moeder. Haar manier van voorstellen lijkt daardoor soms op die van een alwetende verteller die kundig de vinger op de zwakke plek legt, die zich met iedereen, ongeacht ras, huidskleur, seksuele geaardheid of etnische achtergrond, slachtoffer of overlevende, kan identificeren. Ongetwijfeld goed voor de verkoop. Want ook al benadrukt zowel Viorst als Dowrick dat zij geen 'tienstappenplan' voorlegt, beide boeken bevatten zoveel tips en zijn zo direct geschreven dat je ze toch moeilijk niet als een handleiding kunt zien. Daar is niets op tegen, maar je moet ervan houden.

Judith Viorst (vertaald door Lilian Schreuder), Greep op het leven. Ons levenslange gevecht tegen macht en overgave, Anthos/Houtekiet, Amsterdam/Antwerpen, 399 p., 795 frank. Stephanie Dowrick (vertaald door Marlou Gemmeke en Anna Kapteijns-Bacuna), Bewijzen van liefde. De deugden in een moderne tijd, Contact, Amsterdam, 303 p., 660 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234