Vrijdag 20/05/2022

Halte

Hij heeft het valse geruststellende over zich van de eeuwige gelijkhebber. Dat de wereld niet perfect is heeft hij moeten leren, maar niet aanvaarden, en het blijft zijn overtuiging dat alles in de maatschappij ooit rechtvaardig verdeeld zal worden - al gebeurt dat dan niet meer tijdens zijn leven, hij is zestig. Het steile, eeuwig kortgeknipte haar is wit geworden, er vormen zich nu blijvende wallen onder zijn ogen, om het middel is hij zwaarder. Maar toch: aan de rust van de krijger heeft hij zich nooit volledig willen overgeven. Tot verdriet van zijn collega's en kameraden, zijn vrouw wellicht. Zelfs op de gezellige ogenblikken konden zijn ogen vonken schieten, begon hij diegenen te schofferen die gedurende de tijd van een pintje of een maaltijd de teugels van hun idealen vierden, of er een grapje over maakten. "Het enige wat de kleine man kan bereiken verkrijgt hij door een goeie partijmilitant te zijn!", had hij zichzelf en de anderen steeds voorgehouden, en hijzelf had daar altijd naar geleefd. Zijn vrouw, "die van mij", beaamde zijn onuitgesproken woorden. Had Albert het gewild, dan had hij een hoge, zelfs bezoldigde plaats kunnen krijgen binnen de partij. Maar Berre Princiep zoals ze hem noemden had nooit compromissen willen sluiten, was nooit uit de weg gegaan, voor niemand. Tijdens een een-meiviering waar hij instond voor de verkoop van rozen had hij twee plaatselijke politici verhinderd om bij de eerste dans en de eerste pint van het avondfeest in het Volkshuis aanwezig te zijn, door ze te dwingen steeds opnieuw te beginnen cijferen tot de rekening klopte als een collectebus. Het had hem niet geliefd gemaakt. "Dan is dat maar zo!" In het kleine bedrijf waar hij lange jaren als planeerder werkte, moest hij voor zichzelf toegeven dat de baas alle moeite van de wereld deed om het bedrijf en werkplaatsen te redden. Toch perste Albert via reglementen en CAO's het uiterste uit de kan. Toen de man eens voorzichtig geopperd had dat ze toch voor hetzelfde vochten, had Berre kortaf geantwoord: "Nooit! Onze strijd kan nooit hetzelfde zijn!"

Het was die onzichtbare veer in zijn sterke lijf die ervoor zorgde dat hij na zijn vervroegd pensioen niet in een leegte viel. Met dezelfde koppige systematiek deed hij de boodschappen met zijn vrouw, ging naar zijn wekelijkse biljartavond, en naar de sauna samen met Louis, de conciërge van het bondsgebouw, en Charles, een hoge pief van de vakbond. Op een namiddag laaide een discussie over het onveiligheidsgevoel hoog op. "Het zijn gast-arbeiders," benadrukte Charles. "Ze gedragen zich als hotelgasten!", brieste Berre. "Jullie zijn te laf om te zeggen wat je werkelijk denkt." Louis, die binnenkort met vrouw en poezen voorgoed naar het zuiden zou vertrekken, onttrok zich aan de discussie door te grappen: "Ik ben binnenkort een gast-gepensioneerde." Maar Berre, met een woede gevoed door oude ressentimenten liet niet los tot Charles gnuifde: "Wie zoiets zegt begrijpt niets van het politieke spel." Vol minachting had Berre toen geantwoord: "Ik dacht wel dat het voor u een spel was. Brood en spelen, zeker!" De felle ruzie tussen de oude blote mannen liet zich weliswaar dempen tegen de houten hete wanden, maar zelf ziedend had Berre ten slotte uitgeroepen: "De partij! Steek ze in uw gat!"

Het was hem allang beginnen irriteren, de kleur in zijn stad. Een garage tot moskee omgebouwd, de vroegere bioscoop National met nu tapijten en kitsch en waterpijpen uitgestald. De broederlijkheid waarover hij had geleerd, de strijdbaarheid over het 'nooit meer oorlog' paste niet bij hén, de arrogantie die hij hen toedichtte, zoals ze in besloten groepen bij elkaar stonden, de stoep innamen en oude mensen uit de weg dwongen te gaan, de overgave waarmee ze naar een gemeenschappelijk gebed toewandelden. "Het is geen racisme!", tierde hij. "Het is economie! Heb je dat volkje al gezien met heel zijn bezit in één plastic tas?" Hoe meer hij zich verdiepte in hun aanwezigheid, hoe meer onrechtvaardigheid en verkeerde tolerantie hij eruit afleidde, en ten slotte spuwde hij zijn mening uit: "Rood past niet bij bruin!"

Een verhaal waarvan hij niet zeker wist of het waar was, het stond niet in de krant, maar dat wil ook niks meer zeggen, trok hem ten slotte over de streep. Drie jonge Marokkanen hadden het oude vrouwtje dat steeds op het plein ging wandelen met haar hond, gedreigd om geld. Toen ze dat niet kon geven, hadden ze het dier alle vier de poten afgesneden. "Ze gilde als gek!", lichtte de verteller toe, en het was die niet zelf gehoorde kreet, misschien niet eens echt gebeurd, die in hem bleef naklinken, zinderen, hem haast ziek maakte en deed beslissen om informatie aan te vragen bij en over de partij die hij voor kort tot de zwartste der zwarte erfgenamen der zwartzakken beschouwde. Dagen en dagen bleef hij de programmapunten bestuderen en besloot ten slotte om naar een informatieavond te gaan. Bij het buitenkomen raakte hij verstrikt in een tegenbetoging en stond plots oog in oog met Mike, de zoon van een oude vriend die hem verbluft aanstaarde. In het gewoel molenwiekend met zijn vuisten hoorde hij zich schreeuwen: "We zijn democratisch gekozen!" De volgende dag vroeg hij zijn lidkaart aan.

Hij vroeg zijn vrouw om eens mee naar een bijeenkomst te gaan, ze deed het met tegenzin. "Ik heb me daar nooit mee bemoeid." Bij de verwelkoming der nieuwe leden die, nadat de spreker hun antecedenten had vermeld, op luid applaus werden onthaald, boog ze zich naar hem over en merkte op: "Het is hier precies de Weight Watchers van de politiek."

Berre wilde meer dan gewoon lid zijn, en zich inzetten. Een paar namiddagen in de week ging hij mee folders vouwen, het secretariaat mee bemannen, affiches plakken. Diep in hem woedde een gevoel van déjà-vu dat hij niet helemaal toeliet. Ooit was er het Volkshuis geweest, imposant en verwelkomend. Dit was maar een vroegere winkel volgeplakt met affiches. Toch had hij het gevoel dat hij hier meer kon doen, en dat de zaken sneller resultaat boekten. Toen hij daarover eens sprak met zijn vrouw, zei ze: "Dat is alleen omdat je denkt dat je nu zelf nog minder tijd hebt."

Een van de hoge verantwoordelijken kwam kennis met hem maken en drukte Berre warm de hand. "Berten, ik moet zeggen... dat gij een eresaluut verdient met uw opmerking over kleur. We hebben het in handen gegeven van onze copywriters, die weten er wel weg mee. Misschien ziet ge het nog in de stad hangen! Het wordt iets van... Niet alle kleur in de stad is nodig."

Het was die mistige vrijdagavond dat Berre thuiskwam en verbaasd merkte dat zijn vrouw er nog niet was. Ze was dieren en planten gaan verzorgen van vrienden die op reis waren, en had de trein genomen omdat hun auto voor groot onderhoud in de garage stond. Berre wachtte. Misschien de trein gemist. Roerloos werd hij heel ongerust. Ten slotte begon hij zelf te bellen, naar de spoorwegen, de politie, de rijkswacht, met in zijn achterhoofd de vraag: zijn we al zo oud dat dit kan gebeuren? Voorbij onzichtbare draden, geklik en doorverbindingen, stemmen zonder gezicht, noemde hij telkens haar naam als om haar dichter naar zich toe te halen - te houden. Toen hij even de hoorn neerlegde, rinkelde meteen de bel. Een dokter vertelde hem dat Ida in het station gevallen was en naar een ziekenhuis in Mechelen overgebracht. Berre blafte de ander zijn woordenstroom tot een halt met: "Hoe is het met haar? Ik heb liever dat het het direct zegt! Ik kan ertegen!" Wat niet waar was.

Pas toen hij hoorde dat de dokter vanwege zijn ademloos aandringen, steeds met dezelfde vraag, bijna in de lach schoot, werd hij gerust en kalmer. Hij legde neer en belde een taxi.

"Dat wordt zeker tien minuten wachten, meneer. Door de mist is het nog altijd spitsuur."

Berre bleef zwijgen. Zou hij een andere maatschappij bellen?

"Meneer?"

"Ja, dat is goed. Als het niet anders kan."

"U bent zeker, meneer?"

"Ja ja." Hij keek om zich heen. Hij wilde niet binnen wachten. "Ik sta voor de deur. Het is een bushalte."

Toen hij buiten kwam zat tegen het hekken van het kleine voortuintje een jonge Marokkaan. Hij sprong overeind toen Berre naderde. "Als je daar graag zit moet je van mij niet rechtstaan," gromde Berre.

"Ik wacht op de bus."

"Ik weet dat hier een bus komt. Ik woon hier al dertig jaar."

De jongen danste van het ene been op het andere. "Normaal ben ik vroeger. Maar er waren weer problemen op school. Ik doe de vakschool. Ik word frezer."

Hij haalde zijn schouder op. "Het zijn altijd dezelfde leraars die moeilijk doen." Plots stak hij zijn hand uit. "Ik heet Mohamed."

"Dat gebeurt," antwoordde Berre, en het maakte de jongen aan het lachen vooraleer hij zich realiseerde dat Berre zijn uitgestoken hand negeerde. Die keek naast de jongen heen. Plots zei hij het toch. "Excuseer als ik wat raar doe, maar ik ben geschrokken. Het is nu niet zo plezant voor mij. Ik heb zopas bericht gekregen..."

Ernstig zei Mohamed: "Maar als ze zeggen dat het goed gaat, is het toch goed?"

"Ja. Daar is uw bus."

Mohamed liet hem passeren. "Pff. Er komen er nog veel." Berre en hij wisten dat dat niet waar was.

De taxi verscheen, het was geen gewone, maar een wagen geschikt voor groepen, bijna zo groot als een 4X4.

"Het beste met uw vrouw," zei Mohamed.

Berre stak zijn hand uit. "Frezer is een heel goed beroep." Mohamed drukte de hand, en raakte dan met zijn handpalm even zijn hart aan. Om niet in tranen uit te barsten beet Berre op zijn tanden en zei tegen de chauffeur terwijl hij achterin klauterde: "Kleiner kon niet zeker?"

De taxi wachtte om zich tussen de rijdende auto's te begeven, en Berre draaide zich nog eens om naar de jongen, naar Mohamed. Hij wilde hem duidelijk maken dat, als hij nog eens op de bus stond te wachten, hij best mocht aanbellen, dat hij of Ida koffie zou zetten. Maar de spanning had de coördinatie van zijn gebaren loom gemaakt, alles wat hij kon was zijn hand opsteken, het korte wuiven van de ander beantwoorden. Een groet, een simpele groet, bedacht hij, iets wat hij allang niet meer had gedaan, en ook, besefte hij: meer, veel meer dan dat. Het gebaar van een drenkeling die nog net de oever bereikt. Pierre Platteau

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234