Woensdag 12/05/2021

Interview

Hanan Challouki: ‘Jongeren zijn in deze crisis erg gedemoniseerd’

Hanan Challouki: ‘Er wordt heel snel gedacht: het is een influencer, dus die zal de jongeren wel bereiken. Ik zeg: de beste influencer is uw moeder.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Hanan Challouki: ‘Er wordt heel snel gedacht: het is een influencer, dus die zal de jongeren wel bereiken. Ik zeg: de beste influencer is uw moeder.’Beeld © Stefaan Temmerman

Echt sterke communicatie gericht op álle Belgen? Expert Hanan Challouki (28) heeft het in deze pandemie, maar ook bij de ophef rond The Social House, amper gezien.‘Ik heb serieus creativiteit gemist.’

Begin er maar eens aan. Als overheid een campagne uitrollen die iedereen aanspreekt, van de zwarte alleenstaande overbuurvrouw en de nonkel met een beperking, tot het klassieke gezin tweeverdieners. Schrijf maar eens een vacature als bedrijf waarin m/v/x zich gelijk herkennen. Een televisieserie die een weerspiegeling is van de echte wereld, zonder te geforceerd politiek correct te willen zijn of te vervallen in karikaturen.

BIO • 28 jaar • studeerde communicatie­wetenschappen in Antwerpen • richtte als studente het onlineplatform Mvslim op • was co-oprichter van communicatie-bureau Allyens • startte vorig jaar met strategisch communicatie­bureau Inclusified • werd door Forbes in 2018 opgeno­men in de ‘30 under 30’, een lijst van beloftevolste jonge ondernemers

Aartsmoeilijk is het, zal Hanan Challouki verschillende keren benadrukken. Maar ook: oefening baart kunst. En sommige dingen moet je vooral niet moeilijker maken dan ze zijn. Inclusieve communicatie heet haar eerste boek daarom simpelweg en laat dat dus een vlag zijn die de lading volledig dekt.

U schreef uw boek tijdens de pandemie. Dat was meteen een extra motivatie, want u hebt zich grondig gestoord aan hoe daarover gecommuniceerd is.

“Dat er tijdens het journaal altijd een doventolk is, of dat de maatregelen online in heel veel talen vertaald zijn, is een grote plus. Maar de communicatie is niet op alle Belgen afgestemd. En dan heb ik het niet over die vreselijke powerpointpresentatie waar we allemaal zo mee gelachen hebben. Dat was maar het topje van de ijsberg. Alleen al het feit dat regels heel vaak veranderen is enorm verwarrend. Dan mag je met tien buiten, dan weer maar met vier en twee weken later opnieuw met tien. Wie weet nog of de kappers open of dicht zijn of met hoeveel je een winkel binnen mag? Je verwacht van mensen dat ze constant openstaan om naar je te luisteren.”

Het is niet verwonderlijk dat mensen dan afhaken, vindt u?

“Er is heel veel met de vinger gewezen, maar ik kan perfect begrijpen waarom er in bepaalde gemeenschappen meer besmettingen zijn. Het is al zo moeilijk om te blijven volgen als gemiddelde, perfect Nederlandstalige Vlaming. Kun je je voorstellen hoe moeilijk het is wanneer je de taal niet helemaal beheerst? In Nederland hebben ze dat ondervangen met een burgemeester die een filmpje in het Tamazight (Berbertaal, red.) opnam. Dat is via WhatsApp duizenden keren gedeeld en bij een generatie oudere Nederlanders terechtgekomen die die informatie anders niet eens begrepen zou hebben.

“Ik heb ook veel begrip gemist. In welke wereld denken die overheden dat wij leven? Als je besmet bent, vragen ze je om indien mogelijk een andere keuken en badkamer te gebruiken dan je huisgenoten. Hallo? Als je een tuin hebt waar mensen langs buiten in kunnen wandelen, dan mag je buiten bezoek ontvangen. Als dat bezoek door je huis moet, mag het niet. Hoe komt dat over? Rijke mensen krijgen privileges, de rest moet zich blijven opsluiten. Dat je dat niet beter kadert, is een schoolvoorbeeld van niet-inclusieve communicatie.”

Momenteel lijkt het vooral erg moeilijk om de jongeren nog te motiveren.

“Ik vind dat jongeren in deze crisis heel hard gedemoniseerd zijn. Zeer schrijnend om te zien. Ik ben zelf gastprofessor aan de Odisee Hogeschool en ik zie hoe jongeren al meer dan een jaar aan het afzien zijn. Ze zijn hun studentenjobs verloren, moeten de zorg voor broertjes en zusjes mee opnemen, kunnen minder studeren, kennen allemaal iemand die het heel moeilijk heeft, depressief is of zelfs zelfmoord heeft gepleegd. (geagiteerd) En het gros houdt zich wel degelijk aan de maatregelen. Veel jongeren zitten gewoon al die hele periode thuis. Het is absurd om te denken dat die en masse feestjes zitten te houden.”

Feit is wel dat er duizenden jongeren opdagen op een nepfeest in het Ter Kamerenbos en dat er in hotelkamers feestjes gehouden worden.

“Ja, laten we het daar eens over hebben. Met zeven of acht in een hotelkamer afspreken, dat mag natuurlijk niet. Maar zo bang zijn voor een boete dat je uit een raam klimt op de vierde verdieping en dat bekoopt met je leven? Dat laat voor mij ook zien hoever we als samenleving ondertussen afgegleden zijn. Absurd dat zoiets vandaag gebeurt in België.

“Ik zeg niet dat jongeren zich niet aan de maatregelen moeten houden. Maar heb in vredesnaam een beetje begrip en empathie voor een generatie die een deel van haar jeugd aan het verliezen is. Als ik zie hoe virologen, politici en opiniemakers met de vinger wijzen naar die jongeren, hoe betuttelend er over hen gesproken wordt, dan kan ik me daar enorm aan ergeren.”

Er zijn campagnes geweest in jongerentaal, via sociale media en influencers. Dat was toch communicatie op hun maat?

(lachje) “Kijk, ik werk ook vaak samen met influencers. Maar er wordt heel snel gedacht: het is een influencer, dus die zal de jongeren wel bereiken. Ik zeg: de beste influencer is uw moeder. Als mijn moeder tegen mij zegt: Hanan, dat wasproduct is het beste, of een influencer prijst een merk aan. Wie ga ik geloven, denk je? Mijn moeder wil mij niks verkopen.

‘Het is schandalig dat iets als ‘The Social House’ nog gemaakt wordt. Dat je daar nog mee af durft te komen. Wat een bullshit-idee.’
 Beeld Stefaan Temmerman
‘Het is schandalig dat iets als ‘The Social House’ nog gemaakt wordt. Dat je daar nog mee af durft te komen. Wat een bullshit-idee.’Beeld Stefaan Temmerman

“Wij vertrouwen voor zulke belangrijke communicatie op influencers die honderdduizenden volgers hebben, maar elke dag met andere commerciële acties bezig zijn. Denk je dat die volgers niet zien dat ze de ene dag de maatregelen verdedigen en de week erop een foto uit Dubai posten?”

Hoe had u het dan aangepakt?

“Je moet niet alleen in jongerentaal spreken, maar ook inhoudelijk vanuit wat jongeren nodig hebben. En dat kan best ook op het Overlegcomité, hoor, jongeren kijken ook naar die persconferenties. Ik heb daar zo veel gehoord: je moet buiten met vrienden afspreken. Maar niemand reikte hun degelijke alternatieven aan. Hoe kun je toch op een leuke manier met vrienden samenkomen, welke activiteiten zijn veilig? Ik heb serieus creativiteit gemist in de communicatie. Inspireer hen dan toch eens.”

Communicatie moet gedifferentieerder, vindt u. Maar het is toch logisch dat je als overheid of bedrijf een zo breed mogelijk publiek wilt bereiken en dan op zoek gaat naar de grootste gemene deler?

“Natuurlijk. Maar we hebben nogal snel een eng beeld van wie die grootste gemene deler is. Stel dat je als babywinkel alle ouders wilt bereiken. Dan kun je er niet van uitgaan dat dat allemaal twee-oudergezinnen zijn van een mama en een papa met twee kindjes uit een mooie buitenwijk. Want dat is het stereotiepe beeld dat wij bij ‘ouders’ hebben. Onze vooroordelen vullen het beeld voor ons en daardoor verliezen we een erg groot deel van de doelgroep uit het oog.”

Onlangs zag ik een reclame waarin een niet-traditioneel gezin werd getoond en ik merkte dat ik dat als zeer vreemd ervoer. Wat raar is, want ik maak zelf deel uit van een niet-traditioneel gezin. Ik was dus eigenlijk verrast dat ik aangesproken werd.

“Exact! We zijn het zo gewoon dat de stereotypen worden afgebeeld, dat we schrikken wanneer we met de realiteit geconfronteerd worden. Dan voelt die geforceerd aan. En dat is niet omdat we het niet kennen vanuit de echte wereld, maar omdat het nooit zo afgespiegeld werd. Het is even aanpassen wanneer je vijftig jaar lang geconfronteerd bent geweest met beelden van de mama in de keuken en de papa in de zetel terwijl de kindjes spelen.”

Zoals in de Britse serie Years and Years, met Emma Thompson. Daar slagen ze erin om in één gezin een zus te hebben die in een rolstoel zit en alleenstaande moeder is, een broer die gehuwd is met een zwarte vrouw en een trans dochter heeft en een broer die homo is en een affaire heeft met een vluchteling. En dan vergeet ik nog een paar minderheden.

(lacht) “Oké, dat is misschien heel veel ineens. Natuurlijk komt dat geforceerd over, maar zij willen ook goede tv maken en daar zorgen al die verhaallijnen dan voor wellicht.”

Maar is dat dan een goed voorbeeld van inclusiviteit?

“Ik denk dat dat even slecht gedaan is als alle series die ik zie waar nul komma nul diversiteit in zit. Ik stoor me ook gigantisch aan affiches waar iedereen op staat. Ken je het? De vrouw met de hoofddoek, de zwarte man met krulhaar, het meisje in de rolstoel. Dat is ook niet bepaald de meest geloofwaardige communicatie. Ja, we moeten zien hoe we al die groepen vertegenwoordigen, maar dat doe je niet door ze allemaal in één beeld te proppen.

Grey’s Anatomy deed dat bijvoorbeeld wel meesterlijk. Dat is een superdiverse serie, waarin alle soorten mensen op een heel natuurlijke manier aan bod komen. Zij hebben als ziekenhuisserie natuurlijk wel de luxe dat er heel veel personages kort de revue kunnen passeren, dat maakt het makkelijker. Maar kijk eens naar het Vlaamse medialandschap; het gebrek aan diversiteit daar is schrijnend.”

Thuis had vijf jaar geleden al een transgender.

“Ha! En de Mo is Adil geworden. En daar is het dan ook ongeveer gestopt. Ik was als kind fan van Spring. Daarin had je één persoon van kleur, de danslerares, die werd gespeeld door Zohra. Weet je hoe die heette? Maggy. Nu zal je zeggen, dat is twintig jaar geleden. Akkoord. Maar in De twaalf, voor de rest een fantastische serie, speelt Zouzou Ben Chikha. Hij is de Carl. Dat is typisch Vlaanderen. Dan heb je één personage van kleur, maak je er een witte van en strip je hem van al zijn diversiteit.

“Dat ben ik echt kotsbeu om te zien. Ik ben een grote fan van Vlaamse fictie, echt waar. Maar ik kan me er ook boos over maken. Dan denk ik: hoe is het mogelijk dat jullie in al die jaren niks aan diversiteit hebben gedaan? Dat is zo pijnlijk. Hoeveel diversiteit zit er bij de schermgezichten?”

Daar is toch vooruitgang geboekt? Fatma Taspinar tweette afgelopen week nog dat ze net voor het eerst het zevenuurjournaal had gepresenteerd en hoe dankbaar ze was dat er kritiek op haar kapsel komt, niet op haar roots.

“En dat is fantastisch. Ik zie haar heel graag op het scherm. Maar we moeten ook eerlijk zijn dat er nog veel werk aan de winkel is. Hoeveel andere visies laten we aan het woord? Ik merk vaak dat mensen van kleur wel welkom zijn, maar enkel als ze inhoudelijk volledig hetzelfde denken, voelen en zeggen als witte mensen. Als ze eigenlijk volledig geassimileerd zijn. En dat is voor mij geen diversiteit. Daar hebben we niet veel aan.”

Ondanks de Fatma’s, Danira’s en Asters ziet u op de Vlaamse televisie geen echte diversiteit?

“Er zijn mensen die kleur brengen op onze televisie, maar ze brengen geen ander beeld van onze samenleving. Het is als medium zwaaien met de vlag: kijk, wij geven om diversiteit. Maar inhoudelijk verandert er niks. Verhalen worden nog steeds op dezelfde manier gebracht.

 ‘Zet als bedrijf duidelijke doelstellingen en wanneer er een plek vrijkomt: doe maar aan positieve discriminatie, hè’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Zet als bedrijf duidelijke doelstellingen en wanneer er een plek vrijkomt: doe maar aan positieve discriminatie, hè’Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik heb zelf bij mediabedrijven gewerkt en ik geef het u op een briefje: zodra duidelijk is dat je naar sommige dingen door een andere bril kijkt, of het nu maatschappelijk of cultureel of religieus is, dan blijf je daar niet lang. Dan is er voor jou geen plaats.”

Vorige week baarde The Social House nogal opzien. Flo Windey vertrok uit het programma – dat intussen volledig on hold is gezet – omdat er tussen de uitverkoren influencers geen kleur zat. Wat vond u daarvan?

“Heel eerlijk? Ik vind het schandalig dat zoiets nog gemaakt wordt. Dat je daar in 2021 nog mee durft af te komen, een programma met alleen witte influencers. Wat een bullshit-idee. Echt belachelijk. In een landschap dat juist zo divers is, dat is nog het toppunt. Influencers zijn er in alle kleuren en maten. Die generatie is superdivers. Hoe kun je nu niet in de gaten hebben dat daar kritiek op komt?

“Dat zulke programma’s nog gemaakt worden, en The Social House is zeker niet alleen, is toch het pure ontkennen van een groot deel van je samenleving? Een deel van je samenleving dat óók naar tv kijkt en zich nog steeds niet herkent.”

De standaarduitleg is dan: ‘We vinden ze niet.’

(rolt met de ogen) “Dat is de zin die ik in een jaar het vaakste hoor. Stel dat ik mijn autosleutels niet vind, ga ik dan gewoon in mijn zetel blijven zitten en denken, oké, dan is het zo, we gaan nooit meer het huis verlaten? Of ga ik op alle mogelijke plekken zoeken tot ik ze vind, omdat ik echt wel naar buiten wil? Zo noodzakelijk zou diversiteit bekeken moeten worden.

“Kijk, het voorbeeld van Years and Years is misschien niet de meest geloofwaardige manier om diversiteit te tonen, maar dat is wel precies wat we nu nodig hebben. Het zal misschien een tijdje geforceerd aanvoelen, maar met alleen de geprivilegieerde jongeren uit welgestelde buurten aan het woord te laten, ga je niet weten wat de jongeren vandaag denken.”

Bedrijven kampen met hetzelfde probleem.

“Alles wat met zoeken naar diversiteit te maken heeft, gaat met een zucht gepaard. Het is toch ‘o zo lastig’, het kost toch ‘o zoveel tijd’. Ja, dat vraagt tijd omdat jullie totaal geen interne diversiteit hebben. Dus werk daaraan en het gaat na verloop van tijd veel makkelijker. Zet duidelijke doelstellingen, bied stages aan, laat mensen freelance testen en wanneer er een plek vrijkomt: doe maar aan positieve discriminatie, hè. By all means.”

Positieve discriminatie en quota, dat ligt bijzonder gevoelig.

“Al die groepen zijn al zo vaak gediscrimineerd, dat we positieve discriminatie en quota nodig hebben om de boel recht te trekken. Het gaat erom om mensen die perfect zijn voor de job een kans te geven.”

Tegenstanders zeggen: als zij echt goed zijn, werden ze toch sowieso wel aangenomen?

“En dat is echt bullshit. Als er geen quota waren voor vrouwen op de kieslijsten, zaten onze parlementen nog steeds vol witte mannen. En als er een paar jaar geleden niet was opgelegd dat een derde in de raden van bestuur van beursgenoteerde bedrijven vrouw moet zijn, hadden we die vooruitgang niet gezien. Honderd procent zeker. De beste man voor de job is niet per se een man.”

U schrijft in uw boek ook hoe vacatures die op het eerste gezicht neutraal lijken, het niet zijn. Zeggen dat je een ambitieuze werknemer zoekt, zal meer mannen aantrekken. Zoek je een toegewijd iemand, zullen vrouwen zich eerder aangetrokken voelen.

“Ik heb dat niet verzonnen, daar is jaren onderzoek naar gedaan: er zijn woorden die associaties met mannen oproepen en andere met vrouwen, en dat is dus niet onschuldig. Je moet daar rekening mee houden, als je verandering wilt.”

“Heel veel recruiters zitten met een similarity bias. Ze nemen mensen aan die op hen lijken. Dus wat krijg je met een personeelsdienst van witte mannen? Een werkvloer vol witte mannen. Vandaar: er zijn zoveel dingen die in het nadeel zijn van bepaalde doelgroepen, dat er ook wat tegenwicht mag zijn.”

En zo zal een vacature chirurgisch opgesteld moeten worden.

“In het begin gaat dat zo aanvoelen, maar na een tijdje komt het dan automatisch.”

Begrijpt u dat veel mensen zo verloren lopen in wat wel en niet mag, dat ze afhaken?

“Inclusieve communicatie is een kwestie van oefening. Van leren wat werkt.”

Voorbeeldje. Onlangs sprak ik een kindje uit mijn dichte omgeving aan als ‘mijn klein aapje’. Maar toen ik hoorde wat ik zei, dacht ik: ‘Oei. Kan dat wel?’ Ze is namelijk van ­Maghre­bijnse origine. En meteen daarna: ben ik nu niet geweldig aan het overdrijven?

“Tricky, hè? We veranderen constant als samenleving en dat maakt sommige dingen echt moeilijk.

“In jouw voorbeeld staat of valt alles met: waar zeg je het, tegen wie en in welke context. ‘Mijn klein aapje’, ik zie me dat later ook nog wel zeggen tegen mijn kind. Ik denk dat het een ander verhaal is wanneer je het nog steeds zegt wanneer het een tiener is en zij ook de vergelijkingen die gemaakt worden tussen mensen van Noord-Afrikaanse origine en apen leert kennen. Dan mag het kind nog zo beseffen hoe liefdevol jij dat hebt uitgesproken, een koosnaam kan dan helemaal anders gaan overkomen.”

Dat blijft toch dubbel? Als ik mijn tienjarige blonde petekind een kleine aap noem, dan zal niemand daar naar kraaien. Terwijl mijn intentie exact dezelfde is.

“Dat maakt het niet dubbel, dat maakt het vooral heel echt. We kunnen er heel naïef van uitgaan dat iedereen gelijk is. Maar de realiteit is dat niet iedereen hetzelfde wordt bekeken. Als jij morgen je haren gaat bedekken, zullen mensen denken dat het een modestatement is, of misschien dat je kanker hebt. Niemand zal er moeilijk over doen als je op die manier wilt gaan werken. Maar als ik exact hetzelfde doe, is het een probleem.

“Als een man tijdens een meeting het woord wordt afgenomen door iemand die het beter weet, zal die hoogstwaarschijnlijk denken: ah bon, ik heb hier blijkbaar te weinig expertise. Wanneer dat een vrouw overkomt, dan is dat mansplaining. De mannen die de vrouw eens gaan zeggen hoe het in elkaar zit. De context verandert aan de hand van met wie je aan tafel zit en wat je kunt zeggen dus ook. Het is niet slecht om ons daarvan bewust te zijn.”

Je kunt ook zeggen: die vrouw moet maar niet zulke lange tenen hebben en aanvaarden dat een ander het beter weet.

“Dat is toch heel oneerlijk wanneer je weet dat vrouwen vandaag nog steeds systematisch minder verdienen dan mannen? Zo’n tussenkomst heeft gewoon een heel andere connotatie in een context waarin vrouwen nog steeds minder kans maken op promotie. Deloitte heeft een onderzoek gedaan waaruit blijkt dat wij als vrouwen door corona terug naar de jaren 1950 gekatapulteerd zijn. Professioneel moeten we nog steeds onderdoen voor mannen, simpelweg omdat we vrouwen zijn.

‘In wat voor een samenleving leven we wanneer de acties van één iemand gevolgen hebben voor iedereen die daar een beetje op lijkt?' Beeld © Stefaan Temmerman
‘In wat voor een samenleving leven we wanneer de acties van één iemand gevolgen hebben voor iedereen die daar een beetje op lijkt?'Beeld © Stefaan Temmerman

“We moeten alert zijn voor discriminatie op de werkvloer. En wie dat afdoet als: jongens, ze kunnen nergens meer mee lachen; wel, dat zijn meestal mensen met wie nooit gelachen is.”

U hebt Mvslim, een onlineplatform dat de beeldvorming over moslimjongeren moet verbeteren, opgericht toen u nog studeerde. U was zich daar dus al jong van bewust?

“Natuurlijk. Als er over moslims gepraat en geschreven wordt, dan gaat het over onderdrukking, dan gaat het over terrorisme. Heel veel zaken waar je je totaal niet mee kunt associëren. Het ging nooit over mij. Ik was gewoon Hanan, achtste kind in een gezin van tien, dochter van ouders die als tieners van Marokko naar België verhuisd zijn. Mijn vader was een arbeider, we woonden in Antwerpen, ik ging naar school, naar de universiteit, maar toch word je constant geconfronteerd met hoe anders je bent. Je merkt dat er in jouw plaats geredeneerd wordt: ondernemen, als vrouw, als vrouw van kleur? Nooit heeft iemand me daartoe gemotiveerd. Dat pad wasafgesloten voordat ik eraan kon denken.

“Je groeit op in een samenleving die negatief staat tegenover jou, en je kunt er niets aan doen. Maar het beïnvloedt je en de mensen rondom je wel heel erg. Dus ik wilde een ander verhaal vertellen. Met Mvslim kon ik het narratief zelf in handen nemen, dat was een heel positieve ervaring.”

Het was ook een goede carrièremove. Mvslim is intussen aan een Londens creatief bureau verkocht. U hebt vorig jaar een tweede strategische-communicatiebureau opgericht en werd in 2018 door Forbes in hun ‘30 under 30’ opgenomen, een van dé personen om in de gaten te houden. Wat had de 10-jarige Hanan daarvan gevonden?

(lacht) “Die wist niet eens wat Forbes was. Ik ben daar nu wel trots op, maar het is ook niet lang blijven hangen. Ik ben naar Londen geweest voor zo’n event, maar ik was zo druk aan het werk, allerhande projecten aan het managen, je doet dat dan gewoon even tussendoor. Zonder er eigenlijk bij stil te staan dat het in feite wel een heel fijne erkenning is. Intussen denk ik dat ik iets beter besef dat het leven meer is dan werken alleen.”

Had u rolmodellen?

“Ik had er wel, maar geen dicht bij mij. Shonda Rhimes bijvoorbeeld, die topseries als Grey’s Anatomy en Scandal schreef. Hoe zij verhalen kan vertellen die miljoenen mensen boeien, daar keek en kijk ik met open mond naar. Maar ik was evenzeer fan van Alaa Murabit, een Canadese arts die als VN-vertegenwoordiger voor mensenrechten strijdt.”

Ik vraag het omdat u er nu wellicht een bent voor jonge meisjes.

“Goh. Ik krijg wel vaak berichtjes en hoor van mensen dat ze naar me opkijken. Dat is leuk, maar ik ben ook beducht voor het idee: als Hanan het kan, dan kunnen wij het ook. Je moet gewoon uit het juiste hout gesneden zijn. Ik ben heel vaak het buitenbeentje. De enige vrouw aan tafel, de jongste, de enige op een event met een hoofddoek. Je moet er oké mee zijn dat je je oncomfortabel voelt.

“Weet je wat het ook is met rolmodellen? Die kunnen ook van hun voetstuk vallen. En aan het einde van de dag ben ik ook maar gewoon Hanan die wat aan het proberen is en zal zien hoever ze daarmee raakt. Ik wil gerust mensen inspireren, maar laat ik vooral niet de enige inspiratiebron zijn. Ik kan ook fouten maken.”

Als we het over rolmodellen hebben die van hun voetstuk vallen, kun je niet om Sihame El Kaouakibi heen. Vreest u dat haar val gevolgen heeft voor de beeldvorming van een hele doelgroep?

(zucht) “In wat voor een tragische samenleving leven we wanneer de acties van één iemand gevolgen hebben voor iedereen die daar een beetje op lijkt? Stel dat het over een witte politica zou gaan, zouden dan alle vrouwen in het parlement in het bad gesleurd worden?”

Het is niet ondenkbaar dat dit gevolgen gaat hebben voor andere sociale ondernemers.

“Dat kan, maar ik hoop echt van niet. Ik weiger om mee te stappen in die gedachtegang. Hoe erg is het met ons gesteld wanneer we alles van één persoon moeten laten afhangen? Als de eigenwaarde van een hele gemeenschap daarop geënt zou zijn? Als het slagen of falen van één persoon, het slagen en falen is van een hele gemeenschap? Als dat de gevolgen hiervan zouden zijn, zou ik me grote vragen gaan stellen bij hoe onze samenleving in elkaar zit.”

‘Inclusieve communicatie. Alles wat je moet weten om een divers publiek te bereiken’ van Hanan Challouki is uitgegeven bij Pelckmans en ligt vanaf 21 april in de boekhandel. 136 p., 30 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234