Donderdag 27/02/2020

Han van Meegeren

Toen Han van Meegeren zestig jaar geleden zichzelf als Vermeer-vervalser ontmaskerde, bleek hij de hele kunstwereld voor aap te hebben gezet. Uit pas opgedoken documenten blijkt dat Martin de Wild, een expert die de vervalsing bevestigde, aanvankelijk ook in de val was getrapt, en niet alleen in deze zaak. Ondertussen verklaarde diezelfde De Wild een andere Vermeer wel authentiek.

Meester-vervalser nam expert dan toch bij de neus

Brussel

Van onze medewerker

Rudy Pieters

Even heeft de grote Nederlandse kunstexpert Abraham Bredius nog getwijfeld, maar al snel was hij zeker: dit was een echte Vermeer. De Emmaüsgangers, in 1937 uit het niets opgedoken, was niets minder dan een onbekend werk van de zeventiende-eeuwse meester. In werkelijkheid was het kort voordien geschilderd door de 38-jarige Han van Meegeren, een succesvolle maar door de kritiek genegeerde schilder van traditionele taferelen. Na jaren experimenteren had hij de toverformule gevonden (zo gebruikte hij kunsthars als bindmiddel) waardoor de verf tegen de tests van de experts bestand bleek.

Het museum Boymans kocht de 'Vermeer'. Van Meegeren was gelanceerd. Via tussenpersonen bracht hij nog een paar De Hoochs en minstens vijf andere bijbelse Vermeers op de markt. Een van die valse Vermeers kwam bij rijksmaarschalk Hermann Goering terecht. Meteen na de oorlog kwam dat werk in handen van de Nederlandse overheid, en die had niet veel moeite om het spoor naar Van Meegeren te vinden. In mei 1945 werd de schilder gearresteerd op beschuldiging van collaboratie. Hij zag maar één uitweg: bekennen dat hij de Vermeer zelf had geschilderd en dus ook Goering bij de neus had genomen. In een moeite door biechtte hij de vervalsing van de andere oude meesters op. De kunstwereld stond op zijn kop. Al die hooggeleerde experts en critici, mensen die Van Meegeren jaren hadden genegeerd, stonden nu voor aap. Om te bewijzen dat hij Vermeer was, schilderde hij in de gevangenis een nieuwe vervalsing. Twee jaar later vond zijn proces plaats. Van Meegeren kreeg één jaar voor oplichting. Maar een leven vol drugs en alcohol had zijn tol geëist. Hij stierf kort na zijn veroordeling aan een hartaanval.

Tijdens het proces was de Nederlandse justitie geadviseerd door een vijfkoppig comité van kunstexperts. Daar zaten twee van de belangrijkste restauratiespecialisten ter wereld in, de Nederlander A. Martin de Wild (1899-1969) en de Belg Paul Coremans (1908-1965). De vijf concludeerden dat de Vermeers en De Hoochs inderdaad vals waren.

De Wild maakte daarmee een bocht van 180 graden, zo blijkt uit onlangs opgedoken documenten in Schotland, die journalist Tim Cornwell (The Scotsman) ons ter beschikking stelde. Op 17 juli 1945 nog, kort nadat de zaak-Van Meegeren was losgebarsten, schreef De Wild aan Stanley Cursiter, directeur van de Schotse National Gallery, dat hij nog steeds dacht dat het echte Vermeers waren. Een opmerkelijk standpunt want De Wild was dé grote kenner van verfpigmenten, zijn boek uit 1926 werd internationaal als een standaardwerk beschouwd. "Persoonlijk denk ik dat de nazi-kunstenaar (Han van Meegeren, RP) dit verhaal heeft verzonnen om er een mooie, lange rechtszaak van te maken, die hem in staat moet stellen een andere straf te ontlopen. Ik zal je op de hoogte houden over verder nieuws in deze zaak. Het is voorts algemeen bekend dat de genoemde kunstenaar een groot liefhebber van alcoholische dranken was, zodat ik me afvroeg of het wel de moeite is om zijn bekentenis ernstig te nemen." Dat was niet zomaar een opinie. In 1943, bekent hij in de brief, had hij een Van Meegeren-Vermeer onderzocht en dat als een "authentiek oud schilderij" beschouwd. Door zijn expertise en die van twee collega's kocht het Rijksmuseum de 'Vermeer' aan voor bijna 1,2 miljoen gulden, een gigantisch bedrag in die tijd.

Het was niet de eerste keer dat Martin de Wild flink bij de neus was genomen. In 1933 had hij de authenticiteit bevestigd van Botticelli's Portret van een Man in de National Gallery van Schotland (Edinburgh). Stanley Cursiter had het peperdure werk toen met veel bombarie aangekocht, ondanks de niet aflatende geruchten dat het een fake was. De Wilds drie bladzijden tellende rapport liet geen ruimte voor twijfel. "De geruchten over de pas ontdekte Botticelli hebben de Nederlandse kranten bereikt", schreef hij kort nadien aan Cursiter. "We zitten natuurlijk zeer veilig en het is niet nodig dat we de zaak nog verder bespreken. Maar ik oordeelde dat het beter was een korte nota aan de Nederlandse kranten te sturen om het publiek hier te kalmeren." Wanneer ook de Franse pers een fake vermoedt, schrijft De Wild aan Cursiter: "Dit is zo absurd dat het moet worden tegengesproken." In 1952 zou Cursiters opvolger vaststellen dat de Botticelli een twintigste-eeuwse vervalsing was.

De expert die Van Meegeren als vervalser hielp ontmaskeren, blijkt dus twee keer zwaar in de val te zijn getrapt, eerst met de Botticelli en tien jaar later met de Vermeer. In diezelfde periode verklaarde hij andere schilderijen authentiek die sindsdien niet ter discussie werden gesteld. Dat is onder meer het geval met de Vermeer uit de Schotse National Gallery, Christus in het huis van Martha en Maria, een van de vroegste werken van de meester, en het enige met een bijbels tafereel. Het toeval wil dat Van Meegeren zich bij Vermeer precies op die periode en dat genre toespitste.

De Vermeer- en Botticelli-vervalsing kruisen elkaar ook in België op merkwaardige wijze. In 1933 had The Daily Telegraph geschreven dat de Botticelli het werk was van "een jonge Brusselse kunstenaar". Tim Cornwell ontdekte in de archieven dat een zekere 'M. Phillipot' of 'Mr. Phillipot' ooit bekend heeft de vervalser te zijn. Als die Philippot inderdaad een Belg is, kan het bijna niet anders of het is de Brusselse schilder-restaurator Albert Philippot, suggereerden wij vorige maand in deze krant. Albert Philippot was de schoonzoon van Jef van der Veken, auteur van de kopie van het gestolen Lam Gods-paneel 'De Rechtvaardige Rechters'. Begin jaren vijftig voerde Philippot een grondige restauratie uit van Van Eycks Lam Gods-retabel. Hij deed dat in het Brusselse laboratorium dat de voorloper van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium was. De directeur van dat laboratorium: Paul Coremans. Wat dit verhaal extra kruidt is dat Coremans en De Wild het tijdens het proces-Van Meegeren absoluut niet met elkaar konden vinden. Coremans weigerde mee te werken aan het rapport van het vijfkoppige comité en publiceerde op eigen houtje zijn bevindingen. Als Albert Philippot inderdaad de Botticelli schilderde, dan had Coremans dus een restaurator in dienst die zijn rivaal Martin de Wild twintig jaar voordien flink bij de neus had genomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234