Donderdag 17/10/2019

buitenland

Handelaars in macht: hoe een Amerikaans bedrijf dictaturen helpt

Februari 2014: in Oekraïne barsten protesten uit tegen het regime van Viktor Janoekovitsj, die mede met steun van McKinsey aan de macht is gekomen. Beeld REUTERS

‘Advies geven om levensomstandigheden te verbeteren.’ Dat is wat McKinsey officieel doet. Nochtans kunnen daar – zacht gezegd – nogal wat vraagtekens bij geplaatst worden. Het Amerikaanse bedrijf adviseert bedrijven en regeringen die het niet al te nauw nemen met mensenrechten en democratie, van Moskou tot Riyad. “Ze kozen ervoor met heel controversiële actoren samen te werken.”

De retraite van McKinsey & Co. in China dit jaar was er een om te onthouden. Honderden consultants van het bedrijf vermaakten zich in de woestijn, beklommen met kamelen zandduinen en verbroederden in tenten die door rood tapijt met elkaar verbonden waren. In een imposante banketzaal die deed denken aan het somptueuze hof van een sultan vonden vergaderingen plaats. De geprojecteerde slogan vatte de stemming samen: “Ik kan me niet bedwingen, ik werk voor McKinsey & Company”.

Vooral bijzonder was de locatie: Kashgar, de eeuwenoude stad op de zijderoute in het uiterste westen van China, een streek waar een ernstige humanitaire crisis woedt. Zowat 6,5 kilometer van de plek waar de consultants van McKinsey hun werk bespreken, zoals het verstrekken van advies aan enkele van de belangrijkste Chinese staatsbedrijven, staat een nieuw interneringskamp waar duizenden etnische Oeigoeren worden vastgehouden. Het maakt deel uit van een uitgebreid netwerk van indoctrinatiekampen waar de Chinese overheid een miljoen mensen heeft opgesloten. Een week voor de bijeenkomst had een VN-commissie de massale opsluitingen veroordeeld en China opgeroepen ermee te stoppen.

McKinseys aanwezigheid in China gaat zo’n 25 jaar terug. Zoals veel Amerikaanse bedrijven hielp het bij de transitie van het land tot de op een na grootste economie ter wereld. Die groei plaatst de VS voor uitdagingen. Maar Washington heeft ook kritiek op het beleid van Peking, dat soms wordt ingefluisterd door McKinsey. Zo bouwde een van de Chinese staatsbedrijven die het als klant heeft mee de kunstmatige eilanden in de Zuid-Chinese Zee die grote militaire spanningen met de VS veroorzaken.

De rol van McKinsey in China is slechts één voorbeeld van de vaak controversiële activiteiten die het wereldwijd ontwikkelt. Dat blijkt uit een onderzoek van The New York Times op basis van gesprekken met 40 huidige en voormalige werknemers van het bedrijf en tientallen van zijn klanten.

Op een moment dat democratieën en hun elementaire waarden onder druk staan, versterkt het iconische Amerikaanse bedrijf autoritaire en corrupte regimes, vaak tegen de Amerikaanse belangen in. Klanten waren en zijn onder meer de absolute monarchie in Saudi-Arabië, Turkije onder de autocratische leiding van Recep Tayyip Erdogan en door corruptie geplaagde regimes in landen zoals Zuid-Afrika.

In Oekraïne werden McKinsey en Paul Manafort – Donald Trumps campagneleider, later veroordeeld voor financiële fraude – betaald door dezelfde oligarch om het imago van de corrupte presidentskandidaat Viktor Janoekovitsj op te poetsen en hem te presenteren als hervormer.

In Rusland werkte McKinsey voor bedrijven met banden met het Kremlin waartegen westerse sancties liepen – bedrijven die McKinsey in de loop van de jaren mee opzette en in sommige gevallen nog altijd adviseert. Het consulteert in sectoren zoals de mijnbouw, de maakindustrie, olie en gas, banken, transport en landbouw. Een werknemer van McKinsey zetelde in de Russische energieraad. Voormalige consultants van McKinsey werken nu bij de Russische bedrijven die ze adviseerden. In augustus nog nam VEB Bank, die volledig door de Russische staat gecontroleerd wordt en waartegen Amerikaanse sancties lopen, McKinsey onder de arm om haar business-strategie te ontwikkelen.

Er zijn geen aanwijzingen dat McKinsey gehandeld heeft tegen de specifieke Amerikaanse sancties. De ruimere vraag is echter of het bedrijf, terwijl het legitieme zakelijke opportuniteiten in het buitenland exploreert, niet medeplichtig is aan het autoritaire leiderschap van Vladimir Poetin.

In China adviseerde McKinsey minstens 22 van de 100 grootste staatsbedrijven. Soms ging het over hoogst controversiële operaties.

McKinsey verdedigt zijn activiteiten en beweert dat het nooit opdrachten aanvaardt die in strijd zijn met zijn waarden. En het draagt hetzelfde argument aan als andere bedrijven die zaken doen met corrupte en autoritaire regimes: verandering gebeurt het best van binnenuit.

“McKinsey probeert sinds zijn oprichting in 1926 een positief verschil te maken voor de bedrijven en de gemeenschappen waarin onze mensen leven en werken”, stelt het bedrijf in een verklaring. “Er werden tienduizenden banen gecreëerd, de levenskwaliteit verbeterde, onderwijs werd beschikbaar dankzij het werk dat we deden met onze klanten. Zoals andere grote bedrijven, ook concurrenten van ons, proberen we ons een weg te zoeken in een veranderende geopolitieke omgeving. Maar we houden ons niet bezig met politieke activiteiten.”

Sommigen zien dat anders. “De kans is groter dat ze die regimes ondersteunen en dus medeplichtig worden”, zegt David J. Kramer, een voormalige adjunct-minister van Buitenlandse Zaken in de VS. “Ze willen regimes niet voor het hoofd stoten, want dan verliezen ze business.”

Oekraïne: opkomst en val van Viktor Janoekovitsj

Hij had twee veroordelingen voor criminele feiten achter de rug en vervalste verkiezingen die volgens velen de doodsteek voor zijn presidentsambities betekenden. Het was dus enigszins verrassend dat McKinsey het op zich nam het beschadigde imago van Viktor Janoekovitsj op te poetsen en hem in de markt te zetten als visionaire leider met grootste economische plannen waarvan elke Oekraïner zou profiteren.

De rol van McKinsey in Oekraïne werd wat ondergesneeuwd door de veroordeling van Paul Manafort omdat die in het geheim miljoenen had opgestreken door Janoekovitsj in 2010 president te maken. Maar McKinsey werd gefinancierd door dezelfde oligarch die ook Manafort betaalde. Het schreef een economisch plan waarmee Janoekovitsj zijn critici de mond snoerde – en dat hij later grotendeels in de prullenmand kieperde toen hij president werd.

De man die aan de touwtjes trok, was Rinat Achmetov, de rijkste oligarch van het land. Hij redde het vel van Janoekovitsj middels een strategie waarbij hij twee heel verschillende consultants aantrok: Manafort, die met zijn aan Rusland gelinkte team vaker voor dictators had gewerkt, en McKinsey, de steun en toeverlaat van de belangrijkste ondernemingen ter wereld.

Viktor Janoekovitsj. Beeld AP

Manaforts taak was tweeledig: enerzijds Janoekovitsj een zachter imago geven, en anderzijds zijn naar Rusland neigende Partij van de Regio’s versterken en hem zo het presidentschap bezorgen. McKinsey leverde iets anders aan: een economisch plan dat Janoekovitsj kon gebruiken om zichzelf te presenteren als een marktgerichte hervormer met een voorkeur voor het Westen.

Om er zeker van te zijn dat de boodschap overkwam, lieten Janoekovitsj en Achmetov niet na McKinsey steevast te vermelden in gesprekken met Amerikaanse functionarissen, blijkt uit via WikiLeaks gelekte diplomatieke berichten. Achmetov verzekerde de Amerikanen dat zijn kandidaat een “hevige fan van McKinsey” was. Janoekovitsj benadrukte dat hij zijn medewerkers had opgelegd “rechtstreeks met experts van McKinsey te werken”.

Achmetov betaalde Manafort via Cypriotische postbusfirma’s, blijkt uit gerechtsdocumenten. Ook andere medewerkers van de Partij van de Regio’s gebruikten postbusfirma’s om Manafort te betalen. Het leidde tot een veroordeling wegens belastingontduiking in de VS.

McKinsey werd betaald via een Oekraïense stichting die werd gefinancierd door Achmetov en die geleid werd door een McKinsey-medewerker die de firma ondertussen verliet en nu in Moskou leeft. De stichting moest economische hervormingen promoten, en zo ook McKinsey en Janoekovitsj.

Om het belangrijke Amerikaanse publiek te bereiken organiseerde de stichting twee forums over de Oekraïense economie, een in het Four Seasons Hotel in New York en een in Washington. Het werk van McKinsey werd over het algemeen gunstig onthaald.

Maar die belofte van een betere toekomst hield niet lang stand. Binnen een paar jaar stevende Oekraïne op de economische ondergang af. Ondertussen plunderde Janoekovitsj het land. Hij woonde in een paleisachtig complex omringd door een privédierentuin, een golfterrein, een garage vol klassieke auto’s en een privérestaurant in de vorm van een piratenschip.

De hoofdstad kwam in opstand. Janoekovitsj had beloofd Oekraïne met politieke en handelsovereenkomsten met de Europese Unie te verbinden. Daar kwam hij abrupt van terug. In de plaats ervan zocht hij toenadering tot Rusland.

Bij krachtmetingen in Kiev vielen meer dan 80 doden. In 2014 ontvluchtte Janoekovitsj het land. Een uitzinnige Poetin annexeerde de Krim. Het leidde tot een oorlog die al meer dan 10.000 levens eiste. Het Westen schopte Rusland uit de G8 en legde het land sancties op. De crisis tussen Poetin en het Westen was begonnen.

McKinsey verdedigde zijn rol door te benadrukken dat het de stichting wel degelijk ernst was met de promotie van economische ontwikkeling in Oekraïne en dat er ook vooraanstaande mensen uit het Westen in de raad van bestuur zaten. De stichting werd stilletjes opgedoekt voor Janoekovitsj naar Rusland vluchtte. Achmetov noch McKinsey wilde zeggen hoeveel McKinsey verdiende. “Toen we tot het besluit kwamen dat de regering niet doorging met de beloofde hervormingsagenda, hebben we ons werk stopgezet”, zegt McKinsey in een statement.

Achmetov, die publiekelijk met Janoekovitsj brak tijdens de protesten, wilde The New York Times niet te woord staan. Een woordvoerder zei dat de stichting niet succesvol was geweest omdat politici niet de bereidheid hadden “de hervormingsagenda te omarmen”.

Maar critici zoals Anders Aslund, een Zweedse econoom die de Russische regering in de jaren 90 adviseerde en later de regering in Oekraïne, betreurt de manier waarop het imago van Janoekovitsj in westerse hoofdsteden verkocht werd. Het was duidelijk, zegt hij, dat Janoekovitsj “allemaal draaide om macht en diefstal”.

Maleisië: Chinese belangen primeren

Diep in de jungle van Maleisië ligt een massief bouwterrein er verlaten bij. De roestige stalen balken dragen de sporen van de niet-aflatende moessonregens. Dit zou een spoorweg moeten zijn, een onderdeel van het beruchte Gordel- en Weginitiatief (officieus de Nieuwe Zijderoute) van de Chinese overheid, een project van een biljoen dollar gefinancierd met Chinese leningen en in grote meerderheid gebouwd door Chinese bedrijven. Een van de belangrijkste is de staatsmogol China Communications Construction Co. Dat bedrijf, dat door een corruptieschandaal acht jaar lang niet mocht deelnemen aan sommige projecten van de Wereldbank, speelde een centrale rol bij de bouw van kunstmatige eilanden in de Zuid-Chinese Zee, die tot hoogoplopende spanningen met de Verenigde Staten leiden.

Een dochteronderneming bouwde ook een nieuwe haven voor Sri Lanka. Maar de schuld woog zo zwaar dat de regering van Sri Lanka de haven moest opgeven en ze voor 99 jaar moest verpachten – aan China.

Het lot van Sri Lanka was zo beangstigend dat de nieuwe eerste minister van Maleisië, Mahathir Mohammed, zich zorgde maakte dat hetzelfde hem kon overkomen. En dus schortte hij het spoorwegproject in juli op. “Het is niet goed voor ons”, zei hij in september. “Maleisische arbeiders krijgen geen werk. Al het werk gaat naar China. Je merkt hoe eenzijdig het is.”

Voor McKinsey was het allesbehalve eenzijdig. Het bedrijf vertegenwoordigde de beide partijen die bij de deal betrokken waren. In 2015, toen China Communications de kunstmatige eilanden aan het bouwen was en nog onderworpen was aan sancties van de Wereldbank, werd het klant van McKinsey, dat advies over zijn strategie zou verstrekken. Een paar maanden later haalde McKinsey een ander contract binnen, met de Maleisische regering, om te onderzoeken in hoeverre de spoorlijn nog een haalbare kaart was.

In een vertrouwelijk PowerPoint-document maakte McKinsey duidelijk aan Maleisische officials dat de spoorlijn de economische groei in delen van het land met 1,5 procent kon doen groeien. Het was een cijfer dat de premier destijds, Najib Razak, die momenteel beschuldigd wordt van corruptie, wat graag aanhaalde.

In de presentatie drukte McKinsey ook de verwachting uit dat het project de banden met China zou aanhalen door het belang van het Gordel- en Weginitiatief. McKinsey was ook gewonnen voor zware leningen van China, en noemde het project een ‘gamechanger’ elders in de regio.

Het is niet moeilijk om te gissen waar het enthousiasme van McKinsey voor het Gordel- en Weginitiatief vandaan kwam: de firma promootte het Chinese beleid op haar allerhoogste niveaus. Dominic Barton, destijds managing partner van McKinsey, wijdde in 2015 in Peking een hele spreekbeurt aan Gordel en Weg, en vertelde het verhaal van de zijderoute van de 2de eeuw voor Christus tot nu. De eigen onderzoeksgroep van McKinsey, het McKinsey Global Institute, schoot in actie en begon rapporten te produceren die de zegeningen van het project uitgebreid belichtten – en die gretig werden overgenomen door de Chinese staatsmedia.

Barton – die in het adviescomité van de China Development Bank zetelde, een van de twee grootste kredietverstrekkers voor Gordel en Weg – weerlegde in een interview met de Chinese staatsmedia in 2015 ook oprispingen dat het project gebruikt werd om de invloed van China in de wereld te vergroten. “De wereld is vol verwachting dat de grote blauwdruk van ‘Eén Gordel, Eén Weg’ overgaat van droom in realiteit”, schreven Barton en zijn collega’s in een rapport dat in mei 2015 werd gepubliceerd op de Chinese website van het bedrijf, waarin McKinsey aangaf hoeveel zin het had om de handen aan de ploeg te slaan.

Dat gevoel was wederzijds. Negen van de twintig onderaannemers voor het project waren of zijn klant van McKinsey, volgens onderzoek van
The Times en cijfers van de RWR Advisory Group, die zulke projecten opvolgt.

In 2016 haalde McKinseys cliënt China Communications het contract ter waarde van 13 miljard dollar binnen om de Maleisische spoorlijn aan te leggen. Dat gebeurde op een moment dat Najib zwaar onder vuur lag voor corruptie. Mensen kwamen op straat tegen de verdwijning van honderden miljoenen dollars uit het staatsinvesteringsfonds. Najib had dringend nood aan de cash van een buitenlandse kredietverstrekker zoals China.

Het schandaal trof beide klanten van McKinsey. Mahathir vertelde lokale journalisten dat China Communications, dat het contract zonder openbare aanbesteding binnenhaalde, wellicht bewust de kosten overschatte om Najib en zijn bondgenoten in staat te stellen meer geld in het investeringsfonds te steken om de ontbrekende gelden te compenseren.

Tony Pua, een Maleisisch parlementslid en medewerker van de minister van Financiën, zegt dat de deal in elkaar werd gestoken door een Maleisische zakenman genaamd Jho Low, die ervan wordt beschuldigd honderden miljoenen dollars weggesluisd te hebben uit het fonds en die zich nu wellicht in China bevindt, om te ontkomen aan een Maleisisch arrestatiebevel.

McKinsey beweert dat het geen weet heeft van samenwerking tussen China en Najib. Het ontkent dat er een belangenconflict was toen het de twee partijen vertegenwoordigde. Toen China Communications het project in de wacht sleepte, werkte het niet meer voor Maleisië, stelt de firma. “We hebben rigoureuze interne regels en procedures” die garanderen dat “we een onafhankelijk perspectief” bieden om elke cliënt te helpen “zijn eigen strategische doelen na te streven”, stelt McKinsey.

Maar de politieke context – een regering die beschuldigd wordt van corruptie en het idee dat Najib misschien wel naar China keek om fondsen te bemachtigen om zich in te dekken – moet heel duidelijk geweest zijn voor McKinsey, vindt Bridget Welsh, een professor aan de John Cabot University in Rome die gespecialiseerd is in Maleisische politiek. “Ze kozen ervoor met heel controversiële actoren te werken”, zegt ze over McKinsey.

Rusland: Jared Kushner en de bankier van Poetin

Toen onderzoekers van de Amerikaanse Senaat wilden weten waarom Jared Kushner, de schoonzoon van Trump, na de presidentsverkiezingen van 2016 een ontmoeting had met de baas van een Russische bank waartegen sancties liepen, legde Kushner uit dat hem verteld was dat de man “een rechtstreekse lijn met de Russische president had”.

Nu is duidelijk waarom. De bank – Vnesheconombank, of VEB – is eigendom van de Russische overheid en staat onder het directe toezicht van de entourage van Poetin. De voormalige directeur van de bank – met wie Kushner samen zat – is een afgestudeerde van de opleidingsschool van de FSB, de opvolger van de KGB. De bank wordt ook onderzocht in het Congres en door het team dat mogelijke Russische inmenging bij de verkiezingen van 2016 onderzoekt.

De bank is een klant van McKinsey.

In augustus huurde VEB de firma in om zijn business-strategie te bepalen – de bank is een van meerdere bedrijven waartegen sancties lopen en die McKinsey adviseert. Sberbank – een staatsbank die op de sanctielijst staat en die Trumps Miss Universe-verkiezing in Moskou in 2013 sponsorde – is ook klant van McKinsey. In 2016 was ze bereid McKinsey 5,2 miljoen dollar te betalen voor advies over herstructureringen. Een andere staatsbank waartegen sancties lopen, VTB, betaalde McKinsey in 2017 4,47 miljoen dollar voor de ontwikkeling van informatietechnologie.

McKinsey is bijzonder actief in Rusland. Zijn kantoor in Moskou, het grootste van alle westerse consultingbedrijven die er aanwezig zijn, behandelde ongeveer 2.000 projecten. Het werkte samen met marktleiders op het vlak van olie, gas, bankieren en retail, en hield zich bezig met diamant-, goud- en koolmijnen.

McKinsey staat zo hoog aangeschreven in Rusland dat in volle hoogspanning omtrent Oekraïne tussen Poetin en het Westen een partner van de firma in de Russische energiecommissie zetelde (tot 2015), naast andere
business executives tegen wie individuele sancties liepen of die werkten voor bedrijven waartegen sancties liepen.

De klanten van McKinsey breiden de Russische invloed in het buitenland uit. Een ervan, PhosAgro, een meststoffengigant met nauwe banden met het Kremlin, dringt zwaar aan op nieuwe regels die het een grotere controle zouden geven over de Europese voedselvoorziening. De Europese Unie maakte zich al zorgen over de Russische greep op de gasvoorziening, vooral door Gazprom, nog zo’n Russisch bedrijf waartegen sancties lopen dat McKinsey adviseerde.

McKinsey beweert dat het in Rusland en elders alleen opdrachten aanvaardt als het meent een positieve bijdrage te kunnen leveren. Het zegt ook dat zijn consulting geen politieke drijfveren heeft, maar er uitsluitend op gericht is de levensomstandigheden van mensen te verbeteren.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234