Donderdag 20/01/2022

'Hallo, mama, we zitten in de bus en het regent'Op reis naar het land van het mond- en klauwzeer

Hoe toegankelijk is het Engelse platteland nog in tijden van mond- en klauwzeer? Joseph Pearce ging mee op schoolreis met een Antwerpse klas en zag hoe Engeland de strijd tegen het mond- en klauwzeer aanbindt, hoe Vlaamse kinderen zich in het buitenland gedragen en hoe Vlaamse leerkrachten hun vakantie opofferen.

Tekst en foto's

Joseph Pearce

De paasvakantie. Voor duizenden Vlaamse scholieren betekent dat een reis naar Londen. De rituelen zijn bekend. Met de bus de boot op, even binnenspringen in de kathedraal van Canterbury en ten slotte op naar Londen en het hotel of de jeugdherberg. Terug thuis de verhalen over het Engelse avontuur. Het ontbijt met de bonen in tomatensaus, de politiehelm als souvenir, het kiekje van een paleiswachter met berenmuts. Of ze ook iets gezien hebben? Kerken en musea, natuurlijk, veel te veel kerken en musea. Dit jaar wilde het Onze-Lieve-Vrouwecollege uit Antwerpen iets helemaal anders. "De laatste tijd merkten we dat vele ouders Londen al met hun kinderen hadden bezocht", zegt Ria. "De Tower? Kennen ze. De National Gallery of het British Museum? Hebben ze al gezien. St. Paul's Cathedral? Toch niet opnieuw, mevrouw? Londen werd op de duur eerder een gezellig uitje dan een cultuurreis." Ria is een doorgewinterd Engelandvaarder. Samen met haar collega Felix besloot ze dit jaar Londen links te laten liggen en de provincie in te trekken. Hun initiatief liep bijna op de klippen. Een week voor het vertrek een dramatische mededeling van de minister van Onderwijs. "Gelast uw reis af als het nog kan", zei Marleen Vanderpoorten. "Neem uw verantwoordelijkheid. Breng het mond- en klauwzeer niet naar België." Even was er paniek. Het reisprogramma bestond voor bijna de helft uit wandelingen in de natuur. Na overleg met de directeur werd het licht op groen gezet. Ik mocht mee. Wat zou er in Engeland van de mond- en klauwzeerepidemie te zien zijn? Hoe zouden Vlaamse kinderen zich in het buitenland gedragen? En zou ik te weten komen waarom zoveel Vlaamse leerkrachten hun paasvakantie met plezier opofferen?

Zes uur. Onmenselijk vroeg. "We moeten naar Salisbury", zegt Felix. "Dat wordt een hele dag rijden." De Engelse weerman verwacht regen en wind. De leerkrachten worden zenuwachtig, want er ontbreekt nog altijd één leerling, en voor je het weet heb je de shuttle door de Kanaaltunnel gemist en valt het programma van de eerste dag in duigen. Lieve, de codirectrice van de lagere school, schudt me de hand. Een derde begeleider! Wat een luxe! Drie leerkrachten voor achttien tieners. Heeft deze school zoveel idealisten in haar korps? "Toen we de reis organiseerden, hadden we met dertig deelnemers gerekend", zegt Ria. Eindelijk verschijnt de laatkomer. Christophe ziet lijkbleek. Hij heeft thuis moeten overgeven. Als hij op de bus stapt, trakteren zijn vrienden hem op applaus. "Mag ik vooraan blijven zitten?" vraagt de arme jongen. De chauffeur geeft hem een kotszakje. Christophe is niet de enige zieke. De sombere winter heeft een zware tol geëist. Op de snelweg in de buurt van Brugge een eerste optreden. Iemand gooit met lolly's, en de snoep klettert tegen de vensters. Felix schiet als een pijl uit een boog naar achteren. Ik hoor hem foeteren. "Politieman spelen op reis haat ik", zegt hij, "maar het hoort erbij. Wie weet, misschien was dit de eerste en de laatste keer." Hij gelooft dat natuurlijk niet, want hij lacht veel te luid. Hoewel we op tijd in Calais aankomen, mogen we pas een uur later met de shuttle oversteken. Service perturbé. Controle voor het mond- en klauwzeer? Nee hoor. Wél problemen met signalisatie op de lijn. "Dat heb je nu altijd met die Kanaaltunnel", sakkert David. "Waarom gaan we niet met de boot? Dat is toch veel plezanter?" David is een van de vijf die in de lappenmand zijn. Zijn schorre hoest zindert met grote regelmaat door de bus. "David maakt zijn eindwerk Nederlands over de holocaust", zegt Felix. "Een bijzondere jongen." Als ik hem vraag hoe hij zijn eindwerk aanpakt, vergeet hij even dat hij ziek is en praat hij met enthousiasme over die taak. Zijn zwarte ogen flikkeren. "Ik heb de biografie van Ian Kershaw over Hitler gelezen", zegt hij, "en nu ben ik bezig met het boek van Lieven Saerens over de joden in Antwerpen. Als dat uit is, zal ik ook nog een overlevende van de concentratiekampen interviewen. Mijn grootvader kent zo iemand." Felix komt naast ons zitten. "Ik vind het fantastisch dat iemand als David dieper op historische gebeurtenissen wil ingaan", zegt hij. "Tegenwoordig hoor je vaak dat scholieren nergens nog belangstelling voor hebben of dat ze zich ten hoogste maar voor een hele korte tijd kunnen concentreren. Dat is onzin. Ik geef al les sinds 1974, en ik kom vandaag niet meer of niet minder begaafde of geboeide leerlingen tegen dan toen."

De eerste halte in Engeland is Battle Abbey in Sussex. We kunnen de abdijruïnes bezoeken, maar het is verboden over het slagveld te wandelen waar Willem de Veroveraar in 1066 koning Harold II en zijn Angelsaksers versloeg. "Ik heb iedereen vooraf in de klas gewaarschuwd dat we problemen met het mond- en klauwzeer zouden hebben", zegt Ria. "Nu maar hopen dat we niet al te veel tegenslag hebben." Ria bekijkt me met gefronst voorhoofd. Ze weet als geen ander dat een reis mee- of tegenvalt door hele kleine dingetjes. Iedere groepsreis met adolescenten is een sprong in het duister. Felix doet zijn uitleg dan maar bij de latrines van de monniken. Van daar heb je een vrij uitzicht op de drassige vallei waar de Normandische hertog zijn troepen had opgesteld. "Kom rond mij staan", zegt de gids. "Dichter! Komaan, sluit aan. Nog dichter!" Felix doet een lang verhaal. De Slag bij Hastings had een ingewikkelde voorgeschiedenis en verstrekkende gevolgen. De kinderen luisteren nog aandachtiger als hij over de veldslag zelf vertelt. Een grasveld, een rij kale bomen, een overstroomde beek. Meer valt er niet te zien. Toch staren de scholieren als gebiologeerd in de verte. Zien ze de Vlaamse huurtroepen de heuvel opstormen? Horen ze de paarden in het moeras daar beneden hinnikend neerzijgen? Volgen ze de pijl die Harold dodelijk in het oog treft? "Neemt u foto's, mevrouw?" Anouk heeft ook een fototoestel, maar het werkt niet zo goed. "Je moet vier keer drukken voor één foto", zegt ze. "Dat komt ervan als je met een mes in de camera steekt om er het filmrolletje in te wrikken", lacht de lerares. Als de rit in de bus te lang duurt, komt Anouk bij de leerkrachten zitten. Een praatje, wat heen en weer grappen en grinniken. Het is allemaal erg ontspannen. Behalve Anouk is Carol nochtans de enige die zich af en toe spontaan tussen de begeleiders nestelt. "Ik vind het erg sympathiek", zegt Ria, "maar forceren kan je zulke dingen niet." Op het pleintje voor de middeleeuwse abdijpoort worden de boterhammen opgegeten. Het is warm, Philippe zet een coole zonnebril op. Hij ziet er patent uit. Alle achttien leerlingen letten overigens haarscherp op hun uiterlijk. De haren van de jongens glimmen van de gel, de meisjes hebben allemaal een taille waar wespen jaloers op zouden zijn.

De problemen met het mond- en klauwzeer houden aan. Hoewel het graafschap Sussex tot nu toe van de ziekte gevrijwaard bleef, blijkt in het piepkleine dorpje Berwick dat de South Downs Way gesloten is. Geen tocht over de heuvels dus, alleen een bezoek aan het minuscule kerkje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschilderden Duncan Grant, Quentin Bell en zijn moeder Vanessa, de zus van Virginia Woolf, de muren met frisse en kleurrijke fresco's. De muurschilderingen zorgden voor consternatie. Lokale herders en dubieuze vrienden van de kunstenaars poseerden. "Heel mooi", zegt Karlien, terwijl ze een haarlok uit de ogen wist. Niemand vindt het erg dat we de heuvels niet in kunnen. Op de terugweg passeren we een traditionele rode Engelse telefooncel. "Allemaal naar binnen!" roept Ramses. "Dan komen we in het Guinness Book of Records." Alleen David volgt. De hemel trekt dicht, en wanneer we in Arundel aankomen, vallen de eerste regendruppels. Het machtige kasteel van de katholieke hertogen van Norfolk kan niet iedereen boeien. Sommigen spurten door de zalen en zijn al het stadje ingetrokken nog voor de rest door de eerste zaal heen is. De regen valt met bakken uit de hemel. De wegen zitten eivol. In de bus is het stil. Alleen enkele kaarters slaken af en toe een kreet. De chauffeur vraagt hoe het komt waarom niemand om muziek komt vragen. "Dat is verboden", zegt Ria. "Wie muziek wil heeft een walkman." Om zeven uur bereiken we de jeugdherberg in Salisbury. Zeven meisjes op een kamer, elf jongens op een andere. "Waarom mag ik niet bij de jongens slapen?" vraagt Annemie. "Daarom", zegt Ria. We eten samen in een Indiaas restaurant. "Wie heeft al Indiaas gegeten?" vraagt Felix. Eén jongen steekt zijn hand op. De neus van Felix trekt wit weg. Zijn angst blijkt ongegrond. Knapperige popadoms met pikante sausjes, een smeuïge onion bhaji met een yoghurtsausje en rijst met kip vallen bij iedereen in de smaak. Om tien uur trek ik met Felix voor een controle naar de slaapkamer van de jongens, Ria en Lieve inspecteren de meisjeskamer. Een kluwen van koffers, kleren en dekens. Ik begrijp nu pas hoe benepen matrozen in een onderzeeboot moeten leven. David schiet zijn broek uit. Een aansteker valt uit de zak. "Rook jij?" vraagt Felix. "Ja", antwoordt David. "Dan zal je twintig jaar minder lang leven dan ik", zegt de leraar. "In mijn familie wordt iedereen honderd jaar", repliceert David, "dus word ik tachtig, en dat is nog altijd tien jaar langer dan u zal leven." Een brutale bek, maar Felix grinnikt als een bakvis.

Christophe is genezen, maar nu voelen Jimmy en Hans zich onwel. Ze raken nauwelijks hun ontbijt aan. Ook de anderen eten als mussen. "Tegenwoordig eten kinderen 's morgens nog nauwelijks", zegt Lieve terwijl ze in een croissant bijt. "Slecht nieuws", kondigt Ria aan. "Stonehenge is dicht." Bedrukte gezichten alom. Eén ding staat intussen vast. Tony Blair liegt. Het Engelse platteland is niet open! De jeugdherbergvader trekt het zich erg aan. Aan de muur hangt een ellenlange lijst van de jeugdherbergen die door het mond- en klauwzeer gesloten werden. "Jullie hebben geluk", zucht hij. "Salisbury is een stad en daarom mochten we nog gasten ontvangen. Maar de toestand wordt almaar erger. Zorg er in ieder geval voor dat je alle voorschriften volgt. Vorige week was hier een Duitse toerist die het waagde in Stonehenge toch uit te stappen. Hij vertelde dat er ineens twee politiemannen naast hem stonden en hem weer zijn auto injoegen. Hij riskeerde een enorme boete." Hij raadt Ria ook aan contact op te nemen met de toeristische dienst. Die weten precies wat er nog allemaal open is gebleven. We rijden langs Stonehenge. Legoblokjes in een spooklandschap. Waar zijn de koeien en de schapen naartoe? Ook Glastonbury lijdt onder het mond- en klauwzeer. "Het pad naar Glastonbury Tor is afgesloten", kondigt de dame aan het loket aan. Ze kijkt ongelukkig over haar bril heen. Ze kan er niets aan doen, maar haar trieste ogen vertellen dat ze de laatste tijd al veel te vaak toeristen heeft moeten ontgoochelen. Gelukkig is de abdij zelf open. De magere ruïnes getuigen van een groots verleden. Op het grote grasplein ligt één steen. Daar valt Karlien over. Ze bezeert haar rug en probeert de pijn moedig te verbijten. Toch blinken er tranen in haar ogen. Enkele jongens troosten haar. Wanneer ze stijfjes voortstapt, volgen haar vrienden haar als een stel bezorgde moederkloeken. Glastonbury is een terugkeer naar de hippe jaren zestig. In het straatbeeld paarse soepjurken, paardenstaarten en kralensnoeren. Voor iedere bakker of groenteboer zijn er drie new-agewinkeltjes. De leerlingen mogen vrij lunchen. Wanneer de tijd om is, komen ze allemaal opgewonden vertellen wat ze gegeten hebben. "Ik bestelde kip en ik kreeg kabeljauw", zegt Ramses. "Maar ik vond het toch lekker." In Wells schijnt de zon. Op het plein voor de indrukwekkende westgevel van de kathedraal geeft Ria uitleg. Ineens verschijnt een groep Franse scholieren. Ze roepen, spelen met een bal en voeren acrobatieën uit. "Franse scholen hebben een vreselijke reputatie", zegt Felix. We lopen het bisschoppelijk paleis binnen, wandelen langs de middeleeuwse Vicar's Close en bezoeken de kathedraal. Iedereen is onder de indruk. In de laatgotische kapittelzaal gaat iedereen op de stenen zitplaatsen zitten. Sommigen converseren heel stilletjes, anderen staren verrukt naar de wonderbaarlijke zuilen en zoldering. "Zie ze genieten", fluistert Ria. Ze glundert. "Het doet zo'n deugd wanneer ze vragen stellen en alles rustig willen bekijken." Daarna rijden we naar Cheddar Gorge, het Engelse antwoord op de Grand Canyon. Een bord langs de weg kondigt aan dat we een zone met mond- en klauwzeer binnenrijden. "Gaan we brandstapels zien?" vraagt Philippe. Iedereen speurt de horizon af. Aan de hekken en afsluitingen wapperen papiertjes. No admittance. Stay out. No access. Nergens beweging. Geen mannen in witte pakken die het vee komen liquideren, geen opleggers met kadavers, geen boze boeren bij de ingang van de boerderij. Het landschap baadt in een somber licht. Grauwe wolken worden door een stormwind voortgejaagd. Engeland lijdt, maar niemand die het ziet. Dan rijdt de bus over desinfecterend stro. De zoveelste tegenslag. Uitstappen mag niet. De chauffeur rijdt daarom in een slakkengang door het ravijn. Met Karlien gaat het van kwaad naar erger. Ondanks de pijnstillers die Ria uitdeelde, kan het meisje nauwelijks zitten van de pijn. Ria doet gouden zaken met haar huisapotheek. Ook Felix deelt kwistig uit. Keeltabletten, aspirientjes, pillen tegen diarree. De thermometer gaat van hand tot hand. De zieken houden zich kranig. Kweken jezuïetenscholen volleerde stoïcijnen? In Salisbury gaan Ria en Lieve met Karlien naar de spoeddienst van het ziekenhuis. Na een uurtje zijn ze terug. "Karlien heeft een verrekte rugspier", zegt Ria. De opluchting is groot. Mijn bewondering voor de begeleiders stijgt. Wat je al niet meemaakt met maar achttien leerlingen! Hoe is Alexander de Grote er in 's hemelsnaam in geslaagd om met een heel leger van Macedonië naar Afghanistan te trekken?

"Ik heb alweer slecht nieuws", zegt Felix. "Maiden Castle en de wandeling over de kliffen bij Lulworth Cove zijn afgelast." "Zullen we een brief naar Tony Blair schrijven?" vraagt Ria verbolgen. "Hoe durft hij te beweren dat het platteland toegankelijk is! De macadamwegen zijn open, dat is alles." De kathedraal van Salisbury valt tegen. Een koud interieur, een kille sfeer. "Zet je baseballpet af, David", zegt Ria. In Wilton House zijn we de eerste gasten van het nieuwe seizoen. Van een zaalwachtster mogen we in de monumentale Double Cube Room op het tapijt gaan liggen om de plafondschilderingen te bekijken. "Neem ook maar een foto", fluistert ze. "Snel, voor mijn collega's het merken." Enkele meisjes vertellen de zaalwachtster trots dat ze uit Antwerpen komen, de stad van Van Dyck, de meester die voor de Pembroke familie van Wilton House zijn grootste doeken schilderde. In Shaftesbury lunchen enkele scholieren op het terras van een pub met uitzicht op Gold Hill, het steile straatje dat in ieder Engels kostuumdrama van de boeken van Jane Austen en Thomas Hardy opduikt. Uit de wind en in de zon is het er heerlijk zitten. Anderen komen enthousiast vertellen dat ze voor amper vijftig frank gegeten hebben. "We krijgen vijf pond om te eten", zegt Jens", maar we geven nooit zoveel uit. Ik ga met meer geld thuiskomen dan waarmee ik vertrokken ben." Als we wegrijden, klampt een bejaarde Engelsman ons aan. "Waar komt u vandaan?" vraagt hij. "Waar staat die B op de bus voor? Bulgarije? Bosnië?" In Dorchester hebben de leerkrachten voor een alternatief programma gezorgd. Het Teddyberenmuseum, een militair museum, het dinosaurussenmuseum en een tentoonstelling over Toetanchamon. "Toon ons achteraf uw toegangsticket", maant Felix. Een overgrote meerderheid trekt resoluut naar de teddyberen. Nog geen tien minuten later staan ze alweer buiten. "Hoe flauw!" roept Annemie. "Het is niet meer dan een veredelde teddyberenwinkel. Afzetterij is het." Voor we samen in een pub in Milton Abbas gaan eten, willen we nog een wandeling naar Milton Abbey doen. Vlak buiten het dorp houden borden ons tegen. Mond- en klauwzeer. Alle paden dicht. Milton Abbas is volledig van het platteland afgesloten. Iedereen troept samen. Wat nu? Terug naar het dorp. De scholieren morren niet, maar de wanhoop is van de gezichten van de leerkrachten af te lezen. Terug in Salisbury blijkt dat David meer dan 38 graden koorts heeft. Hij belt naar huis. Ook de anderen vinden troost bij mama en papa. Er wordt met de gsm gebeld, sms-berichten worden verstuurd, en op de computer bij de receptie vliegen de e-mails weg.

Meer sippe gezichten aan tafel. Ook Ann en Bruno voelen zich niet meer kiplekker. Toch blijft de sfeer onder de scholieren bijzonder gemoedelijk, zelfs wanneer Winchester lelijk tegenvalt. Het regent pijpenstelen, er staat een gure wind en de gidsen in de kathedraal en in Winchester College, de elitaire public school, zijn allebei zeurpieten. "Zet je baseballpet af, David", zegt Felix in de kathedraal. Pas als de man in Winchester College over het schoolleven van alledag vertelt, vallen de monden open van verbazing. "Wie uit de school werd gezet", zegt hij, "moest naakt door de Black Gate en zijn kleren en boeken werden over de muur gegooid." Als ze horen dat hun vrienden in deze peperdure kostschool drie weken vakantie hebben met Pasen en tien weken in de zomer, gonst de hele groep van afgunst. "Maar met Kerstmis hebben ze maar één week", lacht de gids. Die informatie valt in dovemansoren. In Portsmouth is het weer zo slecht dat Felix zijn uitleg over de landing in Normandië in de bus doet. Jimmy gaat niet mee naar het D-Day Museum. Van alle zieken is hij er het ergst aan toe. Diarree en 39 graden koorts. De begeleiders houden hem scherp in de gaten en proberen hem op te beuren. Net als we willen wegrijden, breekt de zon door. "Mogen we een wandeling op de dijk maken?" vraagt Karlien. Een geniale inval. Ze bloost van blijdschap als de leerkrachten haar feliciteren met haar initiatief. Op de zieken na spurt iedereen naar buiten. De stormwind beukt, de baren spatten uiteen op de golfbrekers, iedereen stoeit en rent en tiert tegen de wind in. Alle frustraties van de voorbije dagen lossen op in de verkwikkende zeelucht. Als ook nog de H.M.S. Invincible verschijnt, kan de pret helemaal niet meer op. Het vliegdekschip glijdt binnen handbereik voorbij Southsea Castle de haven binnen. Bij het avondmaal in het Red Lion hotel in Salisbury spelen Vincent en Jens een spelletje. Vincent kijkt de leerkrachten zo stompzinnig mogelijk aan. Als ze hardop lachen, wint hij één pond, en als ze geen spier vertrekken, betaalt hij Jens één pond. Vincent is al drie pond kwijt.

Bij het ontbijt zit iedereen met kleine oogjes aan tafel. "De nachten zijn kort geweest", geeft Carol toe. Meer wil ze niet kwijt. De regel in de jeugdherberg was simpel. Om tien uur moest het stil zijn. Maar daarna? "We hebben van niemand klachten gehoord", zegt Ria, "maar je kan natuurlijk niet de hele nacht blijven controleren. Wij hebben ook onze nachtrust nodig. Pas op, ik ken collega's die tot twee of drie uur 's nachts patrouilleren. Maar zo wil ik niet op reis. Per slot van rekening zijn ze groot genoeg om die verantwoordelijkheid aan te kunnen." Leonardslee Garden komt een week te vroeg. Van alle bloemen bloeien alleen de camelia's en enkele vroege rododendrons. We moeten met onze voeten door een teil met een desinfecterende vloeistof, want in de tuin lopen dwergkangoeroes rond. "Meneer Loder, de eigenaar, wil geen schoolgroepen", vertelt Ria. "Pas toen hij besefte dat we Belgen waren, veranderde hij van mening. Belgische scholieren gedragen zich netjes en voornaam, schreef hij." In Brighton regent het. Het Royal Pavilion laat niemand onberoerd. "Fantastisch", roepen Annelies en Iris in koor. "Je hebt kitsch", zegt Felix, "superkitsch, en dan heb je het Royal Pavilion." In de stad worden de laatste cadeautjes voor thuis gekocht en de prentkaarten op de bus gedaan. Vincent koopt een vitrinekastje met zeemansknopen voor zijn kleine broer. Een duur cadeau. Vincent moet veel van zijn broer houden. "In Glastonbury heb ik voor hem een speelgoedkanon gekocht", zegt hij, "maar eigenlijk is het een potloodslijper." Hastings is de laatste halte. Er wordt proviand ingeslagen. "Alles opeten voor we aan de Kanaaltunnel komen", waarschuwt Ria. "Anders moet je het in de vuilnisbak weggooien." In Folkestone rijdt de bus door een sloot tegen mond- en klauwzeer. Er is verder geen controle. Douaniers en politiemensen blijven in hun kantoor zitten. Een apathische hand wuift ons door. Wie een schaap in zijn koffer wil oversmokkelen, kan dat moeiteloos. Naarmate we dichter bij Antwerpen komen, stijgt de nervositeit. Voor het eerst wordt het onrustig in de bus. Carol komt naast me zitten. "Het was een hele fijne reis", zegt ze. "Ik wist niet dat het Engelse landschap zo mooi was." En ik die dacht dat ze in de bus alleen maar sliepen, kaartten of strips lazen. Ria, Lieve en Felix bedanken iedereen om de beurt voor de geslaagde reis. "Jullie waren ontzettend lief", zegt Ria in de microfoon. "Ik moet jullie allemaal van harte feliciteren." De scholieren applaudisseren. Ria heeft gelijk. De hele groep luisterde aandachtig, kwam altijd op tijd en amuseerde zich zelfs als het weer of de bezoeken tegenvielen. Aan de school staan de ouders te wachten. Enkele vluchtige handdrukken, de bagage wordt in de koffers gezwierd. Ook de begeleiders nemen snel afscheid van elkaar. Ria heeft nog altijd spijt dat de groep de wandeling op de kliffen in Dorset heeft gemist. "Het weer was toen zo fantastisch mooi", zucht ze. "Het mond- en klauwzeer heeft ons echt parten gespeeld. Van de epidemie hebben we in feite niets gezien, maar het hele land was er wel door geparalyseerd. Alsof we werden bedreigd door een geheimzinnige en onzichtbare ziekte." Het is bijna middernacht als de laatste auto om de hoek verdwijnt.

'Wat je al niet meemaakt met maar achttien leerlingen! Hoe is Alexander de Grote er in 's hemelsnaam in geslaagd om met een heel leger van Macedonië naar Afghanistan te trekken?' 'Wie een schaap in zijn koffer wil oversmokkelen, kan dat moeiteloos'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234