Zondag 26/01/2020

'Hallo, met de portier van de oceaan hier'

Bonjour Ostende in de Venetiaanse Gaanderijen is een dijk van een tentoonstelling. Ensor- en Spilliaert-kenner Xavier Tricot viste uit allerhande collecties parels op. Daardoor is deze Oostende-hommage geen obligate opeenvolging van marines geworden.

Bonjour Ostende, tot 15/9 in de Venetiaanse Gaanderijen, Oostende

"Kent u de kleur Isabel?", vraagt Xavier Tricot. Isabel is een gelig wit, dat zijn naam zou danken aan het beleg van Oostende (1601-1604). Met de belegering van 'het nieuwe Troje' wilden de Spanjaarden de protestantse poort naar Engeland van de kaart vegen. Volgens de overlevering zwoer Isabella, landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden, dat ze haar hemd niet zou verversen vooraleer de stad was ingenomen. "Drie jaar later was het helemaal verkleurd", zegt Tricot.

We staan voor het eerste schilderij in de chronologische expositie in de Venetiaanse Gaanderijen. Dat Pieter Snayers vijftig jaar later de opdracht kreeg het beleg in een monumentaal doek vast te leggen, zegt veel over het mythische belang ervan. Snayers beeldde Oostende af vanaf Raversijde, neerkijkend op de omwalde stad. Op een gedeelte van de stadsmuren bevindt zich vandaag de dijk.

Tricot vertelde bij de introductie tot Bonjour Ostende ook een anekdote bij een ongepubliceerde foto van James Joyce. De Ierse schrijver, die zijn geopereerde oog verbergt achter een lapje, dineert met zijn vrouw en zoon in de buitenlucht. Het gezin verhuist in augustus-september 1926 twee keer naar een ander hotel in Oostende. In zijn briefwisseling maakt Joyce zich vrolijk over de portier van Hotel de l'Océan die de telefoon opneemt met de magistrale woorden: "Ici le portier de l'océan".

Het zou een mooie titel voor deze expositie zijn, want in die jaren bereikte de aantrekkingskracht van Oostende een piek. Er streken schrijvers, componisten en beeldend kunstenaars uit heel Europa neer. Tricot koos echter voor Bonjour Ostende, de titel van een schilderij van Floris Jespers uit 1927. In het speelse, lichtvoetige doek verliezen heren letterlijk hun hoofd bij de aanblik van flanerende jongedames op de dijk. Ja, er was in de belle époque nog wat anders dan de Latemse school. De abstracte weergave van de truitjes van de personages doet denken aan dadaïst Max Ernst.

De brede gang van de Venetiaanse Gaanderijen is ingericht als een kunstkabinet: kleinere schilderijtjes hangen boven en onder elkaar. Na het tableau over het beleg van Oostende en een achttiende-eeuws gezicht op de haven, volgen negentiende-eeuwse afbeeldingen van het staketsel, de eerste strandkarren beneden de stadswal, het kursaal en het casino, en een stoomboot die de havengeul binnenvaart.

Het zijn stuk voor stuk doeken van degelijke kwaliteit met documentaire waarde. Maar met de kleine stadsgezichten die de jeugdige Ensor vanuit zijn kamer schilderde, ga je pas echt naar adem happen. Namiddag te Oostende (1881) is in zijn abstracte, tactiele weergave zijn tijd ver vooruit. Het ensemble werken van Ensor toont hoe snel hij van stijl wisselde. Al voor 1890 schakelde hij over op de cartooneske stijl van De baden van Oostende. Tricot vond hiervan trouwens een onbekende pastiche uit 1926, waarbij Ensor van zijn baders geraamten heeft gemaakt. Met het aanbreken van de twintigste eeuw verraden de bewogen, expressieve werken een invloed van Van Gogh. Tricot: "Ensor was een spons die veel opzoog en het op zijn eigen manier weer uitbraakte."

Ensor zag werk van Van Gogh op exposities van de Brusselse avant-garde groep Les Vingt. Willy Finch, wiens ouders Hôtel du Phare aan het Zeeheldenplein uitbaatten, ontdekte er Seurat. Van Finch hangt in de Venetiaanse Gaanderijen een pointillistisch doek van de Wellington-renbaan. Ensor vond dat gestippel met zijn dogmatische regeltjes maar niets.

Voorbij de clichés

Aan het eind van de gang zijn intimistische werken van Léon Spilliaert gegroepeerd, die het clichébeeld van de weemoedige symbolist overstijgen. Een aantal werken toont dat Spilliaert goed naar Maurice Denis en Les Nabis heeft gekeken. Een ontdekking zijn ook Spilliaerts' leeftijdgenoot Jan De Clerck en de tien jaar oudere Jean-Jacques Gaillard. Hoewel zij niet het niveau van Spilliaert halen, verdient hun werk toch grotere bekendheid.

Na Ensor en Spilliaert mag Constant Permeke als derde grote niet ontbreken. Tricot voert hem op in een duet met Gust De Smet, die voor de Eerste Wereldoorlog met hem samenwoonde in Oostende. Uit hun vergelijkbare versies van De haven van Oostende, blijkt dat ze ook samen schilderden. Daarop volgt een ensemble van Erich Heckel, die in Oostende tijdens de bezetting verpleger was bij het Rode Kruis. In de jaren dertig werd Oostende een toevluchtsoord voor Exilkünstler, zoals de Joods-Duitse Felix Nussbaum.

De aanpalende zaal maakt de overgang naar de hedendaagse kunst met films van Storck en Broodthaers, schilderijen van Raveel en Kounellis en een video van Dujourie. Van Guillaume Bijl speelt er een 'historisch' Ensor-filmpje, met krassen en al, waarin Tricot figureert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234