Zondag 19/01/2020

'Handenarbeid kan veel vluchtelingen én onze economie vooruithelpen'

Wie is de man die Studio 100 leidt, en die zopas een boek geschreven heeft? Hans Bourlon (54) is gek van Bruegel, droomt soms van Tasmanië en is peter van een vluchteling, Abdulfatah. 'In het diepst van mijn gedachten ben ik nog altijd een scoutsleider.'

Hij is niet de man van de grote theorieën, zegt hij zelf. En het is niet omdat hij een miljoenenbedrijf leidt, dat zich in zijn hoofd andere dingen afspelen dan bij gewone stervelingen. Hans Bourlon heeft een boek geschreven over dat hoofd van hem. Het is een boek vol met stukjes, en het heet De blik van Bourlon. Want wat je ziet en wat je denkt, ligt meestal erg dicht bij elkaar.

Sommige van die stukjes verschenen eerder al in De Tijd, de krant waarvoor hij elke veertien dagen een column schrijft, en ze gaan maar zelden over Studio 100. Ze gaan wel over de mens die Studio 100 leidt. Over zijn jeugd, zijn roots, de vluchteling die hij geadopteerd heeft, het beeld dat mensen hebben van een ondernemer. En over kunst. Bourlon blijkt een grote Bruegel-fan te zijn. Overal waar hij in de wereld komt, zoekt hij de zestiende-eeuwse schilder op.

Aanvankelijk was het plan dan ook om voor dit interview met hem naar het Antwerpse Museum Mayer van den Bergh te gaan. Het herbergt de kunstverzameling die aan het einde van de negentiende eeuw bijeengebracht werd door Fritz Mayer van den Bergh, een gefortuneerde kunsthistoricus. Een van de werken uit die collectie is Pieter Bruegels Dulle Griet, waarover Hans Bourlon schrijft in zijn boek. Maar Dulle Griet wordt momenteel gerestaureerd. Binnenkort vertrekt het namelijk naar Wenen, waar in oktober 2018 de grootste Bruegel-tentoonstelling uit de geschiedenis zal plaatsvinden.

Gelukkig is Brussel er nog. In het Museum Van Buuren in Ukkel hangt De val van Icarus, had Bourlon gemaild. Geen originele Bruegel, maar het schilderij is wellicht wel gebaseerd op een ontwerp van de oude meester, en wordt dan ook 'breugeliaans' genoemd.

Dit museum moet het mooiste zijn dat er in België bestaat. De magnifieke art-decowoning die David Van Buuren en zijn echtgenote in 1928 lieten bouwen is intact gebleven, en is met prachtige werken gevuld. Vooral Gustave Van de Woestyne is met 32 schilderijen goed vertegenwoordigd, maar ook Permeke, Ensor, Gustave De Smet en Rik Wouters zijn hier aanwezig.

Dat Bourlon over De val van Icarus schrijft, is geen toeval. Volgens die Griekse mythe maakt Daedalus grote vleugels voor hem en zijn zoon Icarus om te kunnen ontsnappen van het eiland Kreta, waar ze gevangen worden gehouden. Daedalus waarschuwt zijn zoon om niet te hoog te vliegen, zodat hij zijn vleugels niet aan de zon verbrandt, en ook niet te laag, zodat het water de vleugels niet te zwaar maakt. "Mooi in het midden vliegen, is het advies dat Icarus van zijn vader krijgt. Zelf heb ik ook die degelijke opvoeding gehad en die waarden meegekregen. Maar door het groeiende succes wordt het vliegen naar de zon wel een voortdurend risico. De kranten staan vol met verhalen van mensen die te hoogmoedig zijn geworden en de pedalen zijn verloren."

De afloop van het Griekse verhaal is bekend: Icarus komt toch te dicht bij de zon, verschroeit zijn vleugels, en belandt daardoor in de Egeïsche Zee. Op het breugeliaanse schilderij blijft de boer ploegen, staart de schapenhoeder in de lucht, en werpt de visser zijn hengel nog eens uit. Icarus' spartelende benen zijn slechts een detail in het geheel. "Iedereen kijkt de andere kant uit terwijl hij aan het verdrinken is. Wat vier eeuwen geleden werd geschilderd, gebeurt vandaag ook. Overal ter wereld zien mensen op hun smartphone continenten waar weelde heerst, en springen ze op een boot of doorkruisen ze de woestijn om die continenten te bereiken. 'Economische vluchtelingen' worden ze genoemd. Maar wie zijn wij om iemand het recht te ontzeggen om op zoek te gaan naar een beter leven?"

Ergens in zijn boek schrijft Hans Bourlon: 'Beste Pieter Bruegel, wij zijn u niet vergeten. Hoe dat komt? Omdat wij in uw schilderijen onszelf herkennen. Omdat wij vandaag, 500 jaar later, nog altijd zijn wie gij toen hebt geschilderd.'

Je bent een Vlaming, en je gaat altijd naar die roots terug, zegt Bourlon. "Hoe kun je vanuit je regio in de wereld treden, daar ben ik dag in, dag uit mee bezig. Ik voel toch dat we als Vlaming voor veel openstaan. We kunnen veel absorberen en relativeren, we kunnen wat schuiven met onze eigen principes. Dat is bij Franse of Amerikaanse ondernemers wel anders.

"Ook in Nederland denken ze veel mondialer. Wij zijn landbouwers. Onze nationale sport is veldrijden. De Nederlanders schaatsen op bevroren water. Zij zijn zeevaarders. Met ons bedrijf proberen we die Vlaamse mentaliteit wat te ontstijgen. Onze internationale distributie doen we vanuit onze vestigingen in Duitsland en Australië. Daar denken ze automatisch overseas: wat kunnen we naar Amerika exporteren? Een compleet andere ingesteldheid dan de onze."

De grootvader van Bourlon was ook een schilder. Hij volgde academie in Aalst. "Het was de tijd van de Eerste Wereldoorlog, en hij ging er te voet naartoe. Acht kilometer heen, acht kilometer terug, louter om te leren schilderen. Het grootste deel van zijn leven heeft hij plafonds in herenhuizen geschilderd, maar toen hij op pensioen ging, begon hij veel schilderijen te maken. Landschappen, zoals Valerius De Saedeleer (1867-1941) deed. Die was ook van Aalst. Maar mijn grootvader was iets minder geniaal dan hij. (glimlacht) Een van zijn werken hangt bij mij thuis. Als kind tekende ik met hem mee. Hij zat altijd bij het raam te werken, ik zat naast hem en deed na wat hij maakte. Maar zelf heb ik nooit academie gevolgd. Ik had er geen talent voor."

Terwijl we door het huis van David Van Buuren wandelen, vertelt Bourlon over zijn fascinatie voor de 20ste-eeuwse Gustave Van de Woestyne. "Hij is de modernistische Bruegel." Zijn verhalen zijn doorspekt met anekdotes over restauratietechnieken, kopieën, uitleningen en veilingen van kunstwerken. Hij is een kenner, zoveel is duidelijk. "Ach", zegt hij, "het is een hobby."

Handelaar in kunst, zou dat iets zijn als u over een volgende stap moet nadenken?

"(glimlacht) Ben ik dat al niet? Mijn collega Gert Verhulst en ik zijn gestart met verhaaltjes en liedjes schrijven, maar we hebben dat altijd verbonden aan een mercantiel idee. Entrepreneurschap combineren met het artistieke, dat is wat we al jarenlang doen. 's Morgens met enkele mensen aan een tafel zitten, en 's middags moeten er drie Plop-verhalen zijn. Zo hebben we er 370 gemaakt. Naast 700 Samson-verhalen en 150 Piet Piraat-verhalen.

"Het moeilijkste aan schrijven is het witte blad. Dat heb ik ook ervaren bij dit boek. Sommige stukjes zijn in twee uur geschreven, aan andere heb ik een half jaar geschaafd en geschrapt. Ik geloof heel erg in metier. Talent moet er ook zijn, maar het is vooral door noeste arbeid, gekoppeld aan voortdurende feedback, dat je steeds beter wordt."

Naar De val van Icarus is Bourlon ook komen kijken met de jonge vluchteling van wie hij peter is geworden, zo schrijft hij in zijn boek. Abdulfatah heet hij. Hij is zestien en uit Somalië gevlucht. "Hij is opgegroeid in een zeer streng land, waar je amper het gezicht van vrouwen ziet, waar je geen muziek mag draaien, waar Al-Shabaab terreur zaait. En dan komt zo'n jongen hier aan, en hier kan plots alles. Hier ziet hij overal halfnaakte vrouwen, in boekjes, op tv, op reclamepanelen op straat. Tegelijk krijgt hij de boodschap dat je vrouwen niet als een object mag behandelen. Begin er maar eens aan.

"Dit wijst er ook op hoe relatief onze eigen normen en waarden zijn. In de jaren zestig zou K3 niet hebben gekund. Twintig jaar geleden was Urbanus ook nog ophefmakend. Wat bedoelen we dan met onze normen en waarden? Die van vandaag? En moeten we dan de pretentie hebben om die op te dringen aan anderen?"

Misschien moeten we die pretentie hebben om net te voorkomen dat de preutsheid van twintig jaar geleden weer de norm wordt.

"Dat begrijp ik. Maar respect hebben is ook belangrijk. Polarisering tegengaan ook. Wat ik probeer te bereiken met die jongen is dat hij niet ontspoort. Zodat hij ergens terechtkomt en hopelijk een goed leven krijgt. Meer is het niet. Het is zoals de boer bij Bruegel, die zijn eigen stukje aarde bewerkt en hoopt dat er iets op groeit. Ik wil ook niet beweren dat ik hierin een voorbeeldfunctie heb. Ik kan alleen maar zeggen dat ik er veel aan heb gehad. Nog altijd.

"Abdulfatah is een moslim, en ik respecteer dat, maar de godsdienst leidt tot veel ellende in zijn land. Twee jaar is hij daar naar school geweest. En weet je wat hij er gedaan heeft? De Koran uit het hoofd leren. Van de planeten en de zon wist hij niks toen hij hier aankwam. Tellen kon hij amper. 'Kilometer per uur' hebben we met handen en voeten moeten uitleggen, dat was nauwelijks te snappen voor hem.

"Het enige wat je van nature leert, is praten. De rest leer je op school. De harde schijf van Abdulfatah is dus zo goed als leeg. Ze kan nog wel wat worden aangevuld, maar het kan nooit meer worden wat een Vlaams kind van zijn leeftijd meegekregen heeft."

Begrijpt u dat sommige mensen zich zorgen maken en zich afvragen of onze maatschappij dit wel kan opvangen?

"Ik denk dat mensen zoals Abdulfatah economisch gezien veel voor ons zouden kunnen betekenen. Laat me uitleggen wat ik bedoel. Onze pluchen Bumba-poppen worden in fabrieken in China gemaakt. We hebben ooit onderzocht of we het in België zouden kunnen doen, maar in Europa is er geen enkele fabriek die pluche maakt. Bovendien zijn er amper Vlamingen die zulk werk willen doen.

"Moeten we niet eens nadenken over het feit dat dergelijke arbeid hier vijftig jaar geleden nog wel gebeurde? Vlaanderen is beroemd geworden met de textielindustrie. Dat die producten nu, van grondstof tot fabriek en terug, een reis rond de wereld maken, is een heel kunstmatige situatie die ook ecologisch niet houdbaar is.

"Als we niet opletten, worden wij economisch gezien enkel nog een land van dienstverlening. Dat zou geen goede evolutie zijn. Je moet ook produceren. Volgens mij zouden laagopgeleide vluchtelingen als Abdulfatah op termijn dus wel eens de redding kunnen zijn. Zij willen wél die handenarbeid doen, want voor hen is dat de weg om vooruit te komen. Ik sta niet alleen met die visie. In The Economist, toch een heel liberaal blad, lees ik dat ook.

"Ik heb een heilig geloof in ondernemerschap en in mensen die hun lot in eigen handen nemen, zodat ze maximaal gelukkig kunnen worden. Daarnaast moet je ook een overheid hebben die maximaal voor je kan zorgen, want niet iedereen is in staat om voor zichzelf te zorgen. Maar je moet mensen wel uitdagen en prikkelen om het te proberen. Die kans moet een maatschappij geven."

Terwijl Chinezen in vaak deplorabele omstandigheden aan pluchen beren werken, wordt er hier veel winst gemaakt. Hoe voelt u zich daarbij vanuit ethisch perspectief?

"Zoals elk bedrijf komt ook dat van ons voor ethische problemen te staan. Dat is gewoon de realiteit. In Europa maken ze geen pluche, dus moet je naar China. De welvaart is daar de voorbije dertig jaar sterk gestegen. Achthonderd miljoen Chinezen zijn uit de armoede gehaald omdat Europa en de VS er produceren. Je zou dus kunnen zeggen dat we mee geholpen hebben aan de ontwikkeling daar.

"Aan de arbeidsomstandigheden stellen we ook zeer strikte voorwaarden. We hanteren de principes van de Verenigde Naties, en we werken met trajecten van verbetering. We zeggen bijvoorbeeld: nu bestellen we 5.000 stuks, als u de branddeuren veiliger hebt gemaakt, komen we terug.

"Het is heel belangrijk dat je nadenkt over ethisch ondernemen, maar uiteindelijk moet je als ondernemer je plan trekken. Je zit in een jungle: voor je het weet, kun je een slag in je nek krijgen, en dan is er niemand die voor je zorgt. Tien jaar geleden wilden we tekenfilms gaan maken, van Maya de Bij, bijvoorbeeld. In België is dat ongelooflijk duur, en zijn er ook maar weinig mensen die het technisch kunnen. In Frankrijk zouden we er subsidies voor krijgen. Eigenlijk moet je zoiets in Vlaanderen kunnen maken, ja, maar met de calimero uithangen schiet je niks op. Je moet het oplossen. En dus maken we nu tekenfilms in Frankrijk en in Australië."

We zitten in een tijdgeest waarin nogal argwanend wordt gekeken naar het grote geld. En dus ook naar ondernemers. Merkt u dat?

"Als ik in een school ga spreken, wat ik geregeld doe, zie ik vooral dat veel jonge mensen willen ondernemen. Omdat ze hun eigen baas willen zijn, en omdat ze bang zijn dat de overheid in de toekomst toch niet zo goed voor hen zal kunnen zorgen. Dat is fantastisch. De argwaan komt vooral door de onduidelijkheid.

"Voor een ondernemer is het heel belangrijk dat de overheid een duidelijk en eenvoudig kader creëert, zodat hij weet wat de regels zijn. En ik daag ik je uit: probeer maar eens uit te zoeken wat die regels zijn. In 2014 werden mijn naam en die van Gert Verhulst genoemd in een BBI-affaire (Bijzondere Belastinginspectie, red.). We hadden in een vennootschap een kapitaalverlaging uitgevoerd en volgens de BBI had dat een dividend moeten zijn. Op een dividend wordt een belasting geheven, op een kapitaalverlaging niet. De BBI had ons dus een schriftelijke vraag gesteld, wij hebben geantwoord, waarop de BBI besliste om toch geen belastingen te heffen. Niks aan de hand, met andere woorden.

"Maar wat die zaak wel aantoont, is dat er blijkbaar 'wegen tot belastingen' zijn. Je kunt 'optimaliseren', en je kunt 'de grenzen opzoeken', door bijvoorbeeld een vestiging in Monaco te openen. Er zijn financieel adviseurs die dat allemaal voorstellen als iets legaals.

"Uiteindelijk blijft er dus één vraag over: is het ethisch? En die vraag beantwoordt de wetgever niet, dat moet je zelf doen. Wij hadden onze onderneming in Ierland kunnen vestigen - in een brievenbus, want mensen zouden er niet werken - zodat onze auteursrechten dan tegen nul procent belast zouden worden. Maar we hebben het niet gedaan. We hebben ooit een financieel directeur gehad die ons een heilig principe heeft bijgebracht: zorg dat je nergens wakker van moet liggen.

"Niemand betaalt graag te veel belastingen. Wij ook niet. We willen correct belastingen betalen. Maar wat correct is, dat moet je jammer genoeg soms zelf uitzoeken."

U hebt wel de mogelijkheid om die routes te onderzoeken, Jan met de pet heeft die niet, en die krijgt ook elke maand een hogere factuur voor water en elektriciteit. Wordt u daar weleens door de mensen op aangesproken?

"Ik word eerder aangesproken op mijn bezit. Je voelt je soms een rondwandelende portefeuille. Ik weet niet altijd of mensen oprecht zijn tegen mij. Dat is moeilijk, ja. Hoe ik bepaal of ik mensen kan vertrouwen? Mijn eerste stap naar iemand is altijd positief. Wie het ook is. Ik geloof zelfs dat mensen kunnen veranderen en tot inzichten kunnen komen. Ik wil niet zomaar een stempel op iemand drukken omdat hij een fout heeft gemaakt."

Ook niet op iemand zoals Maarten S., uw naaste medewerker die fraude heeft gepleegd?

"Toen vastgesteld was wat Maarten had gedaan, wilde ik direct naar hem toe gaan. Ik wilde met hem spreken. Het mocht niet van onze advocaat, omdat het tot procedurefouten zou kunnen leiden, maar ik zou nog altijd graag met hem om de tafel gaan zitten. Ik wil begrijpen wat hij heeft gedaan. Misschien kan het ooit, op een dag."

In uw boek schrijft u ook over het ongeval dat enkele jaren geleden in een van de Duitse Studio 100-pretparken is gebeurd, waarbij een meisje van elf jaar door een attractie werd meegesleurd en om het leven kwam. In welke mate beschouwt u dat als uw verantwoordelijkheid?

"Dat is een vraag die ik me stel. Je denkt terug aan hoe het allemaal begon, met een hondje op tv. Waren we toen een andere richting ingeslagen, dan zou dat meisje niet verongelukt zijn. Maar zijn dat legitieme gedachten? Als er dadelijk wat olie uit mijn auto druppelt, kan er een bromfietser over uitglijden en sterven. Ongelukken zijn vaak een samenspel van verschillende omstandigheden. En soms ben je daar een schakel in. Het is overigens nog altijd heel onduidelijk wat er toen in Duitsland is gebeurd. Juridisch gezien is er tot nog toe altijd een vrijspraak geweest. Maar veiligheid blijft onze eerste bezorgdheid en prioriteit in al onze pret- en waterparken."

U schrijft ook over uw bekendheid, die even een piek bereikte door uw deelname aan De slimste mens, en daarna weer wegdeemsterde. Dat zal wellicht opnieuw veranderen, want dit is wel een vrij persoonlijk boek geworden.

"Ik heb daar wel wat mee geworsteld. Ik heb mijn leven nooit tentoongespreid, en nu doe ik dat wel. Hoewel. Je mag in mijn hoofd kijken, maar meer laat ik niet toe. Ik probeer de lezer te prikkelen met ideeën die mij bezighouden. Misschien houden ze hem ook bezig.

"Mensen vormen zich heel snel een idee over iemand. Zeker als je bekend bent. Daar gaat een van mijn stukjes ook over. Een man vertelt dat hij me in een restaurant gezien had, en dat hij me hautain vond omdat ik de hele avond het hoge woord gevoerd had. Of ik ook zo ben? (glimlacht) Opnieuw: dat is een vraag die ik mezelf stel."

U hebt filosofie gestudeerd, u weet veel over kunst, u zou perfect in de linkse artistieke club passen. Net vanuit die hoek is er weleens kritiek te horen op de producten die Studio 100 maakt, omdat ze te commercieel en te oppervlakkig zouden zijn. Wat doet die kritiek met u?

"Als er een goal valt in een voetbalwedstrijd, zijn er mensen in de tribune die juichen en mensen die boe roepen. Het is logisch dat er kritiek is. Maar het is jammer dat ze weinig op feiten gebaseerd is.

"En ik zie de wereld niet als een verzameling clubs. Ik ben een fan van Het Laatste Nieuws, maar ook van De Morgen. Ik denk dat de meeste mensen niet meer in vakjes denken. Die tijd is echt voorbij. Ik sta voor veel open, of het nu links of rechts of hoog of laag is."

U hebt ooit gezegd: 'Als iemand mij kan aantonen dat één kind schade opgelopen heeft door naar onze muziek te luisteren, stop ik er onmiddellijk mee.' Meende u dat?

(lacht) "Ik heb dat statement meer dan één keer gemaakt. En ik meen het, ja. Ik ben trots op wat wij maken. Maar laten we die kritiek ook niet overdrijven. Managers van het jaar, bedrijf van het jaar, applaus van het publiek, duizenden bezoekers van de shows en van de parken: het is vooral enorm veel erkenning die we krijgen."

Wat mij opviel, is dat er een verlangen naar vrijheid sluimert in uw boek.

(denkt na) "Op een gegeven moment besef je dat je leven in een bepaalde richting is gegaan, als gevolg van de keuzes die je vroeger hebt gemaakt. Ooit heb je een grote tak in een boom gevolgd en de vertakkingen ervan. Kun je die andere grote tak ook nog kiezen? Kan ik nog een andere richting uit? Het is een vraag die veel mensen zich stellen, denk ik.

"In het laatste stukje van het boek schrijf ik nogal radicaal over die vrijheid. En over de motorfiets die ik ooit gekocht heb. We waren toen juist met Studio 100 begonnen, in 1996. Het was een heel impulsieve aankoop, en ik ben er twee keer mee gaan rondzwerven door Zuid-Frankrijk. Alleen. Wat ik iedereen aanraad. Omdat je alles zelf moet beslissen. Ga ik iets eten, waar ga ik iets eten, welke weg zal ik inslaan? Heel confronterend. Dan besef je dat je in je leven heel vaak dingen doet voor andere mensen."

Een motor is natuurlijk het ultieme symbool voor vrijheid. Waarom hebt u hem weggedaan?

"Ik heb hem niet weggedaan. Hij staat bij mijn broer, die in het zuiden van Frankrijk woont. Zelf heb ik er nooit meer mee gereden. Het is nochtans een prachtexemplaar. Een oldtimer Harley Davidson. Zonder franjes, heel sober. Maar nee, tegenwoordig rij ik met de fiets. (lacht) Of ik genoeg vrijheid heb? Ik heb alle mogelijkheden. Het idee dat ik morgen naar Tasmanië kan vertrekken als ik wil en dat kan betalen, is ook een vorm van vrijheid."

Zou u dezelfde keuzes maken als u weer achttien zou zijn?

"Natuurlijk wel. Behalve één ding: ik denk niet dat ik opnieuw filosofie zou studeren. Het heeft me nochtans aangezogen toen ik achttien was, alsof ik geen andere keuze had. Eerst Latijn-Grieks en dan filosofie, dat zijn de meest abstracte studiekeuzes die je kunt maken. Waarom? Misschien blijkt dat uit mijn boek. Nadenken heb ik altijd veel gedaan. Eigenlijk heb ik nu pas de leeftijd voor zo'n studie. Alles wat ik over ondernemen moest weten, heb ik zelf moeten leren, via cursussen en bijscholingen.

"Ik heb een tamelijk wrange nasmaak overgehouden aan filosofie. Ik moest bijvoorbeeld de godsbewijzen van Thomas van Aquino uit het hoofd leren. Eerlijk gezegd werden er in het café in mijn dorp verstandiger dingen over God en de natuur verteld."

U hebt duidelijk geen hoge pet op van intellectualisme.

"Ik heb vooral iets tegen mensen die zich verheven voelen boven andere mensen. Dat trekt mij niet aan. Of het nu op moreel of intellectueel vlak is."

In een van uw stukjes zegt een collega-ondernemer tegen u: 'Jouw bescheidenheid doet je ego glanzen. Dat is jouw manier om een podium op te eisen.' Klopt dat?

"Een thema dat vaak terugkomt in mijn boek en in mijn leven, is leiderschap. In het diepst van mijn gedachten ben ik nog altijd een scoutsleider. Kun je die positie handhaven als je baas bent van zo'n enorm bedrijf? Ik ben niet hardvochtig, maar ik ben ook geen zacht ei. Ik weet wat ik wil, ik heb een doel voor ogen. Anders kom je er niet. Of ik dus bescheiden ben? Toen ik dat stukje schreef, dacht ik zelf ook: misschien ga ik hier wel érg ver in de introspectie. (glimlacht)"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234