Vrijdag 15/11/2019

Handelaar in ZICHZELF

Volgende week geeft de almachtige zakenman Albert Frère (89) de fakkel door bij de holding Groep Brussel Lambert. Zijn leven lang zocht onze eigen Warren Buffett twee dingen: geld en respect. Hij had er zelfs de uitverkoop van ons land voor over. 'De gelegenheid maakt de dief, als ik het zo mag zeggen.'

Hoe dat voelt, om je dromen waar te maken? Om je geslaagd te voelen in het leven? Om erbij te mogen horen? We hadden het baron Albert Frère graag zelf gevraagd. Maar investor relations manager Céline Donnet klinkt even beleefd als hardnekkig. "Mijnheer Frère zal de komende weken geen interviews geven. Dus ik moet 'neen' tegen u zeggen."

De man die nooit op pensioen zou gaan, zoals hij in een zeldzaam interview liet optekenen, geeft nu toch de fakkel door. Op z'n 89ste gaat Albert Frère het wat rustiger aan doen. Dinsdag, op de algemene vergadering van GBL (de investeringsholding waarmee Frère zijn strategische belangen aanhoudt) legt hij officieel zijn mandaat neer. Zijn zoon Gérald uit zijn eerste huwelijk is al enkele jaren bestuurder. Nu komen ook zijn dochter Ségolène, jarenlang de meest begeerde bruid in internationale zakenkringen, en kleinzoon Cédric in de raad van bestuur. Zijn schoonzoon, de Fransman Ian Gallienne, mocht zich al sinds 2012 warmlopen voor de rol van gedelegeerd bestuurder.

"Albert leest niet alle balansen meer, en heeft ook nog maar weinig ontmoetingen met bankiers. Maar hij is wel elke dag telefonisch met ons in contact", vertelde Gallienne aan de Britse zakenkrant Financial Times. "Elke dag, ook in het weekend."

Het is het einde van een tijdperk. Bijna 35 jaar zal Albert Frère bij GBL de lakens hebben uitgedeeld. Op zijn eigen manier. "Hij kan erg aimabel, zelfs humoristisch zijn", zegt een insider. "En charmant, en gul. Zolang alles loopt zoals hij wil. Want hij is ook enorm veeleisend, en krijgt soms verschrikkelijke woedeaanvallen."

Zijn afscheid is al enige tijd geleden geregeld. Dat Frère niks aan het toeval zou overlaten, was een zekerheid - de man is een controlefreak. Mandaten werden afgeschud, de holdingstructuur van GBL met zijn vele kamertjes werd gestroomlijnd en er werd geschoven met mensen als waren het pionnen op een schaakbord. Zijn schaakbord.

Jagen op aanzien

Amper 23 kilometer ligt er tussen Albert Frères geboortedorp Fontaine-l'Evêque en zijn huidige woonplaats Gerpinnes, even ten zuiden van Charleroi. Dat, plus een opgebouwd vermogen van zo'n 3,7 miljard euro. Vandaag bewoont Frère een riant landgoed met uitgestrekte weides en een bos, waar al eens jachtpartijen worden gehouden - soms met 'Pippa' Middleton, zo schreef de krant La Capitale nog niet zo lang geleden. De zus van Kate Middleton, echtgenote van prins William, is naar verluidt een graag geziene gast bij Frères kleinzonen William (27) en Cedric (28).

Wat een contrast met Alberts jonge jaren. Amper vier was hij, toen hij zijn vader Oscar verloor. Zijn moeder Madeleine Bourgeois moest van dan af in haar eentje de ijzergroothandel Frère-Bourgeois Commerciale beredderen. Het waren moeilijke jaren voor Madeleine en de drie kinderen. Verspilling werd in het gezin niet geduld. In Alberts oren zou nog lang de stem van zijn moeder nagalmen: "Doe het licht uit! Wie denk je wel dat we zijn, de Rothschilds?"

Die familie De Rothschild ging Albert intrigeren. Geld verdienen zou een belangrijke drijfveer worden in zijn leven, naast 'respect krijgen'. Wanneer hij, inmiddels ver in de vijftig, baron Elie de Rotschild tot zijn vriendenkring mag rekenen, een prominente telg van de historische bankiersfamilie, is het doel eindelijk bereikt. Hij telt mee, en kan zijn moeder alsnog bevestigend antwoorden.

Geslepen zakenman

Veel ambitie heeft Albert Frère, wanneer hij op zijn 18de in de ouderlijke zaak stapt. Met enkel een humanioradiploma Latijn-wiskunde op zak. "De enige universiteit waar ik naartoe ben gegaan, is die van het gezond verstand, het nadenken en de flair", zei hij ooit.

Al vlug blijkt dat hij een ongelooflijke neus voor zaken en timing heeft. Vanuit de staalhandel van zijn ouders begint hij met export. De staalprijs explodeert door de oorlog in Korea, en Frère doet er zijn voordeel mee. Les Laminoirs du Ruau is het eerste bedrijf dat hij koopt. Het is 1954, Albert Frère is 27 jaar en gaat nu ook zelf staal produceren. Als een gretige haan pikt hij in op het wijdverbreide Waalse staalbekken met zijn vele fabrieken. Tegen 1968 staat hij aan het hoofd van het consortium Hainaut-Sambre, de nummer twee van het land. Als in 1975 de staalcrisis uitbreekt, gaat Hainaut-Sambre een fusie aan met de toenmalige nummer één, Cockerill. Een reus is geboren: Cockerill-Sambre.

Een van de drijvende krachten achter het samengaan was toenmalig PS-boegbeeld André Cools. Die wilde de sector en de banen redden, en zette het zogeheten Staalplan in de steigers.

Albert Frère toont zich in de periode die volgt, een uiterst geslepen zakenman. Hij zondert de handelsactiviteiten af van de productie, die in overheidshanden komt. Gevolg: de verlieslatende productie soupeert enorme overheidsbudgetten op, terwijl Frère met de verkoop van het staal handenvol geld blijft verdienen. Pas in 1983 komt een einde aan die toestand, wanneer Frère eindelijk ook de handelsactiviteiten verkoopt aan de overheid. Hij strijkt er 47 miljoen euro voor op. Die restanten kennen we vandaag als ArcelorMittal.

Belgique à papa

In die bewogen staaljaren legt Frère ook de kiemen voor een tweede carrière, door zich in te kopen bij de Franse bank Paribas en Cobepa. Hij wordt financier. Samen met de Canadees Paul Desmarais, wiens familie tot vandaag een belangrijke partner is, verwerft hij een 'controlebelang' over de holding Groep Brussel Lambert, die op haar beurt een participatie in de Generale Maatschappij van België heeft, de moeder van letterlijk duizend bedrijven in ons land.

Het valt wellicht moeilijk te begrijpen, maar in die dagen werd de Belgische economie gecontroleerd door een aantal grote holdings die tentakels hadden in alle belangrijke economische sectoren. Vanuit de Franstalige salons werd de strategie en het management aangestuurd. Het zijn de gouden jaren van het 'Belgique à papa', van de Franstalige elite, de achterkamertjespolitiek en de holdings die voornamelijk zichzelf en hun aandeelhouders verrijkten.

Op een koude januaridag in 1988 gaat er een siddering door die Belgische salons. De Italiaanse industrieel Carlo de Benedetti heeft in alle stilte een groot belang weten op te bouwen in de Generale Maatschappij en kondigt vrolijk aan dat hij een openbaar bod gaat uitbrengen op de rest van de Generale. Het is een soort van hold-up op de Belgische economie, zeg maar. De overnamepoging mislukt, door de mobilisering van de economische en financiële krachten in het land, tot het koningshuis toe. Maar uiteindelijk komt de Generale wel in buitenlandse handen: die van het Franse Suez.

Frère houdt zich gedurende de overnamestrijd op de achtergrond. Maar uit de geschiedschrijving weten we dat Carlo de Benedetti overleg heeft gepleegd met Frère voor hij zijn plannen publiek maakte. Op een bepaald moment is er zelfs gewerkt aan een alternatief mét Frère, maar uiteindelijk paste deze daarvoor.

Via een ingewikkelde aandelenruil komt Albert Frère er wel beter uit. Hij zet een transactie op touw waardoor de Belgische energiesector, ondergebracht in Tractebel (voorloper van Electrabel) in handen komt van Suez (vandaag GDF Suez). In ruil voor de deal krijgt Frère de belangen van de Belgische petroleumgroep Petrofina, die hij later samenbrengt met de Franse groepen Elf Aquitaine en Total. "De gelegenheid maakt de dief, als ik het zo mag uitdrukken", zei hij ooit laconiek.

Wraak op het establishment

Het zal Albert Frère het verwijt opleveren dat hij de Belgische kroonjuwelen verpatst heeft aan de Fransen, en zijn persoonlijk belang voorrang gaf op het algemeen belang. "Frère kon daar en toen zijn stempel drukken op de industriële geschiedenis door Tractebel niet te verkopen, maar als spil te gebruiken voor de uitbouw van een Europese energiereus", zegt Béatrice Delvaux, die daarover samen met Stefaan Michielsen het boek Zes huwelijken en een begrafenis schreef. "Maar hij koos voor zijn portefeuille en zijn invloed."

Instituten als Petrofina, Royale Belge, BBL, Tractebel en RTL verdwenen zo allemaal in buitenlandse, voornamelijk Franse handen. "Ik ben francofiel", was de karige verklaring van Albert Frère. Zijn GBL heeft vandaag onder meer belangen in giganten als het Franse nutsbedrijf GDF Suez, de Franse oliereus Total, de Zwitserse dienstengroep SGS, de Belgische materialengroep Umicore, de Franse cementgroep Lafarge en het investeringsfonds Sagard.

Zou het kunnen dat Frère op deze manier wraak nam op het Belgische establishment? Hij heeft zijn hele leven moeten vechten voor erkenning. Eerst moest hij het opnemen tegen het traditionele milieu van de staalbaronnen, die hem scheef aankeken. Vervolgens moest hij als buitenstaander een weg zoeken in de Belgische haute finance, waar ook al met het nodige wantrouwen werd gekeken naar de Waal.

Nee, in eigen land is Albert Frère nimmer beschouwd als iemand 'van de club'. Daarvoor was hij te bescheiden van afkomst. Hij was geen 'geboren rijke'. Van de weeromstuit richtte hij zich dan maar op Frankrijk, waar hij wel in de armen werd gesloten. In 2008 verleende de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy hem de Grande Croix de La Légion d'Honneur, de hoogst mogelijke onderscheiding bij onze zuiderburen.

Frères vrijage met Frankrijk, dat hij als zijn tweede vaderland ging beschouwen, verklaart voor een belangrijk deel de ambigue relatie die veel Belgen tot op de dag van vandaag hebben met de grootste zakenman uit de Belgische geschiedenis.

Want groot is zijn imperium zeker. GBL heeft een vermogen van 15,6 miljard euro en is daarmee een van de grootste investeringsmaatschappijen van Europa. Albert Frère wordt daarom al eens de Belgische Warren Buffett genoemd, naar de legendarische Amerikaanse superbelegger. "Ik ga niet dagelijks mijn centen zitten tellen", lacht Frère de schattingen weg.

Louis Vuitton Moët Hennessy

26 januari van dit jaar. Parijs baadt in een staalharde blauwe vrieslucht wanneer Christian Dior tijdens de modeweek zijn lente-zomercollectie showt. Op de eerste rij zitten vriendschappelijk keuvelend: Bernadette Chirac, Jane Hartley, de Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk, Bernard en Helene Arnault en dochter Delphine. Het topmodel Eva Herzigova. En baron en barones Albert Frère. De trots glimt altijd van het gezicht van Albert Frère als hij weer eens zijn opwachting kan maken bij exclusieve events waar le tout beau monde aanwezig is. Maar waar zijn dochter Ségolène op dergelijke soirees een zekere naturel uitstraalt, lijkt Albert Frère altijd een beetje onbeholpen. Hij draagt zijn Waalse roots als kleine staalhandelaar nog altijd met zich mee.

De vriendschap met Bernard Arnault, eigenaar van het luxeconglomeraat Louis Vuitton Moët Hennessy (LVHM), en eigenaar van Dior, gaat al langer terug. De twee miljardairs werden vrienden drie decennia geleden, toen hun dochters samen speelden op het strand in St. Tropez, waar ze allebei een huis hebben. De twee kochten samen het legendarische wijndomein Cheval Blanc, een van dé instituten uit de Franse Bordeaux.

Voor Frère is het verwerven van Cheval Blanc een vorm van ultieme bekroning. Hij aasde al langer op een prestigieus wijndomein in Frankrijk, maar het werd hem niet gegund. Eerder had Frère de boot gemist om de hand te leggen op Château Pichon Longueville Baron, en Château Latour (dat in handen viel van François Pinault). In 1977 ziet Frère ook het befaamde Château Margaux aan hem ontglippen. Hij zal geduld moeten oefenen tot 1998, wanneer zijn vriend Arnault hem er tijdens een vakantiediner in Saint-Tropez op attendeert. Samen slagen ze erin om Cheval Blanc te kopen.

"Ik ben altijd blij met de investeringen die ik heb gedaan samen met mijn vriend Albert Frère en ik betreur hem niet méér te hebben gevolgd, omdat ik veel rijker zou zijn geweest", zei Arnault een paar jaar geleden lachend aan de Financial Times.

124,5 miljoen euro is de onbevestigde som die het duo neertelt voor het domein. Maar vergis u niet: "Dit was geen emotionele oprisping, zoals velen zeggen. Dit is voor mij een investering vanuit het oogpunt van de rendabiliteit. Cheval Blanc bestaat al meer dan 150 jaar, en ik ben zeker dat het over 150 jaar nog bestaat." Frère ten voeten uit.

Slechts één keer doet Albert Frère iets in zijn leven waar rendement of berekening geen voorrang krijgt. In mei 2000 richtte hij het Fonds Charles-Albert op. Een jaar na de dood van zijn gelijknamige zoon die op 19-jarige leeftijd het leven liet bij een auto-ongeval. Via dat fonds krijgen zwaar zieke kinderen paardentherapie, en is er ook een dagziekenhuis. Hij liet het Londense veilinghuis Sotheby's al eens 3.000 exclusieve flessen wijn en champagne veilen. De opbrengst, 1,2 miljoen euro, ging naar het fonds. "Het is de verwezenlijking in mijn leven waar ik het meeste trots op ben", zal Frère daar zelf over getuigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234